Banner

The Portuguese Connection (2016), Pt. 4

RED Trio & John Butcher + Fail Better!

Guy Peters - foto's: Nuno Martins - 01 juni 2016

In oktober van 2015 berichtten we uitgebreid over onze fascinatie voor (enkele gedaantes van) de hedendaagse Portugese improvisatie. Wat blijkt nu: een forse greep uit de artiesten die we toen aan bod laten komen, verzamelt van 2 tot 4 juni in de buurt van Lissabon voor DESVIO, een driedaags festival dat die scene uitgebreid in de kijker zet met dertien concerten. We zijn van de partij, maar niet voor we nog een aanvulling konden doen op de reeks, met vijf nieuwe delen. Met vandaag de focus op RED Trio & John Butcher en het kwintet Fail Better!.

RED Trio & John Butcher - Summer Skyshift

Er zijn in de hedendaagse improvisatie weinig geluiden die zo de oren doen spitsen als die van het RED Trio van pianist Rodrigo Pinheiro, bassist Hernâni Faustino en drummer Gabriel Ferrandini. Al met zijn titelloze debuutalbum in 2008 gooide de band hoge ogen, maar de internationale erkenning kwam er vooral met twee albums waarvoor er een vierde lid werd uitgenodigd. Empire (2011), met John Butcher, en Stem (2012), met Nate Wooley, maakten de band bekend bij een breder publiek, waardoor het kon uitgroeien tot een van de lokale vlaggenschepen. Na een terugkeer naar het trioformaat op Rebento (2013) verschenen intussen drie nieuwe releases: een met Mattias Ståhl (North And The Red Stream, 2014), een met de Polen Gerard Lebik en Piotr Damasiewicz (Mineral, 2015) en dan nog een tape van het trio (Live In Munich, 2015). Die releases leken iets minder aandacht te krijgen dan de albums waar ze hun reputatie mee vestigden. Iets waar Summer Skyshift, intussen al hun achtste release, ongetwijfeld verandering in zal brengen.

Op het Jazz em Agosto festival van 2015 bundelden ze immers opnieuw de krachten met John Butcher, en het duurt slechts enkele minuten voor je met een bedremmelde blik en open mond zit te luisteren naar die unieke sound. Wat veel van de grote kleppers van de vrije improvisatie gemeen hebben, dat is een synergie die het puur tastbare overschrijdt. Een goed concert van het Schlippenbach Trio, bijvoorbeeld, dat is meer dan eenvoudig en objectief te beschrijven interactie tussen Alexander von Schlippenbach, Evan Parker en Paul Lovens. Dan gebeurt er iets dat de zintuigen ontgaat, een communicatie die ontglipt, die je van de ene naar de andere plaats voert terwijl je je afvraagt hoe dat in hemelsnaam gebeurde. Het is iets waar deze Portugezen op een goede dag regelmatig in slagen en wat ook een paar keer gebeurde tijdens dit concert met saxmeester Butcher.

RED Trio is een band met een immens doorgedreven exploratie die twee richtingen uitgaat. Deze muzikanten werken met een enorme focus en precisie, zijn meesters van de timing, dosering, variatie en klankkleur. En dan gaat het vaak over een toewijding tot op het niveau van schijnbare details (texturen, accenten,…). Maar tegelijkertijd blijven ze ook het overzicht bewaren, slagen ze er schijnbaar moeiteloos in om die lange spanningsbogen intact te houden, een dynamiek te creëren die hen voert langs momenten van delirische extase en beukende grandeur, maar dus ook introvert en fijnzinnig samenspel. In het eerste deel van het titelloze drieluik waar het album mee opent, krijg je meteen zo’n voorbeeld van dat muzikale pointillisme, met de trinkle tinkle van Pinheiro, de kronkelige wegen van anker Faustino, het kletterende cimbalenwerk van Ferrandini en daarop dan die stotterende, scheurende klankenbrouwsels van Butcher. Het is interactie met talloze kleine dingetjes, momenten, lagen en ideeën, maar waarbij vooral de cohesie van de totaalbeweging opvalt, een rijke, woelige massa van geluid die je optilt, alle hoeken van de kamer laat zien en vervolgens weer netjes op je stoel zet.

Het tweede deel laat een kaler en meer meditatief geluid horen en is een springplank voor Butchers onnavolgbare werk op de sopraansax. De eerste helft van het derde deel laat dan weer horen hoe het trio geen gast nodig heeft om een fantastisch plateau te bereiken, met razendsnelle loopjes van Pinheiro, die Ferrandini countert met rusteloos stuiterende brushes. Met Butcher erbij krijgt het een haast vulkanische energie. Dat doen ze ook nog eens over voor het forse slotstuk, dat uitpakt met het hele gamma, van percussief geritsel en repetitieve abstractie tot een majestueuze collectieve zwier. Het label verwijst naar Coltrane. Terecht, maar dan wel met de bedenking dat het eerder gaat om de Coltrane van Live In Japan dan die van Blue Train, met een avontuur en openheid waarmee het kwartet zichzelf de kosmos in katapulteert. Kortom: indrukwekkend spul met een lillende urgentie, dat wat sterker teruggrijpt naar de freejazz die op enkele andere albums wat meer naar de achtergrond verdrongen werd.

