Banner

All Tomorrow's Parties curated by Animal Collective

Dag 1

Didier Vanoverbeke - 18 mei 2011


Butlins, Minehead (UK), 13 mei 2011

Met de trein naar Minehead, het is niet de ideale reismethode. Iedere mens met de middelen en een ongeschonden hersenpan verscheept zichzelf eilandwaarts, om vervolgens per auto naar het al dan niet pittoreske Sommerset te brommen. Helaas beschik ik over auto noch rijbewijs (alsook het nodige zicht om een bolide veilig langs de autosnelwegen te gidsen), dus moest het maar met de rampzalig overschatte Eurostar. Ik zou er twee alinea's over kunnen doorbomen, maar laten we eerlijk zijn: wat een kuttrein.

Na ongeveer acht uur reizen kon ik eindelijk mijn trekkersrugzak neerploffen in het Engelse antwoord op Center Parks, althans dat dacht ik. Bij het inchecken bleek echter dat ik nog twee uur de tijd had om rustig rond te sloffen alvorens de kamers vrijgegeven werden. Nou moe.

Ziet u, All Tomorow's Parties fungeert anders dan de doordeweekse festivals. In feite koopt de bezoeker geen traditionele festivaltickets, oh nee. Hij of zij huurt een 'chalet' voor drie dagen, die het gewenst aantal personen een comfortabele woonst biedt. De huurder krijgt dan een hoeveelheid polsbandjes toebedeeld die elke inwoner van zijn of haar prefabgebouw moet toelaten het festival bij te wonen. Ik stond ditmaal ingeschreven voor de 'twin room'; onder holbewoners had ik dus een wel erg armzalig optrekje.

Gelegenheidskamergenoot Pedro, een stille dertiger uit Noord-Spanje, tekent al present sinds acht uur 's ochtends. Wij trekken er dus op uit met als doel het bestrijden van de immense verveling en vermoeidheid. En de honger, natuurlijk, want zo'n chocolate muffin in een station doet het spijsverteringssysteem toch even grinniken. Als straf voor dit interne oproer ga ik regelrecht op de lokale Burger King af. Vriendelijke mensen, daar niet van, maar in Butlins valt er echt niéts te eten dat je na anderhalve week niet het leven kost of wereldberoemd maakt.

De muziek dan, want Burger King moet u zelf maar eens proberen. De affiche werd op deze (voorlopig) laatste) mei-editie integraal samengesteld door het Amerikaanse Animal Collective, wat eigenlijk betekende dat er veel artiesten zouden aantreden bij wie één van volgende sleutelwoorden in de biografie kon worden teruggevonden: Baltimore, Paw Tracks, vrouwen die al met Avey Tare in één huis mochten wonen. Ook de films en het interne tv-kanaal werd geprogrammeerd door de band, en het zal u dan ook niet verbazen dat de weinigen die al eens naar de cinema trokken of hun al dan niet werkende televisie deden oplichten een heus bombardement aan horrofilms te verduren kregen, naast MTV's 'The State' en Steven Spielbergs 'ET'.

Ik trapte mijn ATP af met Black Dice, die net als in december vroeg op vrijdag geprogrammeerd stonden. En dat is toch vreemd, aangezien Copeland en vrienden zonder meer de zwaarste set van de avond lieten optekenen. Noem het gerust gestructureerde, beatgedreven noise die tot in de diepste krochten van de verkorven ziel kruipt. Het geluid leek nog het meest te stammen uit de plaat 'Repo', met af en toe een geknevelde hiphopbeat en een goddelijke uitvoering van 'Nite Creme'. Echt subtiel was het allemaal niet, maar dat lag ook niet binnen de verwachtingen.

Na de oren wat rust te gunnen, was het tijd voor de eerste invasie van Crazy Horse, een groot uitgevallen bar die traditioneel een podium biedt aan de minder rockgetinte acts op het festival. Deze avond mocht Grouper aantreden met een voor mij volstrekt onbekend album, blijkbaar een oude tape die integraal zou worden gebracht. De gebrekkige aandacht onder de toeschouwers leek te suggereren dat mijn onwetendheid niet kon rekenen op exclusiviteitsrechten, wat toch stilletjes suggereert dat de organisatie maar eens moet beginnen nadenken over de fans die ze aantrekken. Beweren dat het allegaartje vorig weekend "de grootste muzieksnobs ter wereld" zouden zijn, is misschien wat uit de lucht gegrepen. Het geschater en een algemeen gebrek aan respect ten spijt bracht Grouper wel een erg aandoenlijke set, waar de focus vooral op zware reverb en zelf opgezette soundscapes lag. Centre Stage was echter een betere optie geweest, alleen stond men daar een slordig uur in de rij voor Lee 'Scratch' Perry.

