Banner

Sarah Ferri

''Eerst komt het ongenoegen, en dan de ondergang van de wereld''

Kathy Van Peteghem - 20 september 2016

Het heeft enkele jaren geduurd, maar Sarah Ferri is terug. De Gentse met Italiaanse roots bracht in 2012 “Ferritales” uit, wat haar enthousiaste kritieken en vele busladingen fans opleverde. Haar mix van pop, swing en jazz was verfrissend, en iedereen viel voor de opgewekte deuntjes.
En nu is er dus “Displeasure”, waarin we een veel minder frivole Sarah leren kennen. Het begint al bij de hoes, die een zekere kilheid uitstraalt:

Sarah Ferri: “De foto's zijn terug van Athos Burez. Er zijn veel varianten genomen, maar ik vind de hoesfoto toch eerder dromerig, niet kil. We wilden een fresco-achtige sfeer oproepen. En ik wou ook minder kwaad lijken, want op de vorige hoesfoto heb ik kritiek gekregen, ik kreeg te horen dat ik er kwaad of pretentieus uitzag.”

enola: Algemeen gevoel bij het album: het klinkt donkerder dan “Ferritales. Hoe komt dat?”
Ferri: “Dat is spontaan gegroeid: ik heb me aan mijn piano gezet, en dat is er uit gekomen. Halverwege besefte ik dat het ver van de swing zat, maar ik heb gewoon verder gedaan, ik wou spontaan schrijven wat in mij opkwam. Door veel op te treden heeft mijn stem een doorleefdheid gekweekt, laag zingen gaat me nu veel beter af. De nummers zijn wel nog in de retrosfeer, filmisch en met sprookjesachtige stemmetjes en strijkers.”
“Er heerst de laatste jaren ook een andere politieke sfeer, de wereldmachten zijn aan het verschuiven, er is spanning en angst. Alles wat vroeger ver van ons bed was, komt dichterbij. Al die indrukken weerspiegelen zich in mijn muziek. De eerste plaat was gezellig, warm, zonnig, wat ik voor een stuk ben, maar die donkere kant zit ook in mij, en het is de kunst om de juiste balans te vinden. Wat niet wil zeggen dat er geen vrolijkere nummers op de plaat staan."

enola: Ik vind het gedurfd om het album met “Displeasure” te beginnen.
Ferri: “De juiste volgorde vinden is altijd een zoektocht. “Displeasure” is een outsider, net zoals “When the Giants play poker”. Ik kreeg die nummers niet tussen de andere geplaatst, omdat ik een bepaalde sfeer wou opbouwen. Dus dacht ik, foert, ik zet ze maar in het begin.”

enola: Ik vind dat je met “Displeasure”, ”When the giants play poker” en ”God gave us a rainbow” een sterk openingstrio gevormd hebt.
Ferri: “De teksten hebben ook wel mee de volgorde bepaald, eerst komt het ongenoegen, en dan de ondergang van de wereld (lacht). Maar ik wou wel een rode draad doorheen de nummers, dus ik heb volgens de titels gekozen. Je moet soms dj-spelen met je eigen songs, en dat doe ik eigenlijk niet zo graag.”

enola: Wanneer heb je de tekst van “When the giants play poker” geschreven, want die klinkt erg actueel.
Ferri: “Eigenlijk zijn alle teksten in 2014 geschreven. Maar ik volg wel constant het nieuws, en ik heb altijd extreem de neiging om verbanden te zoeken tussen dingen. Ik lees heel wat, en dan zie je plots de puzzelstukken in elkaar passen. Maar soms is het ook intuïtief, een gevoel, het is niet altijd exact, het is meer wat je voelt broeden.”

enola: Dan sta je wel met je twee voeten op de grond, je bent geen zweverig type.
Ferri: “Eigenlijk wel, ik ben een romanticus, vandaar al die koortjes en strijkers. Het is meer een vlucht in de romantiek, maar dat wil niet zeggen dat ik de realiteit ontken.”

enola: In “I'm tired of your game” klink je echt kwaad.
Ferri: “Dat is inderdaad zo. Ik heb een en ander meegemaakt op liefdesvlak, en dat lied is daar een uiting van. Maar je moet het natuurlijk ook met een korrel zout nemen, het blijft een karikatuur, in een liedjestekst kan je niks nuanceren. Ik ben geen Raymond, die met een paar woorden een hele wereld kan schetsen. Ik probeer dat wel, maar ik denk dat mijn grootste talent in de muziek ligt. Ik probeer wel meer op de teksten te letten, ik hoop dat de inspanning duidelijk is.”

enola: Je gebruikt in je teksten veel “she” in plaats van “I”, zoals in “She's on Fire” of “The bird with the broken wing”.
Ferri: “Het gaat ook niet altijd puur over mezelf. Ik ben zeer empathisch, ik zie en voel veel dingen die in mijn omgeving gebeuren, en ik neem dat op. Bij veel mensen in mijn omgeving merk ik een soort eenzaamheid. Die wordt niet altijd uitgesproken, maar ik pik dat wel op. En ik vrees dat al die gevoelens in de plaat zitten (lacht).”

