Banner

Gent Jazz: Ninety Miles + Robin Verheyen NY Quartet + The Bad Plus feat. Joshua Redman + Melody Gardot

8 juli 2012, Bijlokesite

Guy Peters - foto's: Bruno Bollaert / Jos L. Knaepen - 08 juli 2012

Een topavond zoals die met Joe Lovano, Dave Douglas en Wayne Shorter zorgt er altijd voor dat de volgende dag wat overbodig lijkt. Je struint daar maar wat rond, doordrongen van het besef dat je het beste hoogstwaarschijnlijk al achter de rug hebt. En dan krijg je ook nog eens die plensbuien op je kop. Om het helemaal compleet te maken, word je ook nog eens verwacht om meteen een feestje te bouwen met een band die resoluut de kaart van de exotische fuif trekt en geen genoegen neemt met een tent zonder collectieve grijns.

Veel kan de organisatie er ook niet aan doen, want zoals ze zelf aangaf, is het regenweer de trouwste bezoeker van het festival. Het zevenkoppige Ninety Miles, genoemd naar de afstand tussen de Verenigde Staten en Cuba, liet het zich alleszins niet aan z’n hart komen en bonkte er meteen aardig op los met opzwepende drums en percussie, driftig betimmerde vibrafoon/marimba, tenorsax, trompet, piano en bas. De tenorsax van David Sanchez en trompet van Nicholas Payton vormden meteen een hechte frontlinie die voor aardig wat geweld en spektakel zorgde. Een beetje heftig op een nuchtere festivalmaag, maar het moet niet altijd de in mysteriën gehulde epiek van Shorter & co zijn.

Aanvankelijk werkte de stijl van het combo best prima, maar al snel werd duidelijk dat het enthousiaste machtsvertoon niet altijd even veel om het lijf had. “Brown Bell Blues” en “And This Too Shall Pass”, composities van vibrafonist Stefon Harris, wilden nog overtuigen, maar daarna kreeg je soms toch af te rekenen met het lege doosgevoel. Solo’s draafden ellenlang rondjes op een vierkante meter en wat sensueel en/of meeslepend zou moeten zijn, was eigenlijk log en drammerig. Afsluiter “City Sunrise” leek op een bepaald moment goed op weg om een en ander recht te zetten met een dromeriger coda die de melancholie opzocht, maar ook daar werd weer het kabaal erbij gehaald met een nietszeggende finale. Het had misschien wel met het weer te maken, maar Ninety Miles pakte gewoon niet.

Het contrast met het concert van het Robin Verheyen NY Quartet kon amper groter zijn. De naar New York uitgeweken Kempenzoon heeft zich in the Big Apple immers verder ontwikkeld tot een imposant muzikant en componist, die eerder aan het cerebrale uiteinde van het jazzuniversum terug te vinden is, met een voorliefde voor vreemde timing, merkwaardig gelaagde composities en soms weerbarstige melodieën die geen twee keer hetzelfde zijn. Dat zorgt er dan ook voor dat Verheyens muziek zelfs op z’n toegankelijkst -- en zo zijn er volop momenten -- erg ongrijpbaar blijft, door de losse ondergrond van bassist Drew Gress en drummer Jeff Davis, beiden knallers van de New York-scene.

Een trager stuk als “Free Time” was een gepast moment om zijn wat rokerig fluwelen toon op de tenorsax te laten horen, net als een vermogen om aan te sluiten bij een traditie van vernieuwing die al langer als een rode draad door z’n werk loopt, maar voor ons kwam zijn muziek het best tot z’n recht als hij de sopraansax hanteerde, zeker in composities met een avontuurlijke insteek, kromme groove of allebei, zoals in opener “RR”. Die liet mooi horen dat Verheyen z’n eigen taal ontwikkeld heeft, wat nog eens benadrukt werd door het complementaire samenspel met trompettist Ralph Alessi.

Er volgden een paar meer vloeiende composities, maar opnieuw waren het stukken als “Incognito” -- het soort avontuur met net voldoende houvast dat je in de jaren zestig voorgeschoteld kreeg door volk als Andrew Hill -- en afsluiter “Roscopaje”, met ideeën die er in gulpen uit rolden, die het meeste indruk maakten. Groots was het allemaal (nog) niet, maar Verheyen speelt met een vanzelfsprekende maturiteit die zeker niet moet onderdoen voor die van z’n Amerikaanse collega’s. Integendeel zelfs: Verheyen maakte zijn rol als leider meer dan waar.

