Banner

Sonore + Chaos Of The Haunted Spire

21 mei 2012, Trix

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 22 mei 2012

Er zijn een paar ongeschreven adviezen in de rock-‘n-roll. Een daarvan is dat je zorgt voor een voorprogramma dat de hoofdact niet in een vervelende positie brengt. Waarom zou je in godsnaam nog het podium opstappen als je op moet na pakweg Slim Cessna’s Auto Club, Oxbow of Flying Horseman? De luisteraar is immers zo hard overtuigd van het verhaal en de waarheden van zo’n klepper dat het er haast niet meer toe doet wat de headliner van de avond te vertellen heeft. Zo ook in de vierde avond uit de Chicago Jazz Connection-concertreeks.

Nu, er zal vast wel een goede reden achter die volgorde hebben gezeten, maar het blijft een feit dat spelen na Sonore een vergiftigd geschenk is, en dat om de eenvoudige reden dan je moet opboksen tegen decennia ervaring via honderden concerten vol ad hoc samenwerkingen en op punt gestelde doelgerichtheid. Peter Brötzmann, Ken Vandermark en Mats Gustafsson, die leven op een podium, die hebben daar hun naam en faam opgebouwd, die maken met Sonore muziek die elke keer opnieuw (nog) beter tot z’n recht komt voor een publiek dan op een schijfje, als je de diep ronkende uithalen voelt tot in je onderbuik en de schrille uitschieters flirten met de pijngrens. Het is muziek van en voor het moment, uitgevoerd met een quasi-achteloze vanzelfsprekendheid én een soms verpulverende intensiteit die hoe dan ook impact heeft.

Het recent verschenen Cafe OTO/London bewees dat er nog geen sleet zit op de ‘formule’ van drie blazers en ook met dit optreden bewees het trio z’n status binnen de wereld van de geïmproviseerde muziek en avant-gardejazz meer dan waard te zijn. Er werd boudweg uitgepakt met het Grote Gebaar in de vorm van ontzette scheurpartijen en hysterisch gekwetter, maar op andere momenten was je net zozeer getuige van subtiel vakmanschap dat er alleen maar kan komen na jarenlang vijlen, bijsturen en verbeteren. Net als op het album beperkte Gustafsson zich tot de baritonsax en net als op het album maakte hij een grootse indruk, schipperend tussen ritmische ondersteuning, harmonisch gefleem (echt!) en nu en dan natuurlijk dat woeste beestenvocabularium.

Gustafsson maakt geluiden -- vaak een samengaan van smeltend metaal en z’n eigen briesende geschreeuw -- die met zo’n viscerale kracht door de lucht bewegen dat ze aankomen als keiharde uppercuts. De man heen en weer zien wiegen als een jagende katachtige, zien kwispelen met die frequent mishandelde tong en als een hondsdolle hufter tekeer zien gaan op dat stuk ijzer, het is iets dat in de juiste context een fenomenaal spektakel blijft. Zelden komt het zo goed tot z’n recht als in de wisselwerking met Vandermark. Die weet dat hij zich niet met dat geweld kan meten en kiest dan ook voor een andere tactiek, zowel op klarinet, tenorsax als baritonsax met een iets gepolijster geluid, maar ook met een ontzettend goed ontwikkeld oor voor dynamiek en variatie. Vandermark is duidelijk de meest ontwikkelde componist van de drie, en meer dan eens degene die bepalend is voor scharniermomenten en nieuwe richtingen.

