Banner

Tamino

''In de muziek is tunnelvisie onvermijdelijk''

Erwin Knieper - 17 oktober 2018

Zelden zo veel wijsheid gezien in de ogen van een twintiger. Tamino Amir Moharam Fouad, de nieuwe chouchou aan het Vlaamse muzikale firmament ziet zijn ster alsmaar hoger stijgen. Na een aantal succesvolle singles, een geslaagde EP en een tour die al snel de grenzen van het vaderland oversteeg, wacht nu ook de Europese doorbraak met Amir, het eerste volledige album van de Antwerpse Egyptenaar.

Hij kijkt, hij zwijgt, hij denkt na en hij nipt van zijn drankje. In een maatschappij waarin we ervaring aan leeftijd koppelen, is het makkelijk om Tamino over het hoofd te zien. De Antwerpenaar is amper 21 en toch lukt het hem om zijn woorden te wegen en te wikken als een volleerd redenaar. Met een stamboom die het beste van twee werelden combineert en een grootvader die beschouwd mag worden als Egyptian artistic royalty, liggen de verwachtingen alvast bijzonder hoog.

enola: Een eerder apart album in een unieke sfeer! Los van de overduidelijke invloeden uit het Midden-Oosten doet Amir ook bijzonder klassiek romantisch aan. Aantrekken en afstoten: je speelt met tegengestelden.
Tamino: “Voor mij zit er zeker romantiek in de klassieke zin in het album. En als je het hebt over tegengestelden, dan moet ik je ook gelijk geven. Ik wil het eerder hebben over een gevoel van romantiek gekoppeld aan apathie. Je ziet dat duidelijk in de thema’s die aan bod komen: soms neemt de romantiek de overhand, andere keren merk je dat er een laag van onverschilligheid over het nummer hangt.”

enola: Ik weet dat je graag zinspeelt op dat gevoel van onverschilligheid dat in je songs sluimert -je haalt dat vaak genoeg aan tijdens oudere interviews - maar ik hoor het niet. Ik hoor persoonlijke verhalen gebaseerd op authentieke emoties.
Tamino: “So It Goes” is op zich een goed voorbeeld. Dat nummer klinkt groots en indrukwekkend, maar gaat over apathie. Centraal staat het idee dat je niet altijd kan of niet altijd wilt deelnemen aan schoonheid. Dat contrast was ook de bedoeling op basis van het concept. Dat moet ik wat uitleggen; nadat de nummers geschreven werden, zijn we gaan werken rond het sonische aspect en hebben we voor een vrij specifiek kader gekozen. Welke elementen zitten in de nummers en hoe gaan we verder wat geluid betreft, dat soort dingen. De teksten zelf zijn niet geschreven op basis van een concept of wat dan ook, dat zou ik ook niet kunnen. Wat ik schrijf, hoeft dus ook niet persoonlijk te zijn. Ik kan een nummer perfect als een karakter zien, dat is net het mooie. Je kiest een bepaald aspect dat je kan uitvergroten en dat aspect wordt dan opnieuw een karakter. Om het anders uit te drukken: het is voor mij niet vreemd om tijdens het schrijven een bepaalde persoonlijkheid te kiezen en vanuit dat opzicht een song te bouwen.”

enola: Kan je dat concept wat beter verklaren? Ik hoor voornamelijk nummers die zo groots zijn opgevat dat je als snel de neiging hebt om te denken dat ze geschreven zijn voor de Antwerpse opera.
Tamino: “Opera is alleszins geen invloed geweest. Stemtechnisch zou dat ook niks voor mij zijn, maar ik zie het verband wel dat je legt. In een opera staat ook die grootsheid en dat majestueuze centraal dat ik graag in mijn nummers wilde steken. Waarom ik dat wilde? In de publieke opinie is de singer-songwriter vaak een eenzame ziel die alleen in zijn zolderkamer liedjes zit te schrijven met een versleten gitaar, een soort antiheld aan de rand van de maatschappij. Ik ben zo niet, dat is niet het beeld dat bij mij past. Noem het gerust opnieuw een tegenstelling die we hebben uitvergroot. In elk aspect naar het resultaat toe wilde ik benadrukken dat schoonheid op zich niet interessant is. Je hebt iets nodig dat voor een contrast zorgt: de soundscapes die Inne Eysermans maakte, vormen een mooi tegengewicht.”

