Banner

Triggerfinger

''Je moet jezelf toelaten slechte ideeën te hebben''

Matthieu Van Steenkiste - 23 augustus 2017

Drie jaar na By Absence Of The Sun heeft Triggerfinger een nieuwe plaat gemaakt. Ze heet Colossus, en zo voelt ze ook: kolossaal. Tot daar geen nieuws. Dat het trio op zijn nieuwste ook subtiel leerde zijn, is dat wel, en dat is dan weer te danken aan producer Mitchell Froom. "Een paar oren dat niet emotioneel verknocht was aan de songs; dat konden we wel gebruiken."

"Je bent gewoon bezig en terwijl je dat doet, krijgen de dingen pas vorm. Dan blijkt een tour toch langer te worden dan gepland, bijvoorbeeld." Neen, Triggerfinger had niet per se vakantie nodig na By Absence Of The Sun. Het liep gewoon zo, is frontman Ruben Block formeel. "En uiteindelijk komt er toch altijd een punt waarop het tijd is voor een nieuwe plaat."

Hier zitten we dan, met Colossus als onderwerp nadrukkelijk op de spreekwoordelijke koffietafel. De vijfde Triggerfinger alweer, en misschien de eerste waarop riffs niet meer alleen het hoge woord voeren. Diversiteit en subtiliteit zijn de codewoorden, en dat was ook de bedoeling.

enola: Het moest ánders, deze keer?
Block: "Jawel. En dat hebben we op zich ook bij vorige platen geprobeerd, maar misschien was de stap deze keer toch net iets groter. Voordien vertrokken we altijd vanuit de synergie en interactie die bij het spelen tussen ons hangt, dus zorgden we ervoor dat we de songs voor de opnames van voor tot achter hadden gerepeteerd. Geen slechte manier van werken, maar het betekent ook dat je op dat moment al bezig bent met de vraag hoe je het live zult brengen. Daar wilden we deze keer van af: alles moest kunnen, zonder ons af te vragen hoe we het zouden doen op de planken. Alle deuren open en laten waaien: dat was het opzet."

enola: Waarom was het daar nu precies tijd voor?
Paul Van Bruystegem (bas): "Dat is een evolutie. Je wordt niet plots wakker met het idee: ik ga eens iets helemaal anders doen. All This Dancin' Around en By Absence Of The Sun verschilden ook behoorlijk van elkaar; het gaat zoals het gaat. Ruben kwam na een tijdje stilte -- enfin, welverdiende rust (Block gniffelt) en herbronning na waanzinnig veel gespeeld te hebben -- gewoon met het soort nummers af dat vroeg om een andere behandeling. En plots werd die nieuwe plaat spannender en spannender."

enola: Wat was zo'n deur die je deze keer hebt opengezet?

Van Bruystegem: "Werken met een producer. Greg Gordon, die onze vorige plaat heeft opgenomen, was eerder medeproducer, samen met ons. Ook het opnemen was technisch gezien anders: vorige keren hechtten we nogal veel belang aan taperecorders en zo, en voor dat soort dingen hebben we deze keer minder aandacht gehad. Gewoon omdat het al naar onze goesting klonk. Zo konden we iets meer tijd besteden aan creatief zijn, experimenteren. Maar specifiek? We hebben altijd rariteiten gedaan hoor, speciallekes. Nu misschien iets meer."

enola: "De songs stonden deze keer centraal", beweren jullie over Colossus. Was dat vroeger minder het geval?
Block: "De songs staan altijd centraal. Als je begint te schrijven, begin je met een liedje."
enola: Toch, vroeger draaide het meer om een killer riff of een goede groove, terwijl de songs nu meer smoel hebben.
Block: "Dat kan."
Van Bruystegem: "Killer riffs zijn ook fijn hé. Nu zijn die er ook, maar misschien minder pertinent, en hangt het nummer er misschien niet aan op."
Block: "Vroeger deden we dat inderdaad misschien wel, en dat sloot natuurlijk aan bij de interactie die we live hadden. Maar we hebben al wel wat superriffsongs ondertussen, het had geen zin om er nog vijf naast te zetten. We konden beter eens kijken wat we nog konden doen."

enola: Zoals de gitaar loslaten en nummers op bas schrijven? Wat deed dat?
Block: "Zo is "Colossus" inderdaad begonnen. Ik had eerst dat idee van de bas als framewerk, en dan die refreinriff. Het had iets massiefs, maar als ik het dubbelde met een gitaar was dat hoogstens oké. Als ik het kolossaler wilde, moest ik dat met nog een bas doen. Het bleek de max, en dus heb ik die aanpak bij nog drie nummers gebruikt. Op zich maakt het ook niet uit of je schrijft of bas, gitaar of synth. Het gaat om melodieën en klankkleuren, maar het doet je natuurlijk wel anders spelen."

