Banner

SCRATCH & SNUFFEST: The Ex

“Muziek staat dichter bij een goede maaltijd dan bij een business plan”

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 30 oktober 2013

Je kan ze de laatste jaren regelmatig meepikken in deze contreien. Zonder, maar ook met gasten. Van hun laatste vier albums is er slechts eentje waarop de band in kwartetvorm te horen is en op 8 november staat de legende als headliner in Nieuwpoort, voor wat ongetwijfeld weer een topconcert wordt. The Ex, of hoe je tegelijkertijd Nederlands cultureel erfgoed en een van de best bewaarde geheimen van de rock-‘n-roll (en ver, ver daarbuiten) kan zijn.

Forward in all directions luidt de intussen bekende leuze van de band, en het is ook iets dat je op de meest uiteenlopende manieren mag interpreteren. Weinig bands hebben hun spectrum in de loop van hun carrière zo weten te verruimen. Het parcours dat The Ex in drie en een half decennium heeft afgelegd, blijft tot de verbeelding spreken. Hoewel er strikt genomen nog maar één stichtend lid in de band zit (gitarist Terrie Hessels), treedt de band altijd naar buiten als een blok. Met opmerkelijke persoonlijkheden, dat wel, maar trekkend aan hetzelfde zeel. Lang zag het er naar uit dat de bezetting die rond 1990 in z’n plooien viel stand zou houden.

Toch ging bassist Luc Ex in 2002, na bijna twintig jaar dienst bij de band, andere oorden opzoeken. Na hem volgden nog een aantal tijdelijke bassisten, maar sinds het midden van het vorige decennium doet The Ex het zonder bassist en met Andy Moors baritongitaar. Groter was ook de ophef toen vocalist/tekstschrijver G.W. Sok het voor bekeken hield in 2008. Hij werd snel vervangen door Arnold de Boer (Zea). Diens zang lijkt wat zachter, wat melodieuzer dan die van Sok, waardoor de band minder nijdig is gaan klinken, maar dat past dan weer bij de met bruisende blazers volgestouwde muziek die het kwartet de laatste jaren regelmatig laat horen. Bovendien voegt de Boer ook een gitaar toe aan het geheel, waardoor de band nog altijd in staat is om machtige gitaarpartijen tegen elkaar uit te spelen.

Internationaal

Dat bewegen in alle richtingen mag je trouwens ook letterlijk nemen. Net zoals ze intussen graag geziene gasten zijn in Ethiopië, zo zoekt de band ook liever minder voor de hand liggende oorden op om er cultuur en muziek op te snuiven. We vroegen aan de Boer hoe het was om onlangs met The Ex in Rusland te spelen en zelf ook nog eens concerten in Kosovo en Macedonië voor z’n rekening te nemen: “Het was geweldig, zowel in Rusland als in de Balkan. Zelf was ik sinds 2005 zeven keer in Rusland op tour en door de jaren heen zie je wel wat veranderen, ja. Moskou wordt telkens duurder en er rijden telkens meer hele dure auto’s. Maar als je het vergelijkt met 1990 is het natuurlijk helemaal extreem. Toen was The Ex er ook al en je kunt je voorstellen dat toen echt alles anders was.”
“In Kosovo was ik voor het eerst. Ik speelde op een documentaire-festival en er waren tientallen jonge mensen die het met z’n allen organiseerden en met heel veel kracht er iets erg bijzonders van maakten. Je merkt dan aan mensen dat ze met een open vizier van niets iets kunnen maken en geen beren op de weg zien. Ik hoop er snel weer te spelen. In Macedonië is wel iets vreemds aan de hand. Ik was er in 2009 voor het eerst en sindsdien hebben de machthebbers daar zich wel erg vreemde zaken in hun hoofd gehaald. Heel Skopje wordt omgetoverd tot een soort post-modern kitchmuseum. Er worden klassieke bruggen en pilaren geplant en overal staan reuzegrote standbeelden. Maar los daarvan vind je er geweldige mensen; ik had drie erg goede optredens met erg leuk publiek.”

