Banner

The Resonance Ensemble

17 maart 2012, KC BELGIE

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 18 maart 2012

Een band meemaken aan het einde van een tournee brengt soms het risico met zich mee dat je een stel uitgeputte slaapwandelaars te zien krijgt die zich door een set spartelen met het vooruitzicht van een gepakte koffer. Anderzijds gebeurt het soms ook dat zo’n gezelschap, ondanks die fysieke en mentale vermoeidheid, alles nog eens uit de kast haalt om voor z’n vertrek nog snel een visitekaartje achter te laten. Dat is exact wat gebeurde in Hasselt, waar een uit Polen overgekomen Resonance Ensemble de pannen van het dak speelde.

Kersverse plaat What Country Is this? liet al horen dat Vandermark met dit tienkoppig gezelschap een ontwikkeling lijkt mee te maken die ingaat tegen de koers van veel andere projecten (die het zoeken bij toenemende abstractie en vrijheid). Ging het aanvankelijk, ten tijde van de eerste opnames in 2007, eerder om een individueel en collectief verkennen, vaak vergelijkbaar met de vrijheid binnen het Chicago Tentet van Peter Brötzmann, dan is de hechtheid van de band enkel toegenomen en gaan ze nu aan de slag met composities die op het eerste zicht veel meer richting bieden, raamwerken zijn die drijven op de ervaring en input van de leden.

Opener “Fabric Monument” (opgedragen aan Czeslaw Milosz), ook de opener van het recente album, bood meteen de kans om te horen hoe deze band steeds in beweging blijft. Het stuk mocht dan wel dat tweeledig geraamte intact houden (met opnieuw die intens melancholische tweede helft); de interne dynamiek kan sterk verschillen van een oudere versie, net als de individuele insteek van een muzikant of de volgorde van soleren. Werd de albumversie zo definitief op gang getrapt door een hyperenergieke solo van saxofonist Dave Rempis, dan viel die eer nu te beurt aan trompettist Magnus Broo, die nog eens bewees z’n mannetje te kunnen staan tussen al die geweldenaars.

Meteen viel ook op hoe rijk Vandermarks composities geworden waren, met veel aandacht voor de klankkleur van de respectievelijke muzikanten (zo was het prachtig om te zien hoe de tuba van Per-Ake Holmlander, een instrument dat het in veel omstandigheden moet ontgelden, hier zo nadrukkelijk aanwezig kon zijn, als drijvende bascompagnon, maar ook als middel ter exploratie) en vooral de contrasten. De composities bieden scharniermomenten, korte thema’s en staccato speldenprikken, maar net zo goed passages waarin de solist tegen een achtergrond van een gedreven band loos kan gaan. En dat werd nu sterker dan ooit uitgewerkt, met een groep die zijn solisten steeds naar nieuwe hoogtes wist te stuwen.

Een nieuwe, nog ongetitelde compositie vulde de rest van de eerste set op met nog strakker samenspel, omwentelingen die plaatsvonden in een vingerknip, een behoorlijk vette groove en als kers op de taart een stukje machtsvertoon van Rempis, die schijnbaar zonder moeite de meest bevlogen solo uit z’n tenorsax perste. Maar niet enkel Rempis kreeg de kans om te schitteren: Mikolaj Trzaskas altsaxsolo tijdens “Acoustic Fence” was een perfecte samenvatting van de tweede set. Gebeurde het in die eerste concerthelft allemaal nog een beetje met de voet op het rempedaal, dan werd nu alles uit de kast gehaald, wat leidde tot een goed half uur fantastische muziek, waarbij ter plekke gedirigeerd werd, uitgepakt met spetterende solo’s (Steve Swell, zoals gewoonlijk indrukwekkend op z’n trombone) en gebouwd aan kolossale spanningsbogen.

Afsluiter “Open Window Theory” (voor Chicago-monument Fred Anderson) vatte het allemaal nog eens perfect samen, met een merkwaardige zacht/luid-dynamiek, prachtsolo’s van drummers Michael Zerang en Tim Daisy en een zinderende tweede helft die er weer op en over ging, met subtiele interactie tussen klarinettist Waclaw Zimpel en de leider, die duidelijk leek te beseffen dat hij deze avond op z’n conto kon schrijven. De twee redelijk korte sets (samen goed voor zo’n 75 minuten muziek), werden gevolgd door twee uiteenlopende bisrondes, waarbij het eerste stuk een mooie indicatie was van het ter plekke dirigeren door handgebaren (wat een opwinding als je zeven blazers simultaan hoort uithalen!), en het tweede zo mogelijk nog indrukwekkender was, met eerst een onderonsje voor de koperblazers, dat vervolgens overging in een sectie waarbij Rempis in de weer ging met de drummers en bassist Mark Tokar en, als innemend slotstuk, een zacht uitdovend lyrisch gesprek van het Reed Trio (Vandermark, Zimpel, Trzaska).

Met What Country Is This? zorgde Vandermark niet enkel voor een nieuw hoogtepunt in z’n oeuvre, maar ook dit concert was er een om met een kruisje aan te duiden (zodat we er in december nog eens aan terugdenken, bijvoorbeeld). Het liet een band aan het werk horen die zowel individueel als collectief hoge toppen scheerde, en zo die evenwichtsoefening tussen controle en vrijheid (of elements of style en exercises in surprise, zoals Vandermark het ooit samenvatte) op meesterlijke manier blootlegde. Het concert werd opgenomen, de release mag er komen. We zijn vragende partij.

Ken Vandermark speelt vanavond (18/3) een soloconcert in de Brugse Parazzar.

E-mailadres Afdrukken
 
The Resonance Ensemble

Uit ons archief
Banner

TEST