Echo Beatty

18 januari 2013, Café Salle Jeanne Simons (Deurne)

Guy Peters - 19 januari 2013

Hoe duidelijker het wordt dat er in Echo Beatty niet alleen een eclectisch folkduo, maar ook een avant-garde project schuilt, zo gepaster lijkt het dat de eerste van twee albumvoorstellingen plaatsvond in het wat aparte Salle Jeanne dat, verweven in een meubelwinkel en voorzien van een achterzaaltje, zowel een onderkomen leek te bieden aan een familiereünie als aan trendy jong volk dat ook eens wat anders wil. Voor een mooie opkomst speelde Echo Beatty een concert dat voortdurend heen en weer laveerde tussen experiment en toegankelijkheid.

En ook: zo statisch als de twee erbij stonden toen ze vorige maand nog openden voor Flying Horseman, zo geanimeerd ging het er nu aan toe. Bij Van Dinter toch, die zich ondanks de zenuwen duidelijk in haar sas voelde, ruim de tijd nam (of kreeg, door Baelus’ stempauzes) om een woordje uitleg te geven, sensueel heupwiegend achter een keyboard stond en met ontwapenende charme de kleine technische mankementen en slordigheden wist op te vangen.

Maar eerst het Canadese duo Solar Year, dat fungeert als opener voor beide releaseconcerten. Op hun Facebookpagina wordt melding gemaakt van de genrenaam psalmgaze en dat was voor de start niet eens zo’n slechte benaming. Zanger David Ertel leek aanvankelijk wel pastorale hymnes te zingen, die ter plekke werden behandeld en verdubbeld. Dat had enerzijds een heel synthetisch effect, alsof er een paar muzikanten aan de slag gegaan waren met kierewiete auto-tunesoftware, maar tegelijkertijd benadrukte het de etherische inslag van hun muziek. Daarna kregen ritmische elementen, die vooral aangedragen werden door kompaan Ben Borden, meer belang.

Dat werkte behoorlijk goed: de medley van de eerste drie songs zat met een knappe flow in elkaar, waarbij de lome beats en het frisse geknetter mooi gedoseerd gedrapeerd werden rond Ertels bijna engelachtige vocalen, die soms herinnerden aan Scritti Politti’s Green Gartside. Naarmate de set vorderde, nam hier en daar ook de kitschfactor toe, en niet altijd ten goede. Songs werden meer en meer inwisselbaar, contouren vervaagden en hypnose sloeg een beetje over in monotonie. Een voorbeeld van hoe het niveau van een veelbelovende start niet helemaal aangehouden kon worden.

Bij Echo Beatty werd, veel meer nog dan tijdens hun vorige concert, benadrukt dat songs geen afgewerkte producten zijn. De filmische rootsmuziek met aparte klanken werd heel secuur opgenomen voor Tidal Motions, maar wie uitvoeringen verwachtte die klakkeloos de studioversies reproduceerden, die was er vanaf opener “Montana” aan voor de moeite. Live worden intro’s gerekt door het geduld en de omzichtigheid waarmee Baelus het fundament prepareert waarop Van Dinter haar ding kan doen. Experimenteler en taaier dan de plaat dus, maar ook een grotere uitdaging en met meer verrassingen in petto.

Bovendien viel op dat Van Dinter echt wel een uitstekende zangeres is. Met al die bricolagetechnieken van Baelus is het voor haar zo al niet makkelijk om de aandacht erbij te houden, maar de zangpartijen waren doorgaans loepzuiver en werden met overgave uitgevoerd. In “Guests” zorgde dat alweer voor een hoogtepunt met galmende grandeur. Dat het ingenieuze stapelen en brouwen ook andere risico’s met zich meebrengt, werd dan weer duidelijk in het tot epische lengte uitgerekte “Pretending”, waarin de twee elkaar even uit het oog leken te verliezen.

Dat soort onvolmaaktheden zat er een paar keer in, maar bracht de kwaliteit van het concert eigenlijk niet in gevaar. Het was wel zo dat ze, door de lange pauzes en uitweidingen, de cohesie van het album dreigden kwijt te spelen, waardoor het concert inboette aan samenhang. Anderzijds had dat wel als gevolg dat luisteraars steeds opnieuw gedwongen werden om in de merkwaardige wereld van Echo Beatty te duiken, waarin een stompend stuk als “Eye To Eye”, dat klonk alsof het flirtte met minimale elektronica, afgewisseld werd met een rustpunt als “All That Is Not” en het traag op gang komende, maar met percussieve uitbarstingen volgestouwde “The Soft Side”.

Slotsong “Sparks” kreeg nog een verdiend vervolg met een nieuw bisnummer, dat ook niet helemaal in z’n plooien viel, maar wel weer de eigenzinnige aanpak en sound van Echo Beatty onderstreepte. Dat het concert enkele onvolmaaktheden vertoonde was, net als bvb. het concert van Flying Horseman dat vorige maand geplaagd werd door technische storingen en een paar valse starts, eigenlijk bijna een bonus. Je krijgt nu immers een band te zien die nog niet de kans gekregen heeft om te wennen aan deze nieuwe fase in zijn bestaan, nog niet tegemoet moet komen aan zelfgecreëerde verwachtingen en daardoor muziek speelt die nog ademt, leeft en vorm krijgt terwijl je ernaar staat te kijken. Dus ja, ze maken het live waar, maar niet noodzakelijk zoals je ‘t verwacht. Wie gaat daar over klagen?

Vanavond speelt Echo Beatty zijn tweede releaseconcert in de Minard (Gent). Tidal Motions zal ook daar verkrijgbaar zijn. Daarna is het wachten tot de officiële releasedatum (28/1).

E-mailadres Afdrukken