enola: Je bent nooit nerveus geweest dat Amir zo net iets te ijl of te donker werd?
Tamino: “Er zit donkerte in het album, maar dat is niet erg. De Arabische invloeden op de plaat tonen dat ook. De Arabische muziek in de jaren vijftig en zestig werd gedomineerd door grote orkesten gesteund door een charismatische zanger. Iemand die zijn hart helemaal blootlegt en zo aangeeft dat er wel degelijk donkerte zijn leven te vinden is. Dat is intens, romantisch en gebeurt allemaal met een rechte rug. Je bent trots op wat je voelt en je bent trots op wat je uit jezelf naar voren laat komen.”

enola: En dat past allemaal in een wereld waarin alles vrolijk en makkelijk te bevatten moet zijn? Welk bestaansrecht heeft Amir anno 2018?
Tamino:Amir is zeker niet geschreven vanuit een sociaal perspectief, hoewel dat actueel gezien misschien wel interessant geweest zou zijn. Ik moet wel toegeven dat ik het achteraf bekeken fijn vind dat mensen mijn muziek of mijn nummers als rustpunten of als reflectiemomenten omschrijven. Trends en hypes zeggen mij niks; ik doe wat ik voel en probeer wat er aan de binnenkant zit zo goed mogelijk naar buiten te krijgen. In een nummer als “Persephone” is het zo voor mij erg aangenaam om een verband te kunnen leggen naar een klassiek Grieks verhaal. Iedereen kent dat verhaal, ook al weet je niet meteen hoe de personages heten of waar het verhaal juist vandaan komt. Nick Cave doet trouwens hetzelfde met Bijbelverhalen en Bob Dylan heeft het dan weer verschillende keren over Napoleon. Door een verwijzing te maken doe ik eigenlijk twee dingen: het wordt onmiddellijk duidelijk vanuit welk standpunt je het nummer of de muziek moet beluisteren en ik benadruk het universele thema dat aanwezig nog eens extra.”

enola: Dus met andere woorden: het perspectief dat jij kiest kan voor iedereen van toepassing zijn?
Tamino: “Ja, absoluut. Ik kan me niks erger inbeelden dan mensen die naar mijn plaat zitten te luisteren en dan denken: my God, wat heeft Tamino nu weer meegemaakt? Ik hoop voornamelijk dat elke luisteraar in het nummer of het album of in wat dan ook iets van zichzelf herkent. Wil je het tijdloos noemen? Het gaat volgens mij eerder om het gevoel dat je als luisteraar hebt wanneer je denkt dat jij de enige bent die echt doorheeft waar het nummer rond draait.”

enola: Heb je dat gevoel als je naar het werk van je grootvader luistert? Zie je parellellen tussen jouw leven en dat van hem?
Tamino: “Die zijn er zeker. Zo zijn we beiden op dezelfde leeftijd met muziek begonnen. De verwijzing naar wat ik doe en wat mijn grootvader (Moharam Fouad, nvdr) heeft gedaan, wordt moeilijk als je begint te vergelijken. In mijn ogen heeft hij veel meer verwezenlijkt, dat was écht een grote meneer. Op zijn negentiende speelde hij mee in een Egyptische film (Hasan Wa Nijima, 1959, nvdr) en werd zo een absolute superster. Hij leefde in een wereld waarin meisjes en vrouwen zich aan zijn voeten gooiden, terwijl hij op straat wandelde. Het talent dat hij had, omschrijf ik als onovertrefbaar. Je gaat mij nooit horen beweren dat ik als zanger of als uitvoerder op gelijke voet met hem sta. Als songwriter is dat dan weer anders omdat hij geen nummers hoefde te componeren, het orkest deed dat voor hem. Hij is ook een duidelijke inspiratiebron voor mij. De sound van de muzikanten die hem omringden heb ik wel klakkeloos gekopieerd; dat geef ik toe. Dat geluid wilde ik absoluut in het album.”

