Banner

This Fire

De onvervulde belofte van de postpunkrevival

Matthieu Van Steenkiste - 18 oktober 2018

Het moest het moment worden dat de oude sokken uit de jaren negentig definitief naar het classics circuit gestuurd werden. Dat een nieuw stel absolute headliners werd geboren. Maar dertien jaar nadat Franz Ferdinands "Do You Want To?", Bloc Party's "Two More Years" en vooral Arctic Monkeys' "I Bet You Look Good On The Dancefloor" een herfst lang het hoogtepunt van de postpunkrevival betekenden, kun je alleen maar vaststellen dat van die belofte weinig in huis is gekomen.

Het was nochtans zo mooi begonnen. De kater van nu metal had begin deze eeuw geleid tot een heropleving van de garagerock, en met The Strokes en The White Stripes kwam een hang naar eenvoud terug: geen gezeik, gewoon gitaarsongs schrijven zonder al te veel productionele foefjes. Het zou het begin zijn van een stortvloed aan The-groepjes die al snel een overaanbod op zichzelf vormden; of het nu Zweden of Australië was, met The Hives en The Vines hadden ze elk hun eigen afgevaardigden. En laten we vooral The Von Bondies niet vergeten, al was het maar voor de potsierlijke vete met Jack White. Het duurde geen twee jaar of het hele The-genre was een karikatuur van zichzelf geworden, vol vaak gelijkvormige, altijd net iets te arrogante bandjes die surfend op een halve single een momentje wisten te pakken.

Groot-Britannië slaat terug

Maar waar zat Groot-Britannië in al dat geweld, eenmaal Pete Doherty The Libertines tot een karikatuur had herleid? Daar duurde het iets langer, maar in 2004 was er geen houden meer aan. Met één single – "Darts Of Pleasure" – trok een viertal uit Glasgow de stop uit de dijk en wat volgde was een tsunami zonder vergelijking. In minder dan een jaar presenteerde niet alleen dat Franz Ferdinand zich aan de wereld, Bloc Party, Kaiser Chiefs, Maxïmo Park, Editors, The Futureheads en meer volgden geen twaalf maand later in hun slipstream. "Iets" was aan het broeien gegaan.

De rode draad was dat adjectief dat recensenten plots onder een sneltoets hadden klaar zitten: "hoekig". Maar eigenlijk was het een veelkleurig zootje dat zo de alternatieve mainstream in een klap overnam. Draaide het bij Franz Ferdinand om pure fun en staccato gitaartjes die ze van stadsgenoten en voorgangers Orange Juice hadden afgekeken, dan bracht Bloc Party de in elkaar geweven melodieën van Gang Of Four in gedachten. En terwijl hun frontman Kele Okereke thema's als vervreemding, ontheemding en verlies van idealen aansneed, bezong Maxïmo Park relaties met het woordenboek bij de hand.

Wat ze gemeen hadden? Dat adagium van de postpunk, 25 jaar eerder: "Fuck art, let's dance". In de VS hadden The Rapture en !!! al getoond wat er mogelijk was in het gebied tussen dans en rock, in Groot-Brittannië knoopten hun geestgenoten aan bij begin van de jaren tachtig, toen punkbandjes, het eindeloos rammen beu, de geneugten van een paar heupen en een strakke 4/4 ontdekten. Dit was gitaarmuziek die de dansvloer niet schuwde, en het kon niet anders of dat vergeten fenomeen "indiedisco" stak opnieuw de kop op. Plots was het opnieuw oké om gitaarmuziek een fuivend publiek in te keilen, en er ook nog mee te scoren. Of het nu "Banquet" of "Take Me Out" was, het effect was gelijk: dat van een bommetje.

Kookpunt

En zo, net toen niemand het nog verwachtte, terwijl R&B en dance de hitparades domineerden en rock voor de zoveelste keer dood was verklaard, nam gitaarmuziek revanche. Die opwinding vertaalde zich ook naar de festivals, met een Franz Ferdinand dat op Werchter 2004 het dak van de Pyramid Marquee blies, en een Bloc Party dat dat een jaar later dunnetjes zou overdoen.

In het najaar van 2005 kwam alles tot een kookpunt. Met "Do You Want To" loste Franz Ferdinand in september de eerste single van zijn tweede album, Bloc Party besloot een succesvol jaar met tussendoorsingle "Two More Years"; hun dansbaarste nummer tot dan toe. En dan waren er natuurlijk ook die vier pubers uit Sheffield die de boel op stelten zetten met hun opwindende debuutsingle "I Bet You Look Good On The Dancefloor".

Het tableau was compleet, en tegen de zomer van 2006 waren de bands vaste gasten op elk festival, waar ze hun geestgenoten niet konden ontwijken op hun gelijklopende weg naar de top. Tweede albums volgden snel, begin 2007, en bevestigden al het goeds van de debuten. Bloc Party leverde een regelrechte klassieker af met A Weekend In The City, waarop Okereke het ennui en de radeloosheid van een jeugd op zoek naar zin vatte, op Our Earthly Pleasures pakte Maxïmo Park als een echte popgroep uit met de meest aanstekelijke hooks en refreinen. An End Has A Start was voor Editors dan weer het sein om de eerste stappen te zetten naar een bestaan als stadionact. En Arctic Monkeys? Die hoefden op Favourite Worst Nightmare niets aan het sjabloon te veranderen om andermaal een hit te scoren.

Onderuit in de laatste bocht

En daarmee was de opwinding voorbij. Het zou nog een paar zomers vol festivaloptredens duren, maar eigenlijk was het vet van de soep. In 2009 zou de zo veelbelovende postpunkmachine krakend tot stilstand komen. Werkelijk iedere band bracht dat jaar zijn derde album uit, en elk verloor om zijn eigen redenen de plot. Ergens onderweg naar de studio was Bloc Party er niet uitgeraakt of ze nu Kele's dance-impulsen zouden volgen, of toch maar gewoon een gitaarplaat maken en Intimacy -- zonder aankondiging digitaal uitgebracht in augustus 2008 -- was het resulterende rommeltje; een fascinerende plaat die op zijn best laat horen wat de band verder had kunnen betekenen.

Maxïmo Park leek op Quicken The Heart dan weer zijn drive verloren te hebben, Arctic Monkeys en Editors hadden de bui zien hangen: de één trok aan het handje van Josh Homme de woestijn in om een Amerikaanse band te worden die weinig meer te maken had met wat vooraf ging, de ander – in Engeland ook maar een doorsnee middenmoter -- vond zich opnieuw uit als een Depeche Mode met nog zwartere randjes. En Franz Ferdinand? Dat doorbrak vier jaar stilte met de absolute sof Tonight: Franz Ferdinand; een plaat waarmee al het krediet dat met de twee vorige was opgebouwd werd vergooid. Het zou hen opnieuw voor vier jaar van de kaart gooien.

Het voelde alsof een peloton akelig snel koersende wielrenners net voor de laatste bocht onderuit gingen. Het hoofd wilde niet meer, de benen compleet verzuurd. Wat de absolute headliners van de toekomst leken te worden, schoten net te kort. In 2009 zou Arctic Monkeys nog Pukkelpop mogen afsluiten, anderen zagen zichzelf afzakken in de pikorde die een festivalaffiche toch altijd is. Het zou bij een net-niet blijven; en die postpunkrevival, die explosie van talent gelijk aan die van de grunge of de punk, het uur dat de jeugd de puntjes weer op de i zette, was gepasseerd.

Stormloop

Wat ging er fout? Een paar hypotheses zijn mogelijk. Misschien is het moeilijker dan vroeger om uit te groeien tot zo'n Grote Naam. Kregen Pearl Jam, Red Hot Chili Peppers en Metallica destijds moeiteloos Paul Simon, Robert Palmer en Aerosmith uit de weg geduwd – zelfs Herman Schueremans had door dat een wissel van de wacht nodig was – dan is zo'n generatieshift vandaag nog altijd niet aan de orde. Eddie Vedder blijft waar hij is, en rekent om de paar jaar op zijn stekje op Werchter. Antony Kiedis: van hetzelfde laken een pak. J'y suis, j'y reste, the rock royalty way.

Het verklaart misschien waarom één slechte plaat veel van die jaren-nulbandjes onderuit haalde. Ook de reuzen van de jaren negentig hebben hun slechte momenten gehad -- One Hot Minute, iemand? Load, anders? – maar tegen dan was de naam zo hard gemaakt dat dat niet meer telde, zoals het bij U2 ook geen hol meer uitmaakt dat Bono en The Edge al vijftien jaar geen herinneringswaardig nummer meer schreven. Een slechte Maxïmo Park, één moeilijke koerswijziging van Bloc Party en het publiek stormde alweer in een andere richting. Want zo gaat dat in immer volatiele internettijden; er is altijd wel een nieuw snoepje om het vorige te doen vergeten, en meer en meer klonk het helemaal anders dan wat net vooraf ging.

Ook daar zit de knoop immers. Onze vrienden van de gitaar waren de laatste vrienden van de gitaar, en ze hadden zelf de weg naar de uitgang gewezen. De tijdsgeest zat tegen, zoals Kele Okereke wel had gevoeld, en alle macht was aan de dansbeat. Popacts als Black Eyed Peas veroverden de festivalweiden, en terwijl Bloc Party intern zat te ruziën hoeveel beats op de nieuwe plaat mochten, en Franz Ferdinand een sabbat pakte, ontdekte de jongeren nieuwe helden. Vanuit de dancehalls veroverden ze het hele festivalterrein, in 2013 zelfs met een letterlijke stormloop toen Major Lazer de Main Stage van Pukkelpop innam ter vervanging van Neil Young. Grootste slachtoffer? Niet die ninetiesdinosaurussen, die hun publiek altijd wel weten te lokken, al was het maar uit gewoonte, maar die generatie tussenin die alweer een beetje vergeten was.

En dus heeft het gewoon niet mogen zijn; dikke pech voor Okereke, Smith en co. Heel even hadden ze de wereld in de palm van hun hand, maar een ogenblik van onoplettendheid was genoeg om alles alweer te doen voorbij gaan. En in de vluchtige wereld van de muziek geldt maar één weg: wat weg is, komt niet meer terug. Bloc Party brengt dit weekend zijn debuutplaat naar Vorst alsof het al in het oldiescircuit zit, Franz Ferdinand zal nooit meer zijn dan de jolige nonkels van de rock, Maxïmo Park vult tegenwoordig zelfs geen Rotonde meer in de Botanique.

Wat blijft zijn een paar onverwoestbare platen, en herinneringen aan levensveranderende concerten. Om met Humphrey Bogart in Casablanca te parafraseren: "Whatever happens, we'll always have die keer op Werchter dat we voor het eerst uit volle borst de gitaar van "Take Me Out" meezongen.

E-mailadres Afdrukken