Banner

Get Your Gun

''Ik ben gestopt een punk met te veel meningen te zijn. Grotendeels toch."

Matthieu Van Steenkiste - 01 november 2017

Doubt Is My Rope Back To You kreunt Andreas Westmark, maar het lijkt niet alsof hij helemaal terug geraakt. Op de tweede Get Your Gun zoekt de Deen naar verlossing, maar of hij die helemaal vindt, is niet duidelijk. "Ik heb een sterk ontwikkelde piekerspier."

Veel te weinig gebeurt het dat het plaatje van een groep van bij de eerste noot klopt. Bij Get Your Gun zat echter alles juist, die eerste keer dat we hen zagen, op het Groningse showcasefestival Eurosonic. Als een hel-en-verdoemenis orerende prediker torende Andreas Westmark boven het kleine podium van de Spieghel uit, de muziek riep eenzelfde weidse landschappen vol bijgelovige boeren op. De geest van Sixteen Horsepower waarde die avond rond, net als de verdoemde verlorenheid van Alice In Chains.

Vandaag zijn we een plaat verder, en zien we de blonde frontman bijna met zijn ogen rollen als we daar via mail -- zijn geprefereerde interviewbenadering -- naar vragen. "Ik en mijn broer Simon, die drummer in Get Your Gun is, zijn gewoon opgegroeid in een klein stadje in het noorden van Denemarken en daar wonen we nog steeds. Verder is er geen religieuze achtergrond, en probeer ik mijn privéleven privé te houden. Als dat oké is."

Hij zal zich later, wanneer we terugmailen, verontschuldigen voor zijn korte antwoord. Dat hij de clichévragen een beetje beu is. Point taken, maar ter onzer verdediging: het is onmogelijk de met schuldgevoel en twijfels overladen teksten van de frontman niet in een door de zondeval beladen licht te bekijken. Westmark begrijpt het. "Ik snap waarom je dat in onze muziek hoort, maar de teksten hebben echt niets bijbels. En daar kan ik het wel eens van krijgen, maar het kan nog erger. Sommigen denken dat ik over Viking-toestanden en driekoppige monsters zing. Sorry, maar dat is gewoon lui zijn in het luisteren; daar gaat het in géén van mijn nummers over."

"En natuurlijk kan het dat onze muziek een religieuze dimensie krijgt. Ik hou er zelf van om in kapellen of kerken te spelen: geweldige akoestiek om in te zingen, en de plechtige sfeer die er hangt past perfect bij onze concerten. Ook wij verwachten een vorm van respect en concentratie, maar het is zoeken naar een evenwicht, want ik wil er nu ook geen theater van maken. Ik wil preken, maar dan op een menselijke manier: ik wil het publiek in de ogen kijken en toezingen. Dat durfde ik in het begin niet, toen was het de band tegen de rest van de wereld, maar dat ben ik nu moe. Zeker nu we een publiek hebben dat ons goed vind, waarom zou ik nog kwaad op hen zijn?"

Geen macho distortion

Want dat is dus nog zo'n misverstand, dat Get Your Gun een boze groep is, die graag loeihard uithaalt. Dat gebeurde wel degelijk occasioneel op het indrukwekkende debuut The Worrying Kind. "Call Me Rage", ging één song zelfs, maar dat lukte maar één keer, zegt Westmark. "Ik heb het geprobeerd, toen ik aan deze plaat begon. Ik had nog wat ideeën liggen, en die op dezelfde manier benaderen als op ons debuut lag voor de hand. Ik moest dat even proberen, om te beseffen dat dat niet werkte. En dus ben ik andere dingen gaan zoeken."

"We hadden dat hard/zacht-trucje geperfectioneerd op The Worrying Kind, zeker op de tours nadien, en ik had het gevoel dat ik daarmee klaar was. Toen ik opnieuw begon te schrijven voelde het alsof een deur naar een interessante nieuwe ruimte open ging, maar die ligt nog altijd in hetzelfde huis. Het blijft Get Your Gun, maar dan Hoofdstuk Twee, laat ons zeggen. Onze muziek is nog altijd heel erg dynamisch, maar in plaats van in geen seconden van nul naar honderd te gaan, laten we het nu anders evolueren. Ik zie veel parallellen met klassieke muziek in hoe ik emoties probeer uit te drukken, maar ik ben er nog niet uit hoe ik dat precies moet uitleggen. Hoe dan ook: we zijn niettemin rockmuzikanten, en spelen op instrumenten die deel uitmaken van de rockmythologie."

Zelfs dat is echter niet in steen gebeiteld. Terwijl hij op zoek was naar nieuwe manieren om zijn nummers te benaderen, ontdekte Westmark het orgel, en dat gaf hem een nieuwe kijk op zijn gitaarspel. "Het is misschien wat cryptisch, maar voor mij voelt het orgel horizontaal, een gitaar verticaal. Ik begon te experimenteren met andere manieren om expressief te zijn met dat ding, zonder naar de typische macho distortion te moeten grijpen. Zware riffs spelen leek me te gemakkelijk, iets dat je op automatische piloot doet."