Zeggen dat vadertje Brötzmann zich zomaar zou laten opzij zetten door z’n discipelen zou echter een grove leugen zijn. Op tenorsax, klarinet én altsax is de man immers een fenomeen van de ademstoot en de zeventiger tekeer zien gaan, met die knalrode, driftig schuddende kop en die blatende en tierende flarden furie, het is een hoorspel met een verzengende intensiteit, genadeloze directheid en niet kapot te krijgen poëzie van bulderdrang. Hij kan moeiteloos op z’n eentje een verhaal vertellen (en er waren voor elk van de drie imponerende solostukken), maar net zo goed werken aan een extatische of zelfs ingetogen climax met z’n kompanen. Het vuur was volop aanwezig, zeker in het eerste stuk, dat bijna vijfentwintig minuten in bochten bleef wringen, maar hét moment van het concert kwam misschien wel naar het einde van het derde (en laatste) stuk, toen de oude meester een fraai moment van melancholie van z’n kompanen meedogenloos overhoop schopte met een ontredderde saxschreeuw. Huiveringwekkend intens.

Sonore speelde een taaie set, zoals verwacht, maar haalde ook moeiteloos het verhoopte niveau. Het trio staat intussen garant voor een collegiaal evenwicht en een vorm van communicatie die zo sterk ontwikkeld is dat je van de eerste tot de laatste seconden aan hun lippen hangt. En dan doet de correcte muziektechnische terminologie er niet meer toe. Dit was immers pure overdondering, hyperexpressieve daadkracht en genreoverschrijdende emotie. Prachtig. En een perfecte manier om een avond af te sluiten.

Maar dan kwam er nog een concert van Chaos Of The Haunted Spire feat. Sickboy & Pierre Vervloesem. Bij een vorige passage van het duo Andrew Claes/Teun Verbruggen werd er al lustig gerotzooid met vrije improvisatie en elektronica op een manier die al even avontuurlijk als (soms) onsamenhangend was. Met de komst van elektronicaman en bassist Pierre Vervloesem (o.m. X-Legged Sally en FES) verbeterde dat er eigenlijk niet op. De elektronicafactor was nog nadrukkelijker aanwezig en de improvisatie al even vrij van patronen. Enerzijds leidde dat tot een nog eclectischer, bombastischer en nog sterker ‘hedendaagse’ sound, maar de spankracht van het concert werd er helaas niet beter op. Het zijn muzikanten die al ruimschoots bewezen hebben dat ze in andere contexten meer dan hun mannetje kunnen staan, maar deze keer wilde de optelsom niet leiden tot een onverhoopte hoge score.

Verbruggens stuiterende ritmes hebben meteen een air van virtuositeit, maar zelden konden ze een rol van betekenis spelen in het geheel, waarbij een soort evenwaardige melange bekokstoofd werd van analoog en digitaal, met nu en dan elementen van groove, die doorgaans meteen de kop in gedrukt werden. Dit was immers een in beweging blijvende ideeënsoep vol bleeps en teruggekaatste sound, met ontregelde EWI-riedels, logge bastonen en een ritmische heksenketel. Er werd wél gevarieerd met densiteit, waardoor de muziek nu en dan wat meer ademruimte kreeg, maar al te vaak had het ook een we hebben die speeltjes nu, dus laten we ze maar zoveel mogelijk gebruiken-filosofie, en dan vooral bij Claes, die soms maar wat leek aan te modderen zonder zich al te veel aan te trekken van een collectief verhaal.

Je moet ze nageven dat ze gedurfd tekeer gingen en, net als de kerels voor hen, de sprong in het diepe waagden, maar wat deze keer ontbrak was cohesie, een verhaal en vooral: betrokkenheid bij de luisteraar. Een figuur als Verbruggen zie je even vaak (zo niet meer) buiten als binnen de lijntjes kleuren (denk maar aan de recente prachtplaten en/of -concerten met Othin Spake, Too Noisy Fish en Bureau Of Atomic Tourism), maar binnen de context van Chaos Of The Haunted Spire leidde dat niet tot een betekenisvolle relatie voor de aanwezigen. Die konden weinig anders dan de uit hun voegen barstende muziekgolven over zich heen laten rollen en weinig wijzer huiswaarts keren, en dat is jammer.

E-mailadres Afdrukken
 
Sonore + Chaos Of The Haunted Spire

Uit ons archief
Banner

TEST