Banner

Hoe Nederlandse indiebands de achterstand op België inlopen

Lennert Hoedaert - 21 februari 2019

Jaren geleden associeerden we de Nederlandse muziekscene vooral met “Watskeburt?”, en de EDM van Tiësto en co. Recentelijk kruisen steeds meer boeiende indie- en rockbands ons pad. Waar komt die boom vandaan? We vroegen het aan een Nederlandse popjournalist en labelmanagers met kennis van zaken.

Ah, Nederland. Lang had het muzikaal weinig te bieden. We herinneren ons Krezips “I Would Stay” op Pinkpop 2000: honderden meisjes met roze hoedjes die schouder aan schouder met Jacqueline Govaert meeblèren. In 2005 was er dan “Watskeburt?” van het nog altijd razend populaire De Jeugd van Tegenwoordig en in 2014 — we maken nu een ferme sprong — Dotan die met “Home” een wereldhit scoorde. Daartussen? (veel te veel) Anouk en uiteraard “Drank & Drugs” van Lil’ Kleine en Ronnie Flex. Terwijl wij in België dEUS, Soulwax, Girls in Hawaii en veel meer hadden, was Nederland het land van foute pop, Nederlandstalige hiphop en EDM. Wàs.

Rond 2013 kwamen vanuit het alternatieve rockcircuit plots Rats On Rafts, Traumahelikopter, Mozes And The Firstborn en vooral Jacco Gardner, die met Cabinet of Curiosities meteen internationale aandacht kreeg. Koen ter Heegde van Subroutine (dat onder anderen The Homesick promoot) zag het gebeuren. “Wij ondersteunen al ongeveer vijftien jaar de Nederlandse underground, maar zeker de laatste jaren heeft die een enorme vlucht genomen, vooral ook over de grenzen. In een tijd dat gitaarmuziek niet bepaald dominant is onder jongeren, was dit best opvallend.”

Airplay op BBC Radio

Ondertussen zijn we 2019 en we kunnen nog meer voorbeelden geven. De Staat stond in februari in Hasselt, Sint-Niklaas en Kortrijk. Eefje De Visser heeft al een paar clubtours in ons land achter de rug heeft. En vrijdag staat Pip Blom in de Cactus in Brugge. De zangeres had in 2017 al een contract bij de Britse boeker van PJ Harvey en Pixies en kreeg airplay op BBC Radio 6. En er zijn nog meer artiesten die geschikt zijn voor de fijnproevers en de komende jaren wel eens een groeispurt kunnen doormaken. Noteer: Sevdaliza (vorig jaar al in een uitverkochte Botanique), Luwten en Amber Arcades. Fans van rauwere rock moeten dan weer The Homesick en Lewsberg in de gaten houden. Werden ons ook nog getipt: Indian Askin, The Visual en Van Common.

alt

Katherine Cantwell van het internationale label Heavenly Records, dat na Amber Arcades nu ook Pip Blom tekende, legt uit wat haar zo spreekt in haar Nederlandse aanwinsten. “Pip Blom klinkt Britser dan eender welke Nederlandse band, het is echte pop met een internationale sound en ze is ongelooflijk ambitieus. Amber Arcades vind ik muzikaal interessant, maar ook haar teksten zijn van een hoog niveau. Ze zingt over populisme, de Brexit en vluchtelingen.”

Waar komt die boom ineens vandaan? Volgens Kees de Koning, de man achter het toonaangevende raplabel Top Notch, ligt het vooral aan de nieuwe media. “In Nederland was er niet echt een model voor indieartiesten en is dat er sinds de digitale revolutie wel. Spotify, YouTube en Instagram maken dat je als artiest je muziek kunt maken en je publiek kunt vinden zonder grote investering. Je hebt geen radiohits nodig. Je hebt geen groot label nodig dat je geld voorschiet. De digitale revolutie heeft voor indieartiesten ongelooflijke kansen gecreëerd”, zei hij een tijd geleden aan Focus Knack.