enola: Dat jullie nu een eigen studio hadden, gaf ook de tijd om te experimenteren?
Mario Goossens (drums): "Sowieso. We hadden voor deze plaat gezegd “alles mag, alles kan”, in plaats van altijd het optreden in het achterhoofd te houden. We begonnen dus met de demo's van Ruben, en probeerden de vibe daarvan te houden. Eigenlijk was die studio een soort speeltuin waarin we konden loos gaan. Als je het dan toch over een ander boeg wil gooien, was dat een ideale plek."
Block: "We wilden in de eerste plaats iets schoons en cools maken, maar wat dat zou worden, ontdekten we pas door eraan te werken. Want uiteindelijk begin je altijd met liedjes te maken. Vroeger zouden we van die demo's liveversies maken, nu zijn we iets dichter bij het origineel gebleven, omdat dat paste bij het nummer, en wat we in onze studio -- enfin, dat kleine hok -- hadden gemaakt eigenlijk al goed genoeg klonk. Vaak zat er al een kern in die heel waardevol was; dat vond Mitchell Froom, met wie we de echte opnames hebben gedaan ook. Veel van de songs hadden al een eigen smoel, zei hij, en de regel werd dan ook dat we alles met hem opnieuw zouden opnemen, maar als de demo beter klonk, dan mocht dat op plaat."

enola: Hoe zijn jullie bij Mitchell Froom, met werk voor Los Lobos, U2, Paul McCartney en Lindsay Buckingham en Stevie Nicks, toch aan de top van de productiewereld terechtgekomen?
Van Bruystegem: "We hebben hem gemaild. Zo simpel was het eigenlijk. Van in het begin was het immers duidelijk dat we deze keer eens met een producer wilden werken, en op alle platen waar wij wild van zijn, heeft hij wel een vinger in de pap. Het is een hele intelligente mens, dat voel je in alles wat hij deed. Neem alleen al de plaatsing van de dingen: hoe de partijen, de arrangementen in elkaar klikken; hij was al aan het mixen terwijl hij aan het opnemen was."
Block: "Van in het begin werden er keuzes gemaakt: “dat nemen we zo op, dat zo”. Niet: “we beslissen wel bij het mixen”. Op die manier kun je ook niet terug, en ben je gedwongen voor een bepaalde klank en vibe te kiezen. Dat is gezonder dan al je opties openhouden en neutraal opnemen, want dan groei je nergens naartoe."
"Toen we bij hem kwamen, leefden wij al een half jaar met die songs: demo's die fijn klonken, maar vooral onaf. Gemakkelijk om dat goed te vinden, want je kunt er bij denken wat je wil. Als je dat gaat opnemen, is het interessant om input te krijgen van iemand die er geen emotionele band mee heeft en suggesties doet. Dat was nooit dwingend, het waren gewoon ideeën. En soms werkten die ook compleet niet, maar het proberen was de max. En toch was het voor ons soms slikken hoe we plots aan een heel andere vibe zaten dan wat wij in ons hoofd hadden. Maar je moet het een kans geven, want een slecht idee en een geniaal idee liggen soms dicht tegen elkaar, maar je moet jezelf wel toelaten om slechte ideeën te hebben dan, en daar was Mitchell heel open in. Soms hoorde je de volgende dag hoe goed het was, soms niet, maar die uitwisseling van ideeën was cool."

enola: Weet je waarom hij met jullie wilde werken?
Block: "Wat hij cool vond aan ons was dat wij met ons drieën betrokken waren. Meestal als hij met een band werkt, zei hij, zijn het pakweg de zanger en de drummer met wie hij communiceert en zit de rest er wat bij. Er is altijd wel een moeilijke dynamiek waar je rond moet zien te werken, zodat iedereen zich toch bij het project betrokken voelt, zelfs al gaat het eigenlijk maar om één man zijn visie. Bij ons voelde hij dat wij er alle drie mee bezig waren en allemaal onze functie hadden in het verhaal. Met hem en zijn technicus David Boucher zaten we echt wel met vijf aan die plaat te werken. Dat was hij niet gewoon."
Van Bruystegem: "Het was geleden van Los Lobos dat hij nog eens met een band had gewerkt, zei hij."

