Banner

Illmatic

de mijlpaal die Nas een wereldster maakte en hiphop veranderde

Sigrid Janssen - 14 april 2014

Dat Illmatic een sterk album is dat zelfs twintig jaar na datum uit menig box gutst, is onomstotelijk. Maar wat maakt die plaat buiten categorie en hoe schudde ze de hiphopscène dooreen? Het is het verhaal van een visionaire rapper die zichzelf uit de ellende omhoog trok.

Queens, New York in de jaren zeventig, tachtig en negentig. Hiphop is er in volle bloei. De straten zijn gestoffeerd met creatieve durfals. Muren worden opgefrist met graffiti en MC’s delen verbale mokerslagen uit op parkjams. Deejays verkennen de grenzen van turntablism, terwijl breakdancers de ene halsbrekende move na de andere uitproberen. En in die aanstekelijke broeihaard groeit Nasir Jones op, ziet er als jonge snaak buurtgenoten Roxanne Shanté, MC Shan en Marley Marl aan het werk en besluit zelf de microfoon ter hand te nemen.

Met de nabijheid van zulke vernuftige MC’s lag de lat wel akelig hoog. Maar Nas had talent, iets dat ook producer Large Professor niet was ontgaan. Hij nam hem in de eighties mee naar de Power Play Studios, waar Nas een aantal nummers inblikte als Nasty Nas. Echt opvallen deed Nas echter pas in ’91 met zijn snedige rhymes op “Live At The Barbeque”, een track die hij samen met Main Source in elkaar stak. Op “Back To The Grill” rapte hij in ’92 met MC Serch.

Toen die laatste opmerkte dat Nas zonder label zat, contacteerde hij Faith Newman, A&R manager bij Columbia Records. Die was enthousiast en wilde de beloftevolle rapper tekenen. Nas zegde toe, maar bedacht zich bijna even snel. Chris Schwartz van Ruffhouse Records, die hij net had ontmoet, begreep het potentieel van hiphop immers veel beter dan Columbia. Dus verscheen single “Halftime” op diens label. Later zou Nas alsnog naar Columbia overstappen, na “Halftime” wisten ze daar redelijk goed wat hij wilde doen: een plaat maken die alles zou veranderen.

Onverslijtbaar

Wat Illmatic onverslijtbaar maakt, legt de New Yorkse hiphopper El-P treffend uit: “Illmatic makes me feel, like New York makes me feel”. Op Illmatic schetst Nas doordacht en helder op krachtige, bezwerende beats een indringend beeld van het leven in en rond de bruingrijze appartementsblokken van Queensbridge Housing Projects, de wijk waar hij zijn jeugd beleefde. Zowel de lyrics, de productie als het artwork ademen Nas’ leefwereld. Alles lijkt dichtbij: het gespuis, de kogelgevechten, de parkjams, het nihilisme en de onontkoombare angst. Een intro en negen tracks lang wanen we ons in Queensbridge.

Voor de sound ging Nas in zee met getalenteerde producers als Pete Rock, DJ Premier, Large Professor, L.E.S. en Q-Tip. Het resultaat is intense boom bap: mooie jazz- en soulsamples zijn subtiel vermengd met drumbeats en breaks. De productie knipoogt naar de muziek die Nas als kind vaak hoorde. Hij luisterde veel naar hiphop en naar de jazz- en soulplaten van vader Olu Dara, een jazz- en bluesmuzikant.

Nas’ rapstijl is op Illmatic bedaard en gestroomlijnd. Quasi moeiteloos rijgt hij zijn rhymes aaneen. De teksten zijn gedetailleerd en rauw. Ze verraden authenticiteit: ze komen uit het hart, uit het leven. Wat overal in doorschemert, is het portret van een jongeman die gevangen zit. Iets wat de cover ook accentueert: het gezicht van een zevenjarige Nas met een projectie van Queensbridge waar hij zo veel ellende zag. Zo werd zijn beste vriend Willie Graham aka Ill Will er voor zijn ogen neergeschoten en kreeg zijn kleine broer Jabari er een kogel in zijn been. Hij wilde aanklagen dat zo’n kindertijd voor veel Amerikanen een realiteit was.

