Banner

DOSSIER MADCHESTER: Rave On

House, Haçienda en The Second Summer Of Love

Marc Goossens en Matthieu Van Steenkiste - 12 november 2015

Madchester, dat was in de eerste plaats de culminatie van dertig jaar rock- en dansgeschiedenis in de tweede belangrijkste stad van Groot-Brittannië. Geen jeugdig volk dat beter wist hoe te dansen en hoe de gitaar in het rond te slingeren, dan de jonge Mancs. Met de juiste drugs als katalysator kon de vlam eind jaren tachtig helemaal in de pan slaan.

Club- en bandcultuur, het zijn twee werelden die in Manchester lange tijd één waren; de meeste clubs programmeerden in de jaren veertig en vijftig immers zowel livebands als dj’s, die vaak als eersten het Britse publiek in contact bracht met de allerlaatste muziekstijlen uit de Verenigde Staten. Door de aanwezigheid van een haven én een Amerikaanse luchtmachtbasis in de buurt, vonden na jazz en rock-‘n-roll ook andere, veelal zwarte stijlen, zoals blues en soul (en nog later funk en disco), heel snel hun weg naar de stad.

De scheiding tussen band- en clubscene kwam er in de jaren zestig, toen het succes van The Beatles ook heel wat jongelui in Manchester motiveerde om een gitaar, een bas en een drumstel te kopen en hun eigen songs te schrijven. Greater Manchester telde op het hoogtepunt van de beatscene honderden pubs en clubs, waar men -- al dan niet onder invloed van amfetamines of andere peppillen -- terecht kon voor optredens van lokale grootheden zoals Herman’s Hermits en The Hollies. Toen de misdaadwereld zich op de pillenhandel stortte, was het uit met de pret: de overheid greep in en nagenoeg alle beatclubs werden in één klap gesloten.

Even succesvol waren de Northern Soul-clubs die zich buiten het centrum van de stad bevonden, want ondanks de beatboom had zwarte muziek nog niets ingeboet aan populariteit. Deze clubs, waar dj’s opzwepende, snelle en vaak obscure soul uit Detroit, Los Angeles, New York en Chicago draaiden, kregen elk weekend duizenden bezoekers over de dansvloer voor een heuse all-nighter. De scene zou overeind blijvend tot in de jaren tachtig en deed vooral door het fanatisme en de beleving van de fans sterk denken aan de Madchester-scene even later.

De beste platencollecties

In de eerste helft van de jaren zeventig was er in Manchester echter geen sprake meer van een echte bandscene. Wie een beetje succes had trok naar Londen of stak de grote plas over. Voor muzikale gebeurtenissen van enige betekenis was het wachten tot er een grote naam kwam optreden in de Free Trade Hall. Het was wachten op de komst van de Messias, vermomd als antichrist, om verlossing te brengen. De passage van de Sex Pistols op 4 juni 1976 schudde de stad wakker. Hoop en al veertig mensen waren er écht bij die avond, maar de meesten onder hen gingen wel naar huis met het idee "Hey, dit kunnen wij ook!" De volgende dag werd een shitload aan bandjes opgericht.

Het werd het begin van de wedergeboorte van Manchester als muziekstad. Volgens Tony Wilson, tv-presentator en oprichter van het legendarische Factory-label, waren de jongeren in Manchester niet alleen open van geest, ze hadden ook de beste en meest gevarieerde platencollecties van het hele land. Al die invloeden kwamen samen in de platen van A Certain Ratio, Joy Division, The Smiths en The Fall, al waren het vooral ACR en New Order die al in het begin van de jaren tachtig het beste uit dance en alternatief wisten samen te brengen in een vernieuwend, fris geluid.

De Mexican Wave van Ecstasy

Het mag dus geen wonder heten dat het in Manchester was dat housemuziek voor het eerst voet aan Britse wal zette. Eerst in de overwegend zwarte clubs, tot ook daarbuiten de oren werden gespitst. In The Haçienda, bijvoorbeeld, de club die Factory Records in 1982 had geopend met het geld dat New Order binnenbracht, met het vast plan om dezelfde atmosfeer -- kaal interieur, industriële feel -- te scheppen zoals de groep dat in hippe New Yorkse etablissementen als Paradise Garage en Dancetaria had leren kennen.

