Banner

Bed Rugs

“Als je niet weet wat je aan het doen bent, is het gemakkelijk je versterker gewoon nog wat luider te zetten”

Maarten Langhendries - 23 mei 2018

Na drie jaar radiostilte heeft Bed Rugs, de Antwerpse rockgroep rond Noah Melis, Yannick Aerts en Stijn Boels (Arne Omloop en Yorgos Tsakiridis zijn er in de tussentijd niet meer bij) een nieuwe boorling klaar. Hard Fun Grand Design werd die gedoopt, een kloeke dubbelplaat die opnieuw dromerige sferen opzoekt. Melis en Aerts geven tekst en uitleg bij hun nieuwe trip.

enola: Jullie hebben een tijdje bijna jaarlijks een plaat uitgebracht. Nu zat er plots drie jaar tussen Cycle en jullie nieuwe worp. Wat hebben jullie in de tussentijd zoal uitgespookt?
Yannick Aerts (gitaar, zang): “Die lange pauze kwam eigenlijk hoofdzakelijk omdat we op voorhand al wisten met wie we wilden samenwerken (Derek Almstead van Elephant 6, ml.), en een datum hadden vastgepind op april 2017.”
Noah Melis (drum, zang): “Maar we hadden ook wel bewust na de tour van Cycle gezegd dat het even genoeg geweest was, of op z’n minst dat dat we onze tijd eens gingen nemen. Het begon een spelletje te worden, elke januari een plaat uitbrengen. Bij Cycle zaten we in de studio en er was een hoop dat nog niet voldoende afgewerkt was naar ons goesting. Dan moet je ter plaatse knopen doorhakken, met veel discussie tot gevolg. Het is gewoon niet aangenaam om zo te werken.”
Aerts: “Op zich hebben we die plaat iets te snel moeten maken. Maar dat was iets wat we onszelf hadden opgelegd in die periode. We hebben geleerd dat het verfrissender is een nummer even te laten rijpen, en er later op terug te komen.”
Melis: “En ook de wijze van songschrijven is tegenwoordig heel anders dan vroeger. Toen kwam iemand met een idee af en werkten we dat samen uit in het repetitiekot. Nu zat iedereen gewoon thuis muziek te maken: soms alleen, soms met twee. Maar zelden tot nooit met iedereen samen.”
Aerts: “We moesten elkaar wat ruimte geven. Bed Rugs bestaat sinds 2010, maar daarvoor speelden we ook al een hele tijd samen. En na een paar tours denk je dan toch: even goede vrienden maar we hebben elkaar nu wel even genoeg gezien. Het was aangenaam dat iedereen op zijn eigen tempo aan nummers werkte. Maar vanaf dat we een hoop demo’s bij elkaar hadden, hebben we ons wel een paar langere periodes afgezonderd in de Ardennen. Het was zalig zo te werken los van het alledaagse in een mooie omgeving. Moest ik er meer tijd voor hebben, ik zou het elke maand doen. (lacht)”
Melis: “We hebben de plaat ook bewust gemaakt met een aantal ideeën in het achterhoofd. Één: fuck de radio. We wilden niet werken rond singles, maar enkel songs schrijven waar we gewoon zelf tevreden van zijn.”
Aerts: “Twee: iedereen mocht zijn eigen ding doen. Als iemand met een demo afkwam, waren de rest even “zijn muzikanten” die deden wat gezegd werd dat gedaan moest worden. Ik overdrijf nu een beetje natuurlijk. In de praktijk heeft ieder wel zijn inbreng, maar je hakt zelf uiteindelijk wel de knopen door over de songs die jij hebt aangeleverd.”
Melis: “Een soort vetorecht als songschrijver. Alles was in functie van de song, en diegene die hem heeft bedacht, kent die nu eenmaal het best. Het leuke aan Hard Fun Grand Design is dat je hoort dat er van iedereen wat in zit, veel meer dan daarvoor. Daarom vind ik het ook de meest persoonlijke plaat die we al hebben gemaakt. Tijdens die lange pauze ben ik ook wat beginnen experimenteren met songs schrijven. Ik was het na Cycle wat beu om enkel te kunnen drummen en niet echt mee te kunnen werken aan songs. Ik had wel ideeën, maar moest die dan “vocaal” vertalen naar de rest (lacht). Het was normaal dat Stijn en Yannick het voortouw namen. Zij hadden ervaring en dan werd er niet altijd naar mij geluisterd of ik kreeg mijn ideeën niet uitgelegd. Plus: ik was de jongste.”
Aerts: “Nu is hij niet meer de jongste (lacht)."
enola: En heeft je plaat als Shy Dog bij die evolutie geholpen?
Melis: “Ja, heel hard. Mijn eerste plaat met Shy Dog is eigenlijk puur een leerweg. Als ik hem nu terug beluister, denk ik bij mezelf wel eens: ‘oei’ (lacht), maar ik wel blij dat ik ze heb uitgebracht, want dat was een moment in mijn leven dat ik hard aan het werken was om al die zaken te leren. Songschrijven is zoeken hé.”
Aerts: “Een beetje vergelijkbaar met onze eerste plaat eigenlijk.”
Melis: “Ja. Het was iets noodzakelijk voor mij. Ook omdat ik ze grotendeels alleen gemaakt heb. Buiten dan in de laatste fase toen ik wel met Pascal Deweze heb samengezeten. Hij heeft mij de laatste richtlijnen gegeven die ik nodig had. Hij heeft mij bijvoorbeeld mijn zangstem leren kennen.”
>b>enola: Is er muziek waar je vroeger een pesthekel aan had, die je nu anders bent beginnen appreciëren?
Melis: “Ik haatte vroeger alles uit de jaren tachtig, maar écht alles. En nu… Zelfs commerciële muziek uit die tijd kan heel goed zijn. Drumcomputers heb ik ook echt leren appreciëren. Voor mij moest vroeger een drum een drum zijn. Nu maakt mij dat allemaal niet meer uit. Misschien plaatste ik mezelf vroeger te veel in dat jaren zestig-fetisjisme. Ik bedoel: er zijn nóg periodes geweest met goeie muziek. Jazz doet me ook meer dan vroeger. Je wordt gewoon ouder, je staat wat meer open voor alles. Als ik het goed vind, vind ik het goed, zo simpel is het.”
Aerts: “Ik heb dat vooral ook omgekeerd: dingen die ik vroeger goed vond, maar die me nu niets meer doen. Op die manier merk je ook heel hard welke platen de tand des tijds doorstaan. Maar vroeger waren we inderdaad misschien minder open-minded terwijl er zoveel te ontdekken valt.”

