Banner

Dez Mona + Blackie & The Oohoos

Quincy Cloet - 26 februari 2010


Waarom zou ondergeschikte het in zijn hoofd halen om op een druilerige donderdagavond een aanzienlijk aantal kilometers af te leggen om één welbepaalde groep te bekijken? Het betreft hier Dez Mona, een Belgische groep ontsproten uit het brein van Grégory Frateur en Nicolas Rombauts. Ze schotelen de muziekliefhebber geen kant-en-klare muziek voor en slechs héél uitzonderlijk treden ze op in deze contreien. Wanneer ze dat dan doen, is het een uitgelezen kans om al maandenlang op voorhand te watertanden.
Het veelvuldig geprezen 'Hilfe Kommt' verscheen in de herfst van 2009 maar blijft met zijn bezwerende kruisbestuiving van soul, jazz en zwarte magie in het hoofd rondzweven en de ziel beroeren. Wie beter dus dan Frateur, Rombauts en co om een collectieve muzikale duiveluitdrijving met succes af te ronden?

De vertegenwoordigers van de white soulmusic verschenen nog niet stante pede op het toneel, maar lieten de eer aan Blackie & The Oohoos om de intieme processie in de Balzaal van de Vooruit in te leiden. Drijvende kracht achter de groep zijn de zusjes Maieu (Loesje & Martha). De zwartharige deernes zitten eveneens in de preselectie van Humo's Rock Rally maar kregen de kans om als voorprogramma van Dez Mona ook een ander doelpubliek met hun muziek kennis te laten maken. Beide dames hadden vanop afstand iets mee van de look van Murielle Scherre (of dat een compliment is, laat ik terzijde), maar klonken met hun zachte poppenstemmetjes eerder in de lijn van de zoete popsongs van Nouvelle Vague. Hun eigenzinnige sound werd gecreëerd met behulp van een echoënde gitaar, contrabas, regenstok en een veelgebruikte xylofoon. Bij aanvang leek de muziek nog iets te vaak voort te kabbelen zonder echte impulsen. 'Alone Again' bracht snel verandering waarbij vooral de ruwere sfeer en de hoge zangstukken in de smaak vielen. 'Lovebirds' was daarnaast een eigen visie op de liefde (met een opmerkelijke fetisj) en kon op adequate wijze de broeierige sfeer van een saloon/bordeel op het podium tot leven brengen.
De diepe bastonen en heupwiegende muziek kwam op een zeker moment gevaarlijk dicht bij 'Fever' van Peggy Lee, desalniettemin slaagde Blackie & The Oohoos erin om toch altijd een eigen geluid naar de voorgrond te brengen. De groep speelde langer dan voorzien, maar dat voelde op geen enkel moment aan als een barrière. Op het einde klonk 'Young Running Wild Ones' nog vrij catchy al miste het nummer wel een zekere catharsis. De genietbare sfeerinvulling werd niettemin verder gezet en kreeg een orgelpunt met 'You' waarbij de doordachte tekst tot mijmeren aanzette. Een puik optreden zonder echte grote gebreken.

Afleidend van het zwarte glitterjasje en de Freddie Mercury-snor, leek Grégory Frateur van Dez Mona zich eerder op te maken voor een nieuwe carrière als protagonist van een rockopera. Gelukkig bleef dat plan in de koelkast steken, want de bluesy intro met accordeon en contrabas zette al direct de gepaste toon voor een wervelend optreden. Op overtuigende wijze werd de overgang gemaakt naar 'Jack's Hat' dat met zijn betoverende kracht en eenvoud makkelijk het publiek kon overrompelen.
Het album 'Hilfe Kommt' was de rode draad doorheen het optreden, met onder andere de verstenende schoonheid van 'Our Time' en de intrigerende klankdynamiek van de orgelsynth bij 'Beyond Redemption'. Grootste verrassing was 'Take Care of Business for Me', een nummer dat Andrew Stroud voor zijn vrouw Nina Simone schreef. Frateur toonde nogmaals zijn expertise betreffende het oeuvre van de zwarte zangeres (hij zong in het verleden mee in een tribute band ter ere van Nina Simone). Niettemin bracht Dez Mona een atypische versie waarbij vooral de weidse gesticulaties van Frateur opvielen. Verbazingwekkend genoeg is dat niet het enige wat er kan gezegd worden over de frontman van Dez Mona. 's Mans stembereik is ongezien, zoals duidelijk bleek bij 'Get Out Of Here'; waarbij zijn angstaanjagende timbre in een gevoelsopzwepend refrein werd ingebed. Alsof poltergeists dreigend en kloppend doorheen de Balzaal zweefden.
Een ander opmerkelijk moment was een onuitgegeven nummer dat het album niet haalde (volgens Frateur was het niet omwille van de kwaliteit) maar toch werd uitgevoerd voor het publiek. De "ode aan mijn moeder" (van Frateur) bleef door zijn gemoedelijke karakter nog even nazinderen.
Na 'Distinguished Way' bleek de setlist al zeer snel voorbijgevlogen te zijn. De bisronde bracht echter nog enkele leukigheden aan de oppervlakte. Eerst met een nummer van de debuutplaat om dan uiteindelijk in schoonheid af te sluiten met 'Passage to the Sun'.

Het was een avond die volledig in het teken stond van de menselijke stem en haar enorme bereik. De zusjes van Blackie & The Oohoos gaven al een kort voorsmaakje, maar het grote vocale geweld werd pas bij Dez Mona ontketend. Het zou niettemin te makkelijk en ongenuanceerd zijn om alles te herleiden tot de vocal performance van Frateur. Dez Mona is namelijk een van de weinige groepen die binnen het Belgische muzieklandschap volledig hun ding doet en zich weinig aantrekt van heersende conventies. Helemaal terecht, zo is gebleken.

E-mailadres Afdrukken
 
Dez Mona + Blackie & The Oohoos

Advertentie
Advertentie
Banner

TEST