enola: Je hebt het over een moeilijke vergelijking; wat dan met het succes dat hij beleefde na zijn filmrol en jouw aandachtsexplosie na “Habibi”?
Tamino: “Het valt inderdaad op dat onze eerste wapenfeiten omarmd worden door een groot publiek. Ik sta daar wel zelf niet vaak bij stil. Wat je ook zou kunnen vergelijken, is dat er misschien geen ontsnappen is aan dit carrièrepad: we zijn beiden voor een leven als muzikant geboren. Dat is ook ergens de reden waarom de plaat Amir heet; in het Arabisch betekent dat “prins”. De achterliggende gedachte is dan dat een prins ook simpelweg als prins wordt geboren. Dat idee trek ik dan door naar het feit dat ik als muzikant bent geboren. Amir is trouwens ook mijn tweede naam, handig meegenomen. Ik maak muziek en ik kan er eigenlijk niks aan doen. Op dit moment lukt het mij ook niet om te doseren: ik werk enorm veel en ik werk enorm hard. Gelukkig lukt dat met een intense focus en kan ik zo wat vergeten dat mijn muziek bijzonder aanwezig is.”

enola: Je bent inderdaad enorm aanwezig en je output volgt elkaar erg snel op: van Nieuwe Lichting naar single naar EP naar succestour naar plaat naar nieuwe tour. Die constante focus zorgt niet voor tunnelvisie?
Tamino: “Je bedoelt dat je alles rond je verwaarloost? Dat is onvermijdelijk. Grof gezegd: als ik het nu niet doe, dan is er iemand anders die het wel gaat doen. En dat is zeker zo als je op een of andere manier een stempel wilt drukken met je muziek. Ergens is dat ook logisch. Vergeet ook niet dat een successingle of wat je dan ook behaalt vrijheid betekent. Je moet muziek maken niet benaderen vanuit het competitieve aspect, maar ik ben me er wel bewust van. Voor mij draait het om wat ik nog wil maken; ik ben trouwens met nieuw materiaal bezig. Volgens mij gaat het ook vrij makkelijk zijn om iets totaal nieuws te doen omdat ik weet dat ik de productie kan sturen. Opnieuw zoeken naar welke elementen die aanwezig zijn en zo de verschilpunten dan benadrukken. Het zou me ook niet uitmaken of het zou aanslaan. Als resultaat moet ik iets oprecht kunnen afleveren en dan ook nog liefst zonder compromissen.”

enola: Speelt het in je voordeel dat je zo authentiek klinkt? Ik moet toegeven dat ik geen snars begreep van het magnetisme rond “Habibi” en dat het me moeite kostte om het nummer te doorgronden.
Tamino: “Ik hoop dat het authentiek is en dat het niet alleen zo overkomt. Wat je zegt over “Habibi” vind ik trouwens erg mooi. Waarom zou je iets willen maken dat meteen begrepen kan worden? Niets leukers dan diepgang en gelaagdheid om een nummer te versterken en er zo voor te zorgen dat iedereen op een persoonlijke manier een lied kan appreciëren. Soms het lukt het je nooit om een nummer helemaal te begrijpen, maar dat maakt een nummer net zo mooi. Elke luisterbeurt zorgt voor nieuwe ontdekkingen. Dat is misschien wel het tijdloze van muziek waar je het eerder over had.”

E-mailadres Afdrukken
Tags: Tamino