Banner

Lisa Gerrard

Tom De Moor - 18 april 2007


Silencio

Terwijl het reeds in oceaangeluiden en zachte kreten ondergedompelde Koninklijk Circus langzaamaan volliep, rolden de woorden 'Dead Can Dance' vaak over de tongen. Ondanks de succesvolle solo-carrière die Lisa Gerrard de voorbije jaren uitbouwde, zal haar naam steeds in de schaduw van de darkwave-legende blijven sluimeren. Nochtans bewees de Australische deze avond dat ze ook op haar eentje haar publiek in vervoering kan brengen.

Het enkel met witte doeken opgeluisterde podium deelde Gerrard met een piano en synths. De overige geluidseffecten werden door het mengpaneel geproduceerd, wat bij de opener 'The Tempest' (geplukt uit de soundtrack van The Insider) nog even wennen was. Waar het live-gevoel tijdens deze eerste minuten beknot werd door de vele vooropgenomen effecten, werd met deze samples in het gros van wat volgde spaarzamer omgesprongen. Het is tenslotte in deze bescheidener arrangementen dat Gerrards stemgeluid, dé reden van onze komst, het best tot haar recht komt. Hoe zeer deze klanken op plaat ook intrigeren, het is live dat ze je pas echt overdonderen. Als geen ander bespeelt Gerrard haar stem als een instrument dat ze van een bijna mannelijk aandoende alt naar bezwerende hoogten kan jagen. Hiermee slaagde ze er als geen ander in een brede waaier aan emoties aan haar publiek over te dragen: van hoopvolle sereniteit in een impressionant 'Sacrifice' tot een tragisch liefdesportret inj het a capella 'The Wind That Shakes The Barley'.

Gerrard plaatste zich op het podium tussen de klassieke diva en de jazzy nachtclubzangeres in. Uitgedost in bescheidener versies van de baljurk (voor deze avond had ze twee outfits klaargelegd) bleef haar performance naar gewoonte zeer statisch, maar ging ze gepaard met een mimiek die van een totale overgave aan haar materiaal getuigde. Enige afleiding hiervan werd geweerd: onderbrekingen kwamen slechts sporadisch voor - onder meer een verontschuldiging voor haar gebrek aan evenwicht bij afwezigheid van een steunpunt - en de backing vocalist nam de voorstelling van de band voor zijn rekening. Live streeft Lisa Gerrard op muzikaal vlak dan ook naar totale perfectie: 'Dreams Made Flesh' werd zelfs tweemaal na elkaar opgevoerd omdat ze gewend was dit te brengen met de yangqin in plaats van pianobegeleiding en haar prestatie hierbij als ondermaats aanvoelde.

Het zijn nog steeds de Dead Can Dance-klassiekers die het best onthaald worden: de inzet van 'Sanvean' zette dadelijk tot een applaus van herkenning aan en een adembenemende versie van 'The Host Of Seraphim' werd middenin de set terecht al op een staande ovatie getrakteerd. Op het podium doorstaat het nieuwe materiaal echter de vergelijking. 'In Exile' exploreerde met glans de etnische mysteries en de duistere 'Salem's Lot Aria' greep recht naar de keel. Een blijde verrassing was ook de aanwezigheid van 'Spaceweaver', het neusje van de zalm op 'The Silver Tree' en het hoogtepunt van de hedendaagser jazzy composities die verspreid over de avond aan bod kwamen. De trance die de set vakkundig opbouwde werd enkel aan het einde even doorbroken bij het clichématige eerste afscheid 'Now We Are Free', dat met een overdreven luide mixtape te geforceerd overkwam. Zulke artificialiteit vloekt sterk met de etherische pracht die de rest van het concert karakteriseerde en werd gelukkig in de bisronde goedgemaakt, die met het ingetogen wiegelied 'Sleep' wel een geslaagd einde aan de avond laste.

Herinnert u zich de opvoering van 'Llorando' in Mulholland Drive: de volledige overgave aan de bezwerende zangstem, de o zo aantrekkelijke bevreemdende mystiek, het gevoel even van de wereld weg te zijn? Wie zich ervoor open stelde, kon vanavond twee uur lang het gevoel van club Silencio ervaren. Zelf gaven we ons al bij 'Desert Song', het tweede nummer op het menu, over aan Lisa Gerrard en teren we nu nog voort op de roes die deze bezwerende ervaring naliet.

E-mailadres Afdrukken