Banner

DIT WAS 2017: Partisan versus Public Psyche

“Postpunk is een containerbegrip zoals grunge: elke band klinkt anders”

Lennert Hoedaert - 20 december 2017

Schromelijk over het hoofd gezien tussen de massa (Belgische) releases van het jaar: de uitstekende platen van Partisan en Public Psyche. Beide bands gaan hun eigen weg met wat je postpunk zou kunnen noemen. Met de nadruk op ‘zou kunnen’.

We spreken af met Cedric Goetgebuer, gitarist en zanger bij Partisan, en David Defrenne (zanger bij Public Psyche) in Wunderbar, vlakbij Dok Noord langs de Gentse ring. Eenmaal de innerlijke mens versterkt is met een relatief gezonde burger, kunnen we een waslijst aan vragen afvuren. De twee in West-Vlaanderen geboren en getogen dertigers zijn geen vreemden voor elkaar. Ze hebben hun muzikale roots in de zogenaamde H8000-scene, genoemd naar de lichting West-Vlaamse hardcore/metal-bands die bijna twee decennia geleden volop bloeide.

Partisan bracht eind september zijn tweede EP We Have Been So Terribly Betrayed uit. De soms catchy mix van gitaarrock en dreampop refereert niet alleen naar de betere postpunk uit de jaren tachtig, maar ook naar bands uit de jaren zestig en negentig. No New Violence, de derde plaat van Public Psyche (het vroegere Rape Blossoms) klinkt eerder lo-fi, minimaal en beklemmend. De nadruk ligt meer op synths en herhaling. En toch worden beide groepen postpunk genoemd. Hoog tijd voor een brainstorm, dachten we bij enola.

enola: Hoe komen voormalige hardcore kids bij postpunk terecht?
Defrenne: “Via een oudere neef, een echte new waver, leerde ik op mijn tiende of elfde The Sisters of Mercy, The Cure en Das Ich kennen. Wat sprak mij aan in de muziek? Ik denk het romantische aspect, maar als kind ging ik ook vaak op zoek naar duistere, horrorgetinte boeken. Misschien heeft dat er ook mee te maken. Of het nu literatuur, film of muziek is: ik ging telkens, onbewust, het donkere opzoeken. Maar ik luister nog altijd naar hardcore. Zo ben ik in februari naar Youth Of Today in Essen gaan kijken en afgelopen zomer nog eens naar Ieperfest geweest.”
Goetgebuer: “Bij mij gebeurde dat geleidelijker. Ik zat als puber middenin de punk en hardcore, en leerde eerst via de H8000-bands zeer uiteenlopende metal kennen. Door steeds op zoek te gaan naar de muzikale roots van andere bands ben ik telkens bij nieuwe genres terechtgekomen. Toen ik 18 of 19 was, leerde ik postpunk en aanverwanten echt goed kennen. Ik herinner me dat ik bij albums van The Cure, Joy Division en Nick Cave hetzelfde vervullende gevoel kreeg als bij mijn eerste hardcore-platen indertijd. Maar ook een I See a Darkness van Bonnie ‘Prince’ Billy kon mij toen bekoren. Mijn interesse in de hardcore en punk is gebleven. Ik speel bij Blind To Faith (metalpunk-band met leden van Rise and Fall en Reproach). En mijn laatste hardcore/punk-optreden was eigenlijk vorig weekend. Ik ben naar de Eglantier geweest, voor Rixe en Force.”

enola: Cedric, stond de ontdekking van postpunk bij jou voor een bepaalde, nieuwe levensfase?
Goetgebuer: “Dat zou ik niet zeggen. Toen ik uitgebreid tourde met Rise and Fall, begon ik sowieso andere muziek op te zoeken als tegengewicht, maar eerder onbewust hoor. Met andere bands praatten wij ook niet per se over hardcore of punk.”