enola: Mario, jij bent in ons land ook een veelgevraagde producer, van onder andere Jacle Bow. Is het dan moeilijk om de controle los te laten?
Goossens: "Eigenlijk niet, maar natuurlijk volg je het wel van dichtbij. Ik was in de eerste plaats vooral benieuwd hoe dat zou gaan met iemand van dat kaliber. Ik was waarschijnlijk meer starstruck dan iets anders. Die twee andere (naar Block en Van Bruystegem) niet. (lacht) En dan blijkt het gewoon op een coole manier te gaan. Ik ben heel geïnspireerd teruggekomen."
enola: Wat heb je geleerd?
Van Bruystegem: (droog) "Dat je meer geld moet vragen."
Goossens: "Eigenlijk vooral dingen als muzikant, om eerlijk te zijn. Als je zo lang samen speelt als wij, dan neig je automatisch naar een bepaalde klank. Mitchell triggerde om dat open te trekken, door ons daarvan weg te sturen: “neen, we gaan dat zo eens proberen”. Dat was soms wat wennen. Voor het eerst werkten we samen met iemand waarvan we wisten dat hij straffe platen had gemaakt en de dingen stuurde. Het was nooit obvious. Wat hij deed, gaf het nummer een eigenheid, zonder daarom weg te gaan van wat wij doen en wie wij zijn. Daardoor kwam je ook in twijfelsituaties waar je je afvroeg of het goed genoeg was. Dat vond ik er wel heel tof aan. Het bracht je naar een nieuw niveau doordat je geïnspireerd werd."

enola: En dan liet je nog mixen door de even legendarische Tchad Blake. Dat moést?
Block: "Vroeger nam Mitchel alles op met Tchad, en ook hij is zo'n naam die er altijd wel ergens bij staat op de platen die wij goed vinden. Dus ja, we waren niet helemaal overtuigd van de mixen die we bij Mitchell hadden gemaakt. Die waren ok, maar we hoorden er echt wel de nood aan Tchad Blake's hand in. Mitchell vond dat geen enkel probleem. Hij is zelf een grote fan van zijn werk, en wilde vooral dat wij blij waren. Tchad vond het een heel leuke plaat om te mixen, zei hij. In de eerste plaats omdat hij zo nog eens een Mitchellproductie mocht doen, maar hij vond het ook fijn dat het zo'n diverse plaat was. Ze gaat alle richtingen uit, maar toch klinkt ze volgens hem als één plaat."

enola: "Not one of the ten songs featured on Colossus is a cover", leest de perstekst bij de plaat. Een keer teveel als “dat bandje van die vele covers” weggezet?
Block: "Bah neen. We hebben inderdaad best wel wat covers gemaakt, maar nu hadden we tien songs die een plaat vormden. Het was niet nodig. En laat ons eerlijk zijn: die covers als "I Follow Rivers" hebben ons ook veel fans bijgebracht, dus we gaan daar niet over mopperen. Het is de max dat het gebeurd is, het is part of the story. En zo'n versies maken, dat is ook gewoon te plezant om te doen."

enola: Dit is jullie eerste plaat voor het internationale concern Mascot Label Group, met het oog op een grotere verspreiding. Waar staan jullie ondertussen over de landsgrenzen?
Van Bruystegem: "Bij voorkeur op een podium."
Goossens: "Het gaat goed. We hebben veel getourd en dat gaat ook de komende maanden zo zijn. Duitsland gaan we passeren, Frankrijk volgend jaar … Het is gegroeid. Als we in Berlijn spelen is dat voor achthonderd man, Polen vierhonderd, Frankrijk zeshonderd. Ben je dan goed bezig? Ik denk als je een parcours als dat van ons aflegt, dat dat straf is. En nu bij Mascot, ons nieuw platenlabel, hebben we een wereldwijde release, waardoor de plaat meteen overal tegelijk uitkomt. Dat is ook een stap vooruit."
enola: Het Belgische niveau is overstegen.
Goossens: (protesteert) "Da's niet overstijgen."
enola: Ook weer Belgisch om dat niet te durven toegeven.
Block: Het is niet alsof België minder belangrijk is geworden, maar het is inderdaad veel groter nu, waardoor we daar soms wel rekening mee moeten houden als we een tour op poten zetten. Er is een veel groter gebied in te plannen, en dus ben je ook afhankelijk van de beschikbaarheid van de zalen. Het is niet meer zo gemakkelijk om te zeggen dat we een AB willen doen, die zaal moet vrij zijn als het in ons schema past. Maar dat is net het fijne natuurlijk, dat het zo'n groot verhaal is geworden, waar Brussel dan gewoon deel van uitmaakt."

E-mailadres Afdrukken