Banner

DIT WAS 2014: Bert Dockx

'’Drone, Afrikaanse muziek, folk: voor mij is dat enen bak’'

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 31 december 2014

De hele maand december blikt enola.be terug op het afgelopen jaar met de interviewreeks DIT WAS 2014. Daarin laten we artiesten aan het woord die het jaar maakten of wiens plaat onterecht onopgemerkt de vergetelheid in dook.

Als er één artiest is in Vlaanderen die z’n stempel drukte op de voorbije jaren, dan is het Bert Dockx wel. De Antwerpenaar trad dit jaar op de voorgrond met het soloproject Strand en bracht een derde, goed onthaald album uit met Dans Dans, een band die maar blijft groeien. Tijd voor een terugblik.

Het interview vond plaats in een redelijk tumultueuze periode, vlak nadat in een Vlaamse krant een vrij dramatisch artikel verscheen over een weekend dat Dans Dans spendeerde in Londen en dat getekend werd door een ruzie tussen Dockx en kompaan Fred Jacques. Intussen bleken de plooien gladgestreken en speelde de band alweer een paar vlammende concerten. Op naar belangrijkere dingen.

Een goed jaar Strand

enola: Toen ik hier zat in de zomer van 2013 had je plannen om ‘iets in het Nederlands’ te doen. Het eerste Strandhoofdstuk is intussen voorbij. Tevreden?
Dockx: “Ik ben héél content. Artistiek gezien ben ik met niets zo tevreden geweest als Strand.”
enola: Vind je dit je beste werk?
Dockx: “Ja, maar ik vind ook dat je de dingen niet kan vergelijken. Dit is de eerste echte solorelease die ik doe en de platen van Flying Horseman en Dans Dans zijn samenwerkingen. Strand is volledig mijn ding. Ik ben vaak onzeker geweest over mijn teksten bij Flying Horseman, maar bij Strand ben ik er heel tevreden over. Koen Gisen heeft het heel goed gedaan en ik ben ook blij met het artwork. De optredens waren soms moeilijk, maar de beste waren wel heel speciaal.”
enola: Was het concert in de AB daarbij?
Dockx: “Ja, die zit net bij m’n favorieten. Het concert in de Trix was het meest bijzonder. Er was een hoop spanning rond, omdat ik eerst in de Club ging spelen. Er was wat fout gelopen met de communicatie. We vermoedden dat een groot deel van het publiek er niet voor de muziek zou zijn, maar voor de opening van het nieuwe Trix café. Uiteindelijk bleek dat veel van de genodigden uit de muzieksector kwamen en het was echt magisch. Het café zat stampvol, iedereen was muisstil en doordat die spanning werd omgezet in iets positiefs was ik voor het eerst volledig op m’n gemak op het podium. Ik had misschien nooit eerder zo dicht gezeten bij het gevoel dat ik had toen ik de songs schreef.”