enola: Hoe zouden jullie postpunk omschrijven in muzikale termen en waarom worden jullie bands onder die noemer geplaatst?
Goetgebuer: “Ik blijf dat een rare term vinden, want wat betekent het muzikaal? Het is een beetje zoals bij grunge. Elke band klinkt anders. Als je punk als startpunt neemt, is het misschien een verfijndere variant, ik bedoel zeker niet volwassener. Veel bands uit de jaren tachtig zijn ook beïnvloed door de muziek uit de jaren zeventig en zestig. De ene muzikale stroming is altijd een reactie op de voorgaande, dus in die zin is postpunk een logisch vervolg op het punkgenre. Wat Partisan onder die noemer plaatst is misschien eerder het sonische aspect: chorus en delay op de gitaren, de dreigende, strakke ritmesectie. Wij horen zo’n geluid nu eenmaal graag, maar in onze nummers kruipen zeer uiteenlopende invloeden.”
Defrenne: “Misschien is de agressie bij postpunk anders, soms subtieler gebracht? Ik weet het niet. Misschien kan je bands als The Mars Volta en The Rapture, die volgens mij in de jaren 2000 baanbrekende platen uitbrachten, ook onder die noemer plaatsen? De muzieksite CVLT Nation omschreef onze nieuwe plaat als volgt: ‘hoe de toekomst van postpunk zou moeten klinken’. Anderen plaatsen No New Violence in het kraut-hokje, maar ik heb pas afgelopen weekend voor het eerst Can beluisterd. En in Partisan hoor ik ook veel andere genres. (kijkt naar Goetgebuer) Soms deed de plaat mij aan de Crocodiles denken. Ik denk dat postpunk vooral geen barrière is voor de muziek die wij en andere bands willen maken.”

enola: Hoe schrijven jullie nummers?
Defrenne: “Wij nemen meteen alles op waarbij we een goed gevoel hebben en hernemen die opname tijdens een volgende repetitie. Als we dezelfde, oorspronkelijke vibe terugvinden, kan het uitgroeien tot een potentiële song. Eigenlijk jammen we voortdurend. Pas wanneer de deadlines naderen, beginnen we nummers écht af te werken.”
Goetgebuer: “Wij denken iets meer in traditionele songstructuren, maar onze nummers komen ook vrij organisch tot stand. Daardoor is het moeilijk om concrete invloeden te pinpointen.”

enola: Julie hebben al jaren bandervaring op de teller. Is het daardoor makkelijker om nummers te maken in vergelijking met vroeger?
Defrenne: “Ik begin wel te begrijpen hoe je een goed nummer moet maken, maar op de of andere manier geven we er bij Public Psyche dan toch een weirde twist aan. Daarnet, toen ik onze plaat in de auto beluisterde, kwam ik nog eens tot de vaststelling dat je onze nummers echt wel tijd moet geven.” (lacht)
Goetgebuer: “Hoe ouder je bent, hoe meer knowhow je hebt om een nummer beter en interessanter te maken. Kleine ingrepen kunnen soms een wereld van verschil maken.”

enola: Heeft de luisteraar er iets aan om het verhaal achter jullie songteksten te kennen of houden jullie dat liever open voor interpretatie?
Goetgebuer: “Niet alles hoeft voor mij duidelijk te zijn. Mijn teksten ontstaan organisch uit de muziek en de zanglijnen, en volgen de emotie die uit de muziek ontstaat. Soms sluipen daar referenties of verwijzingen in die alleen ik of weinig mensen kennen en dat is oké voor mij. Ik vind het wel leuk om verborgen boodschappen of grappen in teksten te steken. Als het open voor interpretatie staat, kan de luisteraar er zich gemakkelijker mee verbinden. Soms kan een nummer of tekst tot je spreken omwille van een reden die totaal niet de bedoeling was. En dat maakt het juist interessant vind ik.”
Defrenne: “Teksten kunnen ontstaan uit krabbels die ik op weg verzamel. Meestal eindigen die in mijn zak met micro, kabels en ander materiaal. Tijdens repetities haal ik die dan boven. Er gaat al eens een tekst verloren. Dat kan een ramp zijn. Ik kan niet wegsteken dat mijn teksten ontstaan uit veelal persoonlijke dingen. We hebben getwijfeld om een aantal van die teksten te verwerken in de lay-out. Uiteindelijk is dat niet gebeurd. Als je goed luistert, zijn er ongetwijfeld zaken zijn die verstaanbaar zijn. Bepaalde nummers op No New Violence zijn sowieso redelijk straight forward, met een laagje delay of reverb erover uit schaamte.”

