Banner

Column : Rooting Interest

Woke up this morning and got myself a Duvel

Toon Waroux - 08 mei 2018

Elke maand schrijft onze correspondent Toon Waroux over muziek met wortels

Volgens Roland is er niet zoveel verschil tussen de slavenarbeid op de katoenplantages en het labeur in steenbakkersovens of koolmijnen. Met andere woorden, ook in Vlaanderen is er een voedingsbodem voor de blues. Hij weet waaroverhij praat, want hij komt zelf uit die Boomse klei en is na een dikke halve eeuw op de planken de enige echte godfather van de Belgische blues. In de jaren ’70 zat hij in de band van Rory Gallagher, een Ier die door Jimi Hendrix als beste gitarist van de planeet beschouwd werd. Ze leerden elkaar kennen tijdens de legendarische marathonconcerten op de laatste nacht van de Gentse Feesten en het klikte meteen. Hoewel Roland al een tijdje “op tram 7 zit”, blijft hij de blues verspreiden met veel bravoure en met openheid van geest. Blues is voor hem veel meer een gevoel dan een strak afgelijnde muziekstijlstijl. Net die houding is wellicht het meest kenmerkende voor de Belgische bluesscene. Zoals alles in dit rondpunt van Europa is ook de blues hier een smeltkroes van invloeden. Dat gaat van de invloed van vader Django op zowat elke zichzelf respecterende gitarist, tot de zuiderse flair die met de West-Afrikaanse expats is overgewaaid. Een nachtmerrie voor puristen, maar, zoals Kris Kristofferson het ooit treffend verwoordde: “You’re the only one you’re foolin’ if you put down what you can’t understand”.

De Belgische bluesscene heeft een geschiedenis van ups en downs zoals het komen en gaan van het getij. In de jaren ’60 floreerden er hier te lande, in navolging van Ferre Grignard en de boost die de Rolling Stones wereldwijd aan de blues hadden gegeven, een hele waaier aan Skiffle en rhythm & blues groepjes. Die doofden in de 70’s langzaam uit. Samen met andere oudere genres werd het bij het grof vuil gezet door de punks en nog wat later was iedereen in de ban van de synthesizer. Tot er rond 1990 weer een kentering kwam. En wat voor een ! Overal schoten bluesfestivalletjes als paddenstoelen uit de grond en elk dorp had wel zijn lokale helden. Sommigen, zoals The Seatsniffers, El Fish en het in eigen land schandelijk onderschatte Bo Weavils gingen zelfs internationaal touren. En toch ging ook deze opleving weer wat liggen, zij het niet helemaal. Een aantal oudere sterkhouders hielden het voor bekeken of gingen helemaal andere muzikale horizonten verkennen, maar tegelijk werden dan weer een nieuwe generatie door het virus aangestoken. En dat worden er meer en meer de laatste jaren. Het lijkt erop dat we momenteel weer op de top van zo’n golf zitten. Dat heeft voor een deel te maken met het feit dat er in deze barre tijden nog relatief veel speelkansen zijn voor bluesmuzikanten, maar ook dat er genoeg getalenteerde mensen zijn die zich tot het genre aangetrokken voelen om het in de vingers te krijgen. Wellicht is de invloed van media zoals Spotify en Youtube daar niet vreemd aan. Waar je vroeger moest gaan graven in bibliotheken en gespecialiseerde platenwinkels om de geschiedenis van de blues te ontdekken, kan dat nu door wat te surfen op je smartphone. Partituren en instructievideo’s zijn voor iedereen beschikbaar. Dat is misschien niet zo fijn voor degenen die daar geld aan proberen te verdienen, maar het zorgt er wel voor dat er heel veel jonge muzikanten een vliegende start kunnen nemen.

Doordat België maar zo groot is als een forse wereldstad, kennen de meeste muzikanten elkaar wel min of meer. Doorgaans zitten ze dan ook in een waaier van verschillende muzikale projecten, wat zowel diverse vaste bands kunnen zijn als gelegenheidscollectieven die dienen als begeleiding van theaterproducties.. Behalve een zeer amicale sfeer onder de muzikanten, zorgt dat ook voor een rijk aanbod en boeiende, gevarieerde shows.

Je kan dus niet alleen een bluesfestival met talent van eigen bodem organiseren waar zowel akoestische countryblues als boogiewoogie, stomende Chicagoblues, vette New Orleans Jazz, cajun of crossovers met funk ofzo te bewonderen zijn, vaak zijn het ook nog dezelfde muzikanten die de klus klaren. En die doen dat bovendien ook nog met het nodige metier. De vaak gehoorde dooddoener “Dat er in eender welke Amerikaanse stad massa’s bands zijn die dit 10 keer beter kunnen” is klinkklare onzin. Ik heb al honderden concerten gezien en de betere Belgen moeten absoluut niet de duimen leggen voor hun Amerikaanse of Britse collega’s. Zoals Big Dave heb ik er bijvoorbeeld nog niet al teveel op een mondharmonica tekeer zien gaan en Wanda Jackson zal de Seatsniffers ook niet (alleen) voor hun looks uitgekozen hebben voor de begeleiding van haar Europese tour.

Dat het niet uitsluitend coverbands zijn, is ook mooi meegenomen. In de blues, en bij uitbreiding in de meeste rootsgenres, is het spelen van covers weliswaar eerder de norm dan de uitzondering. Het is een eerbetoon aan oude meesters en een manier om te laten zien hoe je als muzikant creatief aan de slag kan met een melodie of tekst die iedereen kent. Maar het is altijd goed als er voldoende kwalitatief origineel materiaal gemaakt wordt. In de laatste jaren verschenen er hier tal van bluesalbums vol nieuwe songs.

Zo maken de mensen van Handkerchief hun eigen mengeling van Waitsiaanse zeemansliederen, voodoorituelen en Django Reinhardt. Walter Broes heeft zijn Seatsniffers welliswaar begraven, maar schrijft nog steeds de ene na de andere parel en covert enkel om zijn helden te eren. Dries Bongaerts is de Antwerpse Townes Van Zandt en Tiny Legs Tim doet vermoeden dat de Mississippi door de Gent stroomt in plaats van de Leie. In april brachten Shakedown Tim & his Rhythm Revue hun tweede album uit dat weliswaar klinkt als Chicagoblues uit de 50’s, maar toch weer grotendeels eigen composities bevat. En ook Roland blijft regelmatig nieuwe platen maken. Op zijn jongste werkte hij samen met Mauro Pawlowski, Reena Riot en The Blackbox Revelation.

Van Oostende tot Verviers kan je al die mensen zien concerteren en jammen in cafés, clubs en biertenten. En nu het weldra zomer wordt ook op de podia van al die bluesfestivalletjes. The Belgian blues is alive en kicking!

E-mailadres Afdrukken