Banner

Spinvis

''Ooit maak ik de Pet Sounds van de lage landen''

Matthieu Van Steenkiste - foto's: Bastian Fischer - 15 januari 2006

Was hij een beetje geschrokken van alle aandacht voor zijn debuut? Of was het de druk van de tweede plaat? Feit is dat Erik De Jong zich niet haastte om met een opvolger voor het debuut van Spinvis te komen. Maar liefst vier jaar had hij nodig om Dagen van gras, dagen van stro op de mensheid los te laten. "Het heeft helemaal niet lang geduurd", protesteert hij: "het duurde immers vijftien jaar voor de eerste plaat kwam." En hij lacht.

De Jong heeft langzaam moeten wennen aan het spotlicht. Toen hij lente 2002 de neus aan het venster stak met dat onvergetelijke "Voor ik vergeet" hield hij zich een beetje ver van alle aandacht. De muziek moest haar weg in de wereld maar vinden zonder zijn gezicht erbij. "Dat heb ik gaandeweg moeten leren, dat popmuziek dat toch vereist", vertelt hij nu in de rush van de promo voor het nieuwe album. "En ik kan er nog lang niet altijd mee om. Ik kom nog altijd in situaties dat ik heel dat gedoe moeilijk vind. Maar dan doe ik een beetje alsof en dan lukt het wel."

enola: Naar de wetten van de industrie gemeten heeft Dagen van stro lang op zich laten wachten.
De Jong: "Dat kwam voor een deel uit onzekerheid. De druk die je ervaart bij het maken van je tweede plaat is echt enorm hoor. Niet omdat het schrijven dan moeilijker gaat — dat komt vanzelf — maar er is plots een buitenwereld met zijn verwachtingen. En daar was ik me heel bewust van, dus dacht ik te wachten tot ze mij vergeten waren zodat ik opnieuw zou kunnen debuteren. Maar dat is dus niet gelukt." (lacht)
enola: De verwachtingen werden zo alleen maar groter.
De Jong: "Ja. Iemand zei na mijn eerste plaat dat ik nu heel snel met de cassetterecorder een tweede plaat moest maken aan de keukentafel zodat alle verwachtingen getemperd zouden zijn. Dan zou ik weer vrij zijn. Dat was een heel goed advies, ik had het beter gevolgd, maar die tweede plaat is er nu en dat is een belangrijke stap. Nu ben ik niet langer de hype of een potentiële eendagsvlieg: er blijkt een plaatsje voor me te zijn op deze wereld waar ik rustig een derde, vierde en vijfde plaat kan maken. En ooit zal daar wel eens de Pet Sounds van de lage landen tussen zitten."
enola: Die ambitie is er?
De Jong: "Die moet je hebben, die ambitie. Die plaat is er nog niet hoor, maar dat wil ik wel. En Dagen van gras is een belangrijke stap in die richting. Het gaat goed, mensen vinden deze mooi, dus er is plaats voor mij."

enola: Was dat je nog niet duidelijk na al de lof voor je debuut?
De Jong: "Ja, maar toch weet je pas bij je tweede of derde plaat dat je een stijl hebt die mensen mooi vinden. Het kan heel goed zijn dat Spinvis het goed deed omdat ik nu eenmaal flavour of the month was. Toen ik voor het eerst in de Paradiso speelde was dat uitverkocht, maar ik weet zeker dat meer dan de helft van de mensen daar stonden omdat ik even modieus was. Het stikte er ook van de bekende Nederlanders, je moest er gezien worden. Dan weet je dat je in bent, niet dat ze je echt goed vinden. Voor hetzelfde geld sta je even later weer op je eentje in de regen."

enola: Het glas is voor jou eerder halfleeg, lijkt me.
De Jong: (betrapt) "Ja… Ik probeer wel zo niet te zijn, maar je hebt gelijk. Ik moet me daar tegen verzetten. Als het goed gaat, ga ik op zoek naar waar het toch fout zit. Ik sta mezelf een beetje in de weg, ik kan er niet van genieten. Dat weet ik heel goed, dat weet ik heel goed."

enola: Toen de wereld in het Spinvis-universum werd binnengelaten, bleek dat je teksten in Noord en Zuid héél anders werden gepercipieerd. In Nederland vonden mensen ze maf, in Vlaanderen zagen ze er poëzie in — wat je vervolgens subtiel onderuit haalde met een hilarische lezing voor je de eerste keer in de AB optrad.
De Jong: "Het leuke aan popmuziek is dat het nergens over hoeft te gaan. Het kan evengoed onzin zijn, en zo moet je het ook zien. Dat er onderwijl allerlei gedachtesprongen worden gemaakt is dan toeval, maar niet belangrijk. Daarbij komt dat je echte poëzie moet lezen: er is een bladspiegel waarbij je je ogen over de woorden kunt laten gaan. Gezongen of gesproken tekst is een reisje in de tijd waar gaat het om klanken, hoe je een woord uitspreekt. Het kan nonsens zijn maar toch mooi. Dat is waar ik het zoek."
enola: Als het even diep is, dan is dat vooral per ongeluk?
De Jong: "Dan denk ik ook wel even ’dat is mooi!’, maar het is niet noodzakelijk."