Ook labelbaas Fred Van Kruining van Caroline Music en journalist Atze de Vrieze van 3voor12 zien de impact van sociale media als een bepalende factor. “Je kan op die manier heel veel dingen zelf doen. Muziek maken is tegenwoordig veel meer dan gewoon een cd’tje uitbrengen. Fans betrekken in het verhaal is zeer belangrijk. Vooral in de hiphop zie je hoe groot bands op die manier geworden zijn”, aldus van Kruining. “Twitter, Facebook en Instagram maken het marketinggewijs makkelijker. Internationaal touren heeft een zekere romantiek, zeker als je als band foto’s kan laten zien vanuit Portugal of zo. Daardoor ziet touren er aantrekkelijk uit”, vult de Vrieze aan.

Gezond concertcircuit

Maar uiteraard zijn er nog andere factoren die de boom aan Nederlandse indie-acts mee bepalen. Om te beginnen krioelt het in Nederland van de grote en kleine festivals en concertzalen waar je ontdekkingen kan doen. “Graznapolsky en Down The Rabbit Hole zijn daarvan tweede goede voorbeelden. Het feit dat Nederland een vrij gezonde venuecultuur is ook niet te onderschatten”, zegt de Vrieze. “We hebben het Patronaat, 013, Effenaar, Tivoli, noem maar op…”

Ook voor de echte undergroundacts heeft Nederland veel te bieden, aldus ter Heegde. “Met het verdwijnen van speelplekken voor dit soort acts in de grote gesubsidieerde podia in alle grote en middelgrote steden zijn er allerhande, meestal tijdelijke, DIY venues en collectieven opgekomen in leegstaande panden, zoals De Gym en Lepel Concerts (Groningen), Asteriks (Leeuwarden), ACU en DBs (Utrecht), Roodkapje, PinkPank en Herman (Rotterdam), Vondelbunker, OT301, Schijnheilig, Skatecafé, De Ruimte en OCCII (Amsterdam) en Geertruida (Haarlem). Dat zijn plekken waar het ijzer gesmeed werd toen het heet was en waar we als Nederlandse undergroundscene nu de vruchten van plukken.”

Daarnaast zijn er ook unieke ontdekkingsfestivals zoals Le Guess Who? met een internationale uitstraling waar er steeds meer naar lokale artiesten gekeken wordt. “Een festival als Le Guess Who? kan de waarde van undergroundscene goed inschatten en op Le Mini Who worden al een decennium lang boeiende Nederlandse acts geprogrammeerd”, klinkt het bij Subroutine. “Dekmental in Amsterdam is dan wel veel groter, maar past ook wel in het rijtje”, aldus de Vrieze. “Het is het beste voorbeeld dat een internationale uitstraling ook voor Nederlandse acts van pas komt. Omdat veel buitenlandse bezoekers de Nederlandse acts en dj’s in Amsterdam ontdekken, kunnen die ook buiten Nederland veel optreden.”

Daarnaast is er ook meer interesse van de grotere bookers voor kleinere acts. “In Nederland heb je niet alleen veel kleinere bookers, maar tegenwoordig is ook een grote speler zoals MOJO weer actief op de lokale markt. Recentelijk hebben ze daar twee mensen aangenomen die zich enkel met lokaal talent zullen bezighouden. Een paar jaren geleden was zoiets ondenkbaar”, legt Van Kruining uit.

Draaikolk

De Vrieze ziet nog een andere evolutie. “Er worden steeds meer bandjes gevormd uit de popacademiën, denk maar aan Luwten, Eut en Van Common. Die bands hebben wat betreft liveoptredens meteen een voetje voor.” Maar de 3voor12-journalist zegt er ook meteen bij dat er evenveel autodidactische artiesten live goed overeind blijven. Bij die tweede groep grossieren veel acts in het betere lawaai en enkele daarvan hebben internationaal al hun eerste stapjes gezet: Rats on Rafts (Japanse tour met Franz Ferdinand), Mozes and The Firstborn (al meerdere tours in de VS achter de rug) en The Homesick (reeds opgepikt door The Guardian). “Rond die bands ontstaat vaak een jonge idealistische DIY scene in een aantal steden, een aantal goede voorbeelden zijn The Ex, Rats on Rafts, AC Berkheimer, We vs. Death en Hospital Bombers. Maar je kan in elke stad een band aanwijzen die tussen 2005 en nu de scene een andere richting opstuurde”, aldus ter Heegde.

alt

En misschien is toeval ook een niet te onderschatten factor. De Vrieze : “Het mooiste verhaal op dat vlak is de opgang van De Staat dankzij de videoclip van “Witch Doctor”. Hoewel het nummer nooit op single is uitgebracht, is het toch een van de bekendste nummers van de band. Pas twee jaar na de plaat waarop het nummer stond, verscheen een videoclip bij het nummer. Sindsdien is de band live een fenomeen: overal ontstaat tijdens het nummer een draaikolk. Het heeft de reputatie van De Staat zeer veel goed gedaan.” “De Staat maakt redelijk toegankelijke muziek en is al groot in Nederland, maar de meer alternatieve acts kiezen vaak meteen de weg naar het buitenland. Mozes and The Firstborn zal nooit volle zalen trekken in Nederland, dat beseffen ze, maar in het buitenland kunnen we volk lokken in een specifieke scene rond Burger Records. Een gelijkaardig verhaal zie je bij Traumahelikopter.”

Met subsidies naar SXSW

Dat brengt ons bij het laatste punt, en de laatste bepalende factor. Is er in Nederland een ander exportmodel voor bands, en/of hebben zij gewoon meer lef om zich te wagen aan een buitenlands avontuur? Zo komen we weer bij Pip Blom. “Al op haar zestiende startte Pip een blog met de titel The Road To Glastonbury, waarvoor ze mensen uit de industrie interviewde. Ze heeft al op Lowlands, Best Kept Secret en Eurosonic gespeeld, en ze heeft duidelijk ambitie om de Britse markt te veroveren”, legt de Vrieze uit. Maar dat is dus één voorbeeld.

Van Kruining: “Aan de bands die zich aan het buitenland willen wagen, zeg ik eerst: probeer je eerst lokaal te verankeren. Tegenwoordig kan in elk land van de wereld naar je muziek geluisterd worden. Maar daarom ga je nog niet meteen succes hebben in Duitsland. Er moet een doordacht plan zijn. Maar misschien zijn Vlaamse bands op dat vlak nog iets voorzichtiger.” Maar volgens Van Kruining zijn er ook Nederlandse bands die ook op veilig spelen. De Vrieze ziet op zijn beurt dat er evengoed ook ambitieuze Belgische bands naar Nederland komen. Van Kruining wijst tot slot ook op het feit dat er in Nederland zijn veel subsidiemogelijkheden zijn. “Je kan die krijgen voor promotie in het buitenland. Soms moet je zelf ook wat inbrengen geven, maar er zijn alleszins al Nederlandse bands naar SXSW kunnen gaan dankzij subsidies van de overheid. Stichting Buma Cultuur, die zich bezighoudt met ondersteuning en promotie van Nederlandse muziek, is ook een belangrijke ondersteunde instantie.”

Heeft Nederland zich heruitgevonden nadat België het jarenlang op achterstand had gespeeld? Ja, maar er is nog een hele weg te gaan. De Nederlands indiescene bracht heel wat interessante ‘nichebands’ voort, en het voorbeeld van De Staat bewijst dat het ook voor Nederlandse bands keihard werken is om voet aan de grond te krijgen in België. De beloning volgt voor Torre Florim en co. eind juni met een optreden op Rock Werchter. Onder de recentere bands lijkt Pip Blom wat ons betreft het meeste groeipotentieel te hebben. Maar oordeel vooral zelf vrijdag in Brugge!

Pip Blom is op 22 februari te zien in Cactus Club. Mozes and The Firstborn speelt op 13 maart in Muziekodroom in Hasselt. Voor Altin Gün moet je op 4 mei naar Les Nuits in de Botanique. De Staat staat op 30 juni op Rock Werchter.

E-mailadres Afdrukken