Op de website van The Ex kan je dankzij een uitgebreide concertgeschiedenis bekijken waar de band al die tijd uitgehangen heeft. Wat snel rekenwerk (nu ja, zo snel ging dat nu ook weer niet) leerde ons dat de band stilaan op weg is naar 1700 optredens, waarvan maar liefst 93 (!) in België. Dat gaat dan vaak over Gent en Brussel, maar ook minder ronkende locaties als Koningshooikt, Lauwe, Opwijk en Ciney werden aangedaan. De band is ook kind aan huis op enkele rock- en improvisatiefestivals in Zwitserland en Oostenrijk, en voor de rest kom je de meest uiteenlopende routes tegen van Ethiopië, Bulgarije en Polen tot Canada en Brazilië. Maar hoe zit dat dan in eigen land en bij de Zuiderburen? En vallen daar opmerkelijke verschillen te rapen? de Boer: “Ja hoor. Maar die verschillen heb je in Nederland zelf ook al tussen bijvoorbeeld Friesland en Brabant. Maar met The Ex hebben we altijd wel erg goeie optredens in Belgie. Veel in Brussel en Wallonie, en ook in Vlaanderen spelen we regelmatig, alleen in Antwerpen spelen we eigenlijk nooit. Geen idee waarom niet.”
“Het publiek in België is wel anders. In Brussel wordt meer gedanst dan in Amsterdam en in Charleroi is het publiek wilder dan in Rotterdam. Qua organisatie hebben we in België misschien iets vaker te maken met collectieven die het optreden opzetten, maar goed, die heb je dan in Leeuwarden ook wel weer. Ik denk dat het vaak afhangt van net die paar mensen op de juiste plek waardoor er goeie avonden georganiseerd worden. Voor ons is dat ook heel belangrijk, dat we contact hebben met goeie mensen die ergens iets opzetten; heel simpel, dus direct contact. En uiteindelijk merk je dan dat er over de hele wereld goeie lui rondlopen met een goed hoofd en genoeg energie en middelen voor mooie avonden en festivals.

33 1/3

Eind 2012 vierde The Ex met een korte concertreeks z’n 33 1/3e verjaardag in o.m. Brussel en Amsterdam. Dat betekent dat de band al wat gezien en meegemaakt heeft. Werden ze aanvankelijk beschouwd als een punkband van z’n tijd, en dan doorgaans met anarchistische neigingen en linken met de krakersbeweging, dan is dat gaandeweg allemaal wat vager geworden. Hanteer je punk nog altijd als een vestimentair label, of hang je er opruiend gedrag, piekhaar en 3-akkoordengeram aan vast, dan is The Ex al lang geen punkband meer (en trouwens ook niet veel geweest), maar als je het bekijkt op het niveau van spirit, van onafhankelijkheid, van vertrouwen in eigen kunnen, begeestering en openheid, dan kan je niet om de band heen. Weinigen belichamen die oprechtheid en betrokkenheid zoals deze Nederlanders dat doen. In de jaren tachtig gebeurde dat regelmatig met sterk politiek geladen muziek, nu en dan had het iets van getoonzette propaganda, maar gaandeweg kwam het idee van de verbroedering en het positieve denken steeds centraler te staan in muziek die regelmatig feestelijk klinkt.

Het is dan ook opmerkelijk dat een band die de DIY-ideologie zo hoog in het vaandel voert en vaak contreien opzoekt waar armoede en oorlog helemaal niet tot een verleden behoren, toch zo’n grenzeloos optimisme aan de dag blijft leggen. Is die jachtige muziek eigenlijk ook niet geschikt om nu en dan frustratie of negatieve energie in af te reageren? “Zwartgalligheid kennen we inderdaad alle vier niet echt. Dat is aan de ene kant misschien aangeboren karakter, maar aan de andere kant heeft het er juist mee te maken dat we elke keuze zelf maken en alles in eigen hand hebben. Je bent dan niet overgeleverd en je wordt niet geleefd. Het gevoel dat je dus machteloos aan de kant staat, waardoor je zwartgallig zou kunnen worden, is er dan dus niet. Zo simpel is het wel, denk ik. Wanneer je altijd mensen, individuen opzoekt en daarmee actie onderneemt en het simpel houdt en kijkt wat je kunt en dan net nog wat verder gaat, en dat doet zonder pretenties, managers en leningen, dan gaat het eigenlijk nooit mis.”
“In Rusland spraken we mensen die reuze blij waren dat we kwamen spelen en niet meededen aan een boycot, juist omdat ze zich al geïsoleerd voelen en omdat muziek altijd moet doorgaan. Met muziek heb je dus iets in handen wat heel goed werkt tegen macht en autoriteit, en frustraties kun je er heel goed mee uiten. In onze nummers breken we dus ook regelmatig iets af om er vervolgens weer iets bijzonders boven op te zetten.”

