Banner

Douglas Firs

''We hebben te veel de reflex om elke vrije minuut te vullen, om prikkels te gaan zoeken op het internet.''

Kathy Van Peteghem - 25 oktober 2017

Gertjan Van Hellemont moet nog 30 worden, maar heeft toch al enkele uitstekende albums gemaakt. Sinds kort is er Hinges Of Luck, waarin hij zichzelf en zijn generatie van dichterbij bekijkt: waarom zijn ze zoekende en moet het allemaal nu en meteen? De inzichten die hij op de plaat poneert, deed hij niet in Vlaanderen op, nee, daarvoor ging hij helemaal tot in Canada. Rijst dan al meteen de vraag: Waarom Montréal?

Gertjan Van Hellemont: “Dat wou ik al lang: een stad uitkiezen en daar een tijdje verblijven. Heel anoniem en heel alleen. Doen alsof ik daar woon. In 2013 was ik tijdens een rondreis aan de westkust van de VS en het westen van Canada al eens in Montréal geweest en de stad was mij bijgebleven. Montreal is tegelijkertijd een jonge Amerikaanse stad die nog moet gevormd worden, maar ze heeft ook wel Europese finesse en feel.”

enola: Dus eigenlijk kon het eerder welke andere grootstad geweest zijn?

Van Hellemont: “Misschien wel. Nu ja, achteraf gezien niet meer, omdat ik in die stad wel een verhaal heb opgebouwd.”

enola: Ben je liever alleen dan in druk gezelschap?

Van Hellemont: “Ik ben graag alleen, soms heb ik dat ook nodig. Maar ik heb het weg zijn wel onderschat: in een grootstad zitten voor zes weken, zonder iemand te kennen, daar stelde ik me vooraf geen vragen bij. Maar tegen dat ik week vijf inging, begon het toch wat te steken: ik ben drie dagen vroeger teruggekeerd dan gepland. Het liedje “45 Days” gaat over die periode: toen ik dat had geschreven, vond ik dat ik klaar was. Was ik langer gebleven, dan had ik een andere toestand moeten creëren, had ik een job moeten zoeken, iets concreter of standvastiger alleszins. Maar toen dacht ik: “'t Is klaar, ik ga mijn ticket omboeken.”

enola: Hinges Of Luck is een redelijk thematische plaat.

Van Hellemont: “Dat klopt, maar het is moeilijk om dat in een woord duidelijk te maken. Het gaat voornamelijk over je vragen stellen bij wat er van jou verwacht wordt. Ik denk dat dat veel voorkomt in mijn generatie, mensen van rond de dertig. Ik heb de indruk dat we een generatie zijn die heel lang wacht met bepaalde dingen: een huis kopen, kinderen krijgen. Eigenlijk is het een luxeprobleem: er komt superveel op ons af via internet en magazines; alles kan en alles is mogelijk. Daardoor is het gevaarlijk om je weg te verliezen. Wat wil je worden en met wie ga je dat doen? Je wil ook een picture perfect leven leiden. Er is te veel keuze en we zijn daar nogal blasé in. Bijvoorbeeld: een tijdje geleden vertelde een vriend op café dat hij was gaan diepzeeduiken in een ver exotisch land, maar niemand stond daar lang bij stil, dat was normaal. Terwijl het in de tijd van mijn ouders wel een hot topic zou geweest zijn. De truc is volgens mij toch proberen om er lang genoeg bij stil te staan en ervan te genieten. En ook eens niks doen, dat is ook belangrijk. We hebben te veel de reflex om elke vrije minuut te vullen, om prikkels te gaan zoeken op het internet.”

enola: Tijd voor een tegenbeweging?

Van Hellemont: “Zeker en vast. Ik heb dit jaar Wanderland gemaakt, een podcast voor Radio 1, en daar draait het om het tegenovergestelde: gewoon gaan wandelen en -- in plaats van in een interview van vijf minuten zo snel mogelijk je punt te maken -- de tijd nemen om over het even wat te praten. Mensen gaan tegenwoordig heel hard op zoek naar rust, dat merk ik ook op huiskamerconcerten: er is tijd om het verhaal van een nummer te vertellen. De mensen hebben dat graag, ze gaan op zoek naar inhoud, steeds meer. Het leven ziet er misschien rooskleurig uit op het internet, maar er gebeurt daarbuiten gelukkig nog veel meer.”

enola: Waarom wou je Wanderland doen?

Van Hellemont: “Oorspronkelijk was het enkel mijn idee, ik vond dat een mooie vorm voor radio. Maar ik had niet de intentie om het zelf te doen. Toen ik mijn idee voorlegde aan Evert Venema zei hij direct dat ik dat moest presenteren, omdat ik zelf muzikant ben. Hij zag daar een duidelijke meerwaarde in. In het begin voelde ik me wel wat ongemakkelijk, omdat ik geen journalist ben. Maar na de proef-podcast met Tom Van Laere was iedereen tevreden en ondertussen zijn we al zeventien afleveringen ver.”

enola: Wie heeft je het meest geraakt?

