Banner

The Calicos

''De menselijkheid van echt spelen hoorbaar maken, daar is het ons om te doen''

Matthieu Van Steenkiste - 16 mei 2018

Het had pop kunnen zijn, slackerrock, of donkere rock met een zwart eightiesrandje. Het werd 'Antwerp americana'. Met The Calicos vond Humo's Rock Rally een waardige winnaar: één die het belang van band-zijn opnieuw centraal stelt, een heel eigen ziel heeft en het zweet niet schuwt. "Dit is het resultaat van jarenlang hard werken", weet het sextet dan ook heel zeker.

"The Calicos are the winners of Humo's Rock Rally 2018": het staat trots op hun vi.be-pagina, maar de bandleden zelf kunnen het nog steeds niet helemaal geloven. “Ik had het iedereen van de finalisten gegund”, klinkt het genereus in een biercafé in de schaduw van de Onze-Lieve-Vrouwetoren, maar zo werkt een wedstrijd natuurlijk niet. The Calicos bleken de beste, en kunnen zo aan een beloftevolle carrière beginnen. Een voorspelbare eerste vraag dringt zich op.

enola: Voelden jullie dat jullie een van de favorieten waren?
Quinten Vermalen (gitaar, zang): "In de recensies vooraf voelden we wel dat we bij de favorieten waren, maar we hebben ervoor gewaakt om dat niet te hard in ons hoofd te steken. Misschien dat we daarom ook zo schrokken toen we uiteindelijk toch de winnaar bleken. Toen de jury met de uitslag kwam, was de Rock Rally voor mij al lang voorbij. Ik had nooit gedacht dat we zouden winnen. De derde plaats ging naar Emy, Lagüna werd tweede. Daar zag ik ons echt niet voorbij schieten. Geen idee wie dan wél eerste had moeten zijn, daar dacht ik ook niet over na op dat moment. Maar wij? Neen, dat zag ik niet aankomen."
enola: Weet je waar je het aan te danken hebt?
Quinten: (lachje) "Aan de jury, hé. Ik denk dat er wel wat verdeeldheid is geweest onder hen, maar blijkbaar moet er dan toch een meerderheid voor ons zijn geweest."
Sander Smeets (gitaar/toetsen): "Onze energie, misschien. En we brengen natuurlijk vrij toegankelijke muziek. Ik denk dat onze show ook erg goed was, en daar hebben we hard aan gewerkt. Als je dat kunt zeggen, dat je hard hebt gerepeteerd en vanop het podium kunt laten voelen dat je echt overtuigd bent dat je het beste van jezelf geeft, dan komt dat wel over. Misschien ging het zo. We hebben in elk geval de beste set gespeeld die we konden spelen."

enola: En dan was jullie korte ererondje nog een pak vuriger, als waren jullie van een last bevrijd.
Quinten: "Ik denk dat we tijdens de wedstrijd allemaal meer stress hadden dan we aan elkaar durfden toe te geven. Iedereen zat met een klein hartje op dat podium, zeker omdat er een paar dingen fout gingen. Het was bovendien een heel lange dag geweest, warm ook, dus na onze eerste set hebben we best wat pintjes gedronken. Als je dan hoort dat je gewonnen hebt, is dat even raar."
Sander: "Die reprise was een heel bizar moment. Waren we aan het spelen, of wat deden we? Het maakte niet uit, we hadden gewonnen: als het fout liep, dan liep het maar fout. Ik kreeg mijn lach niet weg tijdens het spelen."

enola: De grootste lof die jullie werd toegewuifd was dat jullie als een echte band overkwamen: het resultaat van jarenlang werken?
Quinten: "Dat denk ik wel, we hebben daardoor toch een zekere maturiteit. Ik vond het een erg mooi compliment om te lezen dat we elkaar geen seconde voor de voeten liepen in de muziek. Daar hebben we hard voor gewerkt. We spelen echt al lang samen, want Maxim is mijn broer en Aaron, onze pedalsteelman, onze neef. We vertrouwen elkaar op het podium, wat ons toelaat om net iets meer aandacht te hebben voor de songs, het publiek, en misschien wel wat we zelf spelen. Ik kan er als frontman bijvoorbeeld zeker van zijn dat Maxim op zijn drums zal doen wat is afgesproken."
Maxim: "Zelfs als de klank op het podium niet goed zit, en we elkaar niet allemaal even goed horen, weten we toch wat we moeten doen: we zijn er gerust in dat de ander doet wat hij altijd doet."

enola: Eigenlijk begonnen jullie als begeleidingsband van de in Antwerpen wonende Amerikaanse songwriter Matt Watts, niet?
Maxim Vermaelen (drums): "Arne, onze toetsenist, of Guido (bas), kende hem, denk ik. Ik zag hem eens spelen in Gent, waar ik studeerde, en hij vond het interessant dat ik drummer was, aangezien hij met het idee speelde om een plaat op te nemen. Zo is de kern van The Calicos ontstaan. Uiteindelijk ging Matt echter bij Stef Kamil Carlens spelen, en wij vonden het fijn genoeg met elkaar om zonder hem door te gaan."
Quinten: "Daarna hebben we een tijd niet meer opgetreden, en vooral aan onze songs gewerkt. Podiumervaring hadden we genoeg, het was veel meer de vraag met welk materiaal we opnieuw het podium zouden opzoeken."

