Banner

Wawadadakwa

''Wij spelen overal''

Katelijne Beerten - 01 oktober 2001

Het academiejaar start deze week en naar goede gewoonte wordt Leuven vergast op enkele gratis evenementen. Het eerste in de rij is het optreden van het Antwerpse Wawadadakwa, een muziekcollectief dat u trakteert op een Zuiderse mix van diverse muziekgenres en de nodige dosis humor.

In de woordenschat van Wawadadakwa draait alles om het plezier van het musiceren. Op virtuoze wijze brengen de vijf jonge heren een gevarieerd repertoire dat gaat van opzwepende exotische ritmes tot harmoniestukken. Eenieder heeft zijn eigen specifieke muzikale achtergrond, waardoor schijnbaar niet verenigbare genres naadloos met elkaar versmelten. De vijf hebben elkaar ontmoet op de Antwerpse jazzstudio en vormen momenteel een hechte groep, waar ieder 20 procent wawa voor zijn rekening neemt.

Doordat het eigenzinnige repertoire van Wawadadakwa verschillende grenzen doet vervagen, kun je deze groep op de meest uiteenlopende plaatsen aan het werk zien. Van de Bourla tot de Zillion, op de meest gekke plaatsen wordt de muziek van het waanzinnige collectief gesmaakt. Stefaan Blancke (blaasinstrumenten): "In feite is dat juist het plezierige. De meeste groepen spelen in de Zillion of op een rockfestival. Wij spelen overal, en daardoor blijft het boeiend. Je maakt ook vaak dingen mee waar je je absoluut niet aan verwacht, zoals in de Zillion waar iedereen een voor een het aquarium indook, de veiligheidsagenten er achteraan. En wij maar verder spelen. Hallucinant."

Dat de groep op uitleenlopende podia speelt, brengt met zich mee dat de groepsleden vaak geen idee hebben welk publiek ze voor zich hebben, en vooral hoeveel volk hen op te wachten staat. Of de Wawa’s spelen voor duizend toeschouwers of voor drie man, het maakt allemaal niet uit. De muzikanten stappen op het podium en doen hun ding. Kobe Proesmans (percussie en viool): "We spelen in de eerste plaats voor onszelf. Telkens we op het podium stappen, amuseren we ons echt en dat is wat telt. Zolang dat wij er plezier aan beleven, doen we verder en of er dan veel volk in de zaal zit of niet, dat is op dat ogenblik bijzaak."

Wat meteen opvalt als je de wawa’s aan het werk ziet, is dat je te maken hebt met een hechte groep. Naast Stefaan Blancke en Kobe Proesmans tref je op het podium ook Winok Seresia (drums en trompet), Steven van Gool (contrabas en electrische bas) en Simon Pleysier (gitaar). Niemand heeft de leiding in de groep: ieder neemt als hij het belieft het initiatief om een nummer in te zetten. Ook om de nummers te schrijven, gaat Wawadadakwa als een hecht collectief te werk. Kobe Proesmans: "Hoe wij te werk gaan, is in feite hoe men in de jazz te werk gaat. We pakken een thema, breien er wat rond en hernemen daarna dat thema: dat is de basisidee van de jazz. Als we repeteren, komt iedereen wel eens af met een idee, een thema of een riff." Winok Seresia vult aan: "Als iemand met een idee afkomt, dan begint bij ons de eigenlijke repetitie: we tasten de grenzen af en proberen uit wat mogelijk is. Wij zijn zeker geen groep die al jammend tot iets komt, we repeteren zeker niet om tot iets te komen, wij doen dat uitsluitend om uit te proberen wat er is voorgesteld."

