Banner

Whispering Sons

''Brussel is een mengelmoes die in je gezicht ontploft''

Matthieu Van Steenkiste - 17 oktober 2018

Het was nooit vertoond, een doomerige gothicband die de Rock Rally wint, maar in 2016 kon je niet rond Whispering Sons. Als een strakke machine overrompelde de band, frontvrouw Fenne Kuppens hield met haar begeesterde podiumact je blik gekluisterd. Zonder discussie haalde de Limburgse groep de overwinning binnen. Vandaag, twee jaar later, is er eindelijk debuut Image, waarop de zangeres enkele moeilijke jaren verteert. "Ik zat blijkbaar met een paar issues".

enola: Jullie platenfirma noemt dit jullie debuut, maar enkele jaren terug was er toch al Endless Party?
Fenne Kuppens (zang): "Klopt, maar die beschouwen we zelf eerder als EP. Endless Party was zelfs niet professioneel opgenomen. Meer dan onze liveset spelen in het repetitiehok was het niet, al lieten we ze wel nog mixen. Image is in vergelijking veel meer een plaat. Toen hadden we hoop en al vijf optredens gegeven, nu denken we veel meer na over hoe we onze nummers schrijven. We zijn ondertussen fel gegroeid als songwriters. Vergeleken met vorig werk is dit veel meer gelaagd en complexer.
Lijnen: Endless Party duurde wel een half uur, maar was nooit bedoeld als debuut. Het was eerder een snapshot van ons als band toen; heel rechttoe rechtaan gas geven met de gitaar. Nummers draaiden rond één motief of sfeer, en dat was het dan. Nu hebben we daar veel meer in gevarieerd, en aan gewerkt. In vergelijking met die EP hangt Image veel meer samen. Alle songs zijn in dezelfde periode geschreven en waren ook echt bedoeld om samen opgenomen te worden."

enola: Hoe vormen de songs één geheel?
Kuppens: "Op meerdere manieren. Dat de plaat in één ruk van tien dagen studio is opgenomen, is een van de redenen dat alles goed bij elkaar past. Maar ook thematisch hangen ze samen. Ik ben er maar achteraf op uitgekomen, maar eigenlijk heb ik heel veel over dezelfde thema's geschreven. Ik zat blijkbaar met een paar issues." (verontschuldigend lachje)
enola: Welke dan?
Kuppens: "Vervreemding, en de afstand die je onbewust creëert tussen jezelf en je omgeving. Veel daarvan heeft te maken met Brussel, waar ik een paar jaar geleden ben gaan wonen. Het was een volledig nieuwe omgeving, een chaos waarin ik mijn weg moest vinden. Dat bleek niet altijd even gemakkelijk, waardoor er heel veel extreme emoties waren. Ik hou van Brussel, maar de euforie van er kunnen wonen, kon twee seconden later volledig botsen met een volledige afkeer van de stad, en een gevoel van eenzaamheid in die grote massa. Ik was helemaal niet vereenzaamd, toch had ik moeite om mij er thuis te voelen, hoewel ik er meer dan genoeg mensen kende. Nu is dat beter, hoor, maar toen voelde ik dat heel hard aan."
Lijnen: "We zijn allemaal uit de Limburgse mijnstreek afkomstig, waar het sociale leven vaak beperkt is tot de voetbal of de chirofuif. En ok, we hebben ook gestudeerd in Leuven, maar dat is ook maar een groot dorp waar de samenleving vooral uit studenten bestaat. Als je van daaruit in Brussel komt, is dat een mengelmoes die in je gezicht ontploft, en waarin je niet meteen je plaats vindt. Veel van de nummers op Image zijn in dat eerste jaar geschreven."

enola: Naar Brussel verhuizen was niettemin noodzakelijk?
Kuppens: "Absoluut. Ik ben een half jaar op Erasmus in Praag geweest, en terugkeren in Leuven was teleurstellend. Toen kwam het idee om naar Brussel te trekken."
Lijnen: "We waren allemaal Leuven wat beu, en terugkeren naar het landelijke leven was ook voor mij geen optie. Brussel was de juiste uitdaging om te proberen. In Vlaanderen wordt vaak neergekeken op het vuile Brussel, maar net die underdogpositie trok me aan."

enola: Hoe moet ik die titel “Image” in dat kader van vervreemding zien?
Kuppens: ""Image" moet je zien als: de werkelijkheid, maar dan als een beeld waar je van op afstand naar kijkt, zonder er deel van uit te maken. Zoiets. Ik als passant en observator? Ja."
enola: Image sluit wel af met "No Image".
Kuppens: "Dat nummer gaat over hoe je een ideaalbeeld van jezelf moet hooghouden, hoe je probeert te voldoen aan de verwachtingen die anderen van je hebben. En net dat zorgt ervoor dat je toch altijd vanop een afstand staat te kijken ook. (twijfelt) Sorry, ik krijg er mijn hoofd niet rond hoe ik dit moet uitleggen. (kijkt wanhopig naar Kobe) Kun jij me niet helpen?"
enola: corrigeer me als de amateurpsycholoog in mij op hol slaat, maar begrijp ik het goed als ik het zo interpreteer dat je zodanig bezig bent met het construeren van een zelf die past in gegeven omstandigheden, dat je vergeet wie je echt zelf bent?
Kuppens: "Ik denk dat het daar wel mee te maken heeft. Ja dus, maar laat me nog even denken. Is er al een volgende vraag ondertussen? (lacht) Ach, heel dat "image / no image"-ding is moeilijk met elkaar te rijmen, weet ik, maar in mijn hoofd klopt dat wel. Ik krijg het alleen niet zo goed uitgelegd."

