Banner

William Elliott Whitmore

''De drie albums zijn mijn gooi naar het eeuwige leven''

Guy Peters - foto's: Madelien Waegemans & Pieter Morlion - 28 februari 2007

Het ene moment lig je je nog op te winden over het gebrek aan nieuw singer-songwritersbloed met ballen in dit taalgebied (meer daarover in het verslag van het demoproject), en even later word je blootgesteld aan een man die best als voorbeeld kan fungeren van hoe het ook kan. William Elliott Whitmore is nog eens zo’n echte vent.

Zelden zo sterk onder de indruk geweest van zo weinig als toen we Song Of The Blackbird (2006) voor het eerst te horen kregen. Ultrasimpele songs, verpakt in drooggetrainde arrangementen waarin de hoofdrol steevast gestolen werd door op zichzelf aangewezen banjo (of gitaar) en een uit natuursteen gehouwen stem als een dieselmotor. Het album vormde het laatste deel van een drieluik dat in gang gezet werd door Hymns For The Hopeless (2003) en Ashes To Dust (2005), ruwe kronieken waarop Whitmore de balans opmaakt van de voorbije decennia, die in zijn geval niet steeds even gunstig verliepen.

Sinds z’n tienerjaren verloor Whitmore beide ouders en een goede vriend, traumatische gebeurtenissen die hem ertoe aanzetten muziek te maken om het verlies van zich af te kunnen scrhijven. Als hij een in zichzelf gekeerde, nukkige misantroop was geweest, dan hadden we hem dat vergeven, maar de man die we een paar uur voor zijn innemende set in de Vooruit (als voorprogramma voor Isobel Campbell & Mark Lanegan) ontmoetten, bleek een charmante en goedlachse spraakwaterval die elke vraag gewillig en statig beantwoordde, als was hij een negentiende-eeuwse landeigenaar.

enola: Hoe bevalt Europa in vergelijking met landelijk Iowa?
Whitmore: "Geweldig man! We zijn in Londen, Brighton en Bristol geweest, en vandaag in Gent spelen we het eerste optreden op het continent. Maar de shows zijn dus super, ik ben echt vereerd dat ik mee mag met Isobel en Mark, ze zijn allebei ook heel aardig."

enola: Hoe reageert het publiek? Lanegan is een icoon, dus ik kan me voorstellen dat je soms wat vervelende of verveelde reacties krijgt.
Whitmore: "Het publiek is ook geweldig! (lacht) De mensen tonen veel respect. Sommigen hebben mijn muziek ook al gehoord, en ik ben eigenlijk al blij dat ze willen luisteren. Als je op Isobel en Mark wacht, dan kan je wat ongeduldig zijn, daar zou ik alle begrip voor hebben. Maar ze beginnen me nog steeds niet te bekogelen met allerhande vuiligheid." (grijnst)

enola: Ik las dat je binnen enkele weken op tournee gaat met Red Sparowes, een band die toch nog heel anders klinkt dan wat er vanavond te horen valt. Heeft elk soort band z’n publiek?
Whitmore: "Ik merk dat verschil wel ja, maar dat is wel iets waar ik van hou. Met totaal verschillende bands spelen, zorgt ervoor dat je oog in oog komt te staan met steeds andere mensen en culturen. Ik heb al eerder met Red Sparowes gespeeld, en heb een geweldige tijd met hen meegemaakt. Ik speel wel geregeld met punk- en hardcorebands als Converge en Clutch, echt wel zwaargewichten. Ik heb ook gespeeld met The Pogues, terwijl het tijdens deze tour gaat om luistermuziek, en daar kan je op anticiperen. Ik verander sowieso elke avond van setlist. Ik speel wel vaak dezelfde songs, want ik heb er niet zo heel veel, maar soms beslis je op het moment zelf of je een trage of snelle gaat spelen. En het leuke aan met rockbands spelen, is natuurlijk ook dat je de energie van het publiek zo kan voelen. Ook als je daar staat met je banjo. Zelfs als je fan bent van een genre, dan wil je toch niet de hele avond hetzelfde zien? Wie wil in godsnaam naar vijf hardcorebands na elkaar kijken?"

enola: Heb je er zelf een idee van hoe je in die verschillende subculturen aan bod kan komen, waarom je met rootsartiesten kan spelen, maar ook met indie- en heavy bands?
Whitmore: "Ik ben ervan overtuigd dat het komt omdat mijn muziek zo simpel is dat heel wat mensen zich erdoor aangesproken kunnen voelen. Of dat is toch een belangrijk aspect ervan. Ook de verhalen die ik vertel zijn heel direct, en ik probeer ze dan ook nog eens te vertellen op een universele manier. Ik schrijf geen dagboeksongs, en daardoor kan een Misfits-fan ook wel iets in m’n songs terugvinden waar hij zich mee identificeert. Dat betekent niet dat ik niets van mezelf in m’n song steek, integendeel zelfs, maar het is een oud truukje om het wat te verpakken." (lacht)



enola: Ga je ermee akkoord dat je aanpak op dezelfde golflengte zit als die van de punkbands in de tweede helft van de jaren zeventig? Je lijkt ook een tabula rasa voor te stellen en op zoek te gaan naar songs in hun meest sobere vorm
Whitmore: "Jazeker... ik heb ook altijd opgekeken naar bands met een heel puur en direct geluid, zoals Minor Threat bijvoorbeeld. Toen ik hen leerde kennen, kreeg ik ook voor het eerst termen als DIY te horen. Je had vanaf die bands geen booking agent of platenlabel meer nodig om je muziek te verdelen, je kon je eigen label gewoon oprichten. En wat muziek betreft net hetzelfde: strip it down, en beperk je gewoon tot een paar akkoorden en eenvoudige teksten."
"Er is niks mis met bands die op alle gebieden bombastisch willen zijn, in veel gevallen is dat ook cool, maar ik wist al snel dat ik als solo-artiest een heel directe aanpak verkoos. Daardoor ook dat optreden met die heavy bands. Het is te gek om met Clutch op te treden en te proberen het publiek voor me te winnen. Vaak zie je ook dat het gaat om een blue collar-publiek, het zijn gewone werkmensen die om 6u terug op moeten staan om te gaan werken. Ze willen zich eerst eens amuseren, en voelen ook dat ik die wereld ken. Zoals Ian MacKaye (zanger/gitarist van Minor Threat en Fugazi en punkicoon, gp) al zei: maak er een speciale gebeurtenis van, deel het moment met je publiek."

enola: Kan je intussen leven van je muziek?
Whitmore: "Dat doe ik momenteel toch, (lacht) maar daarvoor moet ik wel veel optredens spelen. Ik ben dus niet zoveel thuis als ik soms wel zou willen, maar ik woon op de boerderij waar ik ben opgegroeid, ik hoef geen huur te betalen en ik heb heel lage rekeningen, dus ik kan eigenlijk best rondkomen met weinig geld. En als je wat je wil en nodig hebt tot een minimum beperkt, dan heb je echt niet veel nodig om tevreden te zijn. Ik heb m’n leven eigenlijk vereenvoudigd. Ik woon in een huisje dat ik zelf heb gebouwd. Ik heb nog geen badkamer en elektriciteit, dus het heeft iets van kamperen. (lacht) Maar ik heb een houtkachel die me warm houdt in de winter en zorgt voor een hele gezellige warmte. Ik heb voor de meest eenvoudige levensstijl gekozen."

enola: Zoek je ook bewust een solitair bestaan op? Heb je iets met Thoreau’s Walden?
Whitmore: "Yep, Thoreau is een van m’n grote helden! Het is gewoon goed om wat mee te kunnen pikken van de twee werelden. Enerzijds kom ik op veel plaatsen, kom ik aardige mensen tegen, en maak ik zelfs nieuwe vrienden, maar het kan me ook een gevoel van claustrofobie geven, en dan is het zalig om terug thuis te komen. Altijd één van de twee moeten doen, zou me gek maken, maar nu heb ik een evenwicht gevonden dat ideaal is. En als ik m’n boodschappen kan doen, en nu en dan wat bier en een fles whisky kan kopen, dan ben ik al tevreden."

enola: Heb je dan nooit de behoefte om een plaat op te leggen?
Whitmore: (lacht) "Dat is natuurlijk wat ik wel mis. Uiteindelijk zal ik wel stroom hebben, en ik kijk er naar uit om terug muziek op te zetten. Ik heb een grote vinylverzameling, maar de meeste albums heb ik al jaren niet meer gehoord. Ik kan lezen bij een kaars en leven rond een kachel, maar muziek komt natuurlijk niet vanzelf. I’ll shit in the woods if necessary, but I need my records." (schatert)

enola: Luister je nog steeds naar de punkbands van vroeger, of zoek je je heil bij de rootsartiesten?
Whitmore: "Ik heb het geluk gehad om op te groeien in een gezin waar muziek heel belangrijk was. Ik hoorde vroeger heel wat oude country en blues, en toen ik een jaar of zestien was, begon ik veel te luisteren naar hardcore punk en hiphop van Public Enemy enzo. Ik luister nog altijd veel naar al die dingen, vooral naar hiphop, omdat sommige artiesten zulke boeiende dingen doen met taal en het vertellen van verhalen. Ook experimentele elektronica interesseert me wel, al keer ik uiteindelijk toch steeds terug naar de klassiekers: Hank Williams, Ralph Stanley, Dock Boggs, namen uit m’n kindertijd. Maar er is zoveel goeie muziek, man, en door dat verdomde reizen komt er geen einde aan de nieuwe namen die ik leer kennen, van het een naar het ander!"