Over de veranderingen die merkbaar zijn in deze contreien: “In Nederland ging het de afgelopen 30 jaar van kraakpanden en onafhankelijke jongerencentra naar grote prestigeprojecten van zelfingenomen wethouders; culturele “poptempels” die er uitzien als parkeergarages en waar geen vrijwilligers meer kunnen werken en waar alles draait om branddeuren en Marsrepen en waar de “backstage” op de vijfde verdieping zit, waar je alleen met een lift naar toe kan. Samen met de Rock Scholen en Pop Academies van de afgelopen tien jaar zie je dus dat rock- en popmuziek hun eindstation hebben bereikt. Het is de totale institutionalisering van wat ooit voortkwam uit losgeslagen ideeën en energie. Wat leuk is, is dat er dus weer een hele nieuwe gapende kloof ontstaat tussen de bands die je op televisie en internet ziet, en alles wat daaronder als een soort van kolkende zee van geluid en ideeën zijn eigen weg vindt langs hele andere paden.”

Aanpak

Vooral sinds de eerste concerten in Ethiopië in 2002, die daarna gevolgd werden door tours in 2004, 2007 en 2011, is de muziek van The Ex dansbaarder en ritmischer gaan klinken. De gitaarmuziek, die daarvoor al gekenmerkt werd door vaak eigenaardige ritmes en exotische invloeden uit allerhande volksmuziek, vertoonde het voorbije decennium meer en meer invloeden van het Afrikaanse continent. Dat leidde niet enkel tot twee uitstekende albums met de Ethiopische jazzlegende Getatchew Mekuria (Moa Anbessa in 2006 en Y’Anbessaw Tezeta in 2012), maar die vibe is ook overgeslagen op de concerten die The Ex regelmatig speelt met blazerssectie Brass Unbound, met daarin kleppers uit de improvisatie zoals Ken Vandermark, Mats Gustafsson, Roy Paci en Wolter Wierbos. Meer dan wat dan ook, lijkt het ritme centraal te staan, iets waarin het herkenbare en onweerstaanbare potten- en pannenspel van drumster Katherina Bornefeld centraal staat: “Ja! Ritme, melodie en tekst zijn alle drie belangrijk en zoals ik al zei begint een nummer regelmatig met een ritme van Kat. Dat muziek en dans samen zijn opgegroeid wordt nog wel eens vergeten door veel muzikanten, maar niet door ons.”

De band hanteert daarbij ook een tactiek die in het verleden al vaak gebruikt werd door jazzmuzikanten, maar ook bands als Hüsker Dü: test je songs eindeloos uit tijdens de concerten, leg ze dan vast op een album en zodra dat verschijnt kan je weer de baan op met nieuw materiaal. Dat leidde er in het verleden vaak toe dat je getrakteerd werd op een resem nieuwe songs die je dus op het volgende album pas in studioversie kon horen. Dat leidt op zijn beurt dan weer tot de vraag hoe de band in godsnaam aan een song begint, met muziek of tekst? De Boer: “Alle vier kunnen we met ideeën komen en zo’n idee kan het begin van een nummer zijn. Ik schrijf door de tijd heen altijd wel teksten en wanneer we aan nieuwe nummers werken, kan een tekst ineens op haar plek vallen bij een bepaald idee. Soms heb ik zelf al een gitaaridee met tekst en is dat het begin. Vaak komt Kat met een ritme en is dat de start. We bedenken voortdurend vanalles en werken daaraan; nieuwe tours en nieuwe albums, nieuwe landen en nieuwe nummers. We doen zoveel verschillende dingen, van jazzfestivals tot wereldmuziekfestivals, naar rock-‘n-roll, zodat er tijdens het ene alweer iets anders op ons pad komt. Met z’n vieren kunnen we makkelijk dus ook ineens iets tussendoor doen. Verder staat muziek volgens ons dichter bij een goede maaltijd dan bij een business plan.”

