Banner

Waxahatchee

“Er zijn grotere en belangrijkere dingen dan die ene jongen die me niet terugbelt.”

 - 07 april 2015
Met Ivy Tripp heeft Waxahatchee een derde prachtplaat op rij uit, en na de triomf en de relatieve bekendheid die voorganger Cerulean Salt hen opleverde, verdient de band stilaan een household name te worden. Al lijkt dat nog niet voor morgen: in januari speelde frontvrouw en spil van de band Katie Crutchfield nog een intiem soloconcert in de kelder van de Botanique -- niet meteen Wembley. Maar dat is niet waar haar ambities liggen: deze zangeres wil haar muziek vooral intiem en persoonlijk houden.

Katie Crutchfield: ""Ik heb het succes van Cerulean Salt nooit zien aankomen, het was een gigantische verrassing. Ivy Tripp was de eerste plaat die ik ooit gemaakt heb, waarvan ik wist dat er nieuwe mensen naar zouden luisteren."
Enola: Ik kan me inbeelden dat dat een effect heeft gehad op de opnames van die nieuwe plaat.
Crutchfield: "Dat viel wel mee. Ik heb een hele tijd vrijaf genomen om me terug te trekken in mijn huis op Long Island. Ik moest gewoon even weg uit alle gekte die Cerulean Salt met zich had meegebracht -- voortdurend verplichtingen en mensen die me bellen omdat ze iets nodig hebben. Vóór Cerulean Salt had ik geen label in de VS, en dus ook niemand die me lastigviel voor van alles en nog wat. Mijn Europese label zat ver weg, dus die lieten me ook gewoon begaan. Die radiostilte ben ik nu bewust gaan opzoeken."

enola: Over je drie Waxahatchee-platen heen is de productie steeds meer uitgebalanceerd geraakt, zonder die ruwe en rafelige randen te verliezen. Is dat belangrijk voor je?
Crutchfield: "Dat is gewoon altijd een deel van mijn esthetiek geweest. Ik probeer alles een beetje vuig en roug around the edges te houden. Dat de productie nu wat beter is dan op Cerulean Salt komt vooral doordat Kyle, onze producer, een beetje beter geworden is en wat beter materiaal heeft gekocht. "

enola: Het voelt ook alsof jullie voor het eerst een plaat voor een volledige band hebben gemaakt. American Weekend en Cerulean Salt konden makkelijk soloplaten geweest zijn, Ivy Tripp veel minder.
Crutchfield: "Qua dynamiek voelt het voor mij nog wel als een soloplaat. Ik heb me lang teruggetrokken om de lyrics uit te werken en de instrumentatie op te bouwen, en pas in een tweede fase kwam de rest van de band erbij. Maar ik ben het absoluut met je eens dat deze plaat veel collaboratiever tot stand kwam, en ze klinkt ook alsof ze gemaakt is om door een band live gespeeld te worden. "

enola: In het persbericht stond een prachtige quote van je. “Cerulean Salt is a solid and Ivy Tripp is a gas."Wat bedoel je daar precies mee?
Crutchfield: "Even denken wat ik dacht toen ik dat zei. (lacht) Ik denk dat het thema en de sfeer van Cerulean Salt veel meer binnen hun vastgestelde grenzen leefden. Ivy Tripp heeft een andere flow; ze neemt thematisch veel meer ruimte op in mijn hoofd. Die vorige plaat belichaamde een bepaald gevoel, en nu gaat het over al mijn gevoelens.

enola: Voor mij voelde Cerulean Salt als het verlies van je onschuld.
Crutchfield: "Dat is een geweldige manier om die plaat te bekijken.
enola: En wat gebeurt er dan na het verlies van die onschuld?
Crutchfield: "Dat is een moeilijke. Misschien is Ivy Tripp gewoon wat er gebeurt: je gaat reflecteren over allerlei dingen, en je voelt je triest bij waar je op dit moment zit omdat alles vroeger zo geweldig leek te gaan. Het gaat over groeien, grote stappen voorwaarts nemen en het moment van ultieme helderheid vlak voor je zo’n stap neemt."

enola: Je liet je ook ontvallen dat dit een album over richtingloosheid is.
Crutchfield: "Absoluut. I think that directionlessness is kind of a great vibe. Voelen dat je iets groots wil gaan doen, maar nog niet helemaal weet wat dat precies moet worden. Dat is precies hoe ik me voelde toen ik aan Ivy Tripp begon te schrijven. Er was zoveel veranderd in mijn leven, op zo veel verschillende vlakken. "

enola: Ik wil het even hebben over een van je nieuws songs, “Blue”. Op je vorige plaat stond er een “Blue Pt. II”. Is dat dan een prequel geworden?
Crutchfield: "In zekere zin wel. Thematisch is er ergens wel een verband, ik denk dat ze zeker muzikaal perfect samenhoren -- daarom wou ik een verband leggen tussen de twee. Voor de duidelijkheid: ik heb “Blue Pt. II" inderdaad eerder geschreven dan “Blue"."

enola: En waarom kreeg die dan part two mee in de titel.
Crutchfield: "Oorspronkelijk heette het eigenlijk gewoon “Blue”, tot een aantal vrienden er moeilijk over begonnen doen. Er is namelijk al een fantastisch nummer van Joni Mitchell met dezelfde titel. Dat vond ik toen wel een probleem, ik heb die titel uiteindelijk wat bijgewerkt. Later heb ik dan, bij wijze van hommage aan Joni Mitchell, besloten een eigen “Blue" te schrijven."

enola: Ik vind vooral de lyrics van dat nummer uitzonderlijk. “We never leave the beach / We grow numb to the mystique / And the world turns as we sleep." Wat betekent dat allemaal voor jou?
Crutchfield: "Daar heb je mooi dat idee van richtingloosheid. We hebben zoveel pracht rondom ons, maar het raakt ons steeds minder. We worden afgeleid door allerlei kleine dingen, waardoor we niet meer zien wat recht voor ons staat."

enola: Meestal hebben je teksten een emotionele directheid, maar dit voelt veel indirecter -- misschien een stukje poëtischer. Is dat kenmerkend voor je evolutie als artiest?
Crutchfield: "Het is zeker een stap in een andere richting. American Weekend was alleszins heel erg direct. Die plaat kwam ook tot stand in een heel verwarrende periode -- ik zat thuis gevangen, ingesneeuwd, en tegelijk waren er heel veel dingen aan het gebeuren in m’n leven waar ik iets over wou schrijven. Nu probeer ik met meer perspectief naar het leven te kijken. Misschien is het gewoon dat ik ouder word, maar er zijn grotere en belangrijkere dingen dan die ene jongen die me niet terugbelt -- wat au fond de kern van American Weekend was. Het palet is breder geworden."

enola: Ik las ergens dat je je vorige plaat naar Chan Marshall wou opsturen, een van je grote idolen. Is dat er ooit van gekomen?
Crutchfield: "De baas van mijn label Wichita kent haar persoonlijk, en ik weet dat hij haar een exemplaar bezorgd heeft. Of ze het ook beluisterd heeft, dat is iets anders -- daar heb ik geen idee van."
"Een tijd terug speelde mijn zus’ band Swearin’ wel een show terwijl Chan Marshall aan de overkant van de straat geprogrammeerd stond. Na hun set zijn ze nog een stukje gaan meepikken, en ze zijn erin geslaagd iets te laten signeren voor me. Ook artiesten kunnen fanboys en –girls zijn, ja." (lacht)

E-mailadres Afdrukken