enola: Dat is herkenbaar, ik moet je trouwens nog bedanken omdat ik door jouw albums de muziek van Roscoe Holcomb heb leren kennen.
Whitmore: "Echt? Cool, man! Het is altijd goed om iets te horen, en dan eens na te gaan waar die artiest z’n inspiratie haalde, terug te gaan in de tijd. Je moet zeker ook wat dingen van Doc Watson in huis halen. Het is door het internet ook makkelijker geworden om aan dingen te geraken. Ik vind werken met een computer pokkesaai, maar ik vind het wel super om te horen hoe mensen muziek vinden en leren kennen via anderen en door te downloaden. Ik heb me er dan ook bij neergelegd dat mijn muziek waarschijnlijk ook gedownload wordt."
"Als ze op die manier dingen leren kennen, dan is het zo. Ik leef van optreden en de verkoop van m’n cd’s, en ik ben mensen echt dankbaar als ze de albums kopen, al denk ik soms... misschien moet muziek gewoon gratis zijn, net als water. Dus ik zit wat dat betreft tussen de twee benaderingen in. Ik neem het geld graag in ontvangst, want zo onderhoud ik mezelf, maar uiteindelijk wil ik ook gewoon gehoord worden. Enkel in het geval van Metallica vind ik het gezeik. Die kerels zijn miljonairs, en zijn zo ver geraakt omdat jongeren meer dan twintig jaar geleden met cassettes rondzeulden."

enola: Je drie albums zijn stilistisch en inhoudelijk heel coherent, als hoofdstukken uit eenzelfde boek. Is dat bewust gedaan, of is het gewoonweg hoe jij de wereld ervaart?
Whitmore: "Ja, natuurlijk. Als je het op die manier bekijkt, dan is de muziek die ik maak heel autobiografisch. Het gaat vaak over dingen die me overkomen zijn. Zoals je zegt zijn de albums eigenlijk de drie delen van een groter verhaal. Het was gewoon mijn manier om met bepaalde dingen om te gaan, vooral dan met het verlies van enkele dierbaren. Het op een creatieve manier verwerken, leek me een oplossing die beter was dan heil zoeken in zelfdestructie of depressiviteit te gaan cultiveren. Waar zit de schoonheid van kunst als het je niet kan helpen om het leven onder ogen te zien? Of je nu een schilder bent, of een fotograaf of een muzikant, dat blijft toch hetzelfde?"
"Bepaalde gebeurtenissen moeten er nu eenmaal zijn om je over de streep te trekken. Als kind had ik helemaal niet de ambitie om muziek te maken of te schrijven, maar toen ik het overlijden van een paar mensen moest verwerken, had ik plots ook iets om over te schrijven en zingen, en dan ben ik expressie gaan omzetten in songs. Ik ben toen gaan beseffen waar het in zoveel kunst over gaat: getting things off your chest. En daar gaan die drie platen inderdaad over. Als je ze allemaal achter elkaar beluistert, dan krijg je meteen m’n hele verhaal te horen." (lacht)

enola: Gaat het vanaf nu dan in een andere richting evolueren? Je hebt net ook een e.p. uitgebracht met Jenny Hoyston.
Whitmore: "Ik denk het wel. Ik ben op een andere manier songs gaan schrijven sinds het derde album. Ik ben meer buiten mezelf gaan kijken, geëngageerder, misschien zelfs beïnvloed door het huidige politieke klimaat, en dat heb ik nooit eerder gedaan. Ik ben nog altijd geen Woody Guthrie of Bob Dylan, maar het is een uitdaging om het eens te proberen, en ik zie wel of het iets wordt. Het is zeker wel plezant om ander volk op de plaat te hebben, maar ik vermoed dat soberheid wel zal blijven: ik hou van het idee dat de muziek nog een tijdje mee kan, en ik zou het dan ook jammer vinden als er te veel aan geprutst zou worden. Ik moet het ook nog live kunnen spelen in m’n eentje, weet je. De albums komen dan eigenlijk pas op het tweede plan. Het mag allemaal niet te moeilijk zijn, want de drank doet soms ook al z’n werk." (lacht)

enola: Je bent met elke plaat iets bekender geworden. Hoe ver denk je zo door te kunnen gaan?
Whitmore: "Ik mag eigenlijk niet klagen: er is vast een niveau van bekendheid waar ik nooit voorbij zal geraken, maar ik heb nu al een pak meer mensen kunnen bereiken dan ik ooit had durven hopen. Anderzijds weet ik ook wel dat ik met m’n muziek nooit op de radio zal gedraaid worden, dat ik veroordeeld ben om in de marge rond te hangen, maar dat is prima. Ik vertrouw erop dat er altijd wel een paar mensen zijn die me blijven volgen."

enola: Ik heb alleszins gemerkt dat er nogal wat jongeren zijn die genoeg hebben van de hypes van vandaag, de klassiekers (her)ontdekken, en op zoek gaan naar pure expressievormen, wat waarschijnlijk ook het succes van Johnny Cash verklaart.
Whitmore: "Tuurlijk, net zoals wij toen we punk gingen beluisteren. En daar kom je op het terrein van de tijdloze muziek. Johnny Cash was zo’n figuur waar ik altijd naar heb opgekeken: hij had net als ik een plattelandsachtergrond en hij zong er ook over. Binnen honderd jaar zullen zijn songs nog altijd niet achterhaald zijn. Zelf probeer ik ook zulke dingen te bereiken, er zijn nu eenmaal thema’s die los staan van de tijd, dus die drie albums zijn mijn gooi naar het eeuwige leven." (lacht)

E-mailadres Afdrukken