Banner

COLUMN: The Shape Of Punk

De ondraaglijke lichtheid van het punkbestaan

Karel Geuens - foto's: Thomas Geuens - 17 mei 2017

Elke maand maakt correspondent Karel Geuens een stand van zaken op van de DIY punkscene in België.

Groezrock is al zesentwintig jaar een instituut in België. Het festival en ik gaan dus ongeveer even lang mee, als ik tenminste zo vrij mag zijn mezelf ook als een instituut te bestempelen. Elk jaar komen punkaficionado’s van heinde en verre afgezakt naar het Kempense Meerhout voor hun portie grasweide. Je loopt er niet alleen de mensen tegen het lijf die je het hele jaar door al ziet op shows, maar ook de op nostalgie beluste muziekfans en typische festivalgangers. Het is, kortom, een gezellige hoogmis van het genre, met de voor- én de nadelen van een groots evenement.

Ik was er dit jaar niet bij, maar heb daags nadien wel kunnen genieten van de nabeschouwingen. Het is altijd aangenaam om te lezen en te horen wat de positieve en de negatieve punten waren, en vast te stellen dat het publiek zich uiteindelijk ten zeerste heeft vermaakt. Die nabeschouwingen kregen dit jaar echter een pittig kantje. Een journaliste sprak zich online uit over het gebrekkige punkgehalte van het festival. Ze werd meteen zelf het middelpunt van kritiek en – vooral - het mikpunt van menig galspuwer op de sociale media.

De organisatie antwoordde vrijwel onmiddellijk, en dat op een nijdige toon. Ergens is dat wel te begrijpen, maar tegelijkertijd was dit niet bepaald een sterk staaltje van goede bedrijfscommunicatie. Door deze reactie kreeg het artikel meer aandacht dan het in andere omstandigheden had gekregen, terwijl ook de defensieve houding van het festival niet overal werd gesmaakt. Want uiteindelijk draaide het allemaal om die ene grote angst van de punker: niet punk genoeg bevonden worden. Wanneer iemand dan plots een heel festival verwijt niet te voldoen aan háár idee van punk, dan lokt dat reactie uit. Dat provoceert, dat is schokkend en dat gaat in tegen de gangbare status quo. Terwijl het, dat moet je toch durven toegeven, net heel erg punk is om zoiets neer te pennen.

Als deze heisa ons een ding heeft geleerd, dan is het wel dat de lokale punker soms nogal kleinzerig is. De belangrijkste punten van kritiek die werden aangehaald – de overvloed aan blanke mannen, de festivalpunker die slechts een keer per jaar het huis uitkomt en de vicieuze cirkel van has been headliners – zijn trouwens zonder meer geldig en terecht. Doordat de schrijfster zich een zekere journalistieke vrijheid permitteerde, waren helaas niet alle aangehaalde feiten correct, en uiteraard zette net dat de leden van de punkgemeenschap op hun paard. En vanuit het zadel is het natuurlijk veel makkelijker om zelf ook kritiek te leveren. Want het is moeilijk om toe te geven dat we misschien toch niet zo punk zijn als we wel denken, en het is nog moeilijker om ook toe te geven dat dat in feite allemaal niet zó veel belang heeft.

Toen ik een maand geleden met wat vrienden zelf een eendaags festival opzette met een beginkapitaal van om en bij de nul euro, kreeg ik van mijn vriendin het verwijt dat er amper vrouwen in onze line-up stonden. Dat was een terechte opmerking: met ons beperkte budget, onze beperkte kennis en het beperkte (gekende) aanbod in België hadden we weliswaar een affiche van twintig bands, maar bleken er uiteindelijk slechts twee vrouwen op het podium te staan. Dan had Groezrock beduidend meer moeite gedaan om diversiteit te boeken met enkele voortreffelijke acts. Een festival van hun kaliber zou in principe zelfs nóg een stap verder kunnen gaan, en het voortouw nemen wat betreft inclusiviteit en diversiteit binnen onze scene.

Divers zijn is echter niet gemakkelijk binnen dit genre. De meeste bands klinken eigenlijk hetzelfde, en als je een groot publiek tevreden wil houden, dan wordt er verwacht dat je ook de meest toegankelijke grote namen boekt. Het is misschien moeilijk in te beelden dat er nog iemand staat te wachten om pakweg Pennywise live te zien, maar Groezrock bewijst mooi het tegendeel met telkens een gevulde tent. Met deze bands lok je de eendagspunkers, de festivalgangers en de mensen die een weekend per jaar buitenkomen om hun favoriete bands uit lang vervlogen tijden te kunnen zien. Met andere woorden: de mensen die vinden dat Studio Brussel te commercieel is geworden, en te pas en te pas vermelden dat ze pakweg Rancid, Lagwagon, Blink 182, Green Day of NOFX nog in een kleine zaal hebben gezien in 1996.

De Belgische punkscene is op zijn best als ze verenigd is. Festivals zijn ideale gelegenheden om oude bekenden terug te zien, nieuwe vrienden te maken en met je gebruikelijke maten te vertoeven. Op Groezrock is en blijft punkrock de verbindende factor. Het festival blijft in dat opzicht een perfecte vertegenwoordiger van het genre en van de subcultuur. De journaliste van dienst heeft haar werk echter uitstekend gedaan. Ze was kritisch, kaartte enkele doordachte kwesties aan met oog op verandering en stampte tegen de schenen van iedereen die het artikel zou lezen. Als dat niet punk is, dan weet ik het ook niet meer.

E-mailadres Afdrukken