Banner

Falling Man

“Een plaat over afscheid: dat krijg je met ouwe gasten”

Lennert Hoedaert - 26 september 2017

Eind februari nam Falling Man afscheid van Sam Louwyck, maar nu keert de Gentse band, met een nieuwe zanger, keihard terug met een tweede plaat. enola volgde een repetitie van de noiserockers en had een uitgebreide conversatie met nieuwkomer Sander Van den Broecke, die bezeten is door muziek, maar voor zijn komst 28 jaar geen noot meer gezongen had, en sprak uiteraard over het fantastische Ghost.

De binnenmuren van het repetitiekot, gesitueerd in de Brugse Poort-Rooigemwijk, stralen Gentse concertgeschiedenis uit. Naast affiches van de vroegere Frontline (tot een paar jaar geleden nog die ruige concertkeet in de Overpoort, nvdr) in de Sint-Pietersnieuwstraat en concertorganisatie Democrazy hangen concertposters van Moon en opvolger Capt. Moon, de legendarische cultband van Falling Man-gitaristen Polie Van de Velde en Lode Sileghem. Ook drummer Sven De Potter heeft een lang muzikaal verleden. Hij speelde met Gabriel Rios samen in The Nothing Bastards (het latere L. Santo), en monogold. Met die eerste band speelde de jonge Rios zich vijftien jaar geleden in de spotlights.

Het is ook de plaats waar Van de Velde en Sileghem al meer dan twee decennia repeteren, en Falling Man al heel zijn bestaan. Nu met een nieuwe zanger dus. Zijn naam is Sander Van den Broecke, in het gewone leven journalist en aan zijn dialect te horen nen echte Genteneere. Voor het interview wil de band graag met een paar nummers warmdraaien. Ze zitten in de laatste rechte lijn naar een try-out in Middelburg, op 29 september. “Sleep”, het eerste nummer van de nieuwe plaat, start met voorzichtige gitaartokkels en een croonende Van den Broecke, maar ontploft na bijna een minuut als een vuurbal in het aangezicht.

Ook “Robot Kaput”, iets als een Sonic Youth met een meeslepende motorik-injectie, is bijzonder ophitsend. Falling Man 2.0 is hevig, brutaal en dynamischer, en nog belangrijker: het speelplezier spat in het rond. Zo hevig zelfs dat De Potter een scheur in zijn basdrumvel speelt. Alles kaput, en dat op een maandag. Na een telefoontje met de drummer van de andere band die gebruik maakt van het repetitiekot kan het interview beginnen.

We kunnen er niet omheen, dus komen meteen het woord vertrek en de naam Sam aan bod. Sven De Potter (drummer): “Naarmate zijn acteercarrière een hogere vlucht nam, raakte hij minder en minder op de repetities. Zo hebben we zeer lang met drie gerepeteerd.” De officiële reden van Louwycks vertrek was een gebrek aan tijd. Daarover wil de band liever kort zijn. En terecht ook: de toekomst telt. Al hing die dus even aan een zijden draadje, een heel dun draadje.

Eind februari werd Van den Broecke als zanger ingelijfd. In juni liet de band al voor de eerste keer van zich horen met de catchy single “Beach Blues” en een bijhorende video. Wat een heerlijke terugkeer. En die vervanger van Louwyck was geen onbekende, zo blijkt.

Polie Van de Velde (gitarist): “Sander en ik kennen elkaar al 35 jaar. We hebben samen op de universiteit gezeten. Ik ben zelfs de enige van de band die Sander vroeger heeft zien optreden met zijn soul- en sixties-coverband. Ik vond hem toen al een uitstekende frontman én zanger. Dat moet in 1988 geweest zijn. (dan worden herinneringen opgehaald aan de legerdienst, nvdr.)”
Sander Van den Broecke (zanger): “Na mijn legerdienst hebben we nog een paar keer opgetreden, maar toen onze bassist en gitarist ook naar het leger moesten, was het echt gedaan met de band. Sinds dat jaar had ik ook nooit meer gezongen.”

enola: Falling Man is niet de minste band. Was het een zware erfenis om iemand als Sam Louwyck op te volgen?
Van den Broecke: “Zo riskant was dat niet. Als ik niet de geschikte vervanger was, hadden ze mij dat wel gewoon gezegd. Ik had geen contract of zo gesloten. De aanloop naar de eerste repetitie voelde wel aan als een examen, maar enkel voor ik binnenkwam. Eenmaal we begonnen waren, viel dat gevoel volledig weg. Ik voelde mij hier meteen op mijn gemak.”