enola: Heeft het goede gevoel ook te maken met het feit dat het lukte vanaf de eerste poging? Bij Flying Horseman duurde het wat langer, niet?
Dockx: “Dat zou ik niet zeggen. Sinds Wild Eyes is alles wel vlot gegaan. Ik heb nooit langer dan een paar maanden geen inspiratie gehad en dat wordt steeds gecompenseerd door periodes met veel inspiratie. Sinds Twist is er ook hetzelfde label en die samenwerking loopt heel goed. Ik krijg veel vrijheid en de platen worden goed ontvangen door de pers. Het enige dat ik zou kunnen zeggen is dat Strand misschien nog niet zo veel volk trekt en iets minder verkoopt dan we hadden gehoopt. Blijkbaar is er toch nog een grote drempel voor velen om te luisteren naar iets in het Nederlands. Dat wordt wel gecompenseerd door een kleine groep mensen die zich er sterk aan hecht.”
enola: De reacties, ook in recensies, lijken veel persoonlijker. De muziek komt directer aan?
Dockx: “Mijn favoriet was een keikort, maar zeer persoonlijk tekstje. Van Dans Dans verschenen er ook al heel wat recensies, bijna allemaal zeer positief, maar soms weet je ook wel dat het wordt gerespecteerd zonder dat het een gevoelige snaar heeft geraakt. Strand is bij enkelen echt binnengekomen. Ik maak me ook sterk dat de muziek van Strand niet enkel bedoeld is voor een specifiek publiek. De muziek is open genoeg om velen aan te spreken, maar heel wat mensen zetten een barrière op, omdat ze niet graag luisteren naar singer-songwriters en al helemaal niet in het Nederlands. “Kleinkunst, pfff...”
enola: Waar denk je zelf aan bij de term kleinkunst?
Dockx: “Wannes Van de Velde is de enige Nederlandstalige artiest waar ik naar geluisterd heb, omdat mijn vader een enorme fan was. Maar hij was zeker geen rechtstreekse invloed waar ik de laatste jaren veel naar heb geluisterd. “Scherf” ligt het dichtst bij kleinkunst, maar ik heb niet op een andere manier muziek gemaakt in die periode. Ik ben plots niet meer naar singer-songwriters gaan luisteren. Ik luister al jaren amper nog naar muziek met gitaren, tenzij het Afrikanen zijn. En zeker geen singer-songwriters.”
enola: Met opzet?
Dockx: “Nee, ik luister al jaren minder naar muziek. Tien jaar geleden leerde ik muzikanten kennen en moest ik daar alles van hebben en dan luisterde ik er voortdurend naar. Nu kan een nummer na één keer gehoord te hebben al een invloed hebben op de komende twee jaar. Dat is een heel andere manier van muziek luisteren.” (Vervolgens wijdt Dockx uit over enkele releases die hij in Londen kocht, van o.m. Huerco S., gp)

Verwerkte invloeden

enola: Heb je geen zin om die invloeden ook binnen te smokkelen in je muziek?
Dockx: “De laatste track op 3 (recentste album van Dans Dans) draagt ook sporen van die elektronica. In de AB leek het even alsof we bijna pure elektro aan het spelen waren. De Strandsong “Haat” is voor mij ook gelinkt aan elektronische muziek. Voor mij is dat een drone/ambient-song of hoe je het ook wil noemen. Via een vriend ben ik de links gaan zien tussen Afrikaanse muziek, volksmuziek zoals blues en muzikanten als John Fahey en elektronische muziek. Voor mij is dat meer en meer enen bak. Sommige dingen zullen voor anderen totaal verschillend zijn, omdat ze onderverdelingen maken op basis van instrumentatie. “Ah, een akoestische gitaar: John Fahey, Nick Drake,… Strand.” En dan aan de andere kant Afrikaanse muziek en techno, terwijl ik een deel van de akoestische muziek in die andere bak zou steken, omdat dat drone-aspect mij interesseert. Die link is in mijn hoofd veel belangrijker. Trouwens, die Afrikaanse muziek is ook allemaal folk. De basis van techno is voor mij een soort van geperverteerde volksmuziek (lacht). Als er iets is waar ik steeds minder voeling mee heb, dan is het wel rock.”
enola: Dat is misschien ook de reden waarom je tijdens een interview zei dat Dans Dans geen rockband is, geen jazzband en al helemaal geen jazzrockband. Omdat de invloeden uit een heel andere hoek kunnen komen.
Dockx: “Voilà. Het zou niet marcheren als we ons instrumentarium veranderen in functie van de muziek waar we nu meer naar luisteren. We proberen de sound te vinden van muziek die ons inspireert, maar het gebeurt zeer indirect. Dat is net zo bij Flying Horseman. Martha (Maieu, gp) luistert naar artiesten die je niet met ons associeert, maar die er ongetwijfeld wel een invloed op hebben, via de manier waarop ze speelt. Zo’n postmodern retro-ding interesseert mij niet.”
enola: Het gaat niet over horen en reproduceren, maar over horen, opslorpen en in een andere context terug eruit krijgen?
Dockx: “Zoiets. Als ik als Strand dat instrumentale nummer live speel, dan zit ik echt in een mindset die dichter ligt bij de elektronische en Afrikaanse dingen.”
enola: Omdat het meer op instinct teert? Of iets ritueels?
Dockx: “Waarschijnlijk. Dat zal ook de reden zijn waarom zoveel etnische muziek mij zo aanspreekt en waarom ik de technocultuur ergens wel aanvoel. En dan is het natuurlijk wel grappig dat het nieuwe materiaal voor Flying Horseman de meest afgelijnde songs zijn die ik ooit heb geschreven.”