enola: Je vorig album is al vier jaar oud, waarom heeft het zo lang geduurd vooraleer de opvolger er kwam?
Ferri: “Ik ben eind 2014 begonnen, en dat ging heel snel: de tekst, de muziek en de zanglijnen lagen snel vast, en soms ook al koortjes. Daarmee ben ik naar Universal gestapt, want elk album moet opnieuw besproken worden. Daar is het beginnen vastlopen: de zoektocht naar de juiste producer heeft meer dan een jaar geduurd. Ik wou aanvankelijk terug met Koen Gisen werken, maar zij vonden dat ik iets anders moest proberen, 'om mijn horizon te verbreden'. Eerst hebben we Daniele Luppi gecontacteerd. Hij was vrij enthousiast, gedurende zes maand hebben we heen en weer gemaild en gebeld. Maar uiteindelijk is dat afgesprongen omdat het niet haalbaar was: hij wou in grote LA studio's opnemen, en wij hadden daar het budget niet voor. Daarna zijn we bij Troy Miller beland, hij heeft onder andere voor Laura Mvula gewerkt, en ik hou wel van dat orkestrale. Maar ook dat was niet mogelijk, want dan moesten we met de hele groep in Londen gaan opnemen, in een heel korte tijd. Ik wou zelfs een deel van de kosten dragen om met Miller te werken, maar Universal wou eerst het resultaat afwachten, vooraleer met geld over de brug te komen. En dat was voor mij niet haalbaar. Universal wou meer een vervolg op de eerste plaat, door die stijlswitch waren ze onzeker. Uiteindelijk is het dus een volledige independant plaat geworden: ik heb alles on hold gezet tot ik de goede producer gevonden had. En zo kwam ik weer bij Koen Gisen terecht, filmische muziek is echt zijn dada, dus ik wist dat het zou lukken. Ik ben dan zelf, uit noodzaak en dik tegen mijn goesting, beginnen arrangeren. En al ploeterend en prutsend is daar uiteindelijk het arrangement uit gekomen waarvan ik gedroomd had. Misschien zou Daniele Luppi dat met veel meer metier en veel sneller gedaan hebben, maar ik ben echt wel fier dat ik het zelf gedaan heb.”

enola: Vond je het niet frustrerend dat je je ook met het zakelijke moest bezighouden?
Ferri: “Soms is dat wel leuk, als afwisseling. Maar nu begint het zwaar te worden. Een groot label achter je hebben is leuk, dat is zoals een locomotief waar je je karretje kan aanhangen, je bent direct vertrokken. Ik had erop gerekend dat ik de tweede plaat ook met hen zou kunnen doen. Het is dus wel zwaar geweest. Alles moet nog beginnen, maar ik zou eigenlijk wel op vakantie willen gaan nu (lacht). Maar ik ben opgelucht dat het gelukt is, want ik begon wel bang te worden dat alles voor niks was, vooral op financieel vlak. Gelukkig was de eerste plaat succesvol genoeg om die tweede plaat te kunnen maken. Maar nu ben ik dus gewoon blut.”

enola: Hoe was het om al die jaren rond te komen?
Ferri: “Awel ja, spannend dus. Ik heb altijd geprobeerd om mijn boekhouding goed in het oog te houden. Ik heb ook wel het geluk gehad dat ik een kleine subsidie gekregen heb om in het buitenland op te treden. Je moet wel eerst het geld voorschieten, maar ze hebben achteraf het transport terugbetaald, en dat maakte al een heel verschil. Op die manier kon ik mijn muzikanten tenminste een deftige gage betalen. Zolang je niet gehypet wordt, zoals Stromae of Selah Sue, kan je in het buitenland echt niet veel vragen, dan dekt de concertfee vaak niet eens je kosten.”
“Op showcasefestivals spelen kan leuk zijn, maar da's pure promo, en dus krijg je weinig uitbetaald. Soms vraag ik me af of het de moeite is. Zo staan we op het Waves festival in Oostenrijk, waar meestal elektronische acts op afkomen. Die hebben natuurlijk niet veel kosten, maar ik heb wel een band met muzikanten die jaren aan het conservatorium gestudeerd hebben, dat zijn allemaal kleine zelfstandigen. Het is een jungle, maar ja, wij hebben ervoor gekozen om zo op te treden, dus eigenlijk zijn wij zo zot als een achterdeur.”

enola: “Hoe ga je het nieuwe album live aanpakken?”
Ferri: “Dat wordt een hele uitdaging, want ik kan moeilijk een kwintet op tour nemen. Het album is zo opgenomen, maar live is dat niet haalbaar. Ik had vroeger twee straffe backingvocals, maar die heb ik noodgedwongen moeten vervangen door twee violisten, die ook heel goed kunnen zingen. Verder gaan we ook met backtrack proberen werken. Alles wordt wel live ingespeeld, maar de backtrack kan de rest van de muziek ondersteunen en begeleiden, en zo creëer je meer volume. Het is nog een work-in-progress, dus het wordt afwachten. Ik ga ook nog een paar nummers van het eerste album brengen, we moeten nog zien hoe we die in de set verwerken, omdat je soms met twee verschillende sferen zit. ”

(
E-mailadres Afdrukken