Banner

I Am... The Autobiography

Hoe Nas’ identiteitscrisis een motor voor ongebreidelde creativiteit werd

Gowaart Van Den Bossche - 14 april 2014

Vijf jaar nadat Illmatic de hiphopwereld op zijn kop had gezet, zat Nas met een knoert van een identiteitscrisis. Opvolger It Was Written had hem twee jaar erna dan wel de gewenste faam gebracht, maar werd vrij algemeen (zij het eerder onterecht) als minderwaardig aan het debuut gezien. Het ambitieuze groepsproject The Firm had bovendien een behoorlijke sof opgeleverd en ’s mans transformatie van straatwijsheid spuwende Nasty Nas tot louche drugsbaron Escobar werd niet alom gesmaakt.

Ondanks dat alles waren de verwachtingen voor Nas’ volgende plaat nog steeds hooggespannen. Zelfs de grootste criticasters konden immers niet ontkennen dat Nas op de hoogtepunten van It Was Written en op ettelijke gastverzen bij onder meer Raekwon en Mobb Deep nog steeds een MC van absoluut topniveau was. Bovendien was dit nog steeds dezelfde man die het ondertussen legendarische Illmatic op zijn naam had staan. Naar Nas’ officiële, derde plaat I Am... The Autobiography, een dubbelaar dan nog wel, werd dan ook reikhalzend uitgekeken -- niet in het minst dankzij de knallende, vooruitgeschoven single “Nas Is Like”. Nog voor de plaat zelfs maar was afgewerkt, werd een groot deel van het materiaal al op het internet gelekt.

In 1999 was dat nog maar zelden gezien en de reflexen die de muziekindustrie tegenwoordig min of meer heeft ontwikkeld om met een lek om te gaan, waren er toen helemaal nog niet. De reactie is dan ook minstens opmerkelijk te noemen: de plaat werd gedeeltelijk geschrapt, Nas nam vlug nog extra materiaal op en bracht het wisselvallige I Am... uit. Geïnspireerd door DMX, die twee platen in een jaar had uitgebracht in 1998, maakte Nas aan het einde van 1999 ook nog het alom verguisde Nastradamus. Oorspronkelijk was het plan dat daarop alsnog veel van het geschrapte materiaal van de oorspronkelijke dubbelplaat terecht zou komen, maar uiteindelijk bleek Nas ook hier grotendeels nieuw materiaal te hebben opgenomen. Is I Am... nog voor grofweg de helft gevuld met goed tot uitstekend materiaal, dan is het op het totaal stuurloze Nastradamus echt zoeken naar een handvol uitschieters tussen de doordeweekse glitterproductie en vaak ongeïnspireerde teksten.

Beide platen worden samen met het flauwe massaproject QB’s Finest uit 2000 dan ook vaak gezien als het dieptepunt van Nas’ carrière, waaruit hij met het toepasselijk getitelde Stillmatic (2001) zou herrijzen. Toch bieden deze platen en het gelekte materiaal -- waarvan een deel later werd uitgebracht op The Lost Tapes (2002) en een ander deel nog steeds enkel via bootlegs te vinden is -- een bijzonder boeiende inkijk in het artistieke proces van Nasir Jones en de plaat die I Am... The Autobiography had kunnen zijn. Op zijn minst is immers duidelijk dat Nas hier een ongekende creativiteit aan de dag legde, wat zich uitte in een enorme output van songs die in 1999 verschenen of hadden moeten verschijnen en waarvan een groot deel bovendien niet minder dan uitstekend te noemen is.

De vele mogelijke levens van Nasir Jones

Zoals de titel aangeeft, moest I Am... The Autobiography een losse conceptplaat worden waarin Nas verschillende aspecten van zijn op dat moment nog jonge leven belichtte. Geen doorsnee autobiografie echter, maar een waarin ook fictieve narratieven aan bod konden komen: alsof Nas een aantal verschillende mogelijkheden wou aangeven, paden die hij had kunnen inslaan maar om deze of gene reden niet had gevolgd, aangevuld met regelrechte fantasieën. “Undying Love” bijvoorbeeld, de afsluiter en een van de absolute hoogtepunten van I Am..., waarin een tragisch verhaal van overspel en passionele (zelf)moord wordt opgehangen aan levensechte beschrijvingen. Of “Drunk By Myself” dat uiteindelijk op The Lost Tapes belandde, waarin hij schrijft vanuit het standpunt van een figuur die wegkwijnt in een spiraal van dronkenschap.

De filmische nadruk die al hier en daar op It Was Written de kop opstak (zie vooral het magistrale “I Gave You Power”) kwam hier tot volle wasdom, met teksten die het ene klassieke filmbeeld na het andere oproepen. “Undying Love” is daarvan weer een goed voorbeeld, maar ook “Small World” (tevens op I Am...) en “Amongst Kings” (enkel in bootleg) tonen Nas in verhalende topvorm. Op die manier zou de plaat als het ware de vorm van een eclectische bundeling kortverhalen en de gekende straatimpressies aannemen. Een vrij doordachte bundeling overigens, want nadat “Undying Love” de eerste schijf afsloot, zou Nas op plaat twee herrijzen als “Nastradamus” na een passage in de hiphophemel in “Amongst Kings” -- alsof hij letterlijk een tweede kans kreeg om de wereld muzikaal doorheen de onzekerheid van Y2K te leiden. Dat laatste concept is nog hier en daar terug te vinden op Nastradamus maar verdrinkt haast totaal in de ongecoördineerde chaos van de plaat.

