Banner

The Rifles + The Young Knives

Marc Goossens - 26 november 2006


Dinsdagavond stonden in de Rotonde van de Botanique twee groepen op het podium, die worden beschouwd als exponenten van de huidige punkrenaissance. Toch springen eerder de verschillen tussen The Rifles en The Young Knives in het oog dan de gelijkenissen. The Rifles komen uit Londen, dragen de 'juiste kleren', en brachten deze zomer een plaat uit met vlot in het gehoor liggende songs over uitgaan, relaties en jong zijn in de 21ste eeuw. The Young Knives daarentegen wonen in het landelijke Ashby-de-la-Zouch (Oxfordshire), zien er uit als nazaten van Jomme Dockx en hullen hun soms lichtjes absurde teksten in grillige, quasi slordige songs die neigen naar XTC, Pixies en The Futureheads.
Hoewel The Young Knives hun eerste ep al uitbrachten nog vóór The Rifles werden opgericht, was het niet meer dan logisch dat zij openden voor het Londense kwartet en niet omgekeerd. De eerste langspeler van The Rifles verscheen immers vorige zomer al, en in tegenstelling tot de Knives scoorden Joel Stoke, Luke Crowther, Robb Pyne en Grant Marsh ook bij ons intussen enkele stevige radiohits met 'She's Got Standards' en 'Peace and Quiet'.

Eén van de weinige dingen die de twee groepen wél gemeen hebben, is dat zij dinsdag voor het eerst voor een Belgisch publiek speelden. Omstreeks kwart over acht verschenen The Young Knives op het podium, voor een concert dat voornamelijk bestond uit songs van het onlangs verschenen debuut. Henry Dartnall (zang, gitaar), broer The House of Lords (bas, zang) en Oliver Askew (drums) begonnen eraan met anderhalve song: een half 'Half Timer' en een heel 'Part Timer' werden vakkundig aan elkaar gelijmd, en vormden het startschot van een bij momenten snelle en felle set. De drie hielden er van meet af de vaart in en trakteerden ons op sterke versies van (huisfavorieten) 'Weekends and Bleak Days (Hot Summer)', 'Mystic Energy', 'Loughborough Suicide', 'Coastguard' en vooral 'She's Attracted To'.

Geen nummers dus van oudere ep's, wel het opvallend rustige, folky 'Brochures' en het vinnige 'Life to the Letter', twee b-kantjes van hun recentste single 'The Decision'. (Eén van die songs zou trouwens een geheime boodschap bevatten die leidt naar een door de groep verstopte 'schat'.)
De broers verdeelden de lead vocalen onder elkaar (al nam Henry wel het merendeel voor zijn rekening), en af en toe werd er wat over en weer gegrapt. Daarbij moest vooral bassist House of Lords het ontgelden, omdat hij te dik zou zijn om in een band te spelen en lang niet zo goed kan zingen als zijn broer. Kortom, een optreden dat smaakte naar meer.

Bij The Rifles waren we vooral benieuwd naar hoe de cleane sound van de plaat ging vertaald worden naar het podium, want producer Ian Broudy had de elf tracks van 'No Love Lost' nogal grondig aangepakt met schuurpapier en vernis. We hoopten dan ook dat de band in de Rotonde een pak vuiler voor de dag zou komen.
Teleurstellen deden The Rifles allerminst, ook al zijn ze dan niet meteen de origineelste groep van het moment. Niet alleen hun naam danken ze aan The Jam, ook de muziek is voor een stuk schatplichtig aan het powertrio van Paul Weller. Maar er zit nog veel meer (Britse) rockgeschiedenis in The Rifles, want wie goed luisterde, ving ook flarden Beatles, Libertines, Smiths of Buzzcocks op. Gelukkig maakte de band dat ook dinsdag ruimschoots goed met veel overgave, spelplezier en een positieve attitude. Al deze dingen samen maakte dat hun concert een meer dan aangename verrassing werd.
Bovendien maken de jongens niet de fout zelfvertrouwen te verwarren met verwaandheid, want zanger-gitarist Stoker en gitarist Crowther (met onafscheidelijke hoed) voelden zich allerminst te beroerd om af en toe een babbeltje met het publiek. (Zo leerden we ondermeer dat Stoker het Maes-bier van de Botanique maar niks vond.)

Ook The Rifles speelden ongeveer drie kwartier. De singles 'Repeated Offender', 'Peace and Quiet', 'Local Boy' en 'She's Got Standards' zaten netjes verdeeld over de setlist, en tussendoor zoefden andere prijsbeesten als 'Home Town Blues', 'She's the Only One', 'One Night Stand' en 'Robin Hood' aan een rotvaart voorbij. Een paar keer ging de band op de rem staan, voor 'Spend a Life Time' en 'Narrow Minded Social Club', en werden er enkele songs gespeeld die de elpee niet haalden. Vooral het knappe 'Fat Cat' was sterk (klinkt ook iets anders en donkerder dan de andere Rifles-songs), maar ook de cover van The Specials ('Rat Race') sloeg aan bij de fans.

Hoewel The Young Knives op minder bijval konden rekenen dan The Rifles, vonden wij beide optredens zeker even sterk. Of om het met een cliché te zeggen (zelf gezocht, dan hadden ze maar andere namen moeten kiezen): The Young Knives stonden scherp, The Rifles schóten met scherp. Hopelijk blijft het dan ook niet bij deze eerste doortocht!

E-mailadres Afdrukken