Niet dat dat meteen een succes was. De club zou in de eerste jaren van zijn bestaan consequent verlies maken en hoogstens in leven worden gehouden dankzij het geld dat New Order binnen bracht. Tot dan toch nieuwe dj's de kans kregen en de houseplaatjes die zij draaiden voor een kentering zorgden. Al snel zouden die Nude-avonden consequent voor het bordje "uitverkocht" zorgen en grootheden uit Detroit en Chicogo als Frankie Knuckles en Adonis kwamen maar wat graag een gastsetje afleveren.

Het was een soundtrack van acid house, drijvend op de typische baslijn van de Roland TB-303-machine. Door dj's als Paul Oakenfold van Ibiza naar Groot-Brittanië overgebracht, veroverde het gestaag zijn publiek. En toen vond naast housemuziek ook de nieuwe drug ecstacy zijn weg van datzelfde party-eiland naar Manchester. Het was het ingrediënt dat de saus finaal deed binden. "Het was een Mexican Wave die in drie weken de club overnam", herinnert Nude-dj Mike Pickering zeg. "Plots zat iedereen aan de E; kon ik gerust een plaat stoppen, mijn handen in de lucht steken, iedereen ontplofte en de club stond op zijn kop."

"Voordien zat een dancing vol geile stagiairs in gesteven witte hemden en klitten de meisjes samen als een troepje verwarde wildebeesten. In The Haçienda voelde het alsof een generatie plots een zucht van verlichting slaakte toen de druk van die jacht wegviel", vat dj en The Face-journalist John McCready samen. "De oversized baggy-kledij die bij de muziek en de tijdsgeest hoorden, deseksualiseerde alles. We zagen er allemaal verschrikkelijk uit, zoals we daar stonden in de zweterige damp van tweeduizend dansende lijven. Zelfs de leuning van het balkon boven de dansvloer plakte van het gecondenseerde zweet. En plots begon de muziek, al die plaatjes die over dansen praatten als "werken" als in "Work It To The Bone", steek te houden. Je voelde gewoon hoe de down inzette van zodra de muziek ophield. De zaal werd ijskoud wanneer op het eind van de avond de nooduitgang werd opengezet en we snel-snel de deur werden uitgewerkt; terug naar de genadeloze werkelijkheid. Tot de volgende vrijdag. De hele ervaring was verslavender dan de drugs zelf. Je wilde dat het nooit zou ophouden."

Alle remmen los

Het mogen dan twee zomers en een koude winter zijn; die eindeloze periode tussen lente 1988 en najaar 1989 zou niet voor niets te boek komen te staan als The Second Summer Of Love. Engeland zweette in een delirium van opgepompte beats en het door xtc aangedreven gevoel van allesomvattende liefde. Uiteindelijk zou zelfs de mainstream voor de bijl moeten en voor de underground bedoelde dance-acts als S'Express en The KLF stonden plots te blinken in de hitparades tussen Rick Astley en de jonge Kylie Minogue.

Snel werd duidelijk dat het om veel meer ging dan alleen muziek. Voor velen was het niets minder dan een way of life, een gemoedsgesteldheid die niet alleen muren sloopte tussen genres, maar ook tussen voorheen schijnbaar onverzoenlijke jongerenculturen en bevolkingsgroepen. Het was een scene waarin de enige regel was dat er geen regels waren, alleen ‘opties’ en opportuniteiten. De ecstasy gooide alle remm(ing)en los.

Er waren geen restricties: iedereen met ideeën was vrij om op zijn of haar manier kleur en richting te geven aan de nieuwe scene. Wie zichzelf niet voldoende getalenteerd voelde om een band te beginnen, stortte zich dan maar op het ontwerpen van platenhoezen, posters en T-shirts -- die van James zouden de band jarenlang financieel recht houden -- het maken van videoclips, het organiseren van (al dan niet) illegale party’s in (al dan niet) leegstaande gebouwen, begon met een fanzine, stichtte een eigen, onafhankelijk platenlabel of club, of verdiende zijn brood met het verhandelen van ecstasytabletten. Ze mochten haar dan hartsgrondig haten, Margaret Thatcher had trots moeten zijn op zoveel ondernemingszin.

Dit was meer dan een muzikale beweging, maar een culturele verschuiving. Tektonische platen schuurden en keerden, voorheen gescheiden werelden raakten elkaar. In een stad die danst kan het immers niet anders of dat sijpelt door de muur. Ook jonge rockliefhebbers als John Squire en Ian Brown, al van het begin van de jaren tachtig actief onder de naam Stone Roses, maar nooit doorgebroken, waren vaste gasten in The Haçienda en dan waren er nog de broers Shaun en Paul Ryder die met The Happy Mondays in 1987 hun eerste plaat hadden opgenomen voor het legendarische stadslabel Factory Records. Ook in hun muziek werd de invloed van die nieuwe dancehypes langzamerhand duidelijk, niet in het minst in "Fools Gold", een epische brok funkrock die Stone Roses -- ondertussen de heetste Britse band sinds The Smiths -- in november 1989 tot op Top Of The Pops bracht. Ze kregen er gezelschap van de Happy Mondays, die er hun eigen hit "Wrote For Luck" mochten brengen.

Het zou een van de beslissende momenten worden voor Madchester en de Britse natie. Het was een statement: "Weg met de plastieken, geprefabriceerde popsterretjes (Stock, Aitken & Waterman, remember?) en de hair metal-bands, wíj zijn de real deal en vanaf nu delen wij hier de lakens uit". De hypedetector van de pers en de media sloeg meteen aan; beide bands werden in één klap gebombardeerd tot de speerpunten van een nieuwe scene, waar al gauw ook stadsgenoten als Inspiral Carpets, James, 808 State en A Guy Called Gerald werden bij gerekend.

Gunchester

Het succes werkte aanstekelijk. In Manchester richtten fans van de Roses, de Mondays en de Carpets hun eigen groepjes op, maar slechts enkelen, zoals New Fast Automatic Daffodils ("Stockholm") en Candy Flip (met een bedenkelijke cover van "Strawberry Fields Forever"), scoorden ook elders een bescheiden hit. Northside, The High, Paris Angels, The Mock Turtles en World Of Twist waren veeleer succesvol in eigen land, terwijl een band als Sub Sub pas ééuwen later (begin jaren 2000) zou doorbreken als Doves. The Charlatans kwamen uit de West Midlands en verhuisden pas later naar Manchester, de thuisstad van zanger Tim Burgess.

Madchester werd pas echt een etiket dat op een bepaalde soort muziek werd gekleefd wanneer ook in andere steden groepen op de kar sprongen. Toen Happy Mondays en The Stone Roses het steeds moeilijker kregen om aan de -- vaak zelf gecreëerde -- hoge verwachtingen te voldoen, kon het feest verdergezet worden dankzij onder meer The Farm (Liverpool), Flowered Up, het jonge Blur (Londen), The Soup Dragons en Primal Scream (Schotland).

Het hoogtepunt was echter meteen ook het einde van de pret. De illegale raves liepen langzamerhand uit de hand -- verschillende drugsdoden vielen -- en de overheid begon zich langzamerhand steviger te verzetten met onder andere de groteske Criminal Justice Bill die "repetitieve muziek" verbood als gevolg. Dé doodsteek kwam echter van de georganiseerde misdaad, die zich niet alleen stortte op de drugshandel, maar ook een heuse portiersoorlog ontketende aan de deuren van de clubs. Madchester werd Gunchester en de droom spatte uit elkaar.

"Nieuwjaarsnacht 1989-1990 is volgens mij alles veranderd", concludeert ene Noel Gallagher, zo'n onbetekenende hanger-on van toen: "De klok sloeg twaalf, iemand kreeg een glas in zijn smoel en alles ging meteen op de schop. Het is nooit meer het zelfde geweest sindsdien: alle slechte drugs en gweren vonden hun weg terug naar de stad. Madchester duurde maar twee jaar, maar het voelde als een heel leven."

Bronnen citaten: The North Will Rise Again -- Manchester Music City (John Robb), The Guardian

E-mailadres Afdrukken