enola: Hebben jullie het gevoel dat jullie releases opgepikt werden door pers en publiek?
Goetgebuer: “Nee, niet echt.” (lacht) In het digitale tijdperk is alles vergankelijker geworden, en dat geldt ook voor muziek. Ik merk dat bij mezelf ook. Wanneer muzikale kennissen een nummer posten via Facebook, check ik die song wel meteen, maar betrap mezelf erop dat ik het dan weer snel vergeten ben.”
Defrenne: “Klopt. Door de opkomst van Spotify en andere streamingsites worden releases wel eens opgepikt door internationale zines. Dat is toch een voordeel. Maar in eigen land blijft het dan weer stil rond onze nieuwe plaat. Misschien ligt de fout ook een beetje bij onszelf: we hebben drie jaar gewacht om met nieuw werk op de proppen te komen en niet bepaald een toegankelijke plaat gemaakt. De eerste Rape Blossoms-plaat (Starving Vultures At 7- Eleven, uit 2011) werd wel bewust aangeschaft door een heleboel mensen, en we kregen in die periode ook sneller aanbiedingen voor optredens. Er is dus ook iets veranderd in de muzieksector.”

enola: Volgen jullie de Belgische underground op de voet en zijn er nog bands die jullie onlangs omver geblazen hebben?
Goetgebuer: “Op de voet volgen is misschien veel gezegd, ik ben wel altijd geïnteresseerd en probeer wel wat op de hoogte te zijn. Maar toegegeven, soms ben ik er ook laat bij. Mijn aanrader is Crowd Of Chairs uit Gent die onlangs Fuck Fuck Fuck hebben uitgebracht, een noisy, tegendraadse, energieke plaat die het checken waard is. Of nog beter: ga ze live zien en koop daar hun plaat.”
Defrenne: “White Stains is een project van een goede vriend. Hij bracht onlangs iets uit op Vienna Press. Uit Brussel verwijs ik graag naar mijn goede vrienden van Charnier. Verder speelden we onlangs met Vaal die leden van Maze in de rangen telt. Ik kijk uit naar hun release. Fornet bracht iets uit op Sentimental Records, het label van Fenne en Kobe van Whispering Sons. Poppel en Pastel Ruins zijn twee bands die ontstaan zijn uit Believo! en actief nummers aan het schrijven zijn. En ik ben ook benieuwd naar een nieuwe release van de Brusselse Sky H1.”

enola: Met jonge bands als Whispering Sons, Fornet en Vaal is een nieuwe, jonge generatie bands opgestaan in België. Kan je in ons land van een echte scene bespreken?
Goetgebuer: “Ik denk het niet, want elke band lijkt een andere muzikale oorsprong te hebben. Ik denk dat dat een groot verschil is met de meer samenhangende hardcore-scene. Mensen kwamen steeds terug om Rise and Fall aan het werk te zien. Het is nu moeilijker om mensen te binden aan een band als Partisan.”
Defrenne: “Ik denk dat Brussel op dat vlak een uitzondering is. Alle lof voor Weyrd Son Records. Michael (Thiel, de oprichter, nvdr) organiseert en verzamelt heel wat fans rond zich door buitenlandse post-punkbands te boeken die echt wel de moeite zijn, zoals Drab Majesty.”

enola: Hebben jullie nog andere favoriete buitenlandse releases of bands uit het genre die we zeker beluisterd moeten hebben?
Defrenne: “HTRK, een Australische band. Die zijn voor mij even ‘post-punk’ als pakweg Preoccupations en Soft Kill. Ook Sextile en het Deense Dune Messiah zijn een luisterbeurt waard. Die laatste spelen een combinatie van postpunk en neo folk. Zeer intrigerend. En tot slot ben ik helemaal weg van Death of Lovers, een goth zijproject met leden van Nothing.”
Goetgebuer: “De recentste EP van Chain of Flowers vond ik enorm de moeite. We hebben onlangs ook samengespeeld met Downtown Boys. Zij brengen een eigenzinnige soort postpunk, met een enorm prominente saxofoon. Blazers vind ik eigenlijk sowieso zeer interessant. Ook Sievehead, een punkband uit Sheffield, heeft een zeer goede plaat uitgebracht.”

E-mailadres Afdrukken