KRANKLAND

“Nummers moeten leven, zoals een goeie wijn”

Lennert Hoedaert - 28 september 2016

Als soloproject begonnen, maar ondertussen een volwaardige band: Krankland. Dirigent is Thomas Werbrouck, u wel bekend van Little Trouble Kids. Met zijn gloednieuwe groep brengt hij binnenkort de prachtplaat Wanderrooms uit. En of we graag daarbij tekst en uitleg wilden!

We hebben met Werbrouck afgesproken aan de hippe Gentse wijnbar ONA. Hij blijkt een wijnkenner te zijn en laat ondergetekende kennismaken met een heerlijk frisse Verus uit Slovenië. Het is een vrij zonnige zaterdagnamiddag. Ideale omstandigheden voor een uitgebreide babbel bij het debuut van Krankland — een dromerig en melancholisch pareltje.

enola: Nog maar twee jaar geleden interviewde ik je naar aanleiding van de nieuwe Little Trouble Kids-plaat. Er lijkt sindsdien veel gebeurd te zijn.
Werbrouck: “Het is tegelijk lang en niet lang. Kort samengevat: toen ik werkloos thuis zat — mijn vrouw (Eline Adam, de andere helft van Little Trouble Kids) is fulltime aan het werk — schreef ik liedjes. Bij een bepaald nummer, dat later “Land Of Hope And Sores” op de plaat geworden is, dacht ik: dit is geen Little Trouble Kids. Zo begon de noodzaak te groeien om een nieuwe groep op te richten. Ik heb me er meteen op gesmeten. Begin 2015 ben ik echt beginnen schrijven en in de zomer van 2015 heb ik Christophe (Claeys, ook drummer van Magnus en Amatorski, nvdr) aangesproken. Hij heeft dan op zijn beurt Janko Beckers (Golden Tieger) en bassist Thomas Mortier (Yuko) erbij gehaald. Vervolgens zijn we samen in de studio aan de slag gegaan. We hadden in tien dagen tien nummers klaar.”

enola: Dan is het allemaal vrij snel gegaan. Ik dacht dat het een wijn was die al veel langer aan het rijpen was? De nummers zijn enorm gelaagd.
Werbrouck: “Uitgezonderd “Capricon Blues”, geschreven toen ik negentien jaar was, is alles splinternieuw. Maar het idee om die richting in te gaan, was wel al langer aan het rijpen. Op de plaat hoor je veel muzikale invloeden waar ik al lang naar luister. Het is een verzameling van 20 jaar naar muziek luisteren. Ik noem het in de bio de ontrafeling van mijn muzikale DNA. Wanderrooms is een debuut en tegelijk geen debuut. Het jeugdig enthousiasme van Little Trouble Kids is minder aanwezig, het is allemaal iets volwassener, maar nog altijd heel spontaan. We hebben met open vizier aan de plaat gewerkt. In de studio lieten we de songs hun weg gaan.”

enola: Is het schrijfproces anders verlopen dan bij Little Trouble Kids?
Werbrouck: “Zeker. Ik heb eerst alleen aan demo’s gewerkt, het muzikale universum van Krankland ontwikkeld. Voor ik met Christophe babbelde, had ik een vijftal nummers geschreven. Soms werd een nummer achteraf nog veranderd, soms niet. Bij Little Trouble Kids schreven we toch meer in groep, ook al waren we maar met twee. Ditmaal ben ik meer de regisseur, maar omdat het supergoeie muzikanten zijn, wou ik hen ook vrijheid geven. Ik moet een drummer als Christophe geen drumpartijen gaan voorspelen, hè.
“Met Krankland wilde ik mijn grenzen als songwriter verleggen. Ik heb het gevoel dat dat aspect bij Little Trouble Kids wat onderbelicht gebleven is. We werden meer aanzien als lawaaimakers, een cultband. Pas op, we hebben dat zelf opgezocht. Nu wil ik tonen dat ik ook echte nummers kan maken.”

enola: Experiment blijft ook duidelijk hoorbaar. In “Dog Days” hoor ik zowel een akoestische gitaar als een laagje noise. Dat is een leuk contrast.
Werbrouck: “Ik blijf ook verzot op klankexperimenten en rare geluidjes. Dat zal er ook altijd in blijven. Daarom ben ik ook blij met Janko in de band. Eigenlijk is het mijn droom om met Warren Ellis samen te werken. Ellis laat zijn instrumenten nooit klinken zoals het moet. Zo klinkt zijn viool altijd maffer dan een normale viool. Maar dat kan Janko ook: iets doen met een instrument dat ik niet meteen kan thuisbrengen. Hij gebruikte ook voor de plaat een pedalsteel-gitaar, typisch voor country muziek, maar bij Krankland klinkt het niet als country. Echt straf.”