enola: Ik heb het gevoel dat je dat op Dagen van gras duidelijker hebt willen maken. De teksten lenen zich minder gemakkelijk tot allerlei eenvoudige weemoedige interpretaties als voorheen.
De Jong: "Echt een bewuste keuze is dat niet maar achteraf merk je dat het inderdaad zeker zo is geweest. Je moet ook denken: als je niet uitkijkt, is je eerste plaat er een waar je voor de rest van je dagen aan vast zit. Alsof je je eigen gevangenis hebt gemaakt. Terwijl ik veel meer te zeggen hebt dan wat op die eerste plaat staat. Dagen van gras mocht dus geen kopie worden. Ik wilde niet weer een "Bagagedrager" of een "Voor ik vergeet". Ik weet wel dat mensen dat willen, maar het moest echt iets anders worden."
"Deze tijd is ook anders. Ik weet precies hoe ik opnieuw de eerste plaat zou moeten maken, maar dat zou een travestie zijn. Het zou niet eerlijk zijn want niemand is nog dezelfde als vier jaar geleden. Nu zit er minder directe melancholie in, hoewel heel wat teksten van Dagen van gras al ouder zijn en dus ook op Spinvis hadden kunnen staan. Voor veel mensen is die plaat de definitie van Spinvis, maar voor mij is het niet meer dan een willekeurige rankschikking van wat er op dat moment toevallig klaar was. Het had een heel andere plaat kunnen zijn. Ook nu had ik elf of twaalf nummers — waarvan vijf of zes al van voor het debuut — die toevallig klaar waren. Er was zeker geen concept."

enola: Er moet wel een reden zijn waarom die vijf of zes liedjes niet op je debuut pasten, en wel op Dagen van gras.
De Jong: "De vorm van de liedjes. Iets als "Lotus Europa", een monoloog van elf minuten lang, dat durfde ik toen nog niet. Ik had daar het zelfvertrouwen niet voor. Het is absoluut een belangrijk nummer op Dagen van gras. Het is het meest afwijkende van een gewoon popliedje, dus wordt het vanzelf belangrijk."
enola: Net als in dat nummer vind je ook op de rest van de plaat talloze verwijzingen naar dokters en lichamelijke ongemakken. Een fascinatie voor de medische wereld?
De Jong: "Ja, want zij zijn natuurlijk de poortwachters van het leven. Ze staan aan het begin van het einde. De wereld van het ziekenhuis is ook een wereld waar mensen plots hun status verliezen: je ligt er weerloos in een bed en iedereen kan met je doen wat ze willen. Het is een heel bijzondere vorm van zijn. Als kind heb ik heel lang in het ziekenhuis gelegen, misschien vandaar. Ik had van alles voor met mijn ingewanden, ik was een soort kasplantje."

enola: Deze tijd is anders, zeg je. Dat geldt zeker voor Nederland waar de afgelopen jaren een en ander gebeurd is. Het woord ’verhuftering’ valt dan wel eens.
De Jong: "Oh, dat vind ik wel een goeie. Ik ben geen socioloog, maar het is wel waar. En het heeft er altijd in gezeten: de Nederlander is nou eenmaal altijd een beetje een hufter geweest. Het sociale verkeer op straat en op internet is ook echt zo geëvolueerd. Soms vraag ik me af hoe iemand er bij komt om zulke vreselijke dingen te schrijven als je soms leest op het internet."

enola: Je hebt Theo van Gogh gekend. Hij kwam ook bepaald cassant uit de hoek in zijn columns.
De Jong: "Theo had heel lovend geschreven over mijn muziek en toen belde hij me op of ik niet de titelsong wilde schrijven voor zijn televisieserie "Najib en Julia". Dat viel in de smaak en toen heb ik er ook eentje gemaakt voor "Medea", een andere serie van hem. Ik kende hem dus alleen maar van af en toe aan de telefoon of van een paar ontmoetingen om een demo te bespreken. Hij heeft als wederdienst dan een filmpje gemaakt voor een hoorspel. Maar toen werd hij vermoord. Wie weet hadden we meer samen kunnen doen."
"Ik vond vooraf zijn films mooi, daar zat veel meer romantiek in dan je op basis van zijn publieke verschijning zou vermoeden. Ik zag hem op televisie en dan dacht ik wel ’Jezus man, hoe haal je het in je hoofd om zo agressief en vreemd te reageren.’ Maar dat was dus zijn stijl, zijn tic misschien wel. Maar in de omgang was hij een vriendelijke normale man. Mensen hebben wel vaker twee persoonlijkheden, en blijkbaar kwam er een soort duivel in hem naar boven als hij begon te schrijven."
"Ik ken wel mensen in mijn omgeving die dood zijn gegaan, maar niemand die vermoord is. Dus probeer je je dat voor te stellen. Dat is verschrikkelijk. Maar ik was geen vriend van hem of zo. Na zijn dood staken plots duizenden beste vrienden van Theo de kop op, daar was ik niet bij."

E-mailadres Afdrukken
 
Spinvis

Uit ons archief
Banner

TEST