Pianotrio The Bad Plus, op een bepaald moment in zijn bestaan waarschijnlijk een van de meest geliefde én verguisde bands van de jazz, was na een lange afwezigheid opnieuw in ons land. Alleszins voor het eerst sinds de release van Never Stop, een van de beste albums uit zijn carrière, en eentje waarmee de drie definitief afscheid lijken te willen nemen van de coversperiode. Nochtans bouwde die plaat eigenlijk gewoon verder op een beproefde formule, waarbij de tussen jazz, klassiek en pop tinkelende pianolijnen een mooi verbond vormen met het vaak kloeke werk van bassist Reid Anderson en drummer Dave King (die in vergelijking met het voorgaande kwartet, en zowat 95% van artiesten en bezoekers op dit festival, zo weggelopen leek uit een motorbende).

Beweren dat The Bad Plus gewaagde muziek maakt, zou wat te ver leiden, maar het is wel een van de meest speelse en (soms) grappige bands van de mainstreamjazz, wat nog maar eens tot uiting kwam in de absurde bindteksten en jolige atmosfeer die soms op het podium heerste. De band slaagt er ook nog steeds als geen ander in om dromerige popelementen te integreren met fraaie ballades en soms bonkende uithalen, rockachtige climaxen en wendbare ritmes. Dé troef was echter gast Joshua Redman. Twintig jaar na z’n debuut ziet die er nog steeds uit als een snotneus, maar hij bewees wel waarom hij tot de meest gerespecteerde tenorsaxofonisten van zijn generatie gerekend wordt.

Hij pikte probleemloos in op het spel van het trio, scheurde een aardig eindje weg in het opgejutte “2 P.M.” en zorgde voor lijzig blaaswerk in “1979 Semi-Finalist”. Andersons “You Are” was vooral voor King een aanleiding om eens volledig over de rooie te gaan, en dat terwijl het voor een groot stuk het midden hield tussen groovepop en een lichter, haast Scandinavisch geluid. Afsluiter “Prehensile Dream” kende dan weer een grandioze climax met een vette knipoog, al werd de show ook daar volledig gestolen door Redman, die de emokaart kon trekken zonder stroperig te worden. De verhoopte triomf was het niet, maar The Bad Plus liet wel horen dat jazz en pop samen kunnen gaan zonder dat het een of het ander verloochend moet worden.

Van Melody Gardot wisten we eerlijk gezegd niet veel meer te vertellen dan dat ze naar verluidt aardig wat indruk maakte bij een vorige doortocht (Gent Jazz 2009) en dat ze veeleer aan de buitenste regionen van het genre gezocht moet worden, waar jazz eerder een cosmetische aanpassing dan een structureel element is. We waren heimelijk al op het ergste voorbereid, maar die sceptische houding was aanvankelijk nergens voor nodig. Gardot, een artieste die zich gewoontegetrouw met zonnebril en bakken tegenlicht op het podium begeeft, zag eruit en gedroeg zich als een combinatie van Maria Callas, Astrud Gilberto en een Amerikaanse filmdiva uit de stille film: met zelfzekere zin voor dramatiek, zich schijnbaar achteloos bewegend door composities die nu eens tegen cocktailjazz aanschurkten, maar net zo goed flirtten met wiegende bossa, New Orleans en melodieën uit het Midden-Oosten.

Gardot profileert zich graag als een wereldburger en dat zal de luisteraar geweten hebben, want al snel draaide het concert uit op een behoorlijk spectaculair schouwspel met de meest uiteenlopende invloeden, vol perfect getimede lichteffecten, een paar opvallende solomomenten (met een Roland Kirk-rol voor de overactieve saxofonist van dienst), achtergrondzangeressen en kledingwissel voor madame. Die was afwisselend sensueel en plagerig, bracht even een stukje stand up comedy en voerde Gent Jazz vermoedelijk dichter bij Broadway dan het ooit geweest was. Dat was meteen ook het grootste pijnpunt: het concert teerde op musicalroutine (zelfs in de oeverloze saxsolo) en gaandeweg leek het wel alsof Gardot ook wat geforceerde tics begon te vertonen, zoals een merkwaardige trilling die haar stem, van nature een rondere versie van Michelle Shocked, deed klinken als een doorrookte Devendra Banhart. Maar kijk, de opkomst loog er niet om en de respons evenmin: het jazzluik van het festival werd afgesloten met de grote trom.

E-mailadres Afdrukken
 
Gent Jazz: Ninety Miles + Robin Verheyen NY Quartet + The Bad Plus feat. Joshua Redman + Melody Gardot

Uit ons archief
Banner

TEST