enola: Daartegenover heb je wel “Holding On” en “Summer Avalanche”, twee übercatchy openingsnummers. Beide zijn sterke binnenkomers.
Werbrouck: “Summer Avalanche” is het laatste nummer dat we op de plaat gezet hebben. Toen ik dat geschreven had, vroeg ik mij af op zo’n poppy nummer wel op de plaat kon. Maar eigenlijk is dankzij dat nummer veel meer licht en hoop op de plaat. Het is een viering van de summer of love en hoe je na afloop nog in extase bent. Eigenlijk moest het nummer gewoon op de plaat. Ik kon er niet aan ontsnappen. Dat drong zichzelf zodanig op.

enola: Op de plaat merk ik niet alleen muzikale contrasten, ook in de songtitels. “Summer Avalanche” klinkt wat optimistischer dan “Rat Race Of The Slugs”.
Werbrouck: “Ik heb geleerd van de grote singer-songwriters om het onderbewuste te laten gelden. Tekstueel hebben mijn nummers allemaal concrete aanleidingen. Maar als ik dat allemaal uitleg, zou de aantrekkingskracht ervan verdwijnen. Bepaalde nummers hebben nu ook een andere betekenis dan toen ze gemaakt werden. Zoals wijn moeten ook nummers blijven leven. Niets erger dan saaie wijn.” (lacht)

enola: Bij “Hurry Man” moest ik aan Radiohead denken.
Werbrouck: “Grappig dat je dat zegt. In het begin hadden we het nummer ook een Radiohead-arrangement gegeven. Toen zei Pascal (Deweze): inpakken: ‘dit kan je niet maken. Je moet geen Radiohead proberen zijn!’ Toen ik ‘Hurry Man’ schreef, mikte ik trouwens op Bob Dylan. Maar met Bob Dylan landen op Radiohead: daar kan ik wel mee leven.” (lacht)

enola: Hadden de andere muzikanten veel impact op de nummers?
Werbrouck: “Ik heb veel inspiratie gehaald bij David Lynch. Hij laat ook veel ruimte voor toeval. Zo heeft hij in Twin Peaks Killer Bob gecreëerd. Alles begon bij de set decorator, die plots bij een spiegel stond. Lynch vond dat beeld creepy genoeg om er een personage van te maken. Ik wou ook dat de plaat volstond met Bobs. Ik wou dat Christophe, Thomas en Janko hun interpretatie gaven aan de nummers. Hun gevoelens zitten dus ook zeker in de plaat. Met andere muzikanten zou het een andere plaat geweest zijn. Ook nu hebben we het gevoel dat het niet mag stoppen bij die plaat. Krankland is een interessante samenloop van verschillende karakters en persoonlijkheden. Krankland is niet enkel de nummers, maar ook de muzikanten.”

enola: Is de ambitie groter met Krankland groter dan met Little Trouble Kids?
Werbrouck: “Niet in de letterlijke zin van het woord, wel op praktisch vlak. Little Trouble Kids heb ik altijd gezien als een hobby naast een normale job. Toen ik ontslagen werd, ben ik beginnen nadenken en kwam ik tot de vaststelling dat ik in alles wat ik doe een schrijver ben, of ik nu songs of artikels schrijf (Werbrouck is ook journalist, nvdr). Het past allemaal in hetzelfde amalgaam. Eigenlijk wil ik songs schrijven als beroep serieus nemen. Ik heb ook de stap gezet om mezelf muzikant te noemen, terwijl ik vroeger daar schroom voor voelde.

enola: Heeft dat ook te maken met zelfvertrouwen?
Werbrouck: “Ja, ik ben opgegroeid in West-Vlaanderen. Artiest zijn, wordt daar niet gezien als een beroep. Muziek is mijn leven, maar ik durf het nu pas serieus genoeg te nemen. Neil Gaiman (Brits science fiction schrijver) heeft er een fantastische speech over gegeven voor kunststudenten. Hij had één raad voor hen: sta op en maak je eigen kunst, iedere dag opnieuw. En op het moment dat je het gevoel hebt, dat je in je blootje door de straten aan het rennen bent, dan ben je op de juiste weg. Jezelf bloot geven: dat is het. Ik vind Wanderrooms een heel naakte, blote plaat. Dat is exact waar ik naartoe wilde.”

Krankland stelt zijn plaat op donderdag 29 september (gratis!) voor in Vooruit, op 1 oktober in 4AD (met Lyenn), op 11 oktober op Stoemp! in Le Coq in Brussel, 20 november in Muziekodroom in Hasselt (met Maurits Pauwels!) en op 2 december in N9 in Eeklo.

E-mailadres Afdrukken
Tags: Krankland