Banner

All Tomorrow's Parties curated by Animal Collective

Dag 3

Didier Vanoverbeke - 23 mei 2011



Lees ook dag 1 en dag 2!

Een mirakel heeft zich voltrokken op het terrein van Butlins te Minehead: de wereld slaapt, zelfs om één uur 's middags. Gelukkig zijn er de talrijke meeuwen om de holbewoners te herinneren aan hun alcoholmisbruik van de uren voordien. Een probleem voor velen, want ze moeten het nog één dag volhouden, en hun investering dan nog eens rechtvaardigen door in de vuurlinie van de ronkende luidsprekers te gaan staan. Wat een leven.

Zelfs ik, nuchtere ik, heb het moeilijk op deze zowaar prachtige zondagnamiddag. Ik word bijna neerslachtig wanneer ik hoor dat Group Doueh al om 14u zou aantreden. Maar omdat het echt moet, en ik de humor van een Afrikaans dansfeestje tussen katerende Britten goed kan inschatten, kam ik mijn nog natte haar in achterwaartse zin en bereid een hinderlaag voor in Breakwater Grove.

Op Centre Stage staat een grote meneer, de Jimi Hendrix van de Sahara. Zijn naam? Doueh. Hierheen gesleurd door de mannen van Sublime Frequencies (waaronder ook Alan Bishop, bekend van Sun City Girls). Hij wordt bijgestaan door zijn 'group', te weten zijn vrouw en een trouwe trawant. Het is vooral zijn wederhelft, Halima, die de show steelt met een wervelende vocale prestatie. De muziek zelf weet vooral in het begin aanstekelijk te werken, met een meer traditionele keuze binnen hun instrumentarium. Na enkele songs wordt echter overgeschakeled op de geprogrammeerde synthesizer.

Nu moet ik mij toch afvragen wat men in werelddelen gevuld met een dergelijk rijk assortiment instrumenten eigenlijk heeft aan een machine die foutloos Westerse melodieën en ritmepatronen schalt. Soms daagt het in mijn brein dat al deze artiesten, van die Afrikaanse hoorn tot in de straten van Beirut, een soort wraakactie gepland hebben, een postkoloniale mop tappen terwijl de dikke muzieksnob zich een maatje kleiner danst op de flinterdunne houtvloer van Omar Souleymans muzikale bouwsel. Of misschien is het gewoon de schuld van de jaren '80. Ja, dat klinkt al een stuk veiliger.

Na toch een zeer aandoenlijke set begeef ik mij naar Burger King. Weet u waarom ik dat nog eens vermeld? Omdat het verdomd vriendelijke mensen zijn, die medewerkers van Burger King in Butlins. Ondertussen ontmoet ik Sebastian, die blijkbaar aan het freeloaden is op de rug van Hayvanlar Alemi (grapje hoor), en meteen de tweede en laatste Belg is die ik op dit festival zou spotten. Het gesprek leert mij dat de veiligheid op het terrein te wensen overlaat; blijkbaar zijn de sleutels voor de chalets niet zo exclusief als men zou hopen. Het zal dan wel een eenmalig voorval geweest zijn. En zoals we allemaal weten: hipsters stelen niet, ze ontvreemden alleen maar.

Angel Deradoorian mocht als volgende slachtoffer in een zweterig Centre acteren. Ik ging uit sympathie. Dat had ik beter niet gedaan, want het solowerk van het fijn besnaarde lid van Dirty Projectors was eerder slaapverwekkend. De jonge deerne koos donkere lyrische paden te bewandelen, zonder de eigen stem echt in de schaal te leggen. Het gevolg was een groep luisterliedjes die zelden gevoelige plekjes wist te raken en nooit kon overmannen. Bovendien toonde Deradoorian weinig enthousiasme bij haar performance. Naar het einde toe hoorde en voelde ik dat er een rauw rockconcert begonnen was in Reds, dus ik wisselde de slappe koffie in voor een stoot adrenaline.

Dat rockend feestje kwam op naam te staan van The Entrance Band (uit te spreken zoals het werkwoord 'to entrance'). Reds is goed volgelopen voor het viriele trio, vermoedelijk ook omwille van Paz Lenchantin, voormalig muzikante bij A Perfect Circle en Zwan, en - naar ik mij laat vertellen - een streling voor het oog. Bij mijn intrede is de band net begonnen aan een bruuske cover van 'A House Is Not a Motel' (Love); een betere binnenkomer is moeilijk denkbaar. De rest van de songs kwamen vermoedelijk uit het debuutalbum van The Entrance Band ("from Space"), mij geheel onbekend. Ik kan wel melden dat het daar stoomde in Reds; gure riffs, gespierde drum- en baspartijen en het aanstekelijke stemgeluid van Guy Blakeslee zorgden voor een onverwacht hoogtepunt en die broodnodige frisse lucht van een klassieke, scheurende rockformatie.

Buiten schijnt de zon. In plaats van naar Prince Rama te gaan kijken besluit ik mijn reeks van onafgebroken muziek (of aanwezigheid in het entertainment centre) gruwelijk te doorklieven. Ik trek samen met de bassist van Dent May naar de bedenkelijke zitgelegenheden nabij Crazy Horse en keuvel wat met de goedgeluimde stoner over zijn thuisland. Even later worden wij begroet door enkele dames die hem blijkbaar al eerder op het festival ontmoet hadden. Ik vertel het stel een willekeurig weetje; het betreft de Zwitserse stad Kloten en het gelijksoortige woord in het Nederlands. Altijd een winnaar.

