Banner

PJDS

''Keihard van je voeten maken is goed''

Matthieu Van Steenkiste - 21 maart 2018

Het moet al lang niet meer, maar als het moet, moét het. Als Pieter-Jan De Smet nog eens een plaat maakt, dan is het omdat er echt een ziedende urgentie hem richting studio dwingt. Of omdat dat gewoon plezant is natuurlijk. Siren, de eerste in vijftien jaar die als PJDS de wereld wordt ingestuurd, heeft iets van beiden, maar de essentie blijft: De Smet heeft een plaat uit, en dat is goed.

Eerst het einde. Zijn ogen blinken. Voor het eerst in acht jaar heeft Pieter-Jan De Smet nog eens een plaat uit, en het maken alleen al was een geweldige ervaring. Nu een kleine release-tournee op stapel staat, is de honger groot om ertegenaan te gaan. "Ik wil de extra mile gaan voor deze plaat", zegt hij. "Zelfs al botsen we sowieso snel tegen het plafond, als we hard genoeg beuken raken we er misschien door. Dat iemand ons nog eens wil zien, bijvoorbeeld." Je gelooft hem, en hoopt met hem mee, zelfs al wil de airplay weer niet lukken. Siren is immers een geweldige plaat, van iemand die nog steeds een van onze beste songschrijvers is. Maar laat ons even terugspoelen naar het begin: "Dat ik opnieuw rockmuziek ben beginnen maken, diende zichzelf aan."

"Het moet mijn ontmoeting met jazzdrummer Teun Verbruggen zijn geweest. We hadden elkaar al een tijdje in het oog, maar het was pas toen hij meespeelde met De Piepkes (Het kinderorkest dat De Smet er samen met Roland en Sioen op nahoudt, mvs) dat het echt startte. Er hing een fijne magie tussen ons, en dus stelde Teun voor om samen iets te maken. Dat was het zetje dat ik nodig had. Ik had al wat schetsen van nummers liggen, nu was de tijd gekomen om daar iets mee te doen."

"Acht jaar geleden maakte ik als Beuzak Homebrew, een plaat die ik helemaal zelf inspeelde en opnam. Het was bijna een statement. Deze keer wilde ik net de omgekeerde beweging maken en opnieuw met een band werken. Teun en ik trokken de Bomastudio van Frederik Segers in waar we ook de Piepkes-plaat opnamen, haalden er opnieuw mijn oude bassist Mirka Banovic bij en lieten Frederik extra gitaren spelen. Geoffrey Burton, die vroeger altijd op mijn platen speelde, had het immers te druk met andere dingen: Hong Kong Dong, nu even als extra gitarist bij Triggerfinger … We zijn nog altijd bloedbroeders hoor, zelfs al werken we nu even niet meer samen. Ik vind het net verfrissend dat we op dit moment elk ons eigen ding doen en niet tot elkaar veroordeeld zijn."

"Ook Roland is uiteindelijk mee komen spelen. Hij woont bijna om de hoek, we vroegen hem eens op een koffie en hij ging niet meer weg. (lacht) Hij zit nu in mijn band en ik in die van hem. Niet dat hij daarom elk optreden van ons zal meespelen, maar hij heeft een open invitation om mee te komen. Het is niet de bedoeling dat mensen het interpreteren als een Roland & Guests, dus we doen het heel bewust onder de naam PJDS. Ik heb wel even getwijfeld om de plaat opnieuw onder de naam Beuzak uit te brengen, maar de rest vond die oude bandnaam toch leuker. Goed voor mij, als het kind maar een naam heeft. En tot mijn verwondering stel ik vast dat mensen mij opnieuw ontdekken: hij bestaat nog!"

Winterreise

Siren is een plaat met een erg eigen esthetiek, merk ik op, en boven die droge sound valt vooral op hoe De Smet deze keer vooral voor een falsetstem kiest. "Ik hou van falsetstemmen", reageert de zanger. "Als je zo hoog zingt, kan het snel erover gaan, maar als je het goed doet, krijg je een heel andere energie. Dan wordt het interessant: een beetje ambigu. Chris Whitley, bijvoorbeeld, beheerste de zijne geweldig. Hij onderzocht zijn falset: dat was niet gewoon hoog zingen, het had een andere gevoeligheid."

