Banner

We Are Open

15 februari 2013, Trix

Bart Van Put - foto's: Thomas Geuens - Wannabes.be - 16 februari 2013

Wegens allerhande valentijnsverplichtingen (mama had gekookt) konden wij er op donderdag niet bij zijn. Maar niet versaagd! Vrijdagavond waren we wel paraat in een uitverkochte Trix voor het uitstalraam van de hedendaagse Belgische rockscène dat We Are Open is. Het werd een avond (of beter: een nacht, geeuw) van bevestigingen, blij weerzien, verrassingen en hier en daar een teleurstelling.

Véél te vroeg, maar logistiek perfect begrijpbaar, werd de aftrap van de avond gegeven door het vijftienkoppige Flat Earth Society. De heren (én dame) van deze avantgardistische jazzbigbandfanfare rond Peter Vermeersch kwamen hun nieuwste worp 13 voorstellen met nieuwe nummers... uit de volgende plaat. Maar dat liet de pret allesbehalve vergallen, want FES zorgde al meteen voor het eerste feestje van de avond, met de beproefde cocktail van stomende jazz, filmische passages, protserige hoempapa en de occasionele freejazzuitspatting, zoals in “Fast Forward”, dat wél op de nieuwe plaat staat, maar al stamt van uit de tijd van X-Legged Sally, Vermeersch’ jazzproject van ondertussen bijna 20 jaar geleden. Glansrollen waren weggelegd voor het dansje van Wim Willaert, het geweldig, abstract trompetintermezzo van Bart Maris (“het gesubsidieerde stuk”), drummer Teun Verbruggen in topvorm en als absolute uitschieter gitarist Pierre Vervloesem die zonder probleem (én zonder partituur) de dunne kloof tussen absolute klasbak en volslagen weirdo dichtshuffelde. Eerste band, eerste hoogtepunt. Dat belooft!

Voor de drie heren Beach was We Are Open een thuismatch. Op het eerste zicht was dit trio een nobele onbekende, maar het kan putten uit manschappen van White Circle Crime Club en Flying Horseman. Zij overlaadden de Fabiola Stage met dikke lagen bas- en drumlijnen, dichtgeplamuurd met effectbeladen gitaar- en zanglijnen. Jammer dat de gitaar het regelmatig liet afweten, maar dat belette niet dat het geheel wel overkomt. Stevig, bevlogen en energiek: zo kunnen we de set van Beach samenvatten. Alleen die cover van “You know you’re right” van Nirvana, die had nu niet per se gehoeven. Stadt schakelde een versnelling lager, met een ietwat vreemde, maar hoogst originele set waar we bij momenten vlagen Deerhoof en likjes Pavement in kunnen ontwaren, maar die vooral een eigen geluid liet horen. We moeten toegeven dat we niet altijd even goed mee waren, maar toch: fijn half uurtje beleefd.

Een uitverkochte Trix, dat is af en toe eens pech hebben. Toen we ons naar de Waffle stage in de bar begaven voor Echo Beatty, zagen we meteen aan de rij buiten (en de beren van securitykerels) dat het hopeloos was. Jammer, want achteraf hoorden we dat het een uitstekende show was. Iets wat we maar al te graag geloven. Bon, terug naar boven dus waar het Waalse The K zichzelf op gang heeft getrokken. En hoe! The K blijkt zichzelf gespecialiseerd te hebben in knallende, verwoestende noisepunk. Aangevuurd door een pompende ritmesectie schreeuwde, krijste en brulde zanger/gitarist Sebastien von Landau als een volleerde David Yow-akoliet zich door de set. De Jesus Lizard-connectie is evident, maar ook konden we het anarchistisch nihilisme van McLusky en Shellac ontwaren. The K herschiep de Fabiola Stage in een met bier en zweet doordrenkte zwavelput. Mission accomplished, zou ik zo zeggen. Jawadde!

Het contrast met Sir Yes Sir, het collectief rond Antwerpenaar Tijs Delbeke, kon nauwelijks groter zijn. En het kan daaraan liggen, maar op ons maakte hun set niet bepaald een overweldigende indruk. Ja, de nummers staken goed in elkaar, op de uitvoering was weinig of niets aan te merken, maar echt pakken deden Delbeke en kornuiten ons nooit, daarvoor kwam het ons wat te veilig en risicoloos over. Veel meer willen we er niet over kwijt, maar Sir Yes Sir, het was gewoon niet ons pakkie-an, en dat is meer onze fout dat die van Delbeke en co. Het ga je goed, Tijs!