Na een slordig uur zon trek ik opnieuw richting Centre, waar Daniel Lopatin zijn project Oneohtrix Point Never zal blootstellen aan mijn haarscherpe kritische zin. Komt-ie: het was wat vervelend tot ik besloot te gaan liggen. (Na twee dagen waren de tapijten enigszins plakkerig.)

Sinds mijn terugkeer heb ik enkele malen koffie besteld in België. Het toont nog maar eens wat voor 'n kleingeschapen volkje wij eigenlijk zijn. Een 'small coffee' in het entertainment centre, hetgeen mij niet meer kostte dan pakweg in de bar van de Botanique, kon mij meer dan een uur bezighouden. Toegegeven: je krijgt er geen koekje bij. Om maar te zeggen: ik was mijn tijd aan het doden tot Drawlings, zusterlief van Avey Tare (Animal Collective) haar ding zou doen in Crazy Horse. Ondertussen mocht ik een zekere Heather gezelschap houden die mij wou uitvragen over blind zijn. Andermaal: die conversaties ontvlucht je nergens. Zij was ook opzienbarend door haar bewering al op iedere (Britse) editie van ATP te zijn geweest. Ze was ook aartsvriendelijk, net als al die andere malle Butlinsbezoekers.

Eerst nog dit: dat ik naar Drawlings zou gaan, was gezien mijn liefde voor Animal Collective geen verrassing. De meeste collega-uitgemergelden gingen echter naar Centre waar Zomby zijn beats zou laten rollen. Een stamlid der Britten had mij de dag voordien nog lachend toevertrouwd: "nou ja, als hij tenminste komt, want hij heeft de reputatie dat niet te doen". U raadt het al: hij kwam niet.

Naar 'de zus van' gaan kijken, het heeft natuurlijk iets inherent pervers. Toch kan ik melden dat de dame in kwestie zich een sterke muzikale presence aanmat, met prachtige, hypnotische drijfsels die weldegelijk veel van broederlief afkeken. Vooral in het departement 'vocale effecten' was de knipoog naar Animal Collective wel erg duidelijk. Maar ze maakte toch vooral haar eigen ding, eerder ingetogen in vergelijking met wat de curatoren de dag van vandaag bezigen. Om de perstrein helemaal op gang te duwen: als afsluiter bracht Drawlings een nummer met een omgewenteld stukje uit 'Our Prayer' van die alomtegenwoordige Beach Boys. Hebben we dat genoteerd voor de toekomstige persfolders? Prachtig.

Op Centre Stage speelt zich daarna de perfecte triple-bill af: achtereenvolgens krijgt het publiek Atlas Sound, Gang Gang Dance en Animal Collective voorgeschoteld. En ik vond het blijkbaar nodig om al die tijd vooraan te gaan staan. Tot tegen de barrière in het geval van Atlas Sound. Daar word ik herenigd met Joe, de Amerikaan die mijn veilige thuiskomst verzekerde en mij 'babe' noemde (wat een vreemde dag). Bradford Cox is in goede doen, ondanks wat technische foutjes bij het eerste nummer. Natuurlijk kan hij op veel bijval rekenen bij kanjers als 'Walkabout' en 'Shelia', en hij is ook diegene die de zaal en masse de kans geeft om de doden te eren.

Want in feite stond deze ATP in het teken van de muzikale vrienden die uit het leven gedreven werden. Trish Keenan (Broadcast) liet een gevoel van enorm gemis achter bij menig muziekliefhebber, en haar bandgenoot en partner James Cargill werd dan ook in de armen van het festivalpubliek gesloten. Het maakte de set van Atlas Sound nog emotioneler dan hij al was, want de eerlijkheid waarmee Cox zijn songs construeert en zingt blijft diep nazinderen. En dan is daar plots Ariel Pink met een verjaardagstaart. Wat een achtbaan!

Gang Gang Dance zorgde dan weer voor het meest uitbundige moment van ATP. De aanstekelijke drums, het giecheltrutstemmetje van Lizzy Bougatsos en het pure volume brachten mij moeiteloos aan het huppeldansen, en dat meer dan een uur lang. Ik zal er maar geen geheim van maken dat ik het nieuwe materiaal in feite niet zo sterk vind, maar live maakt dat geen moer uit. Door de overvloedige aanwezigheid van concerten in deze meimaand hebt u ze vermoedelijk gemist, maar grijp de volgende keer alstublieft uw kans; een miskoop is onmogelijk.

En dan nog eens Animal Collective. Ik ben nog eens op de plakkerige vloer gaan liggen, want het lichaam brulde van neen. Dat krijg je dan als je mensen uitdaagt tot een 'We Tigers Dance-off'. Nadien kon ik de wil niet meer opbrengen om te gaan feesten. Deze editie van All Tomorrow's Parties zou er een zonder katers worden, iets waarvoor ik hoogstwaarschjinlijk wel exclusiviteitsrechten kan opeisen. Bovendien heb ik op die manier nog een fijne documentaire gezien over censuur van 'videonasties' in Groot-Brittannië.

En zo kwam All Tomorrow's Parties tot zijn einde. Om zeven uur 's ochtends stond ik op, gooide alles hier en daar in de rugzak en consumeerde de laatste banaan. Op de bus richting Taunton Station dacht ik even aan slapen, tot ik stemmen leek te herkennen op de bank achter mij. Het waren weldegelijk de dames die ik de dag ervoor nabij Crazy Horse had gesproken. Ook zij konden mijn bestaan nog plaatsen, met de gevleugelde uitroep: "Oh, Testicleman!" Live and learn, beste lezer.
E-mailadres Afdrukken
 
All Tomorrow's Parties curated by Animal Collective

Uit ons archief
Banner

TEST