enola: Naar de release van Hard Fun Grand Design toe hebben jullie wat miserie meegemaakt. Vertel?
Aerts: “De persing was fout gelopen en klonk heel dof. Vanuit de firma kwam dan een heel technische uitleg. “Computer Sagt Nein”, daar kwam het op neer (lacht). Ze hadden dan zelf met de mastering zitten prutsen en dat klonk nergens naar.”
Melis: “Het bedrijf reageerde heel vervelend. Alsof wij de schuldigen waren, dus we zijn gewoon iemand anders gaan zoeken. Dat was nog niet zo simpel, want Record Store Day-shit krijgt voorrang in die periode. Fré De Vos van platenzaak Morbus Gravus heeft ons dan geholpen om toch binnen te raken bij een perserij. Eindeloos bedankt Fré (grijnst).”

enola: Hoe sta je als muzikant en als eigenaar van een platenzaak eigenlijk tegenover Record Store Day en de hele vinylhype?
Melis: “Ik ben op zich fan van zo’n concepten, maar dit jaar heb ik bewust niet meegedaan. Ik vind het supertof dat er een hoop bands – zoals de Flaming Lips – special iets unieks in elkaar steken, maar dat gaat jammer genoeg maar over tien procent van wat wordt uitgebracht die dag. De rest zijn gewoon hopeloze reissues waar de platenwinkels mee blijven zitten. Ik vind dat bijna onrespectvol naar de platenzaken toe. Die steken daar moeite en geld in en uiteindelijk belanden al die platen op het stort. Goed voor de afvalberg is het dus ook al niet. Terwijl als je per se een oude plaat van Bowie wil, ga dan een origineel exemplaar halen. Het maakt toch niet uit dat die een beetje kraakt.”
Aerts: “Het wordt een soort Valentijn, daar doe ik ook niet aan mee met mijn vriendin. Elke dag moet Valentijn zijn.“

