Banner

Anton Walgrave

''Werkloosheid mag het doel van een muzikant niet zijn''

Matthieu Van Steenkiste - 20 augustus 2002

Na een niet echt geslaagd avontuur bij major E.M.I. keert Anton Walgrave terug op het voorplan met het aangename Before the dawn. En hij heeft de independent-spirit stevig omarmd: "Er is actie en het is gezellig. Zo moet dat zijn."

Voor Walgrave begon het ooit allemaal met The Same, het groepje waarmee hij het als zeventienjarige snaak tot Marktrockopener schopte. Na één plaat en een mini-cd splitte de groep en trok Anton naar Londen. Daar leerde hij producer Kevin Armstrong (van onder andere David Bowie) kennen met wie hij zijn debuut The Hum voor E.M.I. opnam. Een slechte timing — de plaat werd in de schaduw van Novastar’s debuut gereleased — belette dat de plaat zijn volledig potentieel haalde en Walgrave leek gewoon het rijtje spijtige Vlaamse singersongwritergevallen (zie ook: Jef Mercelis) te vervoegen.

Drie jaar later behoort het contract met E.M.I. tot het verleden, maar staat Walgrave er opnieuw met zijn tweede, Before the dawn. Onder de vleugels van Ronny Mosuses nieuwe NoCircus-label zijn de verwachtingen minder hoog gespannen maar het zelfvertrouwen is gebleven en het majorlabel-avontuur laat geen sporen na.

Walgrave: "Het vertrek bij E.M.I. was geen echte breuk. Het is eerder het typische verhaal: je tekent een contract dat een optie biedt voor vier cd’s — je weet als platenfirma immers nooit of het een succes wordt, maar in geval van, wil je er als eerste bij zijn. Ik heb hen de demo’s laten horen voor de nieuwe plaat, maar ik wist dat het hun ding niet ging zijn. Ik had geld geleend bij de bank om mijn eigen studio in te richten en wou het vooral rustig houden. Met de huidige muziekconjunctuur in het achterhoofd realiseerde ik me echter wel dat er geen geld zou zijn voor wat ik wilde gaan doen. De beslissing kwam dus van beide kanten. Niet dat ik spijt heb van die tijd bij E.M.I., maar zeker ook niet dat het afgelopen is. Ik ben meer tevreden zo."
        "E.M.I. wilde mij in het hoekje van de singersongwriter à la Joost Zweegers duwen. Uitgerekend op het moment dat de plaat van Novastar verscheen, belandde ook de mijne in de rekken. Toen bereikte ik zeker het niveau van Novastar niet. Het liep al fout bij de promotie: E.M.I. heeft zo zijn vaste promotiepaden, en lukt het zo niet dan heb je pech. Nu is dat zeker zo niet. NoCircus is een klein firmaatje en doet wat ze moet doen. En meer dan dat zelfs. Ze zijn heel enthousiast bezig. Er is actie en het is gezellig. En zo moet dat zijn."

enola: De sound van Before the dawn klinkt een stuk moderner dan die van je debuut. De hand van producer Luuk Cox?
Walgrave: "Before the dawn moest frisser klinken dan The hum. Daarom heb ik ook mijn eigen studiootje gekocht: omdat ik dan rustiger kon werken, zonder dat dure studiotijd wegtikte. Ik wilde zoeken: niet alleen gitaren, maar ook met andere geluidjes knoeien."
         "Luuk kende ik van vroeger. Hij had al enkele malen ingesprongen als drummer voor mij. Ik vroeg hem bij de opnames, aangezien hij met loopjes bezig is én met songs — de ideale drummer voor mij dus."
         "Hij is afgekomen en we zijn beginnen werken in mijn studiootje. "Sucking me in" was het eerste nummer waar we aan werkten, denk ik. En zo werd hij langzamerhand producer, wat aanvankelijk niet de bedoeling was. We wilden eerder gewoon zien wat uit onze samenwerking zou komen. Maar ik heb hem er uiteindelijk zo opgezet aangezien hij die rol heeft vervuld. Hij heeft dat fantastisch gedaan."

enola: Op de eerste editie van het LynX-festival speelde je samen met tabla-speler Arif Durvesh (van Nitin Sawnhey). Zowel hij als jij waren daar toen zo enthousiast over dat er plannen waren om voor je volgende plaat ook samen te werken. Uiteindelijk is het daar niet van gekomen?
Walgrave: "Ik heb er gewoon niet meer aan gedacht. Het zou tof zijn en misschien gaan we het ooit nog wel doen. Toen had Arif er in elk geval zin in, en ik ook. Maar we zijn aan Before the dawn beginnen werken en het idee kwam niet meer in mij op. Misschien met de volgende plaat, die ik toch iets levendiger zou willen aanpakken. Ik heb er ook niet echt contact mee gehouden al heb ik hem nog een paar keer gehoord, net als Kevin (Armstrong, mvs)."

enola: Heeft Kevin je plaat al gehoord?
Walgrave: "Ik moet hem nog opsturen. Het is zijn ding niet, dat weet ik nu al. Vandaar ook dat ik niet meer met hem heb samengewerkt. Dat was moeilijk hoor. Ik wilde sowieso een ander geluid en Kevin is iemand van de heel traditionele stempel: hij houdt van mooie arrangementen die een nummer groot maken en dat wilde ik nu niet. Hij werkt soms wel met loops, maar op een klassiekere manier, terwijl ik ze net anders wilde gebruiken."
         "Het is een soort vadermoord. De eerste demo’s voor Before the dawn heb ik hem nog opgestuurd, maar hij liet heel beleefd merken dat hij het maar niets vond. Het was echter hetgeen wat ik vond dat ik moest doen."

enola: Het is zowat het verslag van een afgelopen relatie, las ik.
Walgrave: "Ja, dat is het. Een plaat met rustige liedjes over een fout gelopen relatie. Of de keuze voor "Always on my mind" daar mee te maken heeft? Neen, die is er heel toevallig op terechtgekomen. Ik wilde absoluut een cover op de cd hebben, van in het begin. Heel dat plaatje is organisch gegroeid vanuit een nummer of twintig waar we er dan tien van hebben overgehouden. Maar er moest ook een cover bij. Luuk had net een plaat van Elvis gekocht en in de auto stond bijgevolg plots "Always on my mind" op. Luuks vrouw vroeg me of dat geen goed nummer was om te coveren. We waren toen nog maar oktober-november en ik dacht: ‘ik zie zelf wel wat ik wil coveren’."
         "Uiteindelijk hebben we dat nummer één avond geprobeerd en het stond op band. En omdat het mooi paste op de plaat, staat het er ook op. Het is inderdaad plat gecoverd, maar ik wilde ook niet persé een superoriginele cover zoeken.

enola: Wat is hét moment dat je je herinnert van de opnames van de plaat?
Walgrave: "Het mixen. Als alles tot leven komt. Heel de opname was zo relaxed. Luuk kwam af voor een week en dan zaten wij een week te ‘prullen’, te zoeken; niets moet af zijn. We hadden ons eigen schema — nu ja, schema: we zagen wel hoe het kwam — en dat was heel rustig. Zo wil ik zeker ook mijn volgende opnemen."
         "Vooral dát heb ik bij de opname van deze plaat erg gevoeld: ik wil niet meer in handen van anderen, van platenfirma’s zitten. Ik heb mijn studio, nu wil ik gewoon muziek maken. Vroeger was dat ook zoveel vanzelfsprekender: The Beatles en de Rolling Stones brachten elk jaar een plaat uit. Die bleven muziek maken. Nu is het blijkbaar de gewoonte maar om de drie jaar een plaat uit te brengen. Volgend jaar in april al een nieuwe cd uitbrengen zou echter wel fijn zijn."

         "Ik ga ook de muziek schrijven bij een film Le Retour des Hirondelles, een sociaal-cultureel project met de buurt rond het Brusselse Anneessensplein. Ze hebben een container op het plein gezet en zijn audities beginnen doen: naast een paar professionele acteurs spelen er dus ook de lokale dealers, autodieven,… in mee. De gebroeders D’Ardenne hebben er ook ergens een kleine vinger in de pap."

enola: The hum viel indertijd tussen de twee stoelen van Radio 1 en Stubru. Eerste single "Awake" leek dat probleem in elk geval niet te kennen.
Walgrave: "Ik ben daar voordien nooit erg mee bezig geweest, maar met Before the dawn was ik mij daarvan bewust. Met de vorig plaat is het uiteindelijk niet gelopen zoals het had moeten of kunnen lopen. Nu hou ik daar meer rekening mee. Dat "Awake" uiteindelijk door Studio Brussel goed is opgepikt, komt wellicht door de productie. The Hum was vrij glad, alle vuil was eruit gehaald. En dat is bij Before the dawn zeker niet zo."

enola: Wat verkies je? Radio 1 of Stubru?
Walgrave: "Geen idee. Het zijn in elk geval twee heel verschillende publieken: Radio 1 is een iets ouder publiek, meer echte muziekliefhebbers of hoe zeggen ze dat. Studio Brussel is voor de festivals en de concerten in de jeugdclubs dan weer erg belangrijk."

enola: Kun je die pubers bereiken?
Walgrave: "In Leuven zijn er jonge gasten, humaniorastudenten, die mij heel actief volgen. Dat vind ik ongelofelijk tof. Want uiteindelijk maak ik geen hippe muziek."

enola: Is live spelen belangrijk voor jou?
Walgrave: "Heel belangrijk. Ik doe dat heel graag, dan komen je nummers tot leven. Voor het moment speel ik wel weinig nummers van de vorige plaat. Maar we gaan het wat steviger doen: meestal hebben we drie kwartier, waarin ik maar één solonummer speel. Waarom ik niet meer veel nummers van The hum speel? Geen idee. Ze liggen er even uit. Dat felle is even van de baan. Ik wil even op een andere manier naar buiten komen."

enola: Je wordt in september zelfstandige. Een gevolg van het nieuwe artiestenstatuut?
Walgrave: "Ik ga het proberen. Maar wat ik van dat nieuwe statuut gehoord heb, lijkt het mij niet meer te zijn dan dat je als muzikant een werkloosheidsuitkering kan trekken. Je mag doppen als muzikant, maar meer is het ook niet geloof ik. Ik vind het ook zever. Wat gaat het oplossen dat een muzikant mag gaan doppen? Is dat het doel van een muzikant?"
          "Hetzelfde met die subsidies voor popmuziek. Goed dat ze dat doen voor de obscuurdere dingen als avant-garde klassieke muziek die niet levensvatbaar is. Popmuzikanten willen het echter altijd maken, ze willen commercieel gaan, dus die subsidies zijn niet nodig. Allez, Zita Swoon krijgt subsidies! Muzikanten hangen vaak het slachtoffer van de economie uit. Jongen toch, doe dan iets anders! Ga achter de toog staan in een café: je komt echt wel rond én je hebt nog tijd voor je muziek. En daar gaat het toch om."

E-mailadres Afdrukken