Neen, dan zijn we véél meer te vinden voor Dans Dans, dat rond de klok van middernacht, euh, ten dans speelde op de Fabiola stage. In april komt er nieuw materiaal van dit trio, en dat kreeg een prominente plaats in de set. Geen nummers van op het debuut dus. Nog opvallend is dat de heren hun stoelen aan de kant schoven (op de drummer na dan), en voor een meer dynamische acht kozen. Nuja, op zich verwondert het ons al dat bassist Fred Jaques überhaupt kán bewegen; ook nu stond hij stoïcijns, maar wel met een stevige dosis coolness, zijn bas te beroeren. Gitarist Bert Dockx daarentegen huppelde, sprong, zwaaide met de benen en wriemelde als een woelwater. Om dan nog maar te zwijgen van het gitaarspel, dat bol stond van de bevlogenheid, inventiviteit en rauwe energie. Al van in het eerste nummer wordt er zonder verpinken gelaveerd tussen frivool getokkel, tientallen pedaaleffecten, feedback gegenereerd door de ondertussen beruchte cassettespeler en weergaloze solo’s waar bij momenten de acid uit Dockx’ gitaar spátte. En zo gaat het vier nummers lang, zonder compromissen, zonder inbinden. Ook Steven Cassiers toont zich van zijn beste kant met bij wijlen subtiel, maar ook energiek en instinctief drumwerk. Afgesloten werd er met “The Sicilian Clan” van Ennio Morricone, dat werd ingepakt in een dikke psychedelische bontmantel en met een knaller van een fusée het heelal werd ingeschoten. De livereputatie van Dans Dans kenden we ondertussen al, maar we blijven telkens onder de indruk van dit trio. Absoluut hoogtepunt van de avond, zonder enige twijfel.

Meteen na het optreden van Dans Dans stormen we in zeven haasten naar de Waffle Stage om deze keer wél een plaatsje in de zaal te vinden voor Condor Gruppe, het gloednieuw project rond onder andere Jan Wygers van Creature With The Atom Brain, en Milan Warmoeskerken, die eerder op de avond nog achter de drums zat bij Beach. Het was de allereerste show van Condor Gruppe, maar de band had de voorbije maanden via het internet al een kleine hausse in de Antwerpse undergroundscène gecreëerd. De Waffle Stage stond dus goed vol, en de verwachtingen waren hooggespannen. Maar het aanwezige publiek zag deze verwachtingen zonder problemen ingelost worden, en kreeg een psychedelisch neefje van The Shadows voorgeschoteld. Nostalgisch en toch fris, je moet het maar kunnen. Voor ons dé verrassing van deze We Are Open: in het oog houden deze heren.

Als we u Vandal X nog moeten voorstellen: welkom in de wondere wereld van de adolescentie. Voor de rest van de wereldbevolking zijn deze twee sympathieke Limburgers ondertussen al onderdeel geworden van het Vlaams teringherriebehang. Het haar van gitarist Bart Timmermans begint ondertussen al behoorlijk grijs uit te slaan, maar gelukkig heeft ie aan ongepolijste energie nog geen sikkepit ingeboet. Het duo trakteerde ons traditiegetrouw weer op een paar stevige mokerslagen vol in het gezicht, en bouwde voor ons een betonnen muur van gitaarnoise, die meteen weer omver werd geblazen door de blaasbalg van drummer Günther Liket. Onze broekspijpen gingen er spontaan van wapperen. We gaan hier verder niet te veel woorden meer aan vuil maken: u was zoals gewoonlijk weer geweldig, Vandal X.

En toen werd het half drie. Van de uitverkochte Trix was er nog een fractie hardliners aan de Botrange Stage overgebleven, en zonder uitzondering zag iedereen er daarvan moe en/of zat uit. En dan moest afsluiter Raketkanon nog beginnen. Geen cadeau dus voor deze band, die voor een groot deel teert op de energieke wisselwerking tussen muzikanten en toeschouwers. En het was voor Raketkanon in het begin inderdaad opboksen tegen het uitgetelde publiek. Er werd gesprongen, gestampt, geschreeuwd en woest om zich heen geslagen, maar zonder al te veel respons vanuit de zaal. We waren wel stevig onder de indruk van deze topzware set, die de withete oerkracht van het album #RKTKN feilloos naar het podium bracht. We werden zelfs even bang toen zanger Pieter-Paul Devos een paar maracas tot slingerobject promoveerde, zó woest ging ie met dat ding tekeer. En de inspanningen loonden op den duur: tijdens single “Herman” ontwaakte het publiek uit zijn (slaap)dronken roes, en ging het dak er toch nog af tot op het einde van de set. Of zoals de oude volkswijsheid zegt: als je er maar hard genoeg op klopt, gebeurt er altijd wel iets. Raketkanon zorgde voor het een ziedend, machtig slotakkoord van deze tweede dag van We Are Open. Niet meer of niet minder dan wat het verdiende.

En Roger De Festivalman, die vond het ook allemaal ge-wel-dig!

E-mailadres Afdrukken