enola: Om terug naar jullie plaat te gaan: die klinkt, meer dan jullie vorige albums, als één geheel.
Aerts: “Het is inderdaad een geheel. We hebben al vaak de vraag gekregen waarom we geen twee platen hebben uitgebracht. Maar heel het proces van het schrijven en maken voelde als één geheel. Het is dus misschien ook wel een beetje ouderwets in de verwachtingen naar de luisteraar toe, maar het goeie aan een dubbelplaat is dat je ze niet per se in één trek moet uitluisteren.”
Melis: “We kregen ook de vraag waarom we niet selectiever waren geweest, maar we hadden 27 nummers opgenomen en bij de tracklisting – wat trouwens een hel was – was er maar één song die we alle drie wilden schrappen (lacht). Dus werd het een plaat met 26 tracks en die 27ste track was dan nog maar een nummer van 30 seconden. (lacht)”
enola: Die korte interludes als “Dionysia”, zouden jullie die vroeger verder uitgewerkt hebben of zijn die heel bewust zo beknopt op plaat gezet?”Melis: “Ik denk dat we zo’n stukjes vroeger gewoon niet hadden. Het moest altijd snel gaan en alles wat niet afgewerkt was, gooiden we weg. Nu voelde het oké om van die stukjes af te blijven.”
Aerts: “Het geeft ook wat ademruimte tussen je andere songs, zeker als je met zo’n lange plaat zit.”
enola: Er zit veel variatie in de soorten klanken en nummers op de nieuwe plaat.
Aerts: “Die variatie is wat mij vroeger zo charmeerde aan de eerste albums van bijvoorbeeld dEUS. Je merkte dat iedereen zijn goesting deed. Ergens maakt dat ook een groep voor mij. Er is niet één iemand die alles bepaalt, maar iedereen mag zijn eigen ding doen. De som der delen is altijd groter.”
enola: Pink Floyd heeft dat ook, vind ik.
Melis:”Dat gaat misschien mensen verrassen, maar ik ken echt niets van die band (lacht)."
Aerts:”Ik snap de vergelijking met ons ook niet altijd.”
b>Melis:”Dat is generatiegebonden wel: ouderen komen ons op shows dan met Pink Floyd vergelijken en jongeren met Tame Impala. Ik sta daar dan altijd wat ongemakkelijk bij. Ik weet dat zoiets lief bedoeld is en dat charmeert me wel, maar ik heb eigenlijk weinig tot niets met die bands.”

enola: Soms had ik de voorbije jaren het gevoel dat psychedelica er overal bijgetrokken werd. Opeens was alles psychedelisch.
Aerts: “Dat is bij alle etiketten die je op muziek plakt. Het heeft ons wel geholpen in een bepaalde periode, met al die psychfests, maar wij zijn toch iets poppier dan de meeste psychbands.”
Melis: “Vroeger hadden we nog meer met een bepaald rockgehalte misschien, maar dat kwam ook wel deels voort uit onkunde. Als je niet weet wat je aan het doen bent, is het gemakkelijk je versterker gewoon nog wat luider te zetten (lacht), maar we blijven wel met songs bezig en dat is niet altijd in psychedelica. Maar psych is meer een sound en daarom snap ik het wel dat mensen er ons bij classificeren en we houden zelf natuurlijk ook wel van het genre.”
enola: En denk je dat mensen dat psychetiket ook op Hard Fun Grand Design gaan kleven?
Melis: “Een recensie in Oor ging in ieder geval al weer alleen maar over drugs en Syd Barrett (lacht). Het kind moet altijd een naam hebben natuurlijk, maar ik weet ook niet hoe ik onze muziek moet uitleggen als ze me vragen wat wij doen. Luister gewoon eens naar de plaat anders (lacht)? Maar ik denk dat mensen ons ook wel gewoon kunnen zien als een groep die op zichzelf staat. Ik zou graag ooit een band zijn als Yo La Tengo.”
Aerts: “Bands waarbij het lang geduurd heeft voor mensen ze begonnen te snappen, maar die dan wel gelanceerd waren met een trouwe aanhang die hen volgt, wat voor muziek ze ook maken. Hopelijk kunnen wij dat parcours ook afleggen.”
Melis: “Ik wil ons ook niet limiteren voor de volgende plaat. Misschien is het tegen dan met al onze lieven gedaan en maken we een super deprimerende plaat, opgenomen in een bos met een akoestische gitaar. Je maakt gewoon waar je zin in hebt en je moet er vooral zelf tevreden mee zijn. Ik vind dat uiteindelijk het belangrijkste criterium als je muziek maakt.”
enola: En hoe kijken jullie nu terug op jullie oudere platen?
Melis: “Niet zo positief eigenlijk, als ik eerlijk mag zijn (lacht).”
Aerts: “Ik luister daar eigenlijk nooit meer naar. Het voelt bijna niet meer aan als iets van jezelf. We staan niet echt zo stil bij die oude albums.”
Melis: “Als we een nieuwe plaat hebben, spelen we ook wel vrij bewust niet veel meer van de vorige.”

enola: Jullie hebben ooit gezegd dat elke groep ooit een seksplaat moet gemaakt hebben. Is Hard Fun Grand Design de seksplaat van Bed Rugs?
Aerts: “Dat zal Yorgos wel geweest zijn (lacht). Één lijkt me eigenlijk nog weinig voor hem.”
Melis: “Ik denk niet dat deze plaat een seksplaat is, maar ik wil er wel ooit nog eentje maken. Een D’Angelo rip-of ofzo.”

E-mailadres Afdrukken