Van Hellemont: “Spinvis, want die zegt wel heel veel mooie dingen in die dertig minuten. Stel dat we nu een nieuwe podcast met hem zouden maken, dan zegt hij opnieuw zo'n mooie dingen; die man loopt gewoon over van poëzie. Hij heeft een mooie manier om naar dingen te kijken. Dat is het verschil met onze generatie: wij zitten constant op dat internet, maar iemand als Spinvis begrijpt dat er alleen verwondering hoeft te zijn en het kijken naar de dingen in de echte wereld.”

enola: Wie stond nog op je verlanglijstje?

Van Hellemont: “Met iemand als Urbanus was ik nog graag gaan wandelen, maar die zag het niet meteen gebeuren. Het zou ook leuk zijn om met dat concept buiten Vlaanderen te gaan. Zo had ik een mailtje gestuurd naar Feist, maar ze heeft zelfs niet geantwoord.”

enola: Het nieuwe album werd door Kevin Ratterman gemixt. Waarom wou je specifiek met hem werken?

Van Hellemont: “Simpel gezegd? Omdat hij Ouroboros van Ray Lamontagne heeft gemixt. In die plaat zit een speelsheid en een frisheid die ik ook wou voor de mijne. Ratterman is totaal anders dan Tom Schick, die de vorige plaat heeft gemixt. Het zijn allebei vakmannen, maar Schick voegt heel weinig effecten toe, hij mixt heel puur: hij laat de dingen klinken zoals ze zijn opgenomen. Ratterman daarentegen voegt echt iets toe aan je songs: hij speelt met effecten en durft al eens wat extreme dingen te doen in de mix. Omwille van bepaalde akkoordenschema's of melodieën zat er wel al een zekere dromerigheid in de demoversies en dat wordt uitvergroot door het klankbeeld en Rattermans galmen, of ook door de keyboardeffecten van Senne Guns.”

”Na The Long Answer Is No wist ik niet echt hoe de volgende plaat moest gaan klinken. Ik was heel blij met die plaat, maar ik had geen zin om opnieuw hetzelfde te doen. In Canada is alles wel in een stroomversnelling geraakt: ik merkte dat ik iets anders aan het maken was. Ik heb toen naar Senne gemaild met de vraag of hij wou meedoen. Het leek me tof om Sem (Van Hellemont, kvp) en Senne, twee totaal verschillende pianisten, naast elkaar in de studio te zetten. ”

enola: Bij “Judy” en “Undercover Lovers” zijn de keyboards wel heel prominent aanwezig. Kwamen die arrangementen in de studio tot stand?

Van Hellemont: “De basis zat al in de oorspronkelijke demo. Voor mij zijn demo's heel belangrijk: als ik een idee in mijn hoofd heb, wil ik het zo snel mogelijk opnemen en bewaren op mijn laptop, zodat ik het niet kwijt ben. “Undercover Lovers” heb ik met een klein keyboardje opgenomen en dat staat ook zo op het album: het is een sample van mijn stem en die loop ik in dat keyboard. Dat klonk zodanig maf dat het geen zin had om dat nog maffer te maken; het was perfect. Senne heeft daar achteraf wel nog dingen aan toegevoegd, onder andere in het refrein.

“Judy” is ook een apart geval: ik had in Montreal alleen een akoestische gitaar bij, maar in mijn hoofd moest het een elektrisch nummer worden. Dus heb ik gewoon met Garageband wat distortion op mijn akoestische gitaar gezet, zodat ze toch wat elektrisch zou gaan klinken. In de studio hebben we dat ook zo gehouden en opnieuw voegde Senne daar vanalles bij.”

enola: Na het mixen van de plaat hebben jullie ook een kleine roadtrip gemaakt in de VS. Welke stad vond je het leukst: startpunt Louisville of Nashville, Memphis en New Orleans?

Van Hellemont: “Het was een korte kennismaking, maar als je je tijd goed indeelt, kan je veel doen op 24 uur. En je kan het concept slaap ook wel anders bekijken (lacht).”

”Zowel naar Nashville als naar New Orleans wil ik terug. Beide steden hebben zo’n verschillende sfeer. Nashville is heel indrukwekkend: op elk gebouw staat het woord “music”, die stad ademt muziek. Stel je voor: ik wou allang een oude Martin D28 zien, omdat Hank Williams daarop speelde. Hier vind je die gitaar nauwelijks, maar daar hingen er gewoon vijf naast elkaar in een simpele muziekwinkel. Ik denk dat Nashville een goede stad is om een goede gitarist te worden, de lat ligt daar nogal hoog. En New Orleans is echt een zalige stad, in de straten hangt echt het ritme van Dr John.”

”Memphis daarentegen vond ik maar een vergane glorie: het is vreselijk duur om Graceland te bezoeken en Beale Street heeft veel weg van de Overpoortstraat in Gent. Maar zelfs daar was een steengoede groep aan het spelen. Dat besef hadden we snel: zelfs de beste Belgische muzikanten zouden er moeilijk aan de bak raken, het niveau is heel erg hoog.”

E-mailadres Afdrukken