Banner

Terry Allen

Lubbock (On Everything) (1979)

Bjorn Weynants - 12 oktober 2016

Terry Allen mag bij een kunstminnend publiek vooral bekend zijn als beeldend kunstenaar, muziek is meer dan zomaar een bijberoep voor hem. In 1979 bracht hij Lubbock (On Everything) uit. Een album dat zowel een zoektocht is naar zijn eigen herkomst als een schop onder de kont van de countrymuziek.

In de jaren ‘70 zat de countrymuziek vastgeroest in een steriel patroon. Het waren de studiobonzen in Nashville die bepaalden hoe de muziek moest klinken en welke muzikanten er dienden mee te spelen op de albums van hun artiesten. Langzaamaan kwam er echter vanop twee flanken reactie tegen deze rigide en doodlopende richting die de muziek uitging. Langs de ene kant waren er de muzikanten die het systeem van binnenuit wilden veranderen, door hun wil aan de platenmaatschappijen op te leggen. Kris Kristofferson, voorheen vooral actief als songschrijver, met in zijn zog muzikanten als Willie Nelson en Waylon Jennings, was de eerste. Het waren artiesten die reeds enige renommee verworven hadden in het wereldje.

En dan waren er de muzikanten die van buitenuit de countrymuziek een ferme injectie waarachtigheid meegaven, vaak op kleine en obscure labels. Eind jaren ‘60 werd de basis daarvoor gelegd door Mickey Newbury en Townes Van Zandt, alvorens in de jaren ‘70 een hele nieuwe lichting zou opstaan met namen als Guy Clark, Billy Joe Shaver, Joe Ely en Terry Allen. Het was die zogenoemde ‘Outlaw country’ die de kiemen legde voor wat in de jaren ‘90 zou doorbreken als alt.country.

In dat nochtans al bonte gezelschap was Terry Allen op zich ook nog een buitenbeentje. Vader Sled was een oud-baseballspeler die allerlei concerten voor een gemengd publiek -- iets wat geen evidentie was in het oerconservatieve Texas -- organiseerde. Moeder Pauline was een jazzpianiste die samenspeelde met zwarte muzikanten.

Lubbock, de kleine stad waar Allen opgroeide, ligt in de Texas Panhandle; een dor en droge streek waar alleen maar katoen groeit. Een vlakke streek ook, wat Allen ooit de uitspraak ontlokte dat je op een heldere dag de achterkant van je eigen hoofd kunt zien als je op een stoel staat. Het was een bekrompen stadje waar Allen zich niet in zijn sas voelde. Pas toe hij er lange tijd weg was besefte hij in welke mate Lubbock hem mee gevormd had.

Zelf speelt de jonge Allen piano, een zeldzaamheid in de countrywereld en eenmaal oud genoeg kon hij zijn geboortestreek niet snel genoeg verlaten. Niet om naar Nashville -- het Mekka van de country -- te gaan maar om Los Angeles te verkennen, waar hij een diploma in de architectuur behaalde en actief werd als visueel en beeldend kunstenaar.

In 1975 had Allen zijn debuut Juarez uitgebracht, in een beperkte oplage. In dat album wordt er een lineair verhaal -- een ontspoorde roadtrip -- verteld en het is een onderdeel van een artistiek geheel dat verder bestaat uit lithografieën, een toneelstuk en performance art. Muzikaal is het, wegens geldgebrek, uitermate sober: enkel Allen op zijn piano en occasioneel een gitaar. Lubbock (On Everything) daarentegen bestaat uit nummers die over een langere periode geschreven zijn, zonder een duidelijke rode draad en voorzien van een uitgebreider instrumentarium.

Initieel wilde Allen het album gedeeltelijk in Los Angeles en in New York opnemen. Al snel kwam hij tot de conclusie dat dat onpraktisch was en koos hij voor de goedkopere optie om terug te keren naar zijn geboorteplaats om daar in de Caldwell Studio’s zijn tweede album op te nemen, met 21 nummers die hij de voorbije jaren geschreven had onder de arm. Pas de dag voor hij de studio introk ontmoette hij de muzikanten die meespeelden op het album voor het eerst. Deze muzikanten stonden niet voor een eenvoudige opdracht. Allen was immers niet gewoon om met anderen samen te spelen en had een geheel eigen gevoel voor ritme ontwikkeld dat de anderen maar moesten proberen te volgen.

Hoewel de liedjes die op Lubbock (On Everything) terecht kwamen over een periode van meer dan tien jaar geschreven waren, waren er toch een aantal terugkerende thema’s. Dat werd nog duidelijker gemaakt door de nummers met een gelijkaardig onderwerp (Lubbock, de kunstwereld, persoonlijke songs…) samen te zetten. Onderwerpen die verschilden van wat je traditioneel in country songs tegen kwam. “The Great Joe Bob (A Regional Tragedy)” handelt over de achterkant van de American Dream door het verhaal te vertellen van de – fictieve -- high school sportheld die aan lager wal geraakte. Of het lot van de achtergebleven weduwe van een in Vietnam gesneuvelde soldaat in “Blue Asian Reds (for Roadrunner)”.

Zelf noemt Allen de nummers die op Lubbock (On Everything) terecht kwamen satirisch. “Then he got suspended for acting obscene / around the Cum-Laudy, Cum-Laudy / daughter of the dean” klinkt het in het al eerder genoemde “The Great Joe Bob”. Tevens zijn de songs, hoewel op het eerste zicht heel erg specifiek, vaak net erg universeel. “High Plains Jamboree” en “Lubbock Woman” zijn karakterschetsen, misschien wel vaagweg gemodelleerd op verhalen die Allen opgepikt heeft maar die toch meesterlijk de condition humaine beschrijven. Op andere momenten speelt hij met de clichés van de countrymuziek: de outlaw cowboy Jesse James wordt bij Allen in “New Delhi Freight Train” een soort Gandhi van het Wilde Westen.

De sleutelsong van het album is “Amarillo Highway” waarop hij in het reine komt met zijn afkomst. Pas door de heimat te verlaten en er later terug te komen beseft hij dat je de man wel uit Texas kunt halen, maar Texas niet uit de man. Of zoals hij het zelf zingt “I don’t wear no Stetson / But I’m willing to bet son / That I’m a big a Texan as you are”. Zijn geboortestreek maakt een onlosmakelijk deel uit van zijn DNA, hij had niet dezelfde muziek kunnen maken als hij in een progressief kuststadje was opgegroeid.

Het album werd geen groot commercieel succes, daarvoor was Allens muziek te eigenzinnig, toch was het een van die albums uit de jaren ’70 die de grondslag legden voor de alt.country en de hele rootsrevival die in de jaren ’90 ontstond in het kielzog van bands als Uncle Tupelo en The Jayhawks. De ongecompliceerde, losse en vooral eigenzinnige manier van componeren en musiceren alsmede een bredere thematische invulling en een progressieve invalshoek, waren voor deze bands een overvloedige bron waaraan ze zich konden laven. Lubbock (On Everything) blijft echter Allens muzikale pièce de résistance: een uniek album van een uniek muzikant.

Lubbock (On Everything) wordt op 14 oktober opnieuw uitgebracht door Paradise of Bachelors in een 2CD en een 2LP versie. Voor het eerst wordt het volledige album op CD uitgebracht. Op voorgaande versies werd “High Horse Momma” weggelaten om het album op een enkele cd te krijgen.

E-mailadres Afdrukken