Banner

Mats Gustafsson

‘Rage, rage against the dying of the light’

Guy Peters - foto's: Archief Geert Vandepoele - 03 december 2012

Vrije improvisatie is niet weggelegd voor watjes. Dat is tenminste de indruk die je krijgt als je het recent verschenen interview op All About Jazz met Mats Gustafsson erop naleest. Weinig muzikanten belichamen de gretigheid en het avontuur van de scène zo goed als de stoere Zweed, die stilaan een status bereikt heeft dat weinigen gegund is binnen die niche; dat van de superster. Dat kwam niet helemaal uit de lucht gevallen.

Een sleuteleigenschap die nog meer opgaat voor de eeuwig jonge Gustafsson dan voor de meeste van z’n collega’s, is energie. De onverdunde goesting en onbedwingbare drang om te creëren. Dat begint bij het enthousiasme van de man. Vol vloekwoorden en uitroeptekens in schriftelijke communicatie, veruitwendigd met een ouderwetse cowboyattitude op het podium en met een lichaamstaal die zelfs beelden van vechtsportcultuur oproept. Gustafsson z’n nek zien schudden, tong zien strekken en voor- en achterover beuken op een podium, het is zowat het meest intense en lijfelijke dat je te zien kan krijgen binnen de improvisatie, want doorgaans ook nog eens vergezeld van geluid dat volledig ten dienste staat van de overrompeling.

Dat extraverte gedrag heeft hem een reputatie van geweldenaar bezorgd die hem voor sommigen iets te extreem of eendimensionaal maakt. Door het feit dat hij zich ook vaker beperkt tot de improvisatie dan bvb. zijn al even productieve collega Ken Vandermark, die zich veel verder ontwikkelde als componist, blijft de autodidact Gustafsson dan ook een figuur die veel meer speelt op instinct en gevoel. In zijn geval worden dan vaak de uitersten van expressie opgezocht, wat leidt tot extreme volumes én extreme klanken. Voor een stuk heeft dat ook te maken met een achtergrond in de punk, die nu nog voelbaar is in de rockgeoriënteerde tussenvorm van Fire! en zelfs de gespierde oerkracht van zijn bejubelde freejazztrio The Thing.

Maar er is meer dan dat: zo heeft hij ook meerdere bands die naast primitieve passie en de geluidsextremen ook verrassend evenwichtig zijn, of het ver buiten de conventionele jazz en improvisatie gaan zoeken. Met Swedish Azz (op vrijdag 7/12 aan het werk in De Singer) duikt hij in de Zweedse traditie door die op allerhande manier te deconstrueren, hij is regelmatig te horen met noisevrienden uit de Weense liga, werkt samen met Ethiopische muzikanten en zorgde voor een van de verrassingen van de voorbije zomer met The Cherry Thing, waarvoor hij een verbond aanging met de nog steeds ravissante Neneh Cherry, die nergens de indruk gaf de band te willen reduceren tot achtergrondjengelaars.

En dan zijn er nog de vele opnames en tours met het Peter Brötzmann Chicago Tentet, Sonore, Thurston Moore, The Ex, Zu en vele anderen.

Kroniek van een aangekondigde muilpeer

Gustafsson liet voor het eerst van zich horen aan het einde van de jaren tachtig, meteen al aan de zijde van percussionist Raymond Strid, met wie hij tot op de dag van vandaag nog regelmatig het podium deelt. De eerste samenwerking met Paul Lovens volgde twee jaar later, maar het scharniermoment van zijn vroege jaren zijn vermoedelijk de albums die midden jaren negentig op het Okkadisklabel uit Chicago verschenen, zoals Mouth Eating Trees and Related Activities (met Barry Guy en Paul Lovens), Parrot Fish Eye (met Jim O’Rourke, Gene Coleman en Michael Zerang) en Blow Born van FJF. Die laatste is niet enkel de eerste opgenomen release met strijdmakker Ken Vandermark, maar eentje die Gustafsson ook bekender maakte bij het Amerikaanse improvisatiepubliek. Iets later werd hij als enige mede-Europeaan ook opgenomen in het Chicago Tentet van Peter Brötzmann.

Daarna kwam alles in een stroomversnelling terecht, werd reizen van Japan naar Amerika, naar Scandinavië en terug, een gewoonte. Rond de eeuwwisseling richtte hij The Thing op, samen met bassist Ingebrigt Haker Flaten en drummer Paal Nilssen-Love, zowat de enige die Gustafsson nog overtreft als het over muzikale fitness gaat. Hoewel het startte als een veredelde Don Cherry coverband groeide het stel uit, door een hele resem releases (vaak met gasten als Joe McPhee of Otomo Yoshihide) en een onvermoeibare tourgeest, tot Gustafssons bekendste en meest geliefde working band. De samenwerking met Vandermark en Brötzmann werd intussen ook intensiever. Dit voorjaar speelden de drie nog een uitdagend concert in de Trix, in kader van de Chicago Jazz Connection.

Gustafsson is ook een van de weinige figuren uit de vrije improvisatie en freejazz die een status heeft opgebouwd binnen de rock-‘n-roll. Hij speelde o.m. op een paar (experimentele) releases van Sonic Youth en werkte met Jim O’Rourke (die zich even bij Fire! voegde). Zijn geluid, vooral op zijn geliefde bariton- en tenorsax behoort tot de meest imponerende uit de muziek en gekoppeld aan een onstuitbare geestdrift en dadendrang leidt het tot releases en performances die je herhaaldelijk gewoonweg van je sokken blazen. Zelfs in 2012, nu hij toch al op de vijftig afstevent en broekie af is, blijft hij de jonge garde moeiteloos achterover walsen.

Platen, platen en nog meer platen

Wie op de hoogte wil blijven van Gustafssons doen en laten, die beschikt best over tijd, geld en een goede internetverbinding, want de man laat z’n sporen achter op de meest uiteenlopende labels en op de zotste formaten. Hij is zelf een liefhebber van het 7”-formaat, maar is te horen op tal van cd’s, lp’s en, in het geval van de eerste Swedizh Azz-release, zelfs een 11” vinyl. De discografie is ellenlang en verspreid over talloze labels en landen. Chapeau voor wie het kan volgen. De man is zelf bovendien een echte vinylfreak, hangt voor en na de concerten doorgaans rond in de buurt van de platenstandjes en heeft op z’n website een hoekje voorzien voor het ruilen van vaak extreem obscure releases uit de (free) jazz en vrije muziek.

Zonder een claim van volledigheid te willen maken volgen hieronder nog een paar korte stukjes over enkele knappe, aparte of cruciale albums die in 2011 en 2012 verschenen en hun weg nog niet vonden naar Enola:

Tarfala Trio – Syzygy 2LP (No Business, 2011)

Opgenomen in Kc BELGIE in 2009. Zelfs met dat concert in het geheugen was het beluisteren van Syzygy een schok. Als er een bewijs moet geleverd worden dat Gustafsson meer is dan een powerblazer die constant de registers opentrekt en vooral imponeert met volume, dan is het dit wel. Met Raymond Strid en Barry Guy wentelt en draait Gustafsson rond freejazz, vrije improvisatie en klankpoëzie met een soms verbazende subtiliteit en klankkleur. De gierende en schreeuwende doodsreutels zijn van de partij, maar je krijgt net zozeer hyperintimistisch samenspel en een gegevensuitwisseling die uitmondt in een hoorspel dat tot de laatste uitstervende klanken betovert. Een prijzige release die verscheen in beperkte oplage (600 stuks), maar door de stijlvolle vormgeving, het prachtige fotoboek van fotograaf Ziga Koritnik en de extra 7”, behoort dit vermoedelijk tot de strafste releases uit de kolossale Gustafsson-discografie.

Swedish Azz – Azz Appeal LP (Not Two, 2011)

De tactiek die werd geïntroduceerd op Jazz På Svenska (2010) wordt hier verder uitgewerkt. Is de muziek soms opmerkelijk conventioneel en aanstekelijk in z’n schijnbare eenvoud, dan wordt er ook regelmatig ontspoord op manieren die je zelden te horen krijgt binnen de jazz. Swedish Azz vergrijpt zich aan de traditie (letterlijk, want de band plundert vooral oude Zweedse jazz) op manieren die vaak behoorlijk opwindend zijn. Samen met de tuba van Per-Åke Holmlander zorgt Gustafssons bariton voor een pompende drive, terwijl de ratelende drums van Erik Carlsson en de filmische vibrafoon van Kjell Nordeson voor een excentriek randje zorgen. De echte stoorzender van dienst is echter elektronicaman dieb13, die hier iets subtieler en veelzijdiger in de weer is dan op het debuut, maar regelmatig zorgt voor momenten van semi-industriele chaos, met krakend vinyl die de kloeke grooves en weldadige arrangementen van Swedish Azz volledig op z’n kop zetten. Kortom: jazz met een hoge rock-‘n-rollfactor zonder z’n onvoorspelbaarheid te verliezen.

Akita/Gustafsson/O’Rourke – One Bird Two Bird LP (Editions Mego, 2011)

Noise en elektronica zijn gaandeweg ook een belangrijkere rol gaan spelen in het werk van Gustafsson. Was dat aanvankelijk vooral als cosmetische opsmuk, dan ging het later meer centraal staan en leidde het bij o.m. The Thing en Fire! tot experimenten die de twee moeiteloos combineren. Soms helt het echter over naar onheilspellende soundscapes (zoals de release met dieb13 en Martin Siewert) of de pure noise. Op deze release met Masami Akita (Merzbow) en Jim O’Rourke leidt het tot “two blistering sides of wax full of face melting intensity”. Geen voer voor gevoelige zieltjes, want de grove middelen worden ingezet om het moorddadige getier en gegier van weerwoord te voorzien, met het te verwachten gebrom en gezeur, dat steevast uitmondt in kolkende noise en mensonterend kabaal. Heavy metal is echt voor mietjes, dat is duidelijk. One Bird Two Bird was op een mum uitverkocht, maar is wel nog verkrijgbaar in digitale vorm.

The Thing With Barry Guy – Metal! 2LP (No Business, 2011)

Gustafsson tekende met The Vilnius Implosion (2008) voor de eerste vinylrelease van het bedrijvige Litouwse No Business-label. Op Sinners, Rather Than Saints (2009) deed hij het met Barry Guy, terwijl zijn trio The Thing hier nog eens gezelschap krijgt van de virtuoze Brit. Als het trio al een reputatie kreeg voor voorspelbare potigheid, dan hebben ze er de laatste twee jaar alles aan gedaan om dat te ontkrachten. Mono beantwoordde zowat aan het gemiddelde, maar de samenwerking met Neneh Cherry en vooral deze release laten iets anders horen. The Thing is hier vrijer dan ooit, en ook een pak minder voorspelbaar, waardoor je het gevoel krijgt te luisteren naar een excentrieke, beweeglijke suite. Bassisten Ingebrigt Håker Flaten en Barry Guy gaan zich te buiten aan onconventionele technieken en geluiden, wat zich ook afstraalt op Nilssen-Love en Gustafsson. Verder verwijderd van de klassieke freejazz van hun debuutalbum zat The Thing nooit, en dat maakt van Metal! een verrassend taaie en complexe release, zelfs naar de normen van de vrije improvisatie.

Ich Bin N!ntendo & Mats Gustafsson – S/t (Va Fongool, 2012)

Een beest van 28 minuten furie en adrenaline. Het nieuwe Noorse label Va Fongool laat met z’n eerste releases meteen weten dat het menens is. Het geluid dat je tegen je kop krijgt als je het album in de cd-lade schuift is die van de gewette messen-soort, met vuil hakkende drums en overstuurde bas en gitaar. Gustafssons razende en scheurende baritonsax is even agressief als de gruizige sound die van het album een beproeving maakt. Is opener “Start First” al een duidelijke intentieverklaring, dan is het compacte “End” de genadeloze aframmeling: garagepunk, noise en hardcore impro in de mangel gezwierd. Afsluiter “Second” neemt een gezapig aanloop maar mondt ook al snel uit in een stuk tyfusherrie dat meer dan een kwartier de ideale soundtrack vormt bij fysieke en mentale gruwel. Imposant en ongezond, tegelijkertijd.

Mats Gustafsson, John Russell & Raymond Strid – Birds (dEN Records, 2012)

Opnieuw een jong label (gebaseerd in Italië) dat inzet op knap vormgegeven releases (vooral het cd’tje terug wegbergen vergt wat tijd). Het is echter niet enkel de vormgeving die voor de verrassing zorgt, want op Birds, waarop Gustafsson niet enkel te horen is op de bariton- maar ook de sopraansax, wordt ingezet op het kleine geluid, met flutterende accentjes, rinkelende percussie en zacht aangeslagen gitaarsnaren. Het is daarmee de tegenhanger van de vorige release. In opener “The Earth As The Sun And The Ravens Are Watching” wordt het fluisterniveau amper overstegen, terwijl je herhaaldelijk het gevoel krijgt te luisteren naar een verloren gewaande release van Evan Parker met Derek Bailey en Paul Lytton. Door het ongebruikelijke spel, het haast pointillistische oog voor detail en de uitzonderlijke duur van het eerste stuk (43 minuten!) is Birds taaie koek, maar tegelijkertijd ook een revelatie waarop de rietblazer oorden verkent die hij niet zo vaak liet horen sinds zijn Parrot Fish Eye. Kortom: van onschatbare waarde voor een goed begrip van de artiest.

Colin Stetson & Mats Gustafsson – Stones (Rune Grammofon, 2012)

Vers van de pers. Korte samenvatting: alles wat je ervan verwacht en meer. Wie al onder de indruk was van Stetsons bassaxgymnastiek, maar vragen had bij zijn vermogen om evenveel indruk te maken binnen vrij geïmproviseerde context, die krijgt nu lik op stuk, want Stones valt niet enkel op door het volume dat twee saxofonisten van dit kaliber kunnen maken, maar ook door de vanzelfsprekende manier waarop de twee hun instrumenten rond elkaar laten bewegen. Stones is een registratie van het eerste concert van de virtuozen en plaatst zichzelf meteen op hoog niveau. In vier stukken, samen goed voor 34 minuten, passeren de bekende circulaire ademhaling en stoombootpassages van Stetson, net als het stervende rund-gescheur van Gustafsson, maar het samengaan gebeurt inventief, intens, met verwijzingen naar New History Warfare, een robuuste kracht die rechtstreeks van het Chicago Tentet komt en jennend geharrewar. Titanenwerk, niets minder, en bovendien met een fabuleuze sound. Essentieel.

De meeste releases zijn in deze contreien verkrijgbaar via Instant Jazz. Mats Gustafsson speelt op 6/12 in het Bimhuis met Swedish Azz. De dag erna speelt de band – opnieuw met vibrafonist Jason Adasiewicz in plaats van Kjell Nordeson – in De Singer (Rijkevorsel).

E-mailadres Afdrukken
 
Mats Gustafsson (Photo: Geert Vandepoele)
Mats Gustafsson

Uit ons archief
Banner

TEST