Banner

Barely Autumn

''Onzekerheden overwonnen''

Joris Vanden Broeck - 27 september 2017

Al een tijdje trekt Nico Kennes langs diverse podia met zijn liedjes onder de arm. Hij laat zich Barely Autumn noemen en brengt zijn weemoedige songs voor wie ze maar horen wil. Daar wil Kennes op een mooie herfstavond alles over vertellen, maar dat is buiten de hoofdstedelijke horeca gerekend.

Hoewel de zomer nog niet helemaal verdwenen is, blijven terrassen leeg en sluiten horecazaken in alle vroegte de deuren. Een kleine dwaaltocht doorheen uitgestorven straten later blijkt alleen een bijzonder prijzige tourist trap beschikbaar om het verhaal van Barely Atumn te laten weerklinken.

enola: Waar komt Barely Autumn vandaan?

Kennes: “Uit mijn slaapkamer. Nadat mijn vorige band Mosquito was stilgevallen, had ik plotseling tijd om te werken aan alle demo's en ideeën die ik sinds mijn twaalfde al tokkelend op een gitaar had verzameld. Tijdens een zes maanden durende residentie in Stuk heb ik me daar zowat opgesloten om van die, bij manier van spreken, honderdduizend ideetjes volwaardige songs te maken. Daarna ben ik muzikanten rondom mij beginnen verzamelen.”

enola: In tegenstelling tot Mosquito, dat echt een samenwerkingsproject was, is Barely Autumn jouw band.

Kennes: “Ja, Barely Autumn werkt iets minder democratisch (lacht). Ik schrijf de nummers en heb vaak, wanneer ik ze naar de repetities breng, al een idee hoe het moet klinken. Soms speel ik ook alle partijen in. Bij Barely Autumn wil ik niet afhankelijk zijn van andere mensen. Als bijvoorbeeld de gitarist niet naar een optreden kan komen, is dat geen ramp: dan vraag ik een vervanger. Zelfs solo kan ik Barely Autumn zijn. En toch zijn de andere bandleden heel belangrijk. Zowel op menselijk als op muzikaal vlak vullen we mekaar perfect aan. Mosquito hing bovendien meer in de underground rond, terwijl ik de songs van Barely Autumn toegankelijker vind.”

enola: Met Barely Autumn hoop je opgepikt te worden?

Kennes: “Het is er niet bewust om gedaan om Barely Autumn toegankelijker te maken, maar die nummers zaten in mij en het is uiteraard handiger dat het ietwat meer radiovriendelijk is. Mosquito was zeer niche. We vonden dat ook tof. Bijgevolg was het wel moeilijk om in veel zalen te spelen.”

enola: Dat neemt niet weg dat Barely Autumn ook heftig kan zijn. Naar het einde van de plaat toe, bijvoorbeeld in “Coming Home”, is het bijna explosieve postrock.

Kennes: “Het idee was om de verschillende aspecten van Barely Autumn te laten horen. De spanning tussen de rustige songs en de nummers die losbarsten, vind ik interessant. Of om een zwaarmoedige tekst te brengen met een vrolijk deuntje er achter.”

enola: Zoals “Losing Ground”, dat aan Eels doet denken.

Kennes: “Dat heb ik nog mensen horen zeggen. Eels is zeker een invloed. Toen ik veertien, vijftien was, heb ik de platen van mijn pa opgediept en ben ik naar Neil Young beginnen luisteren. Niet veel later heb ik ook Eels en Ellioth Smith ontdekt; de invloed van die donkere singer-songwriters is er zeker ingeslopen.”

enola: “All my heroes are dead”, klinkt het ook. Een verwijzing naar alle muzikale overlijdens in 2016?

Kennes: “Dat zit er voor een stuk in, aan de oppervlakte, maar dieper ligt een meer persoonlijke laag. Het gaat in dit nummer over het gevoel van comfort dat mensen rondom je je kunnen geven. Maar als je dan verhuist, komt de vergankelijkheid van vriendschap naar boven. Er is niet alleen het fysieke verhuizen, maar ook het menselijk contact dat verdwijnt. Het is een deprimerende gedachte, maar ondanks alles sta je, als puntje bij paaltje komt, alleen in het leven.”

enola: Ondanks dat via Facebook alles en iedereen vlakbij is.

Kennes: “Dat vind ik heel interessant. De illusie van overal bij te willen zijn en constant up to date te blijven. Soms heb ik last van de fear of missing out. Maar tegelijk kan ik het ook heel erg relativeren.”

enola: Omdat er soms geen hol te doen blijkt.

Kennes: “Exact. (lacht)

enola: Je kon uit heel veel ideeën putten voor dit eerste album, bij een tweede plaat zal het vermoedelijk sneller moeten gaan.

