Banner

Column: Rooting Interest

Intimiteit (lekker zonder stekker)

Toon Waroux - foto's: Walter Van Den Eynde  - 15 februari 2018

Elke maand schrijft onze correspondent Toon Waroux over muziek met wortels.

Akoestische instrumenten zijn vaak in de meerderheid in menig rootsgenre. Hierdoor lenen deze stijlen zich gemakkelijker tot écht kleinschalige, intieme concerten dan pakweg dance of rock. Want er is nog een verschil tussen spelen voor een klein publiek en muzikale intimiteit. Als je in de Music City een grindcoreconcert geeft voor dertig uitzinnige metalheads, is dat ook kleinschalig, maar niet bepaald intiem.

De kleinschaligheid waar ik het hier over wil hebben, vind je bij het soort concerten waar weinig of geen versterking gebruikt wordt en je als toeschouwer haast op de schoot van de muzikant zit. Omdat de locaties waar gespeeld wordt heel klein zijn, maar ook omdat je door het lager decibelniveau haast verplicht bent om dichtbij te komen én je mond te houden. Dat laatste is niet altijd evident, zo blijkt op locaties waar slechts uitzonderlijk akoestische rootsoptredens georganiseerd worden, maar wanneer het publiek die nodige stilte respecteert, kan er wel magie ontstaan.

Zo herinner ik me een concert van het uitstekende Trio Perdu (de beste band die nooit een plaat heeft opgenomen), waar ik met de tippen van mijn schoenen tegen die van violist Kevin Van Staeyen zat. Een tafeltje om zijn drank op te zetten, was er niet, dus hield ik zijn pint vast, zodat hij tussendoor toch een slok kon nemen. Mocht ik tijdens de fellere passages meteen ook achterover leunen om geen strijkstok in mijn gezicht te krijgen. Of die keer toen bij een concert bij typisch Belgisch hondenweer het voltallige publiek en de band -- twee muzikanten -- rond één tafel pasten. Als compensatie voor dat natte pak kregen we het speelniveau van het hoofdpodium van Dranouter, maar dan in zakformaat.

Over Dranouter gesproken: folk- en rootsfestivals hebben vaak kleine concerttentjes op het terrein, waar een intieme sfeer en dito verbondenheid gecreëerd worden. Ik heb het vaak meegemaakt dat net op die plaatsen de sterkste en meest emotionele concertmomenten van een festival vielen op te tekenen. Ik had het geluk in de parla-tent op Sfinks te zijn toen de Malinese superster Fatoumata Diawara een interview gaf over de gevolgen van de militaire coup in haar land. Na een vraag uit het publiek over dat pijnlijke onderwerp onderbrak ze het interview om samen met enkele Malinese toeschouwers een lied voor de vrede te zingen en hen nadien elk een knuffel te geven. Ik had ook nog iets willen vragen, maar ik kreeg de krop niet meer uit mijn keel.

Er kan nog altijd een tandje bij, zong een Vlaamse presentator ooit. Dat moet Sven van Staeyen (jawel, broer van Kevin en eveneens een meesterlijk muzikant) ook gedacht hebben. Hij startte in 2010 Sterk Onversterkt, een festival zonder elektriciteit, behalve voor de koeling van de dranken. Mijn kennissen uit de wereld van de licht- en geluidsverhuur beschouwden het als een waanzinnig en onwerkbaar idee. Het zou de hel zijn voor muzikanten, die niet gehoord zouden worden, en voor bezoekers die geen waar voor hun geld zouden krijgen. De reacties van zowel muzikanten als publiek waren echter laaiend en elk jaar groeit de organisatie. Er komen steeds nieuwe partnerorganisaties bij en veel bezoekers zijn na zeven edities echt vaste klanten geworden.

Sterk Onversterkt heeft naast hun jaarlijkse festival ook een wedstrijd voor acts die stroomloos te werk gaan en organiseert workshops rond technieken om meer volume uit je instrument te toveren. En dat alles vanuit een rotsvast geloof dat in deze tijden waarin zoveel vraag is naar ontstressen en onthaasten, de stekker uit het stopcontact trekken een goeie eerste stap is.

E-mailadres Afdrukken