enola: Bij welk nummer is het allemaal begonnen?
Van den Broecke: “Wrong Song”. Niet alleen de tekst, maar ook de zanglijn ontbrak. Een zanglijn in elkaar boksen, dat had ik nog nooit gedaan. Dat is prutsen en prutsen voor de computer, en steeds meer schrik krijgen dat het niet zal lukken.”
De Potter: “In dat nummer zat de zang metéén goed. Sander gaf het een rauwe energie die de song echt nodig had. De riff van “Wrong Song” is al jaren oud; ik denk dat er 10 verschillende versies van dat nummer bestaan.”

enola: Sander, je hebt 28 jaar geen noot gezongen. Heeft het dan nooit vroeger gekriebeld?
Van den Broecke: “Nooit hard genoeg, maar nu versta ik dat niet. Ik kan me amper voorstellen dat ik dat zo lang niet gedaan heb. Ik ben wel altijd een heel fanatieke luisteraar geweest.”

enola: Wat vind je van The Birthday Party, Captain Beefheart en The Fall, de bands waarmee Falling Man vaak vergeleken wordt?
Van den Broecke: “Ik vind die allemaal ge-wel-dig, dat zijn net als bij Lode en Polie de bands uit mijn jeugd. Maar ik luister nog meer naar oude reggae, soul uit de jaren zestig en country- en westernmuziek. Mijn helden op vocaal vlak zijn Al Green en Solomon Burke. Om zoals hen te kunnen zingen, zou je toch geld geven?”
Van de Velde: “Hij zou geld geven om zoals Solomon Burke 250 kilo te wegen en in een rolstoel over het podium gerold te worden.” (algemene hilariteit)

enola: Hoe beleefden jullie de periode waarin Sander bij de band kwam?
Lode Sileghem (gitarist): “Alles kwam samen: Sander was stilaan ingewerkt, de opnames en Wouter (Vlaeminck, nvdr) die als producer zijn schaar in de nummers zette. En tussendoor repeteren, dat was dus echt een goede timing. Zo is de tekst van “Robut Kaput” na veel proberen in de studio tot stand gekomen.”
De Potter: “Het was toch een zeer traag proces, maar hoe langer het duurde, hoe beter het werd. Nu, vlak voor de optredens, staan we op het punt waar we willen zijn. Dat heeft wel vier à vijf maanden geduurd.”

enola: Hebben jullie in de studio nog veel aan de nummers gesleuteld?
Van de Velde: “Nee, de muziek was al sinds februari, net voor het vertrek van Sam, in steen gebeiteld. In de mix gebeurt er uiteraard nog veel, maar we hebben geen ingrijpende veranderingen doorgevoerd. Er zijn geen gitaarlijnen aangepast, of akkoordenschema’s gewijzigd. Enkel de songlengte is hier en daar wat veranderd. En we hebben wat extra overdubs gedaan, met synthesizers en blazers.”

enola: Over blazers gesproken: op “My Ghost” zijn die schitterend. Ook de tekst is pakkend. Het lijkt een duistere trip, een ode aan iemand die er niet meer is.
Van den Broecke: “Dat nummer was bedoeld als instrumental, maar dat wist ik niet. (lacht) Het was zelfs de makkelijkste tekst om neer te schrijven. Het is een zeer persoonlijk nummer, over een pijnlijk en definitief afscheid: een kapotte relatie en een overlijden in mijn naaste omgeving.”
De Potter: “De hele plaat gaat eigenlijk over gemis en afscheid. De dingen des levens, hé. Relaties die eindigen, mensen die verdwijnen,...”
Van de Velde: “Dat krijg je met een band met alleen maar ouwe gasten. De albumtitel kwam eigenlijk van mijn kinderen en kreeg voor de eerste keer een speciale betekenis toen Sams vertrek nakend werd. Het drukte voor mij een wazig gevoel uit: wat ging er van de band worden? Het was dus meer dan een woord dat me werd ingefluisterd. Het gevoel dat we de band misschien zouden moeten opdoeken, viel me heel zwaar.”