Kennes: “Het voordeel van het maken van deze plaat is dat ik super veel onzekerheden heb moeten overwinnen. Kan ik wel zingen? Kan ik wel deftig gitaar spelen? Pascal Deweze heeft me daar enorm in geholpen. Ik stuurde mijn eerste demo's naar hem en hij heeft me aangemoedigd om ze uit te werken: “Je moet dat gewoon doen!”. Ook producer Wouter Vlaeminck was een grote hulp. Hij kon zich perfect inleven in de muziek en heeft veel aandacht besteed aan het juiste gevoel. Dat is een super ontspannen mens, die tegelijk zeer professioneel te werk gaat. Ik vind al die uiteenlopende genres, alle platen waar hij aan meegewerkt heeft, steevast goed klinken. De Raketkanon van Wouter klinkt beter dan die van Steve Albini, vind ik.”

enola: Albini gaat er dan ook prat op dat hij niet producet, maar opneemt.

Kennes: “Inderdaad. Maar dan nog. Ik heb ook even overwogen met een echt bekende producer te werken, zoiets kan handig zijn als onbekende artiest. Maar dat heeft een prijs en uiteindelijk ben ik van dat idee afgestapt omdat ik vond dat de muziek moest worden opgenomen op de manier waarop ik 'm had gemaakt: gewoon, in een besloten sfeer, dicht bij mij. Voor de eigenlijke opnames zijn we naar een studio in de Ardense bossen getrokken. Het was er helemaal afgesloten en we logeerden er ook. 's Ochtends spek met eieren bakken en dan direct de studio in voor marathonsessies tot drie uur 's nachts. Dat was super vermoeiend, maar gaf enorm veel voldoening.”

enola: Je houdt er, net zoals veel andere Belgische artiesten, een dayjob op na. Hoe maak je de switch? De maandag na de opnames moet je immers gewoon terug naar het werk.

Kennes: “Ik heb het geluk dat ik een hele toffe job heb, binnen de muziekwereld. Ik kan naar festivals gaan, promoot Vlaamse bands in het buitenland. Er zijn natuurlijk minder flashy aspecten, het gewone kantoorwerk, maar dat valt eigenlijk mee. Ik heb nooit het gevoel dat wat ik doe nutteloos werk is. Het heeft zelfs te maken met wat ik eigenlijk wil doen, muziek maken. Maar zelfs als ik rekken zou vullen in een warenhuis, zou ik vast wel een manier vinden om lyrics te schrijven.”

enola: Over het buitenland: wil je daar met Barely Autumn naartoe?

Kennes: “Graag. Maar wel met een plan. Dat is het voordeel aan mijn job: ik zie hoe het daar in zijn werk gaat. Dus je moet het strategisch aanpakken. We hebben dit najaar enkele shows in eigen land en dankzij onze Nederlands bookingskantoor spelen we daar eveneens enkele concerten. En dan stilaan uitbreiden. De logische volgende stappen zijn Duitsland en Frankrijk, maar dat zijn immense landen. In Frankrijk kan je nog veel vanuit Parijs doen, al heb je daar ook quota's ten voordele van Franse artiesten op de radio. Duitsland is dan weer minder gecentraliseerd, daar heeft elk bundesland zijn eigen scene. Op dat vlak heb ik de laatste jaren veel bijgeleerd. Als iedereen een sabbatjaar neemt, kan je met je busje vertrekken en in elk klein café in Frankrijk gaan spelen. Maar als je je muzikanten wil betalen, gaat dat niet.”

enola: Nederlandse concertgangers hebben de reputatie luidruchtig te zijn. Schrikt het af om voor zo'n publiek rustige nummers te brengen?

Kennes: “Je hoort inderdaad dat er veel gepraat zou worden, maar het heeft voor- en nadelen. Nederlanders zijn enthousiaster. Als ze een song goed vinden, zal er geklapt worden of dan roept het publiek. Dan krijg je veel terug van de energie die je zelf geeft. In Vlaanderen is iedereen altijd zò braaf. Klap. Klap.. Vinden ze het dan goed? Of was het gewoon beleefdheid? Je weet dat echt niet. In Nederland is dat direct duidelijk.”

Barely Autumn stelt zijn debuut op vrijdag 29 september voor met een gratis concert tijdens Stuk Openingsfeest. Vanaf 15 oktober volgen concerten in Zwolle, Brussel, Hasselt, Poperinge, Haacht, Diksmuide, Utrecht, Bergen op Zoom, Leuven en Brussel. Check www.facebook.com/BarelyAutumn voor details.

E-mailadres Afdrukken