Solo, in het Nederlands

enola: Je speelt af en toe ook solo als Flying Horseman. Wanneer je op je eentje componeert, vertrek je vanuit een idee en beslis je later voor welk project je het gebruikt of is het andersom?
Dockx: “Dat gebeurt allebei, maar als ik het tweede doe, dan loopt het vaak toch weer anders. “Au Hasard” van Dans Dans is een goed voorbeeld. Dat melodietje heb ik eens geïmproviseerd terwijl ik met een vriend aan het babbelen was. Na een tijd leek het me wel iets voor Flying Horseman. En dan begonnen we te werken met Dans Dans en werd het uiteindelijk daar gebruikt, met een heel ander ritme dan ik voor ogen had. Iets met een Afrikaanse inslag. Er zitten dus geen regels in.
Bij Strand heb ik wel gericht gewerkt, maar omdat dat in het Nederlands was, was dat ook duidelijk afgebakend. Ik werkte in die zomer aan een theaterproductie en ineens had ik een zin in het Nederlands. Een paar weken ervoor was er ook al iets dat ik voor het slapengaan had ingespeeld en bijna vergeten was. Dat was een stukje van “Koop”, de akkoorden en de eerste vier zinnen. Rond de release van City Same City heb ik beslist om het te proberen. In drie weken tijd heb ik de plaat geschreven, in de uren en dagen voor, na en tussen concerten van Flying Horseman. Dat begon zich snel te vormen in mijn hoofd.”
enola: Zijn er nu al nieuwe plannen voor Strand? Plaat #2?
Dockx: “Nee, maar dat komt wel. Het zal zeker niet enkel een akoestische gitaar zijn. Strand, dat ben ik in het Nederlands. Dat moeten zelfs niet mijn eigen teksten zijn. Ik zie het zitten dat iemand anders de teksten schrijft of dat tien mensen een tekst of een gedicht schrijven. En ik zou ook graag spelen met bezettingen. En graag iets doen dat een groot contrast is met de vorige plaat. Misschien iets met elektronica en stem. Maar ik heb er nu nog geen plaats voor in m’n hoofd. Dat is voor zodra de volgende plaat van Flying Horseman ingeblikt is, in juni. Intussen komt er nog werk uit van Scoreman, Sgt. Fuzzy en Sweet Defeat. Dat zijn natuurlijk projecten waar mijn bijdrage niet zo groot is als bij de andere.”

Dans Dans Dans

enola: In een filmpje over de opnames van 3 zei iemand dat jullie negen repetitiedagen en vier studiodagen hadden. Ontstaat alles in die negen dagen?
Dockx: “Ik had wel al wat ideeën verzameld. Van “Miraggio” had ik de melodie en het akkoordenschema, van “Bloed en Dromen” had ik een stukje. “Take A Close Look” heb ik eens geïmproviseerd en af en toe kwam dat terug boven op mijn gitaar. Ik heb de opname van de eerste keer dat we het spelen, dat zat meteen goed. De ideeën die van Fred kwamen, waren allemaal dingen die hij thuis al had opgenomen, professioneler, met micro’s en overdubs. De stukken waar Steven en ik het sterkst op reageerden probeerden we dan uit.”
enola: Wie bepaalt de titel van een song? Degene die het schrijft?
Dockx: “Dat wordt op het laatste moment pas beslist. Daarvoor zijn het soms werktitels die nergens op slaan.”
enola: En hoe bepaal je titels? Associaties, samen denken?
Dockx: “Het is deze keer wel en soort thema geweest om verschillende talen te gebruiken, voor de rest is dat heel intuïtief. Voor “Take A Close Look” had ik eerst een titel die de anderen zo slecht vonden dat ik naar een nieuwe gezocht heb.”
enola: Weet je wat je gaat opnemen zodra je in de studio bent?
Dockx: “Ja, we zijn echt met die acht nummers de studio in gegaan. De volgorde wordt wel pas op het einde bepaald. We voelden ook direct dat “Zephyr” goed zou zijn als opener. We speelden dat altijd ook op een heel afwachtende manier, zonder een climax op te zoeken. Het is haast een intro. Eigenlijk is het proces niet zo heel verschillend of het nu een nummer is van mij of van Fred of van Duke Ellington. We willen ook niet de nadruk leggen op wie het nummer geschreven heeft. Iemand zei dat we de songs na een jaar opnieuw zouden moeten opnemen. Dan krijg je pas echt een zicht op wat Dans Dans is. Elk nummer krijgt een eigen traject.”