"Ik breng nu al een jaar samen met Ad Cominotto op accordeon Winterreise van Schubert. Een totaal ander project, en dat heeft zijn invloed gehad op hoe ik zing. Ik breng de Duitse partituur, maar dan met mijn niet-klassiek geschoolde stem. Al wat ik moet doen, is daar staan en zíngen: that's it. Dat is de hemel. Voor ik eraan begon, was ik bang dat ik ging doodgaan van de zenuwen, maar eerlijk gezegd: het is net omgekeerd. Ik voel me ontzettend op mijn gemak. Ik denk dat die rust ook heeft geholpen bij het inzingen van Siren. Zo heb ik er meer zegging in kunnen leggen.

"Mijn stem is mijn voornaamste wapen, een groot deel van mijn inkomen, dus ik kan ze maar beter alle hoeken van de kamer laten zien. Ik vind het wel fijn om er alle kanten van te verkennen en toch te proberen het zo natuurlijk mogelijk te laten klinken. Als we nu optreden, ga ik ook nauwelijks gitaar spelen en me gewoon als zanger presenteren. Welk akkoord er gespeeld wordt, is de zorg van de anderen: ik moet gewoon de micro vastpakken en zingen. Dat voelt als thuiskomen. En wat ook speelt: ik heb de vocals hoofdzakelijk thuis opgenomen, waardoor ik ze kon inzingen als ik het voelde. Er was geen stress omdat het nu moest, eerder een intieme sfeer waarin niemand me lastig viel. Dan is het aangenaam om wat te zoeken met die hoge stem, bijna op het randje van te ridicuul en wanneer je over de rand gaat."

Absolute nulpunt

"Ik ben absoluut geen vlotte singer-songwriter. Als ik niet het gevoel heb dat ik iets te vertellen heb, komt er geen liedje. Er is al zoveel gratuit gezeik in de wereld, laat het dan alstublieft een bestaansreden hebben als je iets wil bijdragen. Vandaar mijn relatief trage productie. En natuurlijk heeft Siren een politiek randje. Deze tijd is wat ze is: als je daar niet op reageert, snap ik het ook niet meer. En ik heb er geen probleem mee om dat behoorlijk expliciet te doen. "Donor Class" windt er inderdaad geen doekjes om, maar dat is dan maar zo."

"Die tekst kwam er voor ik het wist en komt echt voort uit woede, onmacht en frustratie over wat er aan het gebeuren is. Ik heb kinderen, ik heb een verantwoordelijkheid, in de eerste plaats over de wereld waarin ze opgroeien. En wat is me daar allemaal aan de hand? Natuurlijk kan ik daar als individu weinig aan veranderen, maar ik kan op zijn minst mijn stem laten horen en een deel van de velen zijn. Je moet niet per se het conflict opzoeken, maar je moet je laten horen als dat moet. Keihard van je voeten maken is goed; het is belangrijk dat mijn kinderen dat beseffen."

"Hetzelfde gaat op voor "Midnight Of The Mind", dat natuurlijk slaat op de dag dat we zijn wakker geworden met die gek aan het stuur, met het besef dat de totale waanzin kan besturen. Al is het natuurlijk breder dan dat, want wat is er in godsnaam aan de hand met de wereld tout court? Wat moet je met extreemrechtse pipo's die tegen kinderen brullen dat ze hen van de muur zullen gooien, omdat ze voor open grenzen pleiten? Dat is echt een “midnight of the mind”, een uitdrukking -- het middernacht van onze geest; het absolute nulpunt! -- die ik bij een dichter van net voor de Tweede Wereldoorlog heb geleend. En op één of andere manier voelt het alsof we daar weer zijn aanbeland. Noem het de algehele vervlakking. Mensen zijn niet dom, maar ze worden afgrijselijk dom gemaakt. Enfin, het zou ons allemaal te ver leiden, maar je moet daarover wel van je voeten maken. Ik heb er ook geen oplossing voor, behalve dat: reclameren, zelfs al word je dan voor gevaarlijke gek versleten. Welja, noem me dan maar zo, en dan ben ik liefst zo gevaarlijk mogelijk. Ik wil gewoon nog in de spiegel kunnen kijken. Ik heb opgroeiende kinderen, ik kan niet zomaar aan de zijlijn blijven staan. Ook al weet ik heel goed dat wat ik op plaat zet -- wat een anachronisme op zich! -- heel weinig mensen bereikt. Ik moet het op zijn minst voor mijzelf en mijn kinderen doen, ik kan niet anders."