Goed, Grouper afgelopen, niemand heeft het gemerkt, dus wij in gestrekte draf naar Centre, waar Big Boi elk moment kan beginnen. Ik weet niet goed wat te verwachten van 'die andere van Outkast', aangezien ik blijkbaar niet goed nagedacht heb over al die andere hiphopshows die ik in mijn verleden reeds mocht meemaken. In het bijzonder deze van Ghostface Killah, veteraan van Wu-Tang Clan, die uiteraard niet alleen werk presenteerde uit zijn solocarrière. Het gevolg was dat ik enige tekenen van verbazing vertoonde toen Big Boi zonder blikken of blozen een 'Ms. Jackson' placeerde, ook al was Andre 30000 uiteraard nergens te bespeuren.

Andere favorieten uit de oude doos: 'Rosa Parks', 'Bombs Over Baghdad', 'So Fresh, So Clean' en '2 Dopeboys in a Cadillac'. Daarnaast kwam ook het nieuwe album (dat ik amper ken) aan bod. De kwaliteit van die nummers leek wat meer uiteen te lopen, maar de kunde van Big Boi hield zelfs de scheefste beat recht, wat van dit optreden een onverwacht hoogtepunt maakte. Goed, de heren doen blijkbaar niet aan het vermelden van dorpen (Minehead werd aan de lopende band 'Bristol' genoemd), maar de verzamelde massa scheen dat niet zo'n probleem te vinden. Hetzelfde gold voor de immer aanwezige hiphopclichés, die gelukkig niet in echte overvloed aanwezig leken te zijn. Bovendien slaagde Big Boi er zelfs in het gros van zijn nummers af te werken. Werkelijk puik.

Terwijl de vloer van Centre vibreerde door de beats van Actress een podium lager, besloot ik alweer even uit te blazen en gewoon te wachten op Terry Riley. Wat die man precies ging doen, daar had ik even het raden naar. Ik stond daar in feite enkel omdat ik 'A Rainbow in Curved Air' een magistraal stuk vind, zonder te verwachten dat we daar iets van zouden horen. Inmiddels was de nacht over Butlins gevallen, de modale Brit was hemeltergend zat (wat wil je), en het was dus aan deze kranige heer om er het beste van te maken. Grappigste moment? Wel, twee grappige momenten eigenlijk. Iemand van de organisatie liep op een bepaald ogenblik (snoerdronken) naar de geluidstechnicus die pal achter mij opgesteld stond, met de melding dat het 'too quiet' was; een goeie mop voor zij die de Britse decibelnormen kennen. Verder vond de man dat het meer als een noiseconcert moest klinken. Ongetwijfeld het meest verbijsterende stukje verbale arrogantie dat ik op het festival heb mogen horen. Later werd ik plots aangesproken door Bradford Cox (Deerhunter, Atlas Sound), die mijn shirt 'nice' vond. Zo weet u dat ook weer.

Bon, Terry Riley zelf dan. De man begeleidde zichzelf op piano terwijl zijn zoon Gyan het gitaarspel voor zijn rekening nam. Bij de meeste nummers was het ook deze laatste Riley die het meeste indruk maakte met een verbluffende virtuositeit op zijn klassieke gitaar. De pater familias liet zich ondertussen goed gaan in enkele gezangen die lieten blijken waarom hij één der adepten van Pandit Pran Nath is. En dan was-ie daar plots, die 'Rainbow in Curved Air', gebracht op een erg goedkoop klinkende synthesizer in een verrassend ritmisch kleedje. Verwarring maar ook pure blijdschap maakte zich van mij meester. Dat zeventig procent van het publiek amper nog recht kon staan (wat weinig met uitputting te maken had), kon de sfeer blijkbaar niet drukken, en na nog enkele vingervlugge passages van Gyan en een zeer integere performance van Terry was het programma van deze eerste dag afgerond.

Ook de koffie begon stilaan zijn effect te missen, dus in plaats van het nachtleven op Butlins te ontdekken (wat je vaak in aanraking brengt met de security, zo heb ik mogen vaststellen), slenterde ik terug richting chalet en tv, waar ik een nachtmerrie werd binnengeleid door 'Boggy Creek'. Bedankt hoor, Animal Collective.
E-mailadres Afdrukken
 
All Tomorrow's Parties curated by Animal Collective

Advertentie

TEST