The Guru Guru

“Er is veel meer dan Ed Sheeran”

Lennert Hoedaert - 29 maart 2017

De kans is groot dat je het vijfkoppige lawaaiorkest The Guru Guru al op een affiche zag staan met Raketkanon, Brutus of It It Anita. Geen slechte combinaties, zo bleek steeds. Na een uitstekende EP en dito 10-inch, met datzelfde Brutus, hebben de jonge Limburgers net P C H E W uit. Wij spraken met zanger Tom Adriaenssens en drummer Siemon Theys over dat debuut, hun eerste (bescheiden, horen ze liever) succesjes en, uiteraard, veel meer.

“We zijn in 2012 bij elkaar gebracht door Jan (Viggria, gitarist) op de PXL-hogeschool in Hasselt. We studeerden allemaal muziek en het blijft raar om te zeggen, maar The Guru Guru is gestart als een eindwerkproject. In die jaren hebben we nummers geschreven en samen gespeeld, maar pas op 17 januari 2014 zijn we officieel gestart. Daarna begonnen we op te treden met Six Hands en Long Lost”, legt de drummer uit. “Had een van ons die richting niet gekozen, dan zag de band er vandaag wellicht helemaal anders uit.” “Er is niemand echt vervangbaar bij ons”, gaat Adriaenssens verder. “Ik denk dat onze line-up ook nooit zal veranderen.”

enola: In 2015 stonden jullie al op het grote Sziget Hoe was dat?
Theys: “We hadden een vroege spot gekregen, maar het was te gek. Wij stonden op de Euro Stage, een beetje de plaats voor de eigenzinnige bands. Ik gok dat er toch honderd man stond.”
Adriaenssens: “De campings liggen er gewoon tussen de podia. Zo hebben we heel wat mensen wakker gemaakt tijdens onze soundcheck.”
Theys: “Er kwam zelfs een festivalganger met z’n tandenborstel in z’n mond naar het podium. Hij vroeg wie we waren en besliste om te blijven kijken.”

enola: Ook Pukkelpop volgde diezelfde zomer. Het is dat jaar toch snel vooruit gegaan?
Theys: “Ik hou het liever bij een gestage groei. We hebben dat jaar een goede basis opgebouwd door veel op te treden.”
Adriaenssens: “Zo is onze set ook gaandeweg op het podium gegroeid. Het aantal optredens steeg vooral zeer organisch, met hier en daar een toffe uitschieter.”

enola: Ook op muzikaal vlak hebben jullie een evolutie doorgemaakt. Ik herinner mij een intense aftershow na Refused in Trix en toen deden jullie mij vooral aan METZ denken. P C H E W klinkt bij momenten catchy en er wordt ook wat gas teruggenomen.
Theys: “We hadden de keuze tussen een écht vuile plaat, ofwel iets meer beheerst met een hoek af. Het is vooral het tweede geworden. Daarom hebben we ook voor Wouter Vlaeminck als producer gekozen. Onze optredens en de plaat zijn dus twee aparte gegevens. Onze concerten blijven hard en stevig. Iets meer toegankelijke nummers als “Backdoor” en “Up The Wall” worden daardoor intenser, krijgen een andere vibe. Zo blijft het interessanter, voor zowel het publiek als onszelf.”

enola: Wouter Vlaeminck kan bands heel goed in een bepaalde richting sturen, heb ik me al laten vertellen. Hebben jullie dat ook zo ervaren?
Theys: “Ja. ‘Nonkel Wouter’ noemden we hem. Hij begreep ons volledig en evolueerde met ons mee tijdens de opnames. Een goed voorbeeld waren de zangtakes: van Wouter moest Tom zacht zingen. Dat kwam eerst wat raar over, maar achteraf gezien was dat een supergoed idee.”
Adriaenssens: “Alles moest ook goed zitten van bij het begin. Hij nam alle nummers heel sec op terwijl wij gewoon waren om meteen met alle effecten erbij nummers in te spelen. Maar we vertrouwden hem volledig. En het is zeer goed uitgedraaid. We hebben dus veel bijgeleerd.”

enola: Tijdens het beluisteren van de plaat moest ik geregeld aan At The Drive-In denken. Kunnen jullie leven met die vergelijking of luisteren jullie allemaal naar totaal andere dingen?
Adriaenssens: “Het is net dat dat onze muziek veelzijdig kan maken. Iedereen doet zijn ding met eigen invloed of voorkeuren. En het eindresultaat moet iets zijn waar we allemaal, alle vijf, enthousiast over zijn.”