Hoe staat de band dan tegenover de download- en streamcultuur die ervoor gezorgd heeft dat heel wat muzikanten er amper of niet meer in slagen om het hoofd boven water te houden? de Boer: “Mensen moeten het maar uitzoeken. Ik vind het raar wanneer mensen vinden dat alle muzikanten hun muziek gratis moeten weggeven en ik vind het ook raar dat muzikanten hun muziek gratis weggeven om zo vrienden te maken of om leuk gevonden te worden. Ik denk niet dat muziek minder waard wordt door een of andere vraag en aanbod/marktprijs-grafiek. Het liefst geef je je muziek aan iedereen die het graag wil horen en hebben, maar ja, het kost ook allemaal wat om het te maken, dus moeten we er effe wat voor terug hebben. Iedereen die denkt dat er meer over te zeggen valt, doet onnodig moeilijk.”

Samenwerken & verdwijnen

De geschiedenis van The Ex is een geschiedenis vol samenwerkingen. Van de platen met cellist Tom Cora en de Ethiopische saxofonist Getatchew Mekurai tot releases en concerten met Tortoise, Sonic Youth, de ICP-muzikanten en de vele individuen tijdens de nevenprojecten: het lijstje muzikanten dat een rol speelt in de geschiedenis van de band is schier eindeloos. Het is echter meer een natuurlijke gang van zaken dan een uitgesproken project om constant op zoek te gaan: “Het is meer vinden zonder zoeken en we hebben geen verlanglijst. We komen voortdurend mensen tegen bij optredens, op festivals enzovoort. Soms spelen we ineens met iemand samen en als dat werkt, dan krijg je dus het idee om het vaker te doen. Het gaat dus heel simpel: één en één is twee.”
Na meer dan dertig jaar krijg je natuurlijk ook de situatie waarbij The Ex veel van z’n tijdgenoten heeft zien afvallen. In de loop der jaren werd de band vergelijken met o.m. Crass, Fugazi, Membranes, Dog Faced Hermans, Minutemen en The Fall. De meeste van die bands zijn opgedoekt. Zijn er nog steeds zo veel verwantschappen met hedendaagse bands? “Met veel mensen hebben we nog steeds contact. Als we in Washinton zijn, dan eten we met Ian MacKaye en laatst in Londen kwamen er mensen van Chumbawamba kijken. John Robb van de Membranes zien we ook regelmatig en met Jackdaw with Crowbar hebben we alweer aardig wat keren opgetreden. Maar daarnaast zijn er ook zoveel nieuwe bands waar we mee touren, met zoveel energie en ideeën, dat het als het om muziek gaat, lastig is om achterom te kijken.” Gevraagd naar volk van de nieuwe lichting: “Chocolat Billy, met de gitarist van Api Uiz, Cactus Truck uit Amsterdam, Trash Kit uit Londen, Selvhenter uit Kopenhagen. Het is van met je ogen open er tegenaan lopen.”

Enola’s koopwijzer

Bij een band als The Ex, die in de loop der jaren een forse reputatie en loyale aanhang heeft opgebouwd, krijg je nog regelmatig de vraag waar je in godsnaam moet beginnen met zo’n intimiderende discografie. Het gaat immers om meer dan twintig albums, met daarbovenop nog een handvol compilaties en wat dvd’s. Net zoals bij andere, nog actieve bands is het advies eenvoudig: begin met een concert en het meest recente album, en werk van daaruit met een achterwaartse chronologie. Het recentste album, Enormous Door laat de band horen met Brass Unbound en bevat nieuwe songs en bewerkingen van een aantal oudere. Catch My Shoe uit 2010 is voorlopig de enige plaat van de huidige line-up en kan zich meten met het beste uit de lange geschiedenis. De twee samenwerkingen met Getatchew Mekuria zijn aanraders: terwijl het krachtige, soms heftig rockende Moa Anbessa soms aanvoelt als een album van The Ex dat gesierd wordt door extra blazers, heb je bij Y’Anbessaw Tezeta het omgekeerde gevoel: daar staat de band ten dienste van Getatchew Mekuria, wat leidt tot een album met een onwaarschijnlijke rijkdom en meeslependheid.