Improvisatie speelt een belangrijke rol in de wereld van Wawadadakwa. Naast de improvisatie tijdens de repetities, heeft het onverwachte gedurende de optredens een belangrijke rol. "Er zijn natuurlijk dingen die we altijd doen, bijvoorbeeld de manier waarop we de nummers aan elkaar breien," verduidelijkt Stefaan Blancke, "maar dat Simon bijvoorbeeld zijn kabeltje uittrekt, gebeurt per ongeluk en dat zal bij een volgende keer niet gebeuren. Een groot deel is inderdaad improvistaie en voor de rest halen wij de wawa-trukendoos boven. Hieruit putten we om het geheel wat amusant te maken of om problemen op te lossen." Kobe Proesmans vult aan: "Een nummer is opgebouwd rond een bepaald akkoord en daar kunnen bepaalde noten op gespeeld worden, dat noemen we de wawa-partituur. Wij spreken bijvoorbeeld ook niet af wie er begint met een nummer, iemand start en de rest valt in of speelt een solo. Het maakt niet uit, we zien wel waar we uitkomen." Seresia knikt en verklaart kort hun speelstijl: "Dat is eigenlijk enkel mogelijk doordat we al vier jaar samen spelen, we kennen elkaar door en door, we weten bijvoorbeeld wat een knipoog betekent enzovoort. We spelen in dat opzicht niet vals: het publiek heeft door wanneer we improviseren of wanneer we een truuk bovenhalen."

Een van de merkwaardigste gebeurtenissen in de korte geschiedenis van Wawadadakwa, moet ongetwijfeld hun verblijf op Cuba geweest zijn. Doordat Kobe Proesmans gedurende een jaar in Cuba percussie gestudeerd heeft, rees het idee om met de groep aan het conservatorium van Havana te gaan studeren. Niet alleen voor de Belgen was dit een verrijking: zij maakten kennis met een andere, meer technische manier van werken. "Ook voor de Cubanen was het bij wijze van spreken een openbaring. Zij waren wel gewoon om aan buitenlanders les te geven of om hen te zien repeteren. Maar zij waren absoluut verrast toen ze ons aan het werk zagen: de Cubanen zijn erg technisch in het maken van muziek. Wij daarentegen werken helemaal niet technisch, ook improvisatie en humor spelen een rol tijdens onze optredens," analyseert Proesmans, "We hebben ginds ook een keer gespeeld op het conservatorium. Daar kregen we een hoop positieve reacties, hoewel we absoluut niet konden tippen aan de manier van werken en het niveau van spelen van die school. Ze waren erg onder de indruk van onze manier van spelen omdat wij op het podium ook hele gekke dingen deden en humor in onze muziek stopten." Winok Seresia denkt aan een bijkomende verklaring voor de houding van de Cubanen: "Het was denk ik ook de eerste keer dat er een buitenlandse groep was neergestreken in Cuba. Er gaan wel groepen naar Cuba, maar dat zijn dan eerder salsaorkesten enzo, geen groepen zoals wij er een zijn. Meestel zijn het ook echt grote groepen of afzonderlijke muzikanten die in Cuba gaan studeren. Dat zijn grote namen die heel serieus doen en wij komen daar dan wat onnozel doen op het podium, dat waren ze niet gewoon."

Je kunt stellen dat sedert de oprichting van de groep in 1997 de muziek van Wawadadakwa een evolutie doorgemaakt heeft. Het mooiste voorbeeld van de groei van de muzikanten is het gebruik van teksten in de nummers. "Wat dat betreft, zitten we eigenlijk nog in een beginfase, het is iets waar we zeker meer aandacht aan moeten schenken." Kobe Proesmans is een voorstander van het gebruik van woorden in de muziek van Wawadadakwa: "We willen woorden gebruiken als instrument, niet om een bepaalde betekenis door te geven, we willen geen verhaal overbrengen. De songs die nu al een tekst hebben, brengen geen boodschap over. Het is ons eerder te doen om de sfeer van de tekst, niet de inhoud. We proberen de teksten ook zo ruim en zo vrij mogelijk te laten zodat de luisteraars naar eigen believen kunnen interpreteren. De tekst is voldoende ruim zodat je er je eigen interpretatie aan kunt geven en tegelijkertijd betekent hij absoluut niets."

E-mailadres Afdrukken