Banner

BEST OF: The Beatles

(bw), (gvdb), (jd), (kvp), (ml), (mvm), (mvs) - 22 februari 2018

Geef toe: meestal zijn ze uw geld niet waard, die verzamelaars van uw favoriete groep die u in de winkel vindt. De platenfirma denkt dat enkel singles in aanmerking komen en een artiest zelf is ook al zelden goed geplaatst om eigen werk te beoordelen. Tijd dus dat het eens aan professionals wordt overgelaten, en wie beter dan een team kenners van enola om maandelijks de vijftien beste tracks van een artiest te selecteren. Deze maand: het beste van The Beatles.

1. I Want To Hold Your Hand

"Hier is rock-'n-roll, uit Amerika. Doe er iets creatiefs mee, jongens!" Zo moet het ongeveer gegaan zijn toen John, Paul, George en Ringo op de tourbus -- ergens tussen Roy Orbison en Gerry van zijn Pacemakers ingeperst -- aan dit nummer begonnen. Een heupswing hadden ze niet, de energie van Elvis wel. "Laat mij nu toch uw hand vasthouden! Is dat nu zo moeilijk?" Maar dan verpakt in nog properdere bewoordingen, want een mens wil nu eenmaal op de radio. En verder zit hier alles in wat u moet onthouden voor de volgende zeven jaar: die harmonieën! Die handclaps! Dat melodieus genie!
Hoogtepunt: 0'00''. Gewoon die openingsriff. Alsof je halverwege de grond raakt en moet beginnen lopen. Meer straight to the point kan niet.

2. A Hard Day’s Night

Een van de songs waarop je The Beatles hoort ontbolsteren tot geniale superband. Catchy en simpel voor de luisteraar, maar verdomd slim in elkaar gestoken. Het kabbelt gezellig vooruit, tot McCartney de zaak tijdens het brugje even de andere kant uitjaagt. Harrisson speelt een simpele gitaarsolo en Ringo drumt het geheel uitstekend bij elkaar. Misschien is dit wel de perfecte, uitgepuurde Beatles-popsong: niet te simpel en nog geen te clever studiogedoe.
Hoogtepunt: 0'00". Twanggggg. De beste twang ooit, laat u vooral niets wijsmaken.

3. I Am The Walrus

Vraag een willekeurig popbandje om de meest verwarrende song mogelijk te schrijven en een halve eeuw later zullen er weinig nog zo goed klinken als “I Am The Walrus”. Al in de intro vuurt Lennon acht akkoorden en een melodie die een sirene nabootst op ons af. De tekst is opgebouwd rond een misinterpretatie van “The Walrus And The Carpenter”, en bevat, naast de aaneenschakeling van een reeks sinistere beelden, ook Shakespeare’s “King Lear” – dat toevallig de ochtend van de opnames op de radio te horen was. Bovendien krijgt het nummer een haast cartoonesk karakter door zijn zestienkoppig koor (dat “oempa-oempa“ zingt of lacht om “choking smokers”) en strijkersarrangement (met lopende triooltjes na “See how they run”, dalende glissandi na “I’m crying” en een eindeloos stijgende outro.) “I Am The Walrus” is John Lennon op z’n allerbest: verwrongen van cynisme, weemoed en, bovenal, absurditeit.
Hoogtepunt: 0’39”. Meer dan een halve eeuw later zien we John Lennon daar nog steeds zitten. Op z’n cornflake. Wachtend op de bus.

4. Penny Lane

In “Penny Lane there is a barber showing photographs” springt het kinderlijk enthousiasme ogenblikkelijk uit de speakers, maar tegen het einde van “of every head he’s had the pleasure to know” bevinden we ons al in duistere mineursfeer. Nostalgische vreugde is geen complete vreugde, en eenzelfde contrast culmineert in het refrein: terwijl “Penny Lane is in my ears and in my eyes” triomfantelijk de hoogte in gaat, moduleert de hele compositie een volledige stap naar beneden. De melancholie sluipt in het onderbewuste; het geluk is deels een gemis. En pas in de allerlaatste herhaling horen we hoe het refrein normaal zou klinken. Iedereen die vijftig jaar later nog denkt dat functioneel compositorisch vernuft geen factor is waardoor muziek de tand des tijds doorstaat, moet Bach maar eens opbellen.
Hoogtepunt: 1’08”. En dat deed McCartney, toen hij - geïnspireerd door het tweede Brandenburg Concerto - besloot de piccolo-trompet te introduceren in popmuziek; de enige juiste manier om ”Penny Lane” tot een waardig hoogtepunt te brengen.

5. In My Life

Er is in het verleden al veel inkt gevloeid over wie nu welke zin of strofe van “In My Life” geschreven heeft. De enigszins melancholische tekst doet vermoeden dat McCartney er de hand in had, maar daarvoor is het niet zeemzoet genoeg. Nee, dit is overduidelijk John Lennon die zijn muzikale en tekstuele stem vindt en het pad effent voor latere (solo) pareltjes. Luister maar naar: “Though I'll never lose affection for people and things that went before, I know I'll often stop and think about them.” Allemaal gezongen met die diepe, warme stem.
Hoogtepunt: 2'09”. John Lennon haalt uit! En bezorgt ons kippenvel!

6. Love Me Do

Een van de oudste Beatles-songs, door McCartney als tiener geschreven. Basic merseybeat met een tekst waarmee je geen Nobelprijs wint. Maar direct pal in de roos. Is het dankzij Lennons snerpende harmonica die de zeemzoete melodie een beetje saboteert? Of het gezapige ritme? Of toch de doodsimpele caramellenverzerij? In ieder geval een geweldige debuutsingle die de magie tussen de vier bandleden mooi in de verf zet.
Hoogtepunt: 0’28". Hoe McCartney's a capella “Love Me Do” perfect overgaat in de mondharmonica, waarna de rest weer invalt: perfectie.

7. While My Guitar Gently Weeps

Ahhhh, de dubbele witte. Op dit titelloze album vind je zoveel stijlen dat een mens er duizelig van zou worden. Gelukkig is er George Harrison, die met “While My Guitar Gently Weeps” een rustpunt brengt. Wist Harrison in 1968 dat hij een klassieker geschreven had? Zijn signature song is het alleszins, en Harrison toonde meteen dat The Beatles ook een rockband waren. Het was bovendien een meesterzet om Eric Clapton (God in die dagen) te vragen leadgitaar te spelen. Het verheft de eenvoudige tekst en achterliggende melodie naar een hoger niveau, dat ook nu nog blijft nazinderen.
Hoogtepunt: 3'36”. Clapton laat zijn gitaar een potje huilen. En toont aan dat ook outsiders The Beatles nog iets konden leren.

8. Martha My Dear

Zeggen dat The Beatles ten tijde van de dubbele witte geen hechte groep waren, is een open deur intrappen. Op “Martha My Dear” is Paul McCartney zelfs de enige Beatle die meespeelt. De Martha uit de titel was McCartney’s geliefde Bobtail; de muziek illustreert dat er in die periode niemand een betere melodie kon schrijven dan hij. Een vlot dartelend pianoriedeltje, waar de blazers en strijkers variété-elementen aan toevoegen. Met meesterstukjes als dit kan het geen kwaad dat andere McCartney-klassiekers als “Let It Be”, “Hey Jude” of - godbetert - “Yesterday” geen plaats in deze best of vonden.
Hoogtepunt: 0’38” De blazers komen voor de eerste maal piepen.

9. Something

Je zal maar eens songwriting ambiëren en in dezelfde band zitten als Lennon en McCartney. Reken daar een producer bij die liever de nieuwe Rachmaninov was geworden en je bent helemaal gescheten. Op het laatste opgenomen Beatles-album haalt George Harrison eindelijk zijn gram. Je kan in “Something” je aandacht richten op Ringo, die het begin van Abbey Road aaneenrijgt door de distinctieve drumfills van “Come Together” doodsimpel te herhalen. Of je kan het nummer uitzitten door enkel te focussen op de basgitaar, waarmee McCartney de mijmeringen van zijn leadzanger projecteert in een solo over de volledige lengte van het nummer. Maar nog beter is al het voorgaande te vergeten en luisteren naar hoe Harrison, in een haast geïmproviseerde songstructuur, zijn verzuchtingen en twijfels over een beginnende relatie perfect mimeert.
Hoogtepunt: 2’50”. Waar quasi alle andere popsongs “You’re asking me will my love grow” zouden herhalen, beseft Harrison dat dit van het goede te veel zou zijn. Hij alludeert er even op met een klein uitstapje en sluit het nummer af op het perfecte moment.

10. Tomorrow Never Knows

De psychedelische oerknal van The Beatles. De vier hadden zich al te pletter geblowd ten tijden van Rubber Soul, maar "Tomorrow Never Knows" was toch van een ander kaliber. Deze in lsd gedrenkte, broeierige droom in multicolor was geïnspireerd op het werk van Timothy Leary. John Lennon gaf opdracht aan George Martin om zijn stem te laten kinken als "de Dalai Lama die van een bergtop zingt". Onder de slome, weidse zangpartij van Lennon staken de overige Beatles allerlei geprul met tapes en instrumenten, vertraagd, versneld of achterstevoren afgespeeld. Het resultaat? Een bezwerende trip die je de ozonlaag in katapulteert, een psychedelisch meesterwerkje dat nooit gedateerd raakt. Lsd in een notenbalk gegoten. "Tomorrow Never Knows" was het eerste nummer dat The Beatles voor Revolver opnamen, en meteen was de te volgen lijn voor de komende tijd uitgestippeld. Zelfs dertig jaar later zou dit nummer nog geen klein beetje inspiratie vormen voor "Setting Sun" van The Chemical Brothers.
Hoogtepunt: 0' 04". De stuwende ritmesectie trekt het nummer op gang, om al snel gezelschap te krijgen van interstellaire geluiden en de mantra's van Lennon. Lift-off!

11. Norwegian Wood (This Bird Has Flown)

Een liefdestragedie van twee minuten, een poëtisch pareltje over een affaire van Lennon met een angel aan het einde. Op "Norwegian Wood" kan je zowel melancholisch alleen uit het raam staren, blik op oneindig, als samen met een geliefde languit in het gras genieten van het hier en nu. Uit het straffe Rubber Soul, de plaat waarop de Beatles volwassen werden en voor het eerst ook venijnig durfden zijn bij momenten. Het eerste nummer waar George Harrison zijn sitar bovenhaalde ook. Het beste bewijs dat er achter kleine liedjes grote verhalen konden schuilen en dat deze niet moeten onderdoen voor groots opgezette nummers als "A Day In The Life". Een simpele akoestische gitaar en een pakkende tekst zijn soms voldoende om te ontroeren, iets waar de groep de luisteraar ook op latere platen op regelmatige tijdstippen nog aan zou herinneren.
Hoogtepunt: 0' 00". Eerst die heerlijke meeslepende gitaar- en sitarpartijen die je betoveren, en daarna dat prachtige "I once had a girl/ or should I say/ she once had me", een openingszin zo mooi en alomvattend dat Murakami er een volledig boek uit kon puren.

12. Strawberry Fields Forever

John Lennon die jeugdherinneringen ophaalt aan de gelijknamige speelplaats van het Leger Des Heils in Liverpool waar hij tijdens zijn jeugd vaak ging spelen. Het nummer is het resultaat van het samenvoegen van twee verschillende takes, beide in een ander tempo en toonaard. “Trek uw plan daarmee”, zei Lennon naar verluidt tegen producer George Martin. Het resultaat is een slepend, mysterieus nummer dat de psychedelische Summer of Love inluidde. Dit nummer vormde samen met McCartney’s “Penny Lane” een single met dubbele A-kant. Dat die single de eerste van The Beatles was sinds “Love Me Do” die de eerste plaats van de Engelse hitparade niet haalde, is een van de grootste mysteries van het heelal.
Hoogtepunt: 0’11”. “Let me take you down”, en we zijn vertrokken voor een trip van 3’54”.

13. You’ve Got To Hide Your Love Away

Op 28 augustus 1964 ontmoetten The Beatles en Bob Dylan elkaar voor de eerste keer in een suite in het New Yorkse Delmonico Hotel. Dylan liet hen er niet enkel kennismaken met marihuana, ook muzikaal zou hij de volgende jaren een grote invloed op hen uitoefenen. Nergens is dat duidelijker dan op dit nummer, waar Lennon zelf van zei dat het zijn Dylan-nummer was. Maar toch is het een van de nummers waarop Lennon eindelijk zijn eigen stem laat spreken. Het moment dat Lennon niet langer het zorgeloze tieneridool is, maar over dingen begint te zingen die hem nauw aan het hart liggen. Wie zijn liefde moest verbergen -- de overspelige Lennon? Hun homoseksuele manager Brian Epstein? -- is niet meteen duidelijk. Zorgen dat er wat mysterie in het nummer zit: nog zoiets dat ze van Dylan opgepikt hebben.
Hoogtepunt: 0’39”. “Hey”. Vlak ervoor zakte het tempo even, maar als Lennon “hey” schreeuwt is iedereen weer bij de pinken.

14. Helter Skelter

Of hoe een roetsjbaan rollen kan. Charles Manson interpreteerde dit nummer over een rollercoaster wat verkeerd, en lap, daar waren zeven doden te tellen. Terwijl het verdorie zo duidelijk was: naar boven, naar beneden, overkop, de bocht in, terug overkop, nog één keer een kurkschroef, en Paul McCartney -- ja hij, de kleffe brok, ja -- heeft hoogstpersoonlijk de heavy metal uitgevonden. Gewoon omdat The Who even had beweerd dat hun "I Can See For Miles" het vuilste nummer ooit was. Nonsens dus. Ook los van zijn beladen geworden verhaal is "Helter Skelter" het zwaarste nummer dat The Beatles ooit aan tape toevertrouwden. Alsof er met het einde in zicht nog één keer de grenspalen van wat rockmuziek kon zijn een paar meter verplaatst moesten worden. Een mens zou van minder blisters on his fingers krijgen.
Hoogtepunt: 0'00''. Ja, dus oòk gewoon die openingsriff. Daar valt gewoon niet mee te discussiëren. Of heeft u ooit op de Python in de Efteling rechtsomkeer proberen te maken?

15. Can't Buy Me Love

Oftewel de nonchalante branie van een stel onstuitbare jonge knapen. Geschreven door Paul McCartney op een hotelkamer in Parijs, is "Can't Buy Me Love" een van die uit de losse pols neergepende wereldhits zoals de Beatles ze in hun beginjaren aan de lopende band leken te maken. Het nummer stuitert op en neer, rammelt onbedaarlijk, swingt als geen ander, en trekt in de vaart een meisje mee de dansvloer op. Ringo mept erop los, en wat Harrison hier doet kon toen nog doorgaan voor "scheuren". Instant meezingbaar, verslavend in al zijn eenvoud, ietwat naïeve tekst, oftewel alles wat een goede Beatles-song in die vroege jaren nodig had. Op de achtergrond hoor je nog net niet de zoveelste vrouwelijke fan gillend flauwvallen.
Hoogtepunt: 0'35". Die eerste "I don't care too much for money/ money can't buy me love", met in het midden die fantastische break die het nummer omhoog stuwt.

16. Help!

Nog zo eentje dat meteen ter zake komt, maar bon: bij een S.O.S. draait een mens niet rond de pot. "Help!", dus, want al dat succes werd Lennon langzamerhand te veel. Het jaar was 1965 en The Beatles zullen langzamerhand klaar zijn met al dat gekrijs bij concerten, maar nu nog even niet. "Help!" is het laatste moment voordat energie wordt ingeruild voor studiovernuft, maar alles wat straks de aandacht zal opeisen staat al klaar. Luister naar de manier waarop de backing vocal van McCartney nu eens mee- dan weer tegenzingt en die heerlijke versnellingkjes.
Hoogtepunt: 0'45''. "Won't you pleaaaaase". Dat falsetje! Lieg niet: ook u heeft het ooit proberen na te doen.

17. Here Comes The Sun

De laatste jaren misschien wat te vaak verzeild in belegen reclamecampagnes -- zelfs in de presidentscampagne van Donald Trump godbetert -- maar in essentie nog steeds een onverwoestbare song waarmee George Harrison nog maar eens bewees dat hij in de laatste Beatles-jaren even hoge kwaliteit als Lennon en McCartney kon leveren. “Here Comes The Sun” heeft tekstueel weinig om het lijf en is vooral een showpiece voor Abbey Road’s meesterlijke arrangementen: hoor maar hoe die eenzame akoestische gitaar doorheen de song een klein leger aan strijkers, elektrische gitaren en orgeltjes meesleurt in zijn vreugdevolle aanbidding van de zon. Luister overigens vooral eens naar de geremasterde versie van deze song, die voluptueuze arrangementen barsten des te meer als oogverblindende zonnestralen uit het klankbeeld.
Hoogtepunt: 1’59”. De laatste van zes alsmaar aanzwellende riedeltjes in de bridge, alsof Harrison een kleine muzikale zonnegroet-flashmob in beweging heeft gezet.

18. Blackbird

Achteloos rondgestrooid tussen al de gekte en experimenten van The White Album liggen enkele van de hoogste toppen uit het Beatles-repertoire. Deze “Blackbird”, een niemendalletje dat McCartney schreef na het lezen van Khalil Gibrans The Broken Wings, is daarvan misschien zelfs de beste. McCartney vertelt niet zomaar de roman na, maar grijpt de gespannen sociale context waarin het liefdesverhaal zich afspeelt aan om een symbolische impressie te weven over sociale rechtvaardigheid en het heft in eigen handen nemen. Grote idealen, die misschien nog wel het best werken doordat ze begeleid worden door een ingetogen maar bijzonder effectieve gitaarpartij, op zijn beurt geïnspireerd door niemand minder dan Johann Sebastian Bach. Grote inspiraties, kleine song, groots resultaat.
Hoogtepunt: 1'39''. “Blackbird” is een solosong van McCartney, maar dit begeleidende vogeltje dat wat mee komt kwetteren krijgt wel een glansrol toebedeeld.

19. Eleanor Rigby

De songs op Revolver worden algemeen als vernieuwend en “een opstap naar Sgt. Pepper's” gezien. Feit is dat de simpele en brave liefdesliedjes steeds meer verdrongen werden door teksten met inhoud. De realiteit van het leven buiten de studio sloop in het werk van The Beatles en “Eleanor Rigby” is daar het voorbeeld van: een aanklacht tegen armoede en eenzaamheid die in de jaren zestig pijnlijk en eerlijk was. En nu nog steeds is. Waarom leren we er niks uit?
Hoogtepunt: 0'00” tot 0'13”. “Ah look at all the lonely people.” De stemmen van McCartney, Lennon en Harrison brengen je meteen tot de essentie, aangevuld met een doeltreffend strijkersensemble. Genoeg om een mens te doen bleiten. Of te doen nadenken over zoveel miserie in de wereld.

20. A Day In The Life

Een song waar boeken over geschreven zijn, dus we beperken ons tot enkele flarden en raden u aan om in het pikdonker met een hoofdtelefoon hiernaar te luisteren en proberen te horen hoe waanzinnig dit moet geklonken hebben in 1967, lang voor “Paranoid Android” het meezingmoment van een Radiohead-concert was. Let op hoe Lennons stem langzaam van rechts naar links beweegt. Hoe Ringo Starr drumfill na drumfill improviseert. Hoe McCartney het halfweg swingend overneemt van Lennon. Hoe een orkest van laag naar hoog zweeft. Hoe de piano komt en gaat; Hoe er in nauwelijks vijf minuten tientallen melodieën en sferen passeren. En zeg dan nog eens dat The Beatles wat overroepen zijn.
Hoogtepunt: 4'21". Het slotakkoord. Op drie piano’s gespeeld en extra versterkt om de galm zo lang mogelijk te rekken. Slotakkoorder dan dit wordt het niet.

E-mailadres Afdrukken