Geen tijd of zin om de achterwaartse beweging te maken? Er zijn compilaties die een mooie dwarsdoorsnede bieden, zoals 30 Years of The Ex, dat muziek uit alle albums tussen 1980 en 2006 laat horen. Het zal meteen ook duidelijk maken dat de band een enorm parcours heeft afgelegd tussen die eerste opnames, die wat vreemd zullen klinken voor wie weinig vertrouwd is met gelijkaardige muziek uit die periode, en de volwassen, dansbare en opwindende ethnorock-sound van de moderne band. Het meest geliefde album is vermoedelijk de eerste plaat met Tom Cora: Scrabbling At The Lock. Die bevat met “State Of Shock” en “Hidegen Fújnak A Szelek” minstens twee loepzuivere bandklassiekers die nog steeds gespeeld worden. Scharnierplaten Joggers & Smoggers en Pokkeherrie scoren ook hoog bij de kenners.

Toch nog even onderstrepen dat er ook buiten de Ex-context enorm veel gaande is. Terrie leidt zo het Terp-label, dat niet enkel de twee albums met Getatchew Mekuria uitbracht, maar ook muziek van Ethiopische folkmuzikanten of releases die in Ethiopië opgenomen werden, zoals Addis, de duoplaat van Terrie met de Franse klarinettist Xavier Charles, en het uitstekende Baro 101 van Mats Gustafsson, Paal Nilssen-Love en de Ethiopische krak-speler Mesele Asmamaw. de Boer heeft zelf dan weer het kleine Makkum-label: “Ik ben het begonnen om mijn eigen Zea-platen op uit te brengen. Ondertussen heb ik ook een plaat van Malorix en een van King Ayisoba uitgebracht. Totaal verschillend, behalve dat het geweldige muziek is en beide mensen hele goede vrienden van me zijn. Daar zit het ‘m dus: geweldige muziek door geweldige lui.” Andy Moor is op zijn beurt dan weer bezig met het internationaal gerenommeerde label Unsounds met vooral geïmproviseerde muziek. Zijn album Rebetika met Yannis Kyriakides, met daarop o.m. wonderlijk bewerkte Griekse volksmuziek, is misschien wel een van de mooiste Ex-gerelateerde releases ooit.

Niet te vergeten: G.W. Sok is ook nog altijd actief binnen de muziek. Zo was hij niet enkel in de weer met filmmuziek, maar maakte hij met drie Franse muzikanten onder de naam Cannibales & Vahinees het prachtige N.O.W.H.E.R.E, een combinatie van improvisatie, punk en poëzie. Twee weken geleden verscheen ook de debuutplaat van King Champion Sounds, dat een liefde voor postpunk geïnspireerde gitaarmuziek verpakt in blazersarrangementen en zo ineens aardig op The Ex gaat lijken. Het album is wat ons betreft een van de betere platen van dit najaar en verscheen in beperkte oplage (vinyl only). Voorlopig nog te krijgen via de Ex-shop. Ten slotte is Luc Ex ook nog altijd in de weer op het terrein van de geïmproviseerde muziek. Laatste wapenfeit is zijn Luc Ex Assemblée, een kwartet met rietblazers Ab Baars en Ingrid Laubrock en meesterpercussionist Hamid Drake. Zij spelen op 18 november in De Singer in Rijkevorsel.

En The Ex? The Ex blijft verder timmeren aan de weg en staat op 8 november in Nieuwpoort tijdens het Scratch & Snuffest. Niet te missen. Meer info hier.

Wat de anderen te zeggen hadden over The Ex.

E-mailadres Afdrukken
 
SCRATCH & SNUFFEST: The Ex

Uit ons archief
Banner

TEST