enola: Was het meteen duidelijk dat het op zijn minst alt.country zou worden?
Quinten: "Dat denk ik wel. We hebben wat stevigere muziek uitgeprobeerd, wat zachter en meer akoestisch ook, maar uiteindelijk draaide het toch altijd rond hetzelfde genre. Het heeft er natuurlijk ook mee te maken dat elk nummer vertrekt van een song die ik alleen heb geschreven, dan kom je vanzelf in dat genre terecht, zeker gezien de instrumenten waarmee we spelen."
Sander: "Als je met drums en gitaren rond een song werkt, kom je of bij intimistische singersongwriterij uit of bij dit. Ik vind alt.country een raar woord, maar inderdaad: meer in de lijn van Tom Petty, Springsteen..."
enola: En traditioneler. Een pedal steel haal je niet per ongeluk in de groep, toch?
Quinten: "Die zorgt inderdaad hard voor die countryreferenties. We hebben Aaron eigenlijk een klein beetje gedwongen om dat instrument op te pikken. Hij speelde al lapsteel en gitaar, dus de stap was niet zo groot."
Maxim: "We luisterden veel naar Buck Owens, die pedal steel in zijn songs vonden we wel cool. En dus hebben we hem inderdaad onder lichte dwang die richting uit geduwd. Hij was er ongelofelijk snel mee weg."
Quinten: "Waanzinnig. Hij heeft er duidelijk talent voor. Het is een ‘pokkemoeilijk’ instrument, waar ik zelf nauwelijks iets mee kan, maar hij krijgt er zelfs een heel eigen geluid uit. Geen traditionele countrylicks, maar eerder een spel met de klank ervan."
Sander: "In Nashville zouden ze hem daarmee uitlachen omdat hij niet traditioneel genoeg is, maar voor onze muziek werkt dat heel goed."

enola: Quinten, op het podium zagen we je al eens de gitaarheld uithangen, met de gitaar vooruit solerend op de rand van het podium. Is de gitaarsolo klaar voor een eerherstel?
Quinten: (lacht) "Absoluut. Doe ik graag, zie ik graag. Je ziet minder en minder muzikanten die het durven, maar ik vind het wel cool als er één de gitaarheld uithangt op een optreden. Dat is bangelijk. En het mag opnieuw, wat leven op het podium. Het hoeft niet allemaal zo depressief of serieus te zijn."
Sander: "De norm is nogal lang het in zwart licht uitgelichte indierockbandje geweest, The National en zo. Dat is eruit aan het gaan. Je voelt ook dat het publiek er enthousiast op reageert als Quinten zo naar voren komt. Dat bewijst dat ze dat graag hebben."

enola: Ook de nummer twee van deze Rock Rally, Lagüna, heeft met Mauro Bentein een gitaarheld. De gitaar is eindelijk terug?
Quinten: "Ik denk dat ze terugkomt. Maar was ze eigenlijk echt dood?"
Sander: "De chorusgitaar, die was misschien wat verdwenen. Er zijn altijd gitaren gebleven, maar ze werden verondersteld op de achtergrond te blijven en als een synthesizer te klinken. Dat is misschien langzamerhand voorbij."
Maxim: "Ik denk dat gitaren altijd zullen blijven bestaan. In tegenstelling tot een computer, hoor je dat dat instrument door een mens wordt bespeeld. Dat gaat mensen altijd blijven raken. Je kunt geweldige anthems schrijven met elektronica, en dat doen Bazart en Oscar & The Wolf erg goed, maar voor ons is het belangrijker om de menselijkheid van echt spelen hoorbaar te maken."

enola: Mag ik in dat kader ook de naam The War On Drugs laten vallen?
Quinten: "Dat mag. Ik ga er geen geheim van maken: we vinden dat een steengoeie band. Het was even vervelend toen die vergelijking naar ons hoofd werd gesmeten, maar ik begrijp het wel. Het moet de eerste band in lang zijn die dit soort geluid opnieuw de mainstream in heeft gekregen. Nu, van de Rock Rally-jury hebben we achteraf gehoord dat ze meteen spijt hadden van hun vergelijking, omdat ze wisten dat we "Runaway Kid", het nummer dat in onze preselectie die referentie opriep, niet meer zouden spelen in de volgende rondes."

enola: Dan zullen we het er voorlopig niet meer over hebben. Wat zijn de plannen nu? Mogen we snel een debuutplaat verwachten?
Quinten: "We hebben songs genoeg om een goeie set te spelen, we willen nu eerst en vooral focussen op optredens deze zomer en daarna. Het plan is wel om toch al vrij snel een single uit te brengen. Welke? Goeie vraag, die hebben we elkaar ook al gesteld. Er zijn een drietal kanshebbers. Een plaat, dat zien we wel als we weten wat die concerten voor ons doen. We hebben nog niet veel opgetreden, zeker niet in goede omstandigheden. Laat ons dus eerst maar wat spelen, als we weten welke songs marcheren en welke niet wordt die plaat ook beter. Het kan immers nog veel beter dan nu."
Maxim: "De muziekindustrie werkt ook anders dan vroeger, met een single kun je tegenwoordig ook al heel ver raken. We moeten dus niet zomaar een plaat maken om aandacht te krijgen, want de tijd dat een platenfirma daarvoor betaalde, is voorbij. Het wordt een investering die we zelf moeten doen, en waar we onze tijd voor willen nemen, zodat we iets goeds afleveren."

E-mailadres Afdrukken