Elektronica, cassettes en jammen met Damo

enola: Op de nieuwe plaat zit er ook meer elektronica en drone-texturen. Speelt die elektronica ook structureel een belangrijk(er) rol?
Dockx: *neemt plaat erbij* “Wat voor ons belangrijk is, is dit zinnetje: “All music played and improvised by Dans Dans and recorded live (without overdubs) by Koen Gisen”. Er is niks achteraf toegevoegd, dus het was niet van “Kom, we gieten er een elektronisch sausje over.” Steven (Cassiers, drummer, gp) had een tijd geleden drum pads gekocht waar je van alles in kan steken. Hij had thuis al wat analoge synths en had klanken in dat ding gestopt om te kunnen triggeren. Ineens waren er zo veel meer kleuren in die muziek.”
enola: Zoals dat krakende effect in “Miraggio”?
Dockx: “Ja. Dat is eigenlijk een cachon, een ritmebak van de flamenco. Er zijn nog andere geluiden die ook daarvan komen en waarvan mensen denken dat ze van Fred of van mij komen. Bij het luisteren tijdens de mix wisten we zelf soms al niet meer wie welk geluid gemaakt had. Steven heeft voor heel veel van die effecten gezorgd, al zou je soms denken dat het gitaar is. Fred gebruikt ook een extra synthesizer. Het is geen schokkende breuk, maar het is meer dan zomaar ‘een klankje toevoegen’. Het palet is uitgebreid, maar dat was met mijn cassettes en pedalen eigenlijk ook al zo. Ik zie geen verschil tussen al die dingen.”
enola: En als je cassettesamples gebruikt, ga je dan echt door je collectie om te zien wat gepast is?
Dockx: “Dat is half spontaan, half beredeneerd. Ik had m’n repetitiecassettes in de studio, maar ook wat extra’s, waarvan ik soms niet weet wat het is. De belangrijkste sample is die in “Fleurette Africaine”: in het midden begint er iemand te zingen en dat is eigenlijk een opname van mezelf en een ex-vriendin van meer dan tien jaar geleden. Een recensent dacht dat het Betty Carter was die “Lonely House” zingt, maar het is dus wel degelijk de stem van mijn vriendin, die het nummer kende via een album van Abbey Lincoln. Je hoort die sample voor het eerst in de opname van in De Roma, die op cassette verscheen.”

enola: Jullie speelden in juni met Damo Suzuki. Zou je dat nog eens willen doen?
Dockx: “Dat was super plezant en die soundcheck was al hilarisch. We wachtten keilang, Suzuki springt op het podium en … die stopt gewoon niet meer. Het concert: idem (lacht). Hij begon en bleef maar gaan. Dat was heel plezant voor ons, omdat hij een soort drone creëerde en wij daarop konden doen wat we wilden. Het voelde toen heel goed, maar het is opgenomen geweest en achteraf klinkt het niet zo fantastisch. Maar als hij ons morgen belt, dan staan we er weer.”
enola: Zou je dat improviseren nog willen doen als trio?
Dockx: “We hebben al gespeeld met het idee om tijdens elk concert één stuk te improviseren, maar voorlopig hebben we dat opgeborgen. We kregen ook eens het aanbod van een jazzfestival om te spelen met wie we wilden. We hebben daar wel wat over nagedacht, maar uiteindelijk ervoor gepast. Ik was er niet zo enthousiast over, kon aan niemand denken en had geen zin om er een klassieke jazzbezetting van te maken met een blazer. Dan liever met een zanger of iets met elektronica. Ooit dachten we ook over een Dans Dansplaat met gastzangers, maar dat is er ook nooit van gekomen. Met Strand heb ik zelfs het idee gehad om de plaat met Dans Dans op te nemen. Maar dat is nu niet aan de orde, we moeten nog oneindig veel exploreren met drie. Misschien kunnen we die ideeën bovenhalen als we ooit op een dood spoor terechtkomen.”

E-mailadres Afdrukken