enola: Niet alleen de explosieve mix van noise- en artrock op de plaat trekt de aandacht, ook de grappige albumhoes en de titel.
Theys: “Ha, dat is een kinderfoto van Moreno, onze bassist. De titel stelt het geluid van een lasershot voor. We haalden daarvoor inspiratie bij Tekken, een Playstation-game dat we tijdens de opnames wel eens speelden. Ik nam vaak het personage Devil Jin die uit zijn ogen lasers kan schieten. En niemand kon tegen hem winnen.”
Adriaenssens: “We hadden tien nummers klaar en we moesten het kind een overkoepelende naam geven. P C H E W vonden we meteen een goeie; je kan het op verschillende manieren interpreteren. Net als de verhalen achter onze nummers.”
Theys: “Het is een soort dadaïsme, een grappige babytaal. Het doet me denken aan Zappa’s Does Humor Belong in Music? Ken je die plaat? Zappa is ook wel een inspiratie qua filosofie. Hij deed ook altijd zijn eigen ding.”

enola: Achter “Up The Wall” en de videoclip schuilt een verhaal dat verwijst naar verschillende muren in onze geschiedenis. Beschouwen jullie The Guru Guru als een maatschappelijk geëngageerde band?
Theys: “We wilden sowieso geen politiek standpunt innemen. Maar we hadden wel het gevoel dat we een maatschappelijk gevoel moesten weergeven. Heel subtiel weliswaar.”
Adriaenssens: “Ik denk dat iedereen zich wel verbonden voelt door het thema miscommunicatie.”

enola: Zit er achter andere nummers ook zo’n diepgaand verhaal? Bij het agressievere “We Had Been Drinkin’ Bad Stuff” moest ik meteen denken aan een slechte ervaring met een alcoholisch drankje.”
Adriaenssens: “De muziek is meestal al opgebouwd voor de teksten er zijn. Voor mijn teksten haal ik daar dan mijn inspiratie uit. Een verhaal daarrond is noodzakelijk. De titel “We Had Been Drinkin’ Bad Stuff” was er al voor de teksten. Er gaat vooral paniek, waanzin en een katergevoel van uit. Het gaat over iemand die na een wild nachtje op sollicitatie moet en dan panikeert.”
Theys: “Je kan onze teksten op twee manieren interpreteren: letterlijk met het verhaal, ofwel geef je er zelf een betekenis aan.”

enola: In de clip van “Up The Wall” zaten ook verwijzingen naar de boomende noise-rockscene verscholen. Hoe komt het dat de scene nu zo populair is?
Theys: “We hadden dat thema ook besproken in de band. We vinden het cool dat er heel wat bands uit de underground worden opgepikt, en dat is niet per se te danken aan radio. En het was gewoon leuk om bevriende bands in de spotlights te zetten. Je heft elkaar zo omhoog. Misschien is dat wel een onderdeel van de verklaring?”
Adriaenssens: “Of het is ook een reactie op de mainstream? Er is meer dan alleen Ed Sheeran. En ik ben ervan overtuigd dat er een publiek is voor een ander, tegendraads genre.”
Theys: “Ik vind zo’n verklaringen wel gevaarlijk omdat sommige bands niet zo denken of zo zijn. Bovendien was er in de jaren zeventig, tachtig en negentig ook een tegenbeweging op iets groter… En scholen als PXL hebben daar ook een positieve impact op.”
Adriaenssens: “Inderdaad. PXL zet heel erg in op creativiteit. Muzikanten mogen hun eigen ding doen.”

enola: Jullie zijn nu allemaal afgestudeerd als muzikant. Is er ambitie om daar van te leven in de toekomst?
Adriaenssens: “Alleen als dat mogelijk is. We gaan nu niet zomaar in coverbands spelen of op een trouwfeest. Daarvoor hebben we die richting niet gekozen. We maken nu iets waarop we fier kunnen zijn, dat is het allerbelangrijkste. Dan komt geld op de tweede plaats.”
Theys: “Het is veel leuker om een eigen band te hebben en daarin keihard betrokken te zijn en daarover heel hard na te denken — alles hebben we zo in handen. We kunnen daarin ver gaan.”

The Guru Guru speelt op 1 april in Turnhout (De Kuub), op 7 april in Oostende (De Grote Post), op 8 april in Brussel (Atelier 210), op 13 april in Gent (Vooruit) en op 27 november in Leuven (Het Depot).

E-mailadres Afdrukken