enola: "Life is very long when you're stuck in existence" zing je in "Hollow". Het waren echt wel moeilijke jaren in Brussel hé?
Kuppens: "Echt heel zwaar. (lacht) Ach neen. Dat nummer is gebaseerd op "The Hollow Man", een gedicht van T.S. Elliott, waarvan ik vooral de sfeer en woordkeuze geleend heb."
enola: Gebruik je vaker gedichten als inspiratiebron?
Kuppens: "Ja, al ga ik er doorgaans nooit zo letterlijk mee aan de slag als bij "Hollow". Maar als ik aan het schrijven ga, word ik omringd door duizend boeken, omdat ik anders niet weet hoe te beginnen. Ik ben geen schrijver van nature, dus het is altijd een moeilijk proces."
Lijnen: "We merken het altijd als ze aan het schrijven is, dan moeten we wat meer op eieren lopen." (lacht)
Kuppens: "Vreselijk. (lacht) Enfin, neen, ik vind schrijven heel leuk en ik ben altijd wel tevreden met het resultaat, maar het proces is lastig. Het komt niet vanzelf."

enola: In "Got A Light" heb je het over je problemen met banale conversaties.
Kuppens: "Ja. Ik ben heel slecht in praten en deelnemen aan conversaties, zeker als er meerdere mensen zijn. Dat zorgt voor negatieve gedachten, want ik hoor hoe leeg die gesprekken zijn, hoe er niets gezegd wordt. Small talk dus, daar gaat dat nummer over. "Hoe gaat het met je", en van die dingen. Live zorgt het altijd voor leuke momenten, want soms reageert het publiek heel enthousiast als ik dat “how you feeling?” zing? Heel grappig, want ik vraag het eigenlijk boos."
Lijnen: (lacht) "En toch kan dat publiek daar soms waanzinnig juichend op reageren."

enola: Jullie treden ondertussen veel op, en dan vooral in het buitenland. Ik kan me voorstellen dat dat soms een hard bestaan kan zijn?
Lijnen: "We hadden al vroeg door dat België erg klein is -- zeker voor een band als wij -- dus we zijn heel snel de grens overgegaan. In een land als Duitsland is er meer vraag naar ons soort muziek, dus de omstandigheden vallen daar best mee. Er zijn echter landen waar het nog echt hard werken is en we samen op één kamer moeten slapen, hoogstens spaghetti krijgen en het podium erg klein is. Maar die dingen beteren, merken we, dus dat is goed. We voelen dat we vooruitkomen."
Kuppens: "Ik vind het ook wel eens fijn als het moeilijk is. Met één monitor moeten werken voor vijf man? Dat zijn vaak de leukste shows. Ik heb dan tenminste perfect geluid. (grijnst) Neen, dat soort dingen hoort erbij."
Lijnen: "En het versterkt de band tussen ons als je er dan toch iets goeds van kunt maken. Als na zo'n optreden mensen naar de merchandising stand komen en ons complimenteren, dan doet dat iets. Het ligt niet voor de hand dat ze in het buitenland je muziek hebben beluisterd en naar je concert komen. Dat doet me wel iets dan."

enola: Wat zijn de smerigste toestanden die je hebt gezien.
Lijnen: "Een hotel waar op de muren stond geschreven "Nettoyez la chambre", en de vloer desondanks plakte. Echt vies. Dan slaap ik nog liever bij iemand thuis op de grond."
Kuppens: "Centrum Parijs was dat. Daar kun je niet veel goeds verwachten."
Lijnen: "Altijd apart, een concert in Parijs. Het publiek is er altijd erg uitgelaten en luid."
Kuppens: "Je weet nooit of ze heel erg dronken zijn of het effectief goed vinden. Bijzondere ervaring, elke keer weer."

enola: In Duitsland zit je in de gothic-niche. Voelt dat juist?
Kuppens: "Niet honderd procent. We voelen ons eerder een buitenbeentje in die scene, maar het is belangrijk geweest om via die wereld onze eerste stappen te zetten. Het is de bedoeling om daar nu uit te ontsnappen." Lijnen: "We merken vaak dat het soort artiesten dat op van die festivals op de affiche staan niet echt ons ding zijn. Zij zijn het niet die ons hebben beïnvloed, die clichématige combinatie van beats met zanger. Maar misschien gedijen wij daarom goed in die omgevingen, omdat we daar zo hard van verschillen. We spelen alles live, bijvoorbeeld, en we zijn ook jonger dan de meeste andere artiesten. Dat maakt al een heel verschil voor dat publiek, dat er nog jongeren zijn die van hun soort muziek houden en dat het niet alleen bestaat uit heropleving. Wij brengen ook nieuwe invloeden."
Kuppens: "Al vindt niet iedereen dat leuk, sommige houden heel erg vast aan de oude muziek en willen van niets nieuws weten."
Lijnen: "Echt waar: Fenne heeft ooit commentaar gekregen omdat ze geen zwarte schoenen aanhad. Waar ben je dan in godsnaam mee bezig? Het gaat toch om de muziek en niet om het “Image”?" (grijnst breed)

enola: Over jullie imago is nochtans ook goed nagedacht, als ik zag hoe hagelwit Fenne er op Pukkelpop bijliep.
Kuppens: "Ha, dat had iedereen gezien hé. Er is veel over geschreven. En natuurlijk was het een heel bewuste zet om dat zwarte los te laten. Wit valt op het podium ook meer op. (valt even stil) Ik weet eigenlijk niet waarom ik dat heb gedaan, ik vond het gewoon eens leuk."

enola: Vooral blijven doen dan. Bedankt voor het gesprek.

E-mailadres Afdrukken