Banner

Nate Wooley

Beeld van een breed perpetuum mobile

Guy Peters - foto's: Geert Vandepoele - 30 augustus 2012

Als er binnen de hedendaagse vrije improvisatie één jonge(re) muzikant rondzwerft die de rusteloosheid van de scene belichaamt, dan is het wel trompettist Nate Wooley. Door z’n onaflatende honger naar nieuwe avonturen, die hem zowel geliefd heeft gemaakt bij liefhebbers van radicale vrije improvisatie, als bij een publiek van noise-, drone- en avant-garde-fans, is de artiest en zijn discografie volgen een bezigheid die de komende tijd niet zal gaan vervelen. Tijd voor een korte stand van zaken.

Een beetje kort door de bocht kan gesteld worden dat Nate Wooley een muzikant is die er in slaagt om zijn instrument te laten klinken zoals het volgens bepaalde kenners niet zou mogen klinken. Zelfs niet even of per ongeluk. Omdat hij naar eigen zeggen niet beschikt over de technische bagage van een Peter Evans (de geniale blazer die zowel binnen de hyperbop van Mostly Other People Do The Killing, het elektroakoestische experiment van Evan Parker en de versterkte noise met Nate Wooley actief is), legt Wooley zich toe op een eindeloze verdieping en exploratie van zijn mogelijkheden, door die ook nog eens in zoveel mogelijk contexten uit te proberen.

Wat de 38-jarige Amerikaan de voorbije jaren heeft gepresteerd grenst dan ook aan het waanzinnige, gaande van bands met Mary Halvorson, Fred Lonberg-Holm en Harris Eisenstadt, performances met grotere ensembles van Adam Lane (Full Throttle Orchestra) en Teun Verbruggen (Bureau Of Atomic Tourism), duo’s met onder andere Joe Morris en Paul Lytton, tijdelijke themaprojecten zoals Sun Seven (rond Sun Ra), of het onlangs debuterende Malus, met Hugo Antunes en Chris Corsano. Daarenboven is hij ook een van de betere schrijvers van zijn generatie, een prima essayist waarvan je hier en daar boeiende artikels en liner notes terug kan vinden, die steeds meer inzicht bieden in zijn methodes en opvattingen over muziek.

Een aantal van zijn platen (zowel de extreme duorelease met Peter Evans als verrassend toegankelijke kwintetplaat) kwam reeds aan bod op deze website, maar er is meer. Veel meer. Hieronder bundelen we nog een zestal albums die de voorbije twee jaar verschenen en een behoorlijk breed beeld laten horen van het bereik van de trompettist. Opmerkelijk is ook dat elk van deze albums verscheen op een ander label, iets dat eigenlijk een normale zaak is in de versplinterde wereld van improvisatie en experiment. Vloek of zegen? Het zorgt ervoor dat je telkens weer een andere plaat in handen hebt (qua opnamestandaard, bezetting, vormgeving), maar ook dat het een tijdsintensieve zoektocht is die je voortdurend verrassingen in de schoot werpt. Op hun eigen manier zijn al de platen de moeite, al zal persoonlijke voorkeur en achtergrond zeker een rol spelen.

Nate Wooley (solo) – Trumpet/Amplifier LP (Smeraldina-Rima, 2010)
Opgenomen in 2007 en 2009 en uitgebracht op het Belgische Smeraldina-Rima-label. Dit zou een van Wooleys eigen favorieten zijn en snel wordt duidelijk waarom. Het is misschien wel de meest ‘pure’ van zijn albums, al is het geluid van de trompet zelden zo aangetast en troebel. Loops en computermanipulatie komen er niet aan te pas, maar met een versterker en een volumepedaal is hij ook in staat om een krakende en schurende vertelling op poten te zetten die even enerverend als bezwerend klinkt. Abstract is dit eigenlijk niet, want zelden hoor je een muzikant zo’n directe en vooral fysieke verhouding aangaat met z’n instrument. Wooley vergroot het ongehoorde tot maximale proporties, waardoor dit een feest van gesmak, gesis, gepiep, geplof, gepruttel en leeglopende ballonnen is, nu eens ongemakkelijk zeurend (sommige stukken kan je zo als soundtrack gebruiken bij allerhande walgelijke taferelen) en dan weer fascinerend in hun ongrijpbaarheid. Essentieel voor de fans van Wooley en noise/drones.

Wooley, Corsano & Yeh – Seven Storey Moutain II (Important, 2011)
Vervolg op de gelijknamige plaat met David Grubbs en Paul Lytton (het zou een zevendelige reeks worden). Net als dat volume is dit een drie kwartier durende pelgrimstocht, maar dan gebaseerd op versterkte trompet en tape (Wooley), viool (C. Spencer Yeh) en percussie (Chris Corsano). Het maakt de klassieke beweging - starten bij verstild gezoem om steeds intenser te worden, een tijdje te pieken en ten slotte terug uit te doven -, maar het parcours dat afgelegd wordt is meeslepender dan op de voorganger. Is Corsano degene die hier naar de achtergrond verwezen wordt, dan kan Wooley ongegeneerd het voorplan opeisen met soms gruwelijk mismaakte klanken die verwijzen naar het lawaaierige werk met Evans. Hoewel het bij momenten behoorlijk noisy is, zal dit album vooral echter herinnerd worden als een meditatieve en bezwerende trip, een procesonderzoek voor geduldige luisteraars met doorzettingsvermogen.

Nate Wooley, Scott R. Looney, Damon Smith & Weasel Walter – Scowl (ugEXPLODE, 2011)
Kwartet van en rond woeste keteldrummer Weasel Walter, die eerder ook al samenwerkte met Evans en Halvorson, maar hier iets minder hard op het gaspedaal gaat staan. Scowl is een puur akoestische plaat en bevat dus geen versterkte drones, maar wel een grillige wisselwerking, waarbij Wooley nog altijd de rol van scheurende sirene op zich neemt. Je hoort een paar keer dat hij ook ‘zuiver’ kan spelen, maar hij gaat zich net zo vaak te buiten aan dat bekende schuurgeluid en in het in zichzelf gekeerde gemurmel van een muzikale autist. Opmerkelijk is ook de inside piano van Looney, al net zo’n stoorzender als het spel van de trompettist. Het is een zeer open en explorerende plaat die soms wat te veel meandert, maar Wooley in een kwartet laat horen waarin hij meerdere facetten van zijn spel kan tonen. Iets later volgde er nog eentje waarbij dat aspect nog een stuk sterker tot z’n recht komt.

Nate Wooley (solo) – [8] Syllables (Peira, 2011)
Verschenen in zeer kleine oplage (en intussen enkel digitaal verkrijgbaar), maar een van de meest opmerkelijke releases in de discografie. Voor dit album baseerde Wooley zich op het internationaal fonetisch alfabet en gooide hij zijn techniek radicaal om. Past hij normaal voortdurend variaties toe op zijn extended techniques, dan werden de plaatsing van lippen, tong en tanden op voorhand vastgelegd en werd elke houding voor een bepaalde duur (gaande van enkele spetters tot drones van minuten lang) uitgebuit. Tussen al die bewegingen vallen ook nog eens lange stiltes, een beetje zoals op de recente split-LP van Wooley en Evans. Het resultaat is een merkwaardige plaat – deels fascinerende oefening, deels hypnotiserend experiment – die bewijst dat hij ook zonder die elektrische versterking in staat is tot het uitbuiten van stilte, omgeving en pure klankexploratie.

RED Trio & Nate Wooley – Stem (Clean Feed, 2012)
Samen met Trumpet/Amplifier waarschijnlijk onze favoriet uit dit lijstje. Het Portugese RED Trio (pianist Rodrigo Pinheiro, bassist Hernani Faustino en percussionist Gabriel Ferrandini) zorgde al voor een geslaagde samenwerking met rietblazer John Butcher en ook met Wooley krijg je meteen het gevoel van een organische eenheid aan het werk te horen. Net als op Scowl wordt hier aangeleund bij het akoestische experiment van de freejazz, maar dan met een stuk meer cohesie en spanning. Improvisatie als democratisch ideaal is dan wel een utopie, zoals Wooley argumenteert in de liner notes, maar het traject dat de vier hier laten afleggen, van het ongedurige geklieder van “Flapping Flight” en “”Weight Slice” tot het gefluister van “Tides”, is behoorlijk geïnspireerd. Dit is een vertoning van muzikale vrijheid met een indrukwekkende focus, discipline en urgentie.

Nate Wooley, Christian Weber &Paul Lytton – Six Feet Under LP (No Business, 2012)
Verschenen bij het Litouwse (!) No Business, dat zich de voorbije jaren ontpopte tot een van de sterkste labels voor freejazz en aanverwanten. Wooley bevindt zich in goed gezelschap, met bassist Christian Weber en oude bekende/percussie-icoon Paul Lytton. Opvallend is de geweldige geluidskwaliteit, die het gedetailleerde samenspel van deze drie immens ten goede komt. Sommigen noemden deze door de dood geobsedeerde plaat ‘occult en abstract’, maar dat valt eigenlijk nogal mee. De experimenten gebeuren hier wel erg expressief, maar tegelijkertijd toegankelijk en de muziek bevat een intense focus die nooit verslapt. Six Feet Under slingert van glibberige wendbaarheid naar zeldzame eenvoud (de magische staccatobeweging van opener “Pushing Up Daisies”) en het terrein van de drones (“La Grande Mort”). De hyperexpressieve bas vormt het ideale sluitstuk voor de onophoudelijk ratelende en rammelende percussie en de veelzijdigheid van Wooley, die zelden zo in de breedte ging. Opnieuw een must voor de liefhebber.

En er komt natuurlijk meer aan. Zo valt Wooley o.m. ook te horen op twee nieuwe albums van Harris Eisenstadt, brengt hij binnenkort een dubbelalbum uit met Lytton, Ken Vandermark en Ikue Mori (Clean Feed) en schreef hij een essay voor het zesde deel van John Zorns Arcana-reeks. Kortom: hij houdt er een werkethiek op na die ronduit indrukwekkend is, voorlopig nog geen beslag lijkt te slaan op zijn creativiteit en eenvoudigweg niet in een simpel portret te vatten valt. Wie hem al aan het werk zag (hij was al regelmatig te zien op Belgische podia, al moet je daarvoor wel de agenda’s van het undergroundcircuit in het oog houden) kan vast bevestigen dat de sfinxachtige figuur nog lang niet is aanbeland bij het einde van zijn verhaal.

Het merendeel van Wooleys releases wordt in België verdeeld door Instant Jazz. ‘s Mans volgende concert op Belgische bodem vindt plaats op woensdag 5 september in Le Vecteur (Charleroi). Dat concert wordt voorafgegaan door een documentaire over elektronicapionier Eliane Radigue. Op 6, 7 en 8 september staat hij op The Night Of The Unexpected (Utrecht, Amsterdam, Eindhoven). Aanrader!

E-mailadres Afdrukken
 
Nate Wooley

Advertentie
Banner
Advertentie

TEST