Banner

Eindejaarslijstje 2018 van Marc Goossens

Marc Goossens - 26 december 2018

2018 ging weer zo’n jaar worden waarin we weinig zouden meepikken van wat vandaag hot is en wat not. Gelukkig was er af en toe een volhardende hoofdredacteur om ons die nodige schop onder de kont te geven of een collega die ons warm maakte voor plaatjes waarvan we het bestaan anders niet hadden vermoed. Als u zich dus afvraagt waarom deze of gene plaat niet in de lijst staat: we wisten gewoon niet dat ze bestond…

  1. Paul Weller :: True Meanings: Op True Meanings dompelt Weller voor een keer zijn songs niet in de meest uiteenlopende stijlen, maar kiest hij voor de sobere formule ‘stem+akoestische gitaar+strijkers’. Ook nu weer bewijst hij dat hij in om het even welke incarnatie overtuigend voor de dag kan komen.
  2. Villagers :: The Art Of Pretending To Swim: Conor O’Brien en Villagers zetten op hun vijfde album de deur weer open voor elektronica. Toch zijn het vooral strijkers, blazers en breed uitwaaierende toetsenpartijen én stijlelementen uit r’n’b, jazz, soul en psychedelica die op deze plaat voor sfeer, kleur en variatie zorgen.
  3. Bruce Bherman :: The Nashville Sessions: Bruce Bherman reisde de afgelopen jaren een paar keer naar Nashville om een dertiental oudere songs te herwerken en op te nemen met gerenommeerde muzikanten uit de plaatselijke scene. Het eindresultaat is niets minder dan de – voorlopige - bekroning van een nu al zeer divers oeuvre.
  4. Suede :: The Blue Hour: De terugkeer van Suede is geen nostalgietrip; Brett Anderson en co zijn begonnen aan een tweede, volwaardige carrière en bewijzen dat er leven is na Britpop. Net als op voorganger Night Thoughts tastten ze ook nu de grenzen af van het concept ‘album’, zonder daarbij de ziel van de oude Suede te verloochenen.
  5. Vinny Peculiar :: Return Of The Native: De terugkeer naar het stadje van zijn adolescente omzwervingen in de jaren zeventig, was de inspiratiebron voor Peculiars zoveelste uitstekende gitaarpopplaat. Daarop flaneren als vanouds autobiografische teksten hand in hand met messcherpe observaties en humoristische en absurde verzinsels door de straten van Bromsgrove.
  6. The 1975 :: A Brief Inquiry Into Online Relationships: Balancerend op de grens tussen hommage en plagiaat speelde The 1975 een ratjetoe bij elkaar met zonnige elektropop, elektronica, jazzpop, r’n’b, slaapkamerfolk, anthems, ballads en popliedjes-die-heel-erg-klinken-als-iets-uit-de-jaren-tachtig. Eclectisch of ‘postmodern’? Het geeft vooral weer hoe muziek vandaag wordt beleefd: versnipperd, niet gebonden aan één of slechts een paar genre(s).
  7. Big Red Machine :: Big Red Machine: Het proces is belangrijker dan het product; dat was onze eerste gedachte bij deze samenwerking tussen Justin Vernon (Bon Iver) en Aaron Dessner (The National). Achtereenvolgens vonden we deze hybride van indiefolk, elektronica en alternative echter interessant, intrigerend, boeiend en verslavend, eentje om nog vaak naar terug te grijpen.
  8. Franz Ferdinand :: Always Ascending: De verwachtingen waren hooggespannen, ook al omdat de band zelf rondtoeterde dat het met die nieuwe bezetting leek alsof ze een tweede debuutplaat hadden opgenomen. Aanvankelijk viel deze wat bleekjes uit naast het echte debuut uit 2004, maar toch: gedánst dat we hebben in onze living!
  9. Beach House :: 7: De vakpers was meteen laaiend enthousiast en hoorde in deze zevende van Beach House alweer een stap voorwaarts in hun zoektocht naar de perfecte droompopsong. Bij ons duurde het wat langer voor we door de knieën gingen, maar op die ene mooie zomeravond, met die prachtige zonsondergang, gebeurde het dan toch…
  10. Christine & The Queens :: Chris: Eén oorwurm tot daaraan toe, maar wanneer iemand keer op keer een single uitbrengt die op geen enkele manier vanonder je schedeldak te verjagen is, dan denken wij: ”Damn, dis-moi, wat staat er nog zoal op die plaat?”
  11. Eels :: The Deconstruction: Het probleem van Mark Oliver Everett is niet zozeer dat hij problemen aantrekt als een magneet, maar daar telkens zo’n mooie plaat uit puurt dat niemand er nog echt van opkijkt. Het feit dat ze ook relatief vroeg verscheen op het jaar, kan er wel eens toe leiden dat ze bij de eindafrekening over het hoofd wordt gezien. Ten onrechte, vinden wij.
  12. Unknown Mortal Orchestra :: Sex & Food: Of het nu gaat om muziek, seks of drugs, Ruban Nielson is een veelvraat die van alles wel een stukje lust. Over wat hij uitspookt in zijn keuken of in zijn slaapkamer hebben we geen mening, maar we vinden wel dat het tot nu toe spannende plaatjes oplevert.
  13. Ed Harcourt :: Beyond The End: Gek: een paar weken geleden lazen we Planeet Paranoia van Mark Haig, een boek dat gaat over “hoe een snelle, gejaagde planeet ook zorgt voor een snel en gejaagd leven”. Uitgerekend dan verscheen deze instrumentale plaat, die – dixit collega (kt) - een welkome ontsnappingsroute uit een dolgedraaide wereld is.
  14. Manic Street Preachers :: Resistance Is Futile: Na twee avontuurlijke platen, waarmee de band vooral de meerwaardezoekers onder zijn fans wist te behagen, strooide Manic Street Preachers op zijn recentste cd als vanouds weer opgezwollen vioolrockers in het rond. Verrassend? Nee, maar we zien zo niet meteen een band die beter doet in dit segment.
  15. Arctic Monkeys :: Tranquility Base Hotel + Casino: Objectief gezien is er niks af te dingen op deze plaat: geslaagde muzikale koerswijziging, sterke songs met knappe arrangementen, de snedige teksten van de onnavolgbare Alex Turner. Maar misschien is de plaat wel té goed gemaakt, want ondanks alles wisten de poolapen ons niet écht te raken met hun zesde langspeler.
  16. Beste live: Paul Weller in Het Depot, Beck en Suede in de AB. David Byrne, Nick Cave and The Bad Seeds, Steven Wilson, Franz Ferdinand en Curtis Harding op Rock Werchter.

E-mailadres Afdrukken