Voor andere tracks ging Nas echt de autobiografische toer op. Zo schreef hij in de uitstekende verborgen track op The Lost Tapes “Fetus (Belly Button Window)” -- vermoedelijk bedoeld als oorspronkelijke openingstrack -- over zijn ”ervaringen” in de baarmoeder en wat hij van de buitenwereld waarnam door het raampje in de navel van zijn moeder. In “Poppa Was A Playa”, een duidelijke speling op het klassieke soulnummer “Poppa Was A Rolling Stone”, besprak hij dan weer de chronische scheefpoeperij van zijn vader Olu Dara. “Project Windows” (op Nastradamus), “N.Y. State Of Mind Pt. II” (op I Am...) en “U Gotta Love It” (op The Lost Tapes) zijn dan weer doordrongen van de straatscènes die hem bekend maakten, al speelt ook hier die nieuw gewonnen filmische nadruk nog wat meer een rol dan op Illmatic.

De autobiografie als chaos

Deze en nog heel wat andere nummers doen inderdaad vermoeden dat I Am... The Autobiography een van Nas’ interessantste platen had kunnen zijn. Een klassieker zelfs? Dat dan weer niet. Omdat het een dubbelaar was en omdat Nas al eerder (en sindsdien ook keer op keer) liet blijken dat hij een bijzonder slecht selectievermogen heeft, zou veel materiaal waarschijnlijk alsnog geschrapt zijn ten voordele van veel minder sterke songs. De samenhang tussen de tracks zou wellicht ook redelijk zoek geweest zijn en net als I Am... en Nastradamus zou de plaat veel kanten tegelijkertijd op schieten. Grotendeels interessante kanten, dat wel, maar de nodige focus om een coherent album te maken ontbeerde Nas tijdens deze identiteitscrisis sowieso. Daarnaast zijn enkele van de geschrapte tracks al even weinig indrukwekkend als enkele mindere songs uit I Am... en Nastradamus. Nas die probeert te zingen op het funky “Day Dreamin Stay Schemin” bijvoorbeeld, niet bepaald om over naar huis te schrijven.

Maar dat het zo ongeveer het niveau van It Was Written had kunnen halen? Zeer goed mogelijk, en beter dan Nas’ andere dubbelplaat Street’s Disciple was het sowieso geweest, alleen al omwille van de fenomenale uitschieters. Het blijft echter allemaal giswerk, want naar hoe de tracklist van I Am... The Autobiography er exact uitzag, hebben we het raden. Toen de plaat geschrapt werd, was hij immers nog niet volledig afgewerkt, en met de filesharingprogramma’s uit de late jaren negentig kon je nu eenmaal enkel afzonderlijke tracks downloaden. De verschillende pogingen van fans om een reconstructie te maken, zijn dan ook wellicht voornamelijk idealistische selecties uit de bulk nummers die Nas in 1999 opnam.

Hate Me Now?

Nas en zijn management lijken zelf al helemaal niet geïnteresseerd te zijn in een reconstructie en beschouwen de platen die uitkwamen als volwaardige albums. Ook The Lost Tapes is uiteindelijk een vreemd geval, waarbij songs uit de sessies voor I Am... en Stillmatic door elkaar werden gegooid met nauwelijks enige duiding. Over een mogelijk vervolg wordt al jaren gepraat, maar met Nas’ labelverhuis van Columbia naar Def Jam lijkt daarvan niet veel meer in huis te komen. Bovendien zouden dan een hoop nummers die bedoeld zijn voor latere platen wellicht voorrang krijgen op het ondertussen vijftien jaar oude materiaal dat gemakkelijk via internet kan gevonden worden.

In een recent interview waarin gevraagd werd naar het ontstaan van Nastradamus verwees Nas enkel naar de DMX-inspiratie en was er zelfs geen sprake van het lek dat hem tot overhaaste beslissingen dreef. Op de terugbliktrack “Last Real Nigga Alive” (te vinden op God’s Son) wordt ook wel erg snel over deze periode in zijn leven gegaan. Wel valt tussen de lijnen te lezen dat Nas het zelf als een zwakker deel van zijn carrière beschouwt. Uit de hele aura rond Stillmatic kwam immers naar voren dat hij zich probeerde te bewijzen als nog steeds relevant, nadat Jay Z hem had uitgedaagd op “The Take-Over” (maar dat is dan weer een heel ander verhaal). Met Stillmatic werd sowieso een nieuw luik in Nas’ carrière geopend en werd het in 1999 opgenomen materiaal gereduceerd tot het verleden terwijl zijn blik volledig op het heden was gericht. Zo was zijn rap op de zelfverzekerde intro van die plaat behoorlijk duidelijk: “They thought I’d make another Illmatic / but it’s always forward I’m moving, never backward / Here’s another classic” Dit was niet meer de bijna huilerig verdedigende toon die hij aansloeg tegen de critici op “Hate Me Now” (de grote hit met Puff Daddy op I Am...), maar in één klap die kritiek zelfverzekerd neerslaan.

Het hele verhaal verandert misschien weinig aan de intrinsieke kwaliteiten van het rommelige I Am... en het extreem matige Nastradamus, maar biedt wel een perspectief waarmee ze gemakkelijker met de mantel der liefde bedekt kunnen worden. Bovenal benadrukt het dat deze platen, en dan vooral I Am..., niet zomaar verticaal moeten geklasseerd worden. Op z’n minst zou de fan de vele hoogtepunten uit deze platen moeten samenbrengen om dan samen met het relevante materiaal uit The Lost Tapes en wat bootlegs zijn eigen ideale plaat (al dan niet een dubbelaar) samen te stellen. Eindeloos puzzelplezier verzekerd!

E-mailadres Afdrukken