Nas’ relaas zit knap ineen. Hij vermengt feiten met fantasie en vertelt vanuit diverse standpunten: het ene moment is hij een jonge bandiet, het andere een doorgewinterde schurk. Met filmische, spitsvondige verzen maakt hij de urbane sores tastbaar. Op “N.Y. State Of Mind” roept hij overtuigend een macabere streetsetting op. Hij gidst ons bevlogen door de straten van Queensbridge. Beelden van doorknede gangsters, zwendelaars, geweren en drugs versmelten met grimmige piano en beats. De zin “I never sleep, cause sleep is the cousin of death” brengt de achterdocht die bij zijn opgroeien hoorde erg dichtbij. Ontwapenend is het met xylofoonspel omzwachtelde “One Love”, een brief gericht aan een kameraad die in de gevangenis zit. Nas legt hem onomwonden uit wat er ondertussen is gebeurd. Op een aantal tracks zoals het melodieuze “Memory Lane (Sittin’ In Da Park)” sluimert een snijdend gevoel van gemis. Nas refereert regelmatig aan Ill Will en anderen die gestorven zijn. Optimisme en vreugde tekenen zich zelden af. Een zweem van broze hoop hangt op “Life’s A Bitch”. Nas moedigt aan alles uit het leven te halen. De bedwelmende cornetsolo van Olu Dara op het einde reflecteert de frictie tussen rooskleurigheid en vertwijfeling. Op “Halftime” en “One Time 4 Your Mind” haalt Nas wat amusante herinneringen op. Hij heeft het over de parkjams, de Jackson Five en een van zijn jeugdfeuilletons.

Nas kruist die woelige realiteit met de hiphopcultuur. Illmatic start met samples van Wild Style. Hij wilde zo de boodschap van die film uit 1983 over hiphop in de beginjaren benadrukken. Dat hiphop veel meer is dan een muziekgenre: het is de optelsom van breakdance, graffiti, turntablism, MC’s, spoken word en beats, en dus een grote culturele verandering. Hiphop als artistieke expressie: van niets iets creëren. Hiphop is een kunstvorm en een middel om grauwe buurten op te frissen en vetes anders uit te vechten, namelijk met creativiteit en niet met geweld. En dus belangrijk.

Keep it real

altIllmatic deed het hiphoplandschap op zijn grondvesten daveren. De albums Ready To Die van The Notorious B.I.G. en Reasonable Doubt van Jay Z, die in ’94 en ‘96 uitkwamen, namen het succesrecept van Illmatic over: introspectieve storytelling in combinatie met boom bap. Ook Jay Z zou plots opvallend soepel gaan rappen, terwijl hij vroeger met Jaz-O menig woordenstroom in razend tempo uitstootte. Zijn single “Dead Presidents” bevat een sample van Nas’ “The World Is Yours”. De hoes van Ready To Die dweept met die van Illmatic: een foto van een kind dat in de verte staart. Ook hier doemt de gedachte jong en verstrikt te zijn in een verwoestende cocon op. Raekwon en Ghostface Killah van de Wu-Tang Clan vonden de gelijkenissen iets te frappant. Op het nummer “Shark Niggas” hekelen ze de kopieerdrang van toen.

En toch vinden velen net in Illmatic de motivatie om het onbekende achterna te jagen, zich niet vast te klampen aan wat al is. Common verwoordde het ooit als volgt: “Our art was being challenged in many ways as the moneymen began to sink their teeth in us. It’s an album like Illmatic that keeps us going and reminds us of what’s possible”. Ondanks de overeenkomsten brengen Jay Z en The Notorious B.I.G. een eigen verhaal. Hun muziek zweemt naar die van Nas, maar ze is wel in hun belevenissen ondergedompeld. Een eigen gezicht zoeken en uitspelen. Keep it real; dat is de essentie die Illmatic markeert. Een houvast in tijden waar de ene hype de andere op de hielen zit. En dat er na Illmatic nog veel mogelijk was en is, werd al meesterlijk aangetoond door de debuutplaten van onder meer Mos Def, Lauryn Hill, Dizzee Rascal, The Streets, Baloji en recenter het tweede album van Kendrick Lamar. Stuk voor stuk artiesten die er, net zoals Nas, in geslaagd zijn hun leefwereld in woord, beeld, geluid en gevoel om te zetten. Muziek die met eigenheid doordrenkt is.

Niet elke copycat had de boodschap van Nas echter goed begrepen. Zijn idee om met meerdere producers te werken inspireerde dan wel velen, het leverde ook vaak een onsamenhangende sound op. Dat Nas elke producer naar Queensbridge had gesommeerd om er de sfeer te doorgronden, was hen ontgaan. Dat was evenwel belangrijk: elk geluid moest immers de plek belichamen waarover hij rapte.

Illmatic injecteerde ook de maffiosistijl in hiphop. Nas verwijst op Illmatic regelmatig naar Scarface en gangsters als Pappy Mason, een drugstrafikant die in Queens actief was en in ’94 levenslang kreeg. En hij rapt bij momenten vanuit het blikveld van zo’n figuur. Die stijl groeide langzaam uit tot een obsessie bij heel wat rappers. Ook Nas raakte erin verdwaald. Hij nam het alter ego Escobar aan en vuurde steeds meer fictie af die nog weinig reëel aanvoelde. Zo speelde hij bijna zijn status van straatpoëet kwijt. Tot Jay Z hem in 2001 met “The Takeover” rechttoe rechtaan op zijn strapatsen wees. Waarop Nas hem de les spelde met “Ether”. Weg was Escobar, Nasty Nas was weer aan zet. Maar wat volgde, zou een wisselvallig vervolg van een onklopbaar sterk begonnen carrière worden.

E-mailadres Afdrukken