Banner

Melody Gardot

8 november 2012, Koninklijk Circus

Tom De Moor - 08 november 2012

Met "The Absence" bracht Melody Gardot dit jaar haar meest kleurrijke plaat tot dusver uit. Vol nieuwsgierigheid onderzochten wij of dat te verzoenen valt met de rokerige, mysterieuze stage persona die we van voordien kennen.

Al sinds dag één van haar muzikale carrière is Gardot een publiekslieveling. Dit dankzij een slimme jazzvariant die toegankelijk genoeg is voor het grote publiek, maar desondanks niet te commercieel gaat, zodat Gardot ook bij de critici blijft scoren. Geen wonder dat het publiek van het uitverkochte Koninklijk Circus ook ditmaal weer op zijn minst heterogeen te noemen is. Allemaal gingen ze aan de hand van de blonde deerne mee op wereldreis in het kielzog van diens derde langspeler, die de internationale invloeden compileert die ze op haar vorige tournee verzamelde. Zij voorzag elk van hen van wat wils met een concert dat van enigmatische rokerigheid naar een volksfeest toewerkte.

De avond stak van wal zoals een Gardot-gig dat betaamt te doen. Als een moderne Gloria Swanson verscheen Gardot op de spaarzaam verlichte bühne met “No More My Lord”, enkel begeleid door het versterkte geluid van haar hakken. Nadat dit nog maar eens onderlijnd had hoe sterk haar stem eigenlijk wel is -- een constatering die wel eens verloren durft te gaan in de gladde albummix -- mocht de vijfkoppige band invallen voor een lang uitgesponnen versie van "The Rain", die zo vroeg in de set al te gretig solo's bovenhaalde, die bovendien niet steeds bij de melancholische sfeer van het nummer pasten.

Even was er de herinnering aan de gebreken van Gardot's vorige live passages: uiterst professioneel, maar bij momenten te gladjes en te afstandelijk. Deze gedachte was nog niet koud of Gardot herpakte zich met een smeulend "Goodbye", dat nog maar het begin van de verrassingen vormde. Haar missie voor deze tournee is om haar publiek mee te laten proeven van de multiculturele indrukken waarmee zij haar koffer vollaadde en daar slaagde ze wonderwel in. Nadat ze ontdooid was, nam ze Brussel enthousiast mee op pad langs Brazilië (een zwierig "Mira"), Parijs ("Les Etoiles"), Portugal (een met saudade overgoten "Lisboa") en Afrika (de door reggae beïnvloede afsluiter "Iemanja"). Tussendoor ratelde ze anekdotes over reisavonturen af en plaatste ze zelfs al eens een gewillig danspasje. Een groot verschil met de statige présence die we vroeger van haar gewend waren.

Uiteraard hoefde er niet altijd een feestsfeer te hangen. Vooral via haar oudere werk zocht Gardot emotionelere sferen op, die beter doorbloed dan ooit tevoren klinken. Het vertraagde "Baby I'm A Fool" en een stevige versie van "Who Will Comfort Me" bleven aan de ribben plakken. Met een magistraal beklijvende versie van "My One And Only Thrill" kwam ze tot een absoluut hoogtepunt, dat je even van deze planeet wegvoerde. In deze verhoogde beleving van de nummers hoorden we haar vocaal ook breder gaan dan ooit -- haar kenmerkende timbre werd vlot afgewisseld met rauwere klanken en hoge uithalen.

De überprofessionele band, het degelijke materiaal en het steevast lichtjes film noir-getinte sfeertje keurden we vroeger al goed. Het genot waarmee Gardot stond op te treden, was echter een nieuw element dat ervoor zorgde dat ze voor het eerst echt kon overdonderen. Na een set van twee uur moest je wel toegeven dat je zowel cultureel als gevoelsmatig een rijke reis afgelegd had.

E-mailadres Afdrukken