enola: Maar Falling Man is nu dus helemaal terug. Catchy, slimmer, nog groovier.
De Potter: “Ik denk dat de plaat dynamischer is, gelaagder. Dat is het resultaat van lang zoeken. Er zijn heel veel ideeën ontstaan tijdens een weekend in Zeeland, ergens in een afgelegen villa vlak aan de zee. Daar is de basis gelegd voor een aantal nieuwe songs. We wilden onze sound ook wat uitpuren, nog meer tot de essentie gaan. Noem het gerust experimenteerdrift; je hoort er hier en daar wat echo’s van op Ghost, maar het is niet zo dat we plots alle kanten uitschieten. Mede dankzij Wouter hebben we de muzikale lijn kunnen behouden. De eerste plaat was vooral een confrontatie met onze beperkingen. Voor de opnames van de tweede plaat hebben we geleerd om beter samen te spelen, compacter en consequenter. En zo was de essentie van de muziek er al voor we de studio in gingen. “Sleep” is daarvan het beste bewijs: dat nummer werd in één take opgenomen.”

enola: Worden jullie nog altijd beïnvloed door andere bands?
Sileghem: “Zeker! Ik ben een paar jaar geleden naar The Ex gaan kijken en ik denk dat daarvan wel elementen in het nummer “Bags Slag Down” geslopen zijn. Of neem nu het nummer “Liars” (song van de vorige plaat, nvdr.), dat doet denken aan de band Liars. Die hebben we ook eens samen gezien. Het repetitieve riffje van Polie deed er een beetje aan denken. Ik kijk ook elk jaar uit naar Sonic City, een fantastisch festival met een combinatie van vaste waarden en ontdekkingen.”

enola: Hopen jullie nog airplay op de radio te krijgen of laat Studio Brussel jullie volledig koud?
De Potter: “Koud? Neen, dat niet, maar de kans dat wij gedraaid worden op een zender als Studio Brussel is nagenoeg onbestaande. Er stond onlangs nog een boeiend artikel in De Morgen over hoe radiozenders de laatste jaren steeds meer kiezen voor het commerciële spoor, met een paar uitzonderingen. Ik zal nu misschien als een oude zak klinken, maar ik mis toch vaak avontuur op de radio. Het is allemaal zo afgelijnd, zo geformatteerd. Marketing all over. We hebben “Beach Blues” wel naar de radio gestuurd, en de reactie was: ‘Nou, dit past toch niet in ons profiel, hoor’. Tja, dat is toch niet de bedoeling van muziek? Dat het in een profiel past? En net toen ik die reactie las, draaiden ze wel Nirvana, met “Lithium”. Het wordt steeds moeilijker om de muziek die wij maken te plaatsen, net zoals veel andere bands die niet in een ‘profiel’ passen. Er zijn zo veel groepen die live iets teweeg brengen, maar geen rotatie krijgen of gewoon helemaal genegeerd worden. Nu ja, zolang wij live kunnen spelen, is het goed.”

En dat Falling Man dat nog altijd graag doet, is geen klein beetje duidelijk. Na afloop van ons gesprek regent het pijpenstelen, dus ik blijf nog even om wat nummers te beluisteren. Tijdens “Mister Vega” laat de verschroeiende tandem Van de Velde - Sileghem zich volledig gaan. “Die twee samen, dat is echt niet normaal”, zegt Van den Broecke. “We spelen al samen sinds we 18 jaar zijn,” legt Sileghem uit, “neem Polie weg en de band bestaat niet meer.”

Voor ze “Red Haze” inzetten, heeft de zanger nog een anekdote. Over een uitbater van een Italiaans restaurant op het Gentse Zuid (voor de komst van het bekende winkelcentrum, nvdr.), die wel eens last had van woede-uitbarstingen. “Het nummer gaat over iemand die veel te snel kwaad wordt, de controle verliest”, legt hij uit. En wat een muzikale uitbarsting volgt in het repetitielokaal, wanneer de band de song speelt. Nog maar eens een bewijs dat Falling Man 2.0 helemaal klaar is om de concertpodia in ons landje onveilig te maken. Niet slecht voor een bende oude rotten.

Falling Man speelt op vrijdag 6 oktober met Dieter von Deurne & The Politics in 4AD in Diksmuide en op donderdag 12 oktober samen met Crites in NEST, Gent.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Falling Man