Banner

COLUMN

Berejager

Matthieu Van Steenkiste  - foto's: Pascale Pettersson - 30 november 2014

Het was een landerige dinsdagmiddag in het gezegende jaar 1991, en ik was ziek. Het soort ziek dat je op je veertiende nog kunt zijn: niet goed genoeg om op school te zitten, niet zo ziek dat je thuis met een meelijwekkende blik onder de lakens moest kruipen. En dus zat ik die middag wat te prutsen aan tafel terwijl op mijn radiootje De gewapende man, het muziekprogramma van Radio 2, speelde.

Het was een bijzondere uitzending, achteraf beschouwd: Noordkaap kwam zijn debuutplaat voorstellen, The Scene speelde een sessie, en men ging eens polsen bij het publiek na een concert van Gorky. Dat het toch wel wat harder dan verwacht was, gibberde één luisteraar. De bom die "Smells Like Teen Spirit" was, moest nog vallen, en Vlaanderen had geen idee meer wat rock kon zijn.

Zo heb ik de muziek van Luc De Vos leren kennen, en ik was hem meteen weer vergeten. Tof nummertje, dat "Lieve kleine pirana", maar nog niet klaar voor, en zo. Twee jaar later was het echter wel raak. Gorky was Gorki geworden, ik had De afrekening ontdekt en de riff van "Hij is alleen" weerklonk. "Ik was die slome, die nooit iets zei, en die droomde dat je van hem hield." Ik was een hyperkineet en heb nooit kunnen zwijgen, maar eindelijk had ik iemand gevonden met wie ik me verbonden kon voelen. Nooit nog zou ik de enige buitenstaander zijn: Vos begreep me.

Ik heb de cassette van Hij leeft in die jaren gekoesterd als het schaarse kleinood dat het was. Zonder vrienden, in een wereld waar ik niet klaar voor was en die me niets te melden had, was Luc De Vos de enige die mijn pril puberverdriet uitdrukking kon geven. Zelfs al kroop Vos in de huid van een impotente midlifer, dan nog vond hij de woorden die resoneerden met mijn leven: "Begrijp jij die mensen, die op feesten de overwinning vieren van het leven op de dood / En de kansen grijpen waar ze liggen?" Je zult als onrijpe tiener maar het leven om je heen zien exploderen; Luc De Vos wist dat, hij was ook zo geweest. En het was ok.

Verder ging het zoals het half journalistiek Vlaanderen van mijn generatie is vergaan; Vos zou één van mijn eerste interviewees worden. De Gorkifrontman was er de man niet naar om een gesprek te weigeren, zelfs niet voor het blaadje van een studentenkring dat door drie, kom, vier man en een paardenkop werd gelezen. Het is niet nodig dat stuk opnieuw op te diepen, grote inzichten zal een interview met de titel "Boenketèkkeboenk" (bekte wel goed vond ik toen) postuum nu ook niet opleveren.

Er zou nog een gesprek volgen, voor het grotere studentenblad Veto, maar daarna liet ik de eer aan anderen. Ik bleef een fan, maar dan een kritische. Monstertje had in al zijn wisselvalligheid niet overtuigd, vanaf Eindelijk vakantie zou Vos me meer en meer ontgoochelen. Ik meende het ook als ik zei dat hij de Eddy Wally van zijn generatie dreigde te worden; een karikatuur. Het was met liefde bedoeld, want hij kon beter dan hij zelf dacht, en zijn gemakzucht hem toeliet. Hij was God in Vlaanderen, meer dan hij ooit had kunnen hopen, dus hij deed maar iets, en ik, ik bleef het van op afstand volgen, almaar vaker iets mopperend over die oude zanger die vroeger beter was.

En toch had ik om de paar jaar wel een dosis Gorki nodig. Ooit reed ik vanuit Leuven naar het verre Dranouter om te zien hoe Vos met een harmonieorkest het vijftienjarige bestaan van zijn bandje vierde. Terwijl een afgeladen tent "Mia" meebrulde stelde ik me voor hoe ik aan een verdwaalde Amerikaan zou moeten uitleggen waarom dit nummer zoveel voor de Vlaming betekende, en plots schoot ik vol. Dit gaat over ons allemaal, besefte ik: onbeholpen knoeiers die uitpuilen van de goede bedoelingen, en alleen maar een beetje liefde nodig hebben. Vos had dat goed gezien, en als ik ooit een buitenlander de Vlaamse volksaard moet uitleggen, dan doe ik het met deze klassieker.

En nu is die Vos dus dood. Drie jaar nadat hij met Research & Development eindelijk nog eens een puike plaat maakte. Het was niet de bedoeling, maar het zou de laatste worden, zelfs al stonden er ondertussen nieuwe nummers, met onder andere de prachttitel "Hippiemeid", in de steigers. Of Gorki daarmee nog eens echt zou uithalen, zullen we nooit weten. "Het leven is hard, en dan ga je dood; in wezen is het simpel", zong de zanger ooit, maar er is hard en harder. Op je tweeënvijftigste al het eindstation bereiken is heel hard. Vos was nog niet klaar, moest nog zoveel doen.

"Morgen is alles van jou / Aandacht en liefde en trouw" kreet Luc De Vos in "Lang zullen ze leven", misschien wel een van zijn beste nummers. Dat morgen is vandaag, maar het is te laat. Eindelijk krijgt Vos, een beetje halsoverkop, de erkenning die hij na elf platen en zeven boeken -- hoe imperfect soms ook -- al lang had moeten krijgen. Laten we hem nu vooral niet vergeten. En laten we vooral meer dan "Mia" onthouden. Niets mis met dat nummer, maar er is zoveel meer dat opnieuw ontdekt moet worden, kunnen we dat afspreken? Toekomstige pubers kunnen er maar wel bij varen, want niemand begreep hen zo goed als Vos.

Het ga je goed, ouwe Berejager. Dat je ziel in vrede mag rusten.

E-mailadres Afdrukken
 
COLUMN

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST