Banner

The Belgian Connection (2016), Pt. 2

Jens Maurits Orchestra, Dré Pallemaerts & BeraadGeslagen

Guy Peters - 06 juli 2016

U heeft het misschien nog niet gemerkt, maar jazz is de voorbije jaren bezig aan een stevige opmars in België, en ook internationaal. Er is weer meer aandacht voor (al zijn het natuurlijk steeds de grote namen die met de aandacht gaan lopen), het publiek lijkt te verjongen en er staan een paar jongere generaties te trappelen om hun hedendaagse toevoeging aan het genre te delen, terwijl een resem veteranen gestaag blijft produceren. Tijd om een resem van hen eens onder de loep te nemen. Met vandaag de focus op een paar drummers en hun projecten.

Jens Maurits Orchestra – They Do It For A Reason (Suite)

Ongetwijfeld een van de markantste projecten die in deze reeks aan bod zullen komen. De bepalende muzikant achter deze band, is drummer Jens Bouttery, die samen met filmmaker Daan Milius al indruk maakte met The Dubtapes, een paar jaar geleden. Daarbij werden interviews die vooraf gevoerd werden met muzikanten, live muzikaal begeleid. Voor de voorstelling Triggers & Thresholds> gooiden de twee het over andere boeg en gingen ze op zoek naar het antwoord op de vraag waarom muzikanten elkaars gezelschap opzoeken, wat hen zo bevalt aan samen musiceren. Een soort queeste naar zingeving dus, waarvoor ze naar verluidt zelfs te rade gingen bij antropologen. Die vertelden hen over triggers die wetenschappelijk bestudeerd werden, waarop de muzikanten die aangrepen om zelf ook een onderzoek te doen naar groepsdynamiek.

Naar goede gewoonte werd het een multimediale performance, waarbij de muziek van de zevenkoppige band ingepast werd in een installatie van Lucas Kramer en videomateriaal van Milius, en waarbij verhalen verteld werden die opgehangen werden aan de mythische figuur van ene Jean-Godefroy. Het album They Do It For A Reason bevat de muziek die voor de voorstelling gemaakt werd: vijftien vooral compacte stukken, die samen een suite van een uurtje vormen en waarvoor de band inspiratie opdeed bij o.m. hedendaagse klassiek, jazz, kamermuziek en elektronica. Door de combinatie van instrumenten, met viool (Rik Sturtewagen), cello (alweer Lennart Heyndels, die ook dubbelt op bas), bas (Joris Lindemans), gitaar (Benjamin Sauzereau), euphonium (Niels Van Heertum), piano (Dorian Dumont) en drums beschik je natuurlijk al over wat mogelijkheden, en die worden ten volle benut.

Het gaat van start met de uitbarsting van “Expanding Universe” en wat volgt laat zich niet zo eenvoudig omschrijven, omdat de band er in slaagt om talloze temperamenten, stijlen en sferen te laten zien en horen. Het ene moment klinkt dat dromerig, en door die combinatie van euphonium en piano is het verwant aan het werk van Jan Swerts, maar je hoort net zo goed de absurd-schimmige filmmuziek van Bill Frisell, hyperstrakke kamermuziekwendingen, pompommend blaaswerk en struikelende ritmes, of iel prikkelende schetsen die uitmonden in een pointillistische regenbui van ploffende klanken en tikkende ideeën. Pik je er hier en daar een paar losse stukken uit, dan voel je misschien ook wel de nood aan een visuele ondersteuning, lijk je je bewust van een leemte. Een extra reden om dit fijnzinnige hoorspel in één ruk uit te zitten.

Want het is pas dan, als je meegaat op die trektocht via precies uitgevoerde passages, met chaos flirtende momenten én ambientgetinte stromen, dat je je gewaar wordt van de verhalende boog die er in steekt, van de hypnotische kracht van sommige episodes en het opduiken van de stoorzenders, waarmee ze meer dan eens doen denken aan de helden van het ICP Orchestra. En dat zorgt ervoor dat de indrukken voortdurend wisselen; het ene moment kinds, lieflijk, dartel, absurd. Even later bedrukt, mysterieus, rafelig, uitnodigend. En om te compenseren voor het missen van het visuele aspect, krijg je er een geweldige vondst bovenop: een 90 pagina’s tellend fotoboek, samengesteld door Lisa Gambey, waarin je de avonturen van Jean-Godefroy kan volgen aan de hand van een vermakelijke en kleurrijke reeks foto’s (voorzien van hilarische, begeleidende tekst, of andersom) uit het eindeloos fascinerende dierenrijk.

Op 14/9 volgt er nog een release party, de precieze locatie moet nog bekendgemaakt worden. Het prachtig vormgegeven CD-boek kan besteld worden via het label.

Dré Pallemaerts - Coutances (52 Creations)

Dré Pallemaerts. Wie hem niet kent, staat een mooie ontdekkingstocht te wachten. Wie hem wel kent, weet dat de lijst muzikanten waar hij studio of podium mee deelde haast leest als een Wie is wie? van de jazz. Hij is ook bekend als studiotechnicus en leraar, maar vooral als ritmisch anker naast ‘lokale’ muzikanten als Toots, Kris Defoort, Bert Joris en Michell Herr, maar hij speelde ook met Bob Brookmeyer, Tom Harrell, Joe Lovano, Mal Waldron en John Scofield. Dezer dagen is hij vooral ook de man die zorgt voor de kale, ritmische grooves waar Melanie De Biasio haar nachtelijke sensualiteit op kan neervleien. Maar Coutances is iets anders, al zijn er ook wel een paar gelijkenissen.

Pallemaerts grijpt voor de bezetting immers terug naar zijn album Pan Harmonie (2007), maar dan zonder trompettist Stéphane Belmondo. Blijven over: tenorsaxofonist Mark Turner (Fly, David Binney, Stefano Bollani,…), pianist Bill Carrothers én Jozef Dumoulin, die hier zijn geliefde Fender Rhodes bespeelt. Elektrische en akoestische toetsen, zoals De Biasio die ook liet horen vanaf No Deal. Het zijn alleszins stuk voor stuk muzikanten waar de drummer een sterke affiniteit mee voelt en dat leverde al een paar keer bijzondere resultaten op (zoals toen Carrothers met Pallemaerts en Nic Thys in de Village Vanguard ging spelen). Coutances is zeker gebaat bij die samenhangen de hechte, soms ook wat etherische ambiance zal daar zeker uit voort gevloeid zijn.

In de twee vrije improvisaties – “Sun Salutation” en “Moon Salutation” -, die door andere ensembles doorgaans worden aangegrepen om de teugels te vieren en een lekker van jetje te geven, blijven de muzikanten vooral in de weer met sereen samenspel, met een zachte, gave klank van Turner in het eerste en een intimistisch onderonsje voor de klaviermannen in het tweede. Ook daarna blijft het samenspel dat het niet moet hebben van het grote gebaar of boude bewegingen. In “Bela Monte” en “Brussel-Parijs” wordt vooral gemikt op een evenwichtige en zwierige elegantie, waarbij wel snel duidelijk wordt dat Pallemaerts ondanks de goedaardige interactie meer is dan zomaar een functionele drummer. Hij laat de trommels en cimbalen dansen, zet voluit in op nuance en dynamiek. Vooral in dat laatste wordt ei zo na geflirt met de pop en doet de combinatie van drive en melodie wat denken aan de manier waarop Craig Taborn zijn Wurlitzer warm laat gloeien bij Chris Lightcap.

De nadruk ligt vooral op ingetogen materiaal, waardoor de spanning in de ballades soms wel wat dreigt te verdampen, zoals in “Oximore”, maar daartegenover staan wel een schone interpretatie van Satie (“Première Pensée Rose + Croix”) en het afsluitende “Seva”, dat ondanks een eenvoudige, haast minimalistische structuur wel een sleutelrol heeft voor het subtiel dansende drumwerk van de leider. Rest enkel nog buitenbeentje “Vrittis”, een donker, krakend beestje met een dreigende geest en amper onder controle gehouden energie. Het doet deugd om de band, inclusief de doorgaans gereserveerde Turner, eens lekker te horen doorduwen en stuwen. Dan maak je je ook wel de bedenking dat het album gebaat zou zijn met nog een of twee stukken met zo’n grillig reliëf. Het geeft Coutances alleszins een fascinerend randje, wat extra karakter. Misschien iets om live verder uit te werken, maar intussen is Coutances alweer een fijne plaat van een van een klepper van de Belgische jazz.

Pallemaerts staat op maandag 15 augustus op Jazz Middelheim met ‘Seva’, met als compagnons Bill Carrothers, Jozef Dumoulin, Robin Verheyen en Nic Thys.

BeraadGeslagen - BeraadGeslagen EP (W.E.R.F.)

Het duo BeraadGeslagen is natuurlijk niet zomaar het een project van een drummer, maar een samengaan van twee muzikanten met een even cruciale rol. Dat zijn toetsenist Fulco Ottervanger (Stadt, De Beren Gieren), die ook wat zingt, en alomtegenwoordige drummer Lander Gyselinck (LABtrio, STUFF., Ragini Trio, Kris Defoort, etc). We zagen ze vorig jaar met veel succes stunten op Jazz Middelheim, waar ze heel even een uitbundig feestje ontketenden op de Club Stage, die werd omgedoopt tot de vettigste funkkeet van Antwerpen en omstreken. Een tijd geleden verscheen deze “atypische W.E.R.F.-release”, zoals het label dat zelf noemde, want het is daadwerkelijk, maar niet geheel onverwacht, een buitenbeentje in de Brugse catalogus. En de vijfdelige EP, goed voor zo’n 25 minuten jazz op ’t randje, beantwoord ongeveer ook aan de verwachtingen. Die Bandcamp-tags - pop, experimental, jazz, post-everything, rhythm, Gent – vatten het boeltje dan ook prima samen.

De tussen kont, kraut en kitsch twijfelende ritmes en toetsen herkennen we immers nog al te goed, al wordt niet meteen in huis gevallen met de meest excentrieke ideeën. “Het alles” drijft dan wel op plastieken toetsen, maar de ruisende, ritselende brushes en sfeer zijn die van een warme, melancholische golf, een space trip als een slow motion slaapliedje waar op gezette tijden dolfijnklanken in opduiken. Dan laat prijsbeest “Suikerbeat”, dat we meteen herkenden, een heel ander geluid horen: volgestouwd met effecten die uit die kleurrijke keyboards van peuters getrokken kunnen worden (die valse scratching! die brommende synths! de kletterende, voorgeprogrammeerde ritmes!), maar dan gecombineerd met de struikelritmes van Gyselinck, die even willekeurig als retestrak klinken. Geen idee of die onnozel gecroonde lijnen – “Het rommelt maar aan / doorkruist mijn bestaan” – er in zitten om de boel wat te bezeiken of niet, maar het antwoord krijg je al van de geluidjes die zo weggeplukt lijken uit Mario Bros.

Ook “Nedersteprock” pakt uit met zo’n fluokleurige gekte en een woeste clavinetfunk die zo kan (en zal) omslaan in repetitieve, robotachtige synthpop. En die slaat op zijn beurt weer om in iets dat je doet afvragen hoe wijlen Prince zou geklonken hebben met deze twee knapen in z’n begeleidingsband. “The Peep” en “Nee Nee Pop In Japan” zetten zich ook zo verder, zonder al te veel sérieux, met een maf ideetje of wat per ongeluk ontglipte ratels uit een nieuw speeltje. Geinig en heel erg goofy. Onlangs gaven ze in een interview mee dat ze eigenlijk nog maar op halve snelheid zitten, of slechts een deel van hun kunnen aangeboord hebben. Dat is iets dat ze misschien wel moeten gaan doen om drie kwartier te blijven boeien met dit soort spul, maar hier wil dat lukken. En live, wanneer ze je sowieso de indruk geven dat ze voortdurend zitten te freestylen en je overrompelen met viscerale impact en oneindige mutaties, kan dat moeilijk fout gaan.

Het duo staat op 16 juli op Gent Jazz. De 10”-versie is te bestellen bij het label, de digitale versie via bandcamp.

E-mailadres Afdrukken