Wat hij dan wel deed? Het antwoord komt in extenso: "Natuurlijk kan ik wat ik op het orgel deed niet repliceren, maar ik begon de gitaar op alle mogelijke manieren te manipuleren. Ik gebruikte de hele gitaar, wat erg bevredigend kan zijn: ik sloeg op de snaren na het brugje, op de vibrato-arm … En ik begon de volumeknop meer te gebruiken. Ik zette het geluid af, klopte op het instrument, en draaide alles weer open: de aanval wegnemen, maar wel het geluid dat daarna komt. Er bestaat een pedaal voor zo'n “volume swell”, maar ik vond het nooit fijn om het zo te doen. Met mijn handen is beter, want dat beperkt je spelen ook." Een excuus volgt: "Sorry dat ik het zo verschrikkelijk technisch maak, maar ik praat daar graag over, terwijl ik wel besef dat het ook demystifiërend werkt. Woorden nemen de magie weg."

Overontwikkelde piekerspier

Er is iets menselijks aan Doubt Is My Rope Back To You dat ontbrak op The Worrying Kind. Voelde de razernij van Westmark daar bijna oudtestamentisch aan, dan gaat het vandaag "You're nothing without a woman's touch". De zanger zucht opnieuw achter zijn computer, lijkt het. "Het gaat bij mij hoogstens om existentiële en menselijke psychologie. Maar goed, ik ben vrij zeker -- al heb ik hem niet uitgelezen -- dat de Bijbel min of meer het startpunt van dat soort literatuur was."

"Wat ik in mijn teksten probeer te verkennen, of waar ik toch uitkom, is de ruimte tussen je eigen standpunt en dat van anderen; die gedeelde ruimte tussen bewust en onbewust, tussen verleden, heden en toekomst. Symbolen, dromen, angsten, en ga zo maar door, allemaal samengebald in het verhaal van één verwarde, gecorrumpeerde en compleet onbetrouwbare verteller. Een mens."

Westmark is de zoon van een psycholoog. Dat spreekt bijna, als je zo'n antwoord krijgt. "Natuurlijk heeft dat zijn impact op me gehad", mailt hij. "Ik zal zeker niet beweren dat ik mezelf goed ken -- ik hoor de mensen rond me al "leugenaar!" roepen, en zo hoort het -- maar psychologie, het begrijpen van mensen zat altijd in alles waar we thuis over praatten. Het heeft zijn negatieve kanten: ik heb een overontwikkelde spier waar het gaat om te hard piekeren."

Dat die specifieke spier de laatste jaren misschien wat te hard getraind is, hoor je op Doubt Is My Rope Back To You. Westmark is snel om toe te geven dat dit meer om innerlijk conflict draait. "The Worrying Kind ging om de buitenwereld, wilde die confronteren, terwijl ik nu meer zoek naar verzoening, en het antwoord in mezelf zoek. Zo gaat het, als je ouder wordt. Je krijgt meer inzicht in je sterktes en tekortkomingen. En dus stop je een punk met te veel meningen te zijn. Grotendeels toch."

Het lijkt ook alsof Westmark zichzelf behoorlijk confronteert. "Was that really human nature heaving in my bathroom mirror?", vraagt hij zich af in "The Joy Of Recognition". Een reactie op die woede van songs als "Black Book"? "Zo kun je het lezen", geeft hij toe, en hij wijst op een zinnetje een strofe verder "In your black book filled with hatred, surely you ran out of pages". "Daar gaat het inderdaad om. Ik zag een verteller voor me die de wereld probeerde te begrijpen vanuit literatuur en de geschiedenis, en zich verloor in verontwaardiging dat we nog altijd niet weten waar we mee bezig zijn. Koppel dat aan dronkenschap, en je krijgt iemand die in de spiegel staat te briesen en beseft dat ook zijn “menselijke natuur” een deel is van het probleem. Accepteren dat je deel uitmaakt van die vicieuze cirkel en proberen te zien dat je ook goeie dingen gemeen hebt met anderen. En dat het oké is om gefrustreerd te zijn door wat er gebeurt, maar dat je niet mag stoppen met leven."

Zijn de You's die op Doubt Is My Rope Back To you kwaad worden aangesproken eerder Westmark zelf dus, dan een verloren liefde? "Helemaal waar", zegt de zanger. "Of de verteller doet dat toch. "Haywire", "Open Arms" en "Enough For Everyone" zijn nummers waarin ik vrij rechtuit met iemand spreek, maar ik speel er ook mee. In "You're Nothing" wissel ik in de laatste paragraaf van perspectief als ik dan toch zing "And I meant nothing with the words I said, but I meant everything with the love I gave". Tegelijk wil ik net uitdrukken hoeveel verschillende mensen we tegelijk kunnen zijn. In de eerste brug heb ik het zo over "white man moaning", "the cave man and the caved man finally found a way to steer" om al die gezichten te laten zien, om later te gaan "There she was, jumping in a puddle of OUR dreams". Zo heb ik het ook altijd aangevoeld: dat je een ander mens bent per situatie. Er bestaan verschillende versies van jezelf, afhankelijk van de persoon waar je op dat moment bij bent."

"Er zijn ook nummers waar ik met die perspectiefwissel speel, en zender en ontvanger constant wisselen", geeft hij toe. "Als je met iemand praat, projecteer je altijd je eigen gevoelens op hen. Maar daarnaast wilde ik een link leggen met het denken van Jung, die sprak over een gedeeld onderbewustzijn van dromen en symbolen. Ik wilde dat mijn nummers en de teksten voelden als een vreemde droom waar je weet dat je jezelf bent, en de ander kent, maar iets toch niet helemaal juist. Houdt dat steek? Ik weet dat het wat ingewikkeld is: ik ben er ook maar na het schrijven over beginnen nadenken."

E-mailadres Afdrukken