"Maar goed, niet de hele plaat is zo. (lachje) "Clean Clothes" is inderdaad een spielerei. Ik vond het een geweldig uitgangspunt: die vrijbuiter die zijn ruimte opeist, maar wel vraagt dat zijn kleren gewassen zijn. Dat heeft bijna iets treurigs. Het doet me denken aan zo'n type dat na een relatiebreuk opnieuw bij moeder en vader moet intrekken -- opnieuw: niet uit het echte leven gegrepen. (lacht) Mijn favoriete zin is: “Will you mother the children I'd send you from across the horizon”. Ik heb in mijn kennissenkring gezien hoe er de laatste jaren plots kinderen opduiken uit een ver verleden. Kan perfect, maar hoe ga je daarmee om? Het leek me wel leuk om dat klassieke beeld van die zeelieden die in elke havenstad een liefje hebben, wat uit te breiden. Wat als ze hun kinderen naar het thuisfront zouden doorsturen: “Dit is vanaf nu ook van ons, zorg ervoor”." (lacht)

Hebben wij dat gedaan?

Durft hij nu hopen dat het deze keer alsnog lukt om PJDS aan de brede buitenwereld gesleten te krijgen? De Smet popelt van de goesting, zo blijkt. Het is nu dat de ogen gaan blinken. "De ambitie is in elk geval om zoveel mogelijk te kunnen optreden, want dit is alweer echt een geweldige band. Ik weet dat de tijden veranderd zijn, dat het moeilijk is om geboekt te worden als je nummers niet op de radio gedraaid worden, maar toch blijf ik hopen. En dan gaat het me niet om succes, maar om te kunnen tonen wat wij doen. Uiteindelijk is dat de essentie van een optreden: je liedjes laten horen."

"We hebben nog niet veel tijd gehad om te repeteren, aangezien iedereen helaas ontzettend druk bezig is met andere projecten. Dat zal ook zo blijven, dus het beste wat we kunnen doen, is elkaar zoveel mogelijk ontmoeten op het podium. Want ik verzeker je: het is heel straf wat we klaar hebben, dat voelde ik tijdens de repetities. Zelfs oude nummers oppikken heeft iets bijzonders. Enkel Mirko en ik kennen die nog, de rest ontdekt ze nu pas, waardoor het ook voor ons weer fris wordt om ze op te pikken. Ik kijk ernaar uit om ze in onze nieuwe versies te spelen."

"Als de anderen hier nu bij zaten, zou je een grote consensus horen: we doen voort, maken nog een plaat als het kan. Elkaar ontmoeten was immers deel van de ervaring. Teun zei me onlangs dat hij nu al nostalgisch over die studioperiode kan zijn: “Hoe fijn was dat?” Dat was het ook: als we met zijn allen in de studio waren, heerste er een puur zandbakgevoel, alsof we allemaal één familie waren. Zoiets kun je niet vooraf beslissen, dat ontstaat. En het grappige is dat we terzelfdertijd een plaat van Roland hebben opgenomen. Die moet nog uitkomen, is iets totaal anders, maar gewoon door dezelfde bende opgenomen op hetzelfde moment. Roland hing daar, vroeg of we de volgende dag ook vrij waren, en daar gingen we. We werkten in pure vrijheid. Soms konden we een kwartier lang jammen op één nummer om nadien met kinderlijk enthousiasme naar de opname te luisteren: “Hebben wij dat gedaan? Echt?” Vrolijk trots, verwonderd over wat we deden. Het was écht leuk, daarom wil ik voor deze plaat binnen mijn mogelijkheden de extra mile gaan, want dat verdient het. En je weet nooit dat het lukt. Ik blijf in elk geval positief, maar niet naïef denken dat er ergens gerechtigheid moet bestaan."

E-mailadres Afdrukken
Tags: PJDS