Fail Better! - OWT

Dit kwintet met leden uit Porto, Coimbra en Lissabon zorgde met zijn debuut Zero Sum voor een van de verrassingen van 2014. De muzikanten lieten daarop een geluid horen dat met eindeloos geduld in elkaar gepast leek, maar terwijl de meeste andere bands dat doen met turbulente pieken of samenspel vol details en abstractie (of een combinatie van de twee, zoals het RED Trio), kreeg de muziek van Fail Better! doorgaans een sterke transparantie. Er werd gemusiceerd met controle (daarom nog niet synoniem voor stug of saai) en op een minimalistische manier, waardoor de stukken regelmatig iets ritualistisch kregen. Op OWT, een concertopname uit 2014, wordt dat laatste aspect nog sterker in de verf gezet.

Net als op Zero Sum lijken Marcelo Dos Reis (elektrische gitaar), Luís Vicente (trompet), João Guimarães (altsax), José Miguel Pereira (contrabas) en João Pais Filipe (drums) zich voort te bewegen als een hecht collectief met steeds een duidelijke focus of bestemming in het vizier. Dat uit zich hier niet alleen met die intussen bekende dosering en gestage processiegang, maar ook een nog sterker gehanteerde controle. “Former Times” komt kalm op gang, haast meanderend, met laagjes/instrumenten die zorgzaam op elkaar gelegd worden en waarbij het lyrische saxspel en de uitgesmeerde ruis- en schetterklanken van de trompet mooi gecontrasteerd worden. En dan dobbert en slingert dat, haast achteloos, met zachte verschuivingen, tot er naar het einde toe een opwaartse beweging gemaakt wordt met meer volume en densiteit, maar zonder échte ontlading. Geweld of explosiviteit is niet aan Fail Better! besteed; hier staat de dromerige trance centraal.

Daarna zal het ritmische element meer centraal gaan staan. Had het hiervoor soms iets van het folkachtige aftasten van Chamber 4, een andere band met Dos Reis en Vicent in de gelederen, dan is “Sidereal” een pure rite, een mantra. Niet als zwaar beladen spiritualiteit, maar als een haast pastorale beweging, op een cadans van een uitgepuurd ritme. Hier staat de richting centraal, de hypnose, al de rest komt te vervallen, met een altsax die zachtjes vloeit, ook als de rest er weer het zwijgen toe doet. En lijkt “In Between” zich even op te werpen als de breekbare ballade van dienst, dan duikt ook hier een cimbaalritme op dat het knappe vlechtwerk van trompet, sax en gitaar tot het einde begeleidt. Bloedmooi.

De twee langere stukken op de tweede albumhelft (OWT verschijnt enkel op vinyl) worden ingeleid door een gong, die opnieuw suggereert dat er gewerkt zal worden met eenvoud, basisingrediënten. Vicente schildert met ruis en geperste lucht, Guimarães soleert fragiel melancholisch en Dos Reis gaat gaandeweg steeds expressiever en grilliger soleren, zonder daarom op de voorgrond te treden. Het is van een ingetogenheid die ook slotstuk “Stellar” kenmerkt, en waarin de vijf maximaal inzetten op het combineren en resoneren van klanken. Maar luister vooral hoe trompet en sax hier op elkaar inspelen en het spel van Dos Reis plots een Afrikaans getinte draai krijgt. Het is hier kaler en abstracter dan tevoren, maar dat zonder dat het de samenhang ook maar een seconde in gevaar brengt. OWT is bovenal een album dat coherent is, en waarop de hele groep centraal staat. Dat zorgt er in combinatie met die duidelijke focus en transparantie dan ook voor dat het een verrassend toegankelijk en mooi album geworden is, waar je niet enkel naar kan blijven luisteren, maar dat je ook kan gebruiken om aarzelende luisteraars binnen te lokken in de wereld van de improvisatie.

Opmerkelijk is dat de band rond het verschijnen van zijn tweede album ook een verandering in de bezetting aankondigt, waarbij Guimarães vervangen wordt door Albert Cirera (o.a . Duot) en Pais Filipe door Marco Franco (Deux Maisons, Clocks And Clouds,…). Benieuwd wat dat gaat betekenen voor het groepsgeluid.

E-mailadres Afdrukken
Tags: RED Trio