Banner

Okkervil River

''Eindelijk heb ik het gevoel dat ik weet wat ik doe''

Matthieu Van Steenkiste - 12 september 2007

Met The Stage Names brengt Okkervil River een scherpe schets van het moderne leven, gezien door de lens van het entertainment. "Ik wilde vertellen over echte mensen, in de wereld van vandaag", aldus frontman Will Sheff in een gesprek over gedempte emoties, naamsverandering en Lou Reed.

enola: Ik vind The Stage Names een plaat die blaakt van het zelfvertrouwen. Jij ook?
Sheff: "Ik heb me in ieder geval nog nooit zo goed gevoeld bij een plaat als bij deze. Niet dat ik niet tevreden was over Black Sheep Boy, de vorige plaat, maar deze is van een heel andere orde."
"Ik ben op al onze platen trots eigenlijk, want ze hebben allemaal hun eigen kwaliteiten. Don’t Fall In Love With Everyone You See had dat typische gevoel van een groep die voor het eerst iets opneemt. Op Down The River Of Golden Dreams hoor je hoe we in moeilijke omstandigheden — we namen op in een andere studio dan we gewoon waren — iets op gang proberen te houden en als ik luister naar Black Sheep Boy hoor ik hoe we onze stem vonden, een manier om dingen te benaderen."
"Veel van wat Black Sheep Boy hielp ontstaan, hoor ik ook op The Stage Names, maar het resulteerde wel in een plaat die bijna het tegendeel van Black Sheep Boy is. Met die plaat ontdekte ik allerlei mogelijkheden, op The Stage Names gebruik ik ze, of niet. Maar ik begreep hoe de dingen werkten: ik had eindelijk het gevoel dat ik wist wat ik deed en dat was nieuw voor mij (lacht). Ik ga niet claimen dat ik helemaal begrijp hoe songschrijven werkt, maar ik begreep elk aspect van het proces en wat ik voor ogen had. En ik heb ook het gevoel dat ik bereikt heb wat ik voor ogen had. Veel meer dan met vorige platen."

enola: Je zingt ook met veel meer vertrouwen. Kun je tegenwoordig beter om met je wat aparte stem?
Sheff: "Absoluut. Ik heb het lang moeilijk gehad met mijn stemgeluid omdat het zo onconventioneel is en daardoor wat ontoegankelijk: ze is niet smooth and mellow, of een krachtige popstem als die van Bono. Heel wat mensen hebben me opmerkingen gegeven over mijn stem omdat ze zo’n ruw kantje heeft, maar door de jaren heen heb ik het gevoel dat ik ermee om heb leren gaan. Nu heb ik mijn stem zo ontwikkeld dat ik ook een wat "gewonere" stijl kan benaderen als ik dat wil, maar de ruwheid erin kan blijven gebruiken. Ik zing zoals niemand anders, en dat op zich is ook interessant. Ik kan triest klinken alsof ik het hartsgrondig voel, zelfs als dat helemaal niet zo is: het is gewoon het timbre van mijn stem."
enola: Sinds "Our Life Is Not A Movie Or Maybe" wordt je zangstijl vergeleken met die van Vin Butler van Arcade Fire.
Sheff: "Dat vind ik ergerlijk eigenlijk, want het was nooit de bedoeling. Ik ken de twee platen van Arcade Fire, maar ben nooit een grote fan geweest. Sowieso probeer ik invloeden van buitenaf te vermijden, dus ik luister niet eens veel naar hedendaagse muziek. Ik vind de vergelijking trouwens erg oppervlakkig: voor mij klinkt dat nummer — dat alle kwartnoten aanslaat op de piano en de gitaar — meer als iets van John Cale. Wat mensen aan Arcade Fire doet denken, was eigenlijk wat wij als iets tussen John Cale en Phil Spector in bedoelden."

enola: Black Sheep Boy kreeg zijn bucolische sfeer doordat je de plaat op het platteland schreef en opnam. Welke omgeving zocht je op voor The Stage Names?
Sheff: "Het is geschreven tijdens en na een roadtrip door het hele land waarna ik in New York eindigde. Daar zijn de meeste songs geschreven. Ik wist dat ik een stedelijke zomersfeer wilde en dus in een stad moest zitten. Ik vond een geweldig goedkoop appartementje in Brooklyn en heb er ongeveer vijftien songs geschreven zoals ik voor elke plaat doe. We wilden echter een kort album, dus er sneuvelden heel wat tracks, al hebben we even getwijfeld om er een dubbelalbum van te maken, maar dat idee hebben we maar laten varen."

enola: Uiteindelijk haalden negen songs de plaat, maar je gaf al toe dat er een paar favorieten van je ontbreken. Wat bindt die negen waardoor andere moesten sneuvelen?
Sheff: "Er hing een zekere spanning tussen die negen songs: ze vertegenwoordigen zowel het volledige spectrum van de muziek die we probeerden te maken als de onderwerpen die ik wilde bespreken. Mijn favoriete songs raakten daardoor niet op de plaat, maar we gaan opnieuw een addendum bij de plaat uitbrengen met die songs zoals we ook bij Black Sheep Boy deden. Ik zou bijna willen dat we dat dubbelalbum hadden gemaakt, want het doet bijna pijn om die songs niet uit te hebben om de anderen gezelschap te houden. Ze maken het verhaal van The Stage Names af. Wat je nu hebt is de gecondenseerde versie van het thema The Stage Names."

enola: Van die negen songs springt "Plus Ones" er nogal uit door de tekst, waarin je dolt met bekende songs met cijfers als "99 Luftballons". Een spelletje?
Sheff: ""Plus Ones" was bedoeld als gimmick, een beetje zoals een Roger Miller-song, maar hopelijk toch met een zekere diepte. Ik heb altijd zo’n speelse kant gehad. Voor mij is muziek maken spelen. Daarom deed ik het als kind al: ik amuseerde mij ermee. Mijn favoriete kunst komt altijd voort uit spelen. Je kunt gerust op zoek zijn naar ernst, of een ernstig thema aanraken, maar dat wil niet zeggen dat je dat het gemakkelijkste bereikt door een pokerface op te zetten. Ik wilde dat er momenten op de plaat zouden staan die speels zijn. Ook "Can’t Hold The Hand Of A Rock’n Roll Man" is muzikaal erg speels. We zoeken het miserabele niet op."

enola: The Stage Names moest daarom ook een plaat worden die niet-emotioneel was?
Sheff: "Dat is niet helemaal wat ik bedoelde, maar die wens kwam er omdat ik het griezelige gevoel kreeg dat iedereen mij zag als een getormenteerde en "wijze" ziel. Beide gedachten vind ik nogal g&ecircnant, dus vond ik dat ik wat tegengewicht moest bieden. Voor mijn eigen gevoel — om niet te bang te moeten zijn dat ik een grap ben — en omdat ik het publiek niet wil wijs maken dat ik ook maar iets weet, was het belangrijk om een plaat te maken die niet bestond uit tragedie en melodrama. Want zo was Black Sheep Boy bedoeld: als een melodrama. Bij bands die de ene dramatische plaat na de andere maken, krijg ik altijd het gevoel dat het vals sentiment is, en dat wilde ik niet."
"Ik wil niemands sad sack zijn die het hart op de tong draagt want dat wordt clownesk op den duur. Op The Stage Names moest het emotionele aspect dus wat gedempter aanwezig zijn: geen liedjes over alles of niets, maar gewoon over het dagelijkse leven, kleine dingen die jij en ik meemaken. Misschien is dat jammer voor mensen die willen dat ik mijn hart en ziel uitstort, maar het grappige is dat ik dat op deze plaat waarschijnlijk meer doe dan op Black Sheep Boy."
enola: In je biografie grap je: "each of my nervous breakdowns fell away when I made the most important decision of my life: to be a total failure. A professional failure." Hoe voelt dat, een professionele mislukking zijn?
Sheff: (lachje) "De ene dag is beter dan de andere. Ik voel me geen professionele mislukking, maar ik voel me zeker ook geen professioneel succes. Ik hou wel van mijn leven nu, al vind ik het soms ook beangstigend: onze positie is niet bepaald stabiel, en ik maak me vaak zorgen dat het elk moment allemaal in duigen kan vallen. Want we zijn Arcade Fire niet, die honderdduizenden platen verkopen. Wij zitten in een veel kwetsbaarder positie, maar dat mag mijn artistieke beslissingen niet beïnvloeden."
"Tot op zekere hoogte zijn we succesvol, maar het is niet gemakkelijk. Er zijn zes monden te voeden die zich daarvan zeker moeten voelen. Ik heb nooit het gevoel dat ik weet wat mensen van mij willen, dus ik moet gewoon vertrouwen op mijn eigen intuïtie voor de volgende stap die ik moet nemen, en hopen dat ze volgen. Maar die negen jaar dat we bezig zijn geweest waren mooi, en ik ben een gelukzak dat ik dit kan doen. Het betekent alles voor me."

enola: Waarom moest The Stage Names een "moderne plaat" worden? Wat bedoelde je daarmee toen je dat besloot?
Sheff: "Vooral het referentiekader moest moderner. Black Sheep Boy had een antiek, gedateerd gevoel. En dat was bewust: het moest een fabel zijn. Maar ik wist dat ik nu een plaat wilde maken die daarvan verschilde, en dat kon ik bereiken door over de hedendaagse wereld te schrijven: over echte mensen die met huidige problemen worstelen, in plaats van iets abstracts. Het moest veel concreter en gedetailleerder dan een met brede halen geschilderde fabel als de vorige plaat."
enola: En zo kwam je meteen uit bij het thema entertainment?
Sheff: "Ja. Terwijl ik er zo aan werkte, sijpelde dat heel organisch door in een paar songs en er begon zich een soort gesprek tussen de songs te ontwikkelen. Al die nummers gingen tegelijk in dezelfde richting: alsof heel veel mensen uit verschillende delen van het land plots besloten af te spreken op dezelfde plek. Zo voelde het."
"Ik veronderstel dat het allemaal voortkomt uit het feit dat ik ook fan ben. Ik hou van popmuziek, tv, films, boeken … er zijn heel wat entertainmentzaken waar je uit leert, maar het punt is dat die zaken daarom niet waar zijn: het zijn gewoon ideeën, een afbeelding van het leven die niet noodzakelijk accuraat is, helemaal niet. En in het licht van mijn plan om niet zwaarmoedig over te komen wilde ik dat ook deze plaat entertainde. We hadden het gevoel dat we met deze plaat onze tapdansschoenen moesten aantrekken en het spotlicht opzoeken om een beetje te gaan dansen."

enola: Moet ik de titel The Stage Names dan interpreteren als een verwijzing naar de rollen die we moeten spelen in het leven?
Sheff: "Niet echt, al is dat thema zeker ook aanwezig. Het gaat om de kracht van het masker: dat je de kenmerken aanneemt van wie je verondersteld wordt te spelen. Het gaat niet zozeer over de rollen die we moeten spelen als wel wat een naam betekent. Ik zie mijn naam Will bijvoorbeeld als een zegen: het is één van de meest betekenisvolle woorden in de taal: "wilskracht", "de wil om …". Wil is een motiverende kracht in de wereld, ik voel me een gelukzak om dat als naam te hebben. Een tegengesteld voorbeeld is Thor, de drummer van Shearwater? Hij heeft zo’n hilarisch verhaal over hoe hij eigenlijk Michael heette, maar in de broodjeszaak waar hij werkte, waren al een paar Michaels en dus besloten zijn vrienden hem Thor te noemen. En vanaf het moment dat hij die naam kreeg, wérd hij ook Thor: hij liet zijn haar groeien, werd gespierd en begon op te vallen in de massa."
"Ik hou wel van dat idee, dat als je een nieuwe fase in je leven begint, je een nieuwe naam krijgt. Het is één van de oudste ideeën in de mensheid, bijna primair, maar het lijkt me tegelijk heel modern: er zit ook dat gevoel in dat als je iets wint door een nieuwe naam, je misschien wel de eigenschappen die bij je oude naam horen verliest."
enola: Je speelt de rol die je door je naam is gegeven?
Sheff: "Ja, er zit een zekere voorbestemdheid in. Een nieuwe naam aannemen is een erg betekenisvol ritueel en ik wilde dat verkennen in mijn songs."

{image}enola: Ik hou wel van de manier waarop je je teksten schrijft: geen vaste structuur, maar een cascade van zinnen, alsof je gewoon een verhaal vertelt, zonder refrein.
Sheff: "Ik wil gewoon starten aan het begin van een song en doorgaan tot het einde: alsof je een rode draad volgt. Bob Dylan en Leonard Cohen doen dat ook, net als Jaques Brel: ze spreken tot je in een heel intieme monoloog waarin ze hun diepste gevoelens openbaren. Je gaat van het begin naar het einde ervan en na afloop is er hopelijk iets veranderd. Dat vind ik veel interessanter dan volgens strofe-refrein-strofe-bruggetje-strofe te werken, want veel evolutie is er dan meestal niet. Wat niet wil zeggen dat ik er niet van kan genieten als een Rolling Stones-song zo werkt."

enola: Een tijd geleden mocht je openen voor Lou Reed. Heb je hem ook persoonlijk ontmoet?
Sheff: "Hij heeft ons aangesproken en gelukkig was ik zo moe en een beetje dronken dat ik niet instortte van de zenuwen. Hij was erg vriendelijk en zei me dat hij van mijn schrijfstijl en onze muziek hield en dat we echt rock-’n-roll waren. Dat is cool, want dat willen ze zeker zijn, zelfs al voel ik me niet zo. Ik hou van dat vuile, ruwe, stinkende geluid dat rock-’n-rollplaten hebben: je kunt ze bijna ruiken. Het is een bepaalde stank die de ultieme opwinding en passie in muziek vertegenwoordigt. Ik hou ook van erg bedachte, barokke muziek als die van Scott Walker hoor, maar als puntje bij paaltje komt wil ik ook dat er een beetje stank rond hangt, een geurtje. Ray Charles zei het ooit mooi: "als ik een song perform, dan moet ik die naar mij kunnen doen ruiken". Als je bij een meisje in bed belandt dan is het vaak meer sexy als ze niet één en al parfum is, maar je misschien een oksel ruikt of ongewassen haar. Dat wil ik ook van mijn songs: dat ze stinken."

Okkervil River speelt op 12 november in de AB Club.

E-mailadres Afdrukken
 
Okkervil River

Advertentie

TEST