Banner

In Memoriam Leonard Cohen (1934-2016)

Bjorn Weynants - 12 november 2016

“Ik ben van plan om eeuwig te leven”, verklaarde Leonard Cohen een paar weken geleden nog, nadat hij eerder had doen uitschijnen dat hij het einde voelde naderen. Het heeft niet mogen zijn: op 7 november overleed Cohen in zijn huis in Los Angeles. Zo claimde dat verdoemde jaar 2016 nogmaals een iconische muzikant.

Helemaal onverwacht kwam het nieuws dus niet. Zijn meest recente album, het een paar weken geleden pas verschenen You Want It Darker, voelde aan als een afscheid, het epitaaf van een van de grootste poëten die de muziekwereld gekend heeft. De manier waarop het nieuws van zijn heengaan verspreid werd, was tekenend voor de persoon Cohen. Toen gisteren het nieuws bekend werd gemaakt via zijn Facebookpagina bleek dat zijn overlijden al van drie dagen eerder -- 7 november -- dateerde en dat zijn stoffelijk overschot, conform zijn eigen wensen, al was bijgezet in het familiegraf in het Joodse Shaar Hashomayim kerkhof in zijn geboortestad Montréal. Cohen was een gevierd muzikant, maar vooral een gewoon en bescheiden persoon. Hij woonde niet in het chique Beverly Hills, maar in een gewoon huis in een doorsnee wijk van Los Angeles. Een huis dat hij deelde met zijn dochter Lorca. Na zijn dood kwamen op social media ook verhalen naar boven van gewone fans met wie hij contact had, als was hij een kennis van hen en niet de gevierde muzikant.

Nochtans leek er eerst niets op te wijzen dat Cohen de richting van de muziek uit zou gaan. Geboren in een gegoede Joodse familie in Montréal, concentreerde hij zich nadat hij afstudeerde aan de universiteit eerst op het schrijven. In de jaren ‘50 en ‘60 publiceerde hij een aantal romans (The Favourite Game en Beautiful Losers) en een reeks gedichtenbundels. Hij trok zich terug op het Griekse eiland Hydra om er in afzondering te schrijven, een gewoonte die hij ook later als songschrijver nog volgde. Zijn boeken verkochten echter nauwelijks en dus besloot Cohen om zijn te geluk te wagen als songschrijver.

Het zijn de eerste drie albums (Songs Of Leonard Cohen, Songs From A Room en Songs Of Love And Hate) waarmee hij in de periode 1967-1971 de basis legde van zijn oeuvre en faam. Muzikaal brachten ze niets nieuws aan -- sobere, van alle franjes ontdane folkmuziek -- en ook als zanger was Leonard Cohen technisch beperkt. Wat hij technisch als zanger miste maakte hij echter meer dan goed met een warme, gloedvolle stem en ingeleefde zang waarmee hij zijn muziek tot vlak bij de luisteraar bracht. Het waren echter vooral zijn teksten waarmee hij zijn unieke plaats in de folkmuziek opeiste. Meer dan wie ook -- ja, ook Bob Dylan -- was hij een dichter die zijn gedichten op muziek zette, geen muzikant die simpelweg poëtische songteksten schreef.

Daarna werd zijn muziek wat rijker en kwamen er meer orkestrale arrangementen aan te pas. Zij het met niet altijd even geslaagde albums tot gevolg. Toch schreef hij in de periode 1974-1984 een aantal van zijn bekendste songs, van “Chelsea Hotel #2” en “Who By Fire” tot “Hallelujah”. Het is vooral die laatste song die, mede dankzij de cover van Jeff Buckley, uitgroeide tot het nummer waar Cohen tot het einde mee geassocieerd bleef. De terugkeer op het voorplan, zowel commercieel als artistiek, kwam er in 1988 met I’m Your Man. Ondanks de gedateerde productie -- het album dateert uit de jaren ‘80 en dat hoor je er aan -- bevatte het zijn sterkste collectie songs in jaren. “Everybody Knows”, “First We Take Manhattan” en “Tower Of Songs” groeiden uit tot klassieke Cohen-nummers. De werkwijze op dat album -- een door synthesizers gedomineerde sound en het prominente gebruik van vrouwenstemmen -- werd de modus operandi voor de rest van zijn albums. Al leverde dat wisselvallige resultaten op, van sterke albums als The Future en het onderschatte Ten New Songs tot middelmatig geneuzel op Dear Heather.

In de jaren ‘90 werd Cohen bekend bij een jonger publiek, dankzij het gebruik van een aantal van zijn nummers in films als Pump Up The Volume, Exotica en Natural Born Killers, en door de namecheck van Kurt Cobain in Nirvana’s “Pennyroyal Tea”. Cohen zelf trok zich in deze periode terug uit de jachtige Westerse wereld. Hij volgde zijn leermeester Kyozen Joshu Sasaki naar diens Zen-klooster op Mount Baldy nabij Los Angeles waar hij tot Boeddhistisch monnik gewijd werd.

Het leek erop alsof Cohen de muziekwereld, op een occasioneel album na, goeddeels vaarwel gezegd had, tot in 2005 bleek dat zijn vroegere manager hem financieel gepluimd had. Noodgedwongen moest hij, voor het eerst in 16 jaar, weer de hort op. Wat begon als een noodzaak om geld in het laatje te brengen, groeide uit tot een artistieke wedergeboorte. Wie een concert bijwoonde -- in België stond hij de afgelopen jaren in totaal zo'n tien keer -- was geen getuige van een snel afgehaspelde best of-set, maar van een bijna mystieke viering van de dichter en muzikant Cohen waaarmee hij zelfs onpersoonlijke bunkers als Vorst Nationaal of het Sportpaleis omtoverde tot een intiem zaaltje. Een zeventiger die iedere keer weer zijn verwondering de vrije loop liet over de loftuigingen waarmee zijn publiek hem overlaadde. Geen moeite was hem te veel tijdens de tot drie uur durende concerten en de dankbaarheid naar zijn medemuzikanten toe was ontroerend (“on backing vocals and gymnastics: the sublime Webb sisters”). Als een supernova, een laatste eruptie voor het heengaan, bracht hij de voorbije jaren nog drie albums uit. Het zijn stuk voor stuk goeie albums, al werden de hoogten van zijn allerbeste werk daar niet meer gehaald.

En zo eist 2016, dat verdoemde jaar, na David Bowie, Prince en nog een hele resem anderen nogmaals een uniek muzikant. Geen commercieel succesvolle wereldster, maar een artiest die een volstrekt eigenzinnig oeuvre nalaat, een man met teksten die diep snijden, een gentleman die zijn fans weet te raken als weinig andere muzikanten dat kunnen. De wereld is een minder mooie plaats geworden zonder Leonard Cohen, net op een moment dat ze die schoonheid harder kon gebruiker dan ooit tevoren. Gelukkig is er nog altijd zijn muziek, of zoals hij het zelf verwoordde: “There’s a crack in everything